In deze stad houdt iedereen zijn gemak De lome triomf van de Bristol-sound

Eerst was er de dromerige swing van Massive Attack, niet veel later volgde het intrigerende debuut van Portishead, en kort geleden voegde de rapper Tricky daar met Maxinquaye een overtreffende trap aan toe: drie verwante cd's die vrijwel vanuit het niets de popwereld veroverden....

Bristol. Een slaperige havenstad aan de zuidwestkust van Engeland, die op het eerste gezicht nauwelijks kans maakt op een plaats in de schijnwerpers van de popwereld. Londen is het onbetwiste centrum, waar nieuwe trends worden bedacht en gelanceerd, en de hippe stijl van het voorgaande jaar als eerste weer bij het vuilnis wordt gezet. Toch moet de arrogante hoofdstad de kroon heel af en toe uit handen geven, op een moment dat ze even niet bij de les is, en elders in het land iets bijzonders ontstaat. Zoals dat gebeurde in Liverpool in de jaren zestig (de Merseybeat), later in steden als Sheffield, Leeds en Manchester en in 1995, voor het eerst, in Bristol.

Het was een vreemde speling van het lot, die Bristol opeens tot middelpunt van de Britse popscene maakte: het succes van drie cd's van lokale groepen, die kort na elkaar de Engelse Top-10 haalden, en die muzikaal genoeg met elkaar gemeen hadden om te kunnen spreken van een Bristol-sound: Protection van Massive Attack, Dummy van Portishead en Maxinquaye van Tricky.

Hoe verschillend de drie albums ook zijn, de overeenkomsten in kleur en in produktie-stijl zijn meer dan toevallig, terwijl ze alledrie een aanzienlijk breder publiek bereiken dan op grond van hun underground-status mocht worden verwacht. Ook de oudere popliefhebber, voor wie 'echte muziek' zoveel betekent als 'echte liedjes', kan warmlopen voor de nieuwe muziek - zelfs al is de Bristol-sound nog zo eigentijds.

Songs als Unfinished Sympathy en Protection van Massive Attack, Aftermath van Tricky, of Sour Times van Portishead behoren tot het beste en bijzonderste wat de popmuziek van de jaren negentig heeft opgeleverd. Het zijn weliswaar bijna traditionele liedjes, maar in vormgeving en sound onderscheiden ze zich van het doorsnee pop-repertoire. Dat de drie succesvolste Bristol-groepen werken met een zangeres is niet eens hun opvallendste karakteristiek. Wat ze vooral gemeen hebben is het luie, funky drumritme - een loom swingende groove, die als een rode draad door het Bristol-repertoire loopt, en die je het idee geeft dat die het trage tempo van Bristol zelf weerspiegelt.

'Bristol is een stad waar iedereen alles graag op zijn gemak doet', zegt Tricky Kid, de rapper-dichter die met zijn Maxinquaye als derde en laatste een hit-album uit Bristol produceerde, 'zeker vergeleken met het modieuze London, waar alles en iedereen maar voortjakkert, en steeds op zoek is naar de volgende trend.'

Bristol mist het razende tempo van Londen, het centrum van de jungle-sound. Sterker nog, het Bristol-ritme is de regelrechte tegenpool van de hectische jungle-beat: de trage beweging van de afterparty in de late uurtjes, wanneer lijf en leden alleen nog in slow motion kunnen bewegen.

Ooit was Bristol, een stad met zo'n half miljoen inwoners, een bloeiende haven, die fortuin maakte met de slavenhandel tussen Afrika en Amerika. Maar na het verlies van de Britse koloniën in de Verenigde Staten en de afschaffing van de slavernij verloor de stad haar grootste bron van inkomsten. In de vorige eeuw werd ze door Liverpool voorbijgestreefd als belangrijkste haven na Londen.

De Bristol-muzikanten omschrijven hun woonplaats als klein en rustig. 'Maar ook zo ver verwijderd van Londen', zeggen de leden van Massive Attack, 'dat de stad muzikaal altijd op eigen benen heeft gestaan, en een bloeiende underground kent.'

'Reggae is hier altijd belangrijk geweest', vertelt Daddy G. van Massive Attack, 'maar ook soul, hip hop en punk. Bristol heeft een multiraciale scene, zoals je ook binnen onze groep kunt zien: 3 D is wit, Mushroom en ik zijn zwart.'

De drie muzikanten werken ruim tien jaar samen, al sinds de tijd dat ze deel uitmaakten van een sound system: The Wild Bunch - nog altijd de naam van het eigen platenlabel van Massive Attack. Het idee van een sound system (twee draaitafels en een microfoon) was afkomstig uit de Jamaïcaanse reggae, en vond sinds de vroege jaren tachtig overal in Engeland op house-party's navolging. The Wild Bunch groeide uit tot een collectief van dj's, rappers en MC's (Master of Ceremonies: spreekstalmeester, man met de microfoon), met ook Tricky Kid in de gelederen.

'We speelden op party's in clubs, maar ook op straat', herinnert Tricky zich. 'Dj's draaiden platen, een rapper of MC nam dan de microfoon, daarna volgde weer een andere dj. Elke avond was compleet anders.'

The Wild Bunch ontleende zijn naam aan de Amerikaanse hip hop-film Wild Style, die volgens 3 D het startsein was voor de Bristol-hip hop: 'Iedereen uit onze omgeving ging vervolgens doen wat ze in die film hadden gezien. Ze kochten trainingspakken, gingen rappen, scratchen, bekwaamden zich in breakdancing of graffiti - de kunst van het muren bespuiten.'

Daddy G.: 'We begonnen als een imitatie van wat we dachten dat Amerikaanse hip hop was. Maar langzamerhand ontwikkelden we een eigen stijl.' Het repertoire van de Wild Bunch-dj's ging al snel beduidend verder dan Amerikaanse hardcore hip hop. 'We draaiden ook funk, soul en electro. Public Image naast reggae, maar ook filmmuziek en sixties-hits als Downtown van Petula Clark. Dat was altijd een grote hit op de Wild Bunch-party's.'

Voor Massive Attack is het repertoire van de twee albums, Blue Lines uit 1991 en het vorig jaar verschenen Protection, een logisch vervolg op de eclectische sound van de Wild Bunch. Daddy G.: 'Onze eerste nummers bevatten veel samples van onze favoriete platen, songs die we bij wijze van spreken zèlf hadden willen maken.'

Massive Attack, Tricky en Portis

head zijn typische voorbeelden van de nieuwe generatie muzikanten die de dj-cultuur heeft voortgebracht. Geen van de groepsleden beschouwt zichzelf als muzikant in de traditionele zin van het woord. Ze hebben hun kennis van muziek voornamelijk opgedaan via hun platencollecties, maar kunnen goed uit de voeten in de elektronische studio, met name met instrumenten als de sampler.

De sample-techniek heeft sinds de jaren tachtig een hoge vlucht genomen. Net als in de Amerikaanse hip hop en elektronische dans-stijlen als house en techno, vervult de sampler een sleutelrol in de muziek van Bristol-groepen. De arrangementen zijn vrijwel altijd een collage van beats, akkoordenreeksen en buiten-muzikale sounds, waarin verschillende perioden uit de popgeschiedenis samenkomen - van smartlap-zangers uit de jaren vijftig als Johnny Ray (bij Portishead) tot nieuwe muziek van gitaarbands als Smashing Pumpkins (Tricky). Dat wrijft, schuurt en kraakt - zeker als de samples afkomstig zijn van oude platen -, maar het eindresultaat van de collage-techniek is vaak contrastrijk en origineel. (Componeren met gesampelde fragmenten is zo effectief, dat steeds meer producers hun eigen muziek via het sampler-proces bewerken.)

'Ik weet niets van toonaarden, maatsoorten of wat dan ook', bekent Tricky. 'Maar ik weet wel wanneer iets goed klinkt. Ik zal nooit vergeten hoe ik When Doves Cry van Prince voor het eerst op mijn koptelefoon hoorde. Dat is ook het enige criterium voor mijn eigen werk. Wanneer ik met een vette joint uitgestrekt op de bank lig te luisteren, moet het net zo'n indruk op me maken als alle platen die ik ooit van anderen goed vond.'

De eerste uit het Wild Bunch-collectief die naam maakte was producer Nellee Hooper - inmiddels vooral bekend door zijn produktie van het Debut-album van zangeres Björk. Hooper had een belangrijk aandeel in de sound van Soul II Soul, een aan de Wild Bunch verwant Londens collectief van dj's, rappers en muzikanten, dat in 1989 zijn eerste grote hit scoorde met Keep on Moving: een fraaie soul ballad, en een vroege voorloper van wat nu de Bristol-sound wordt genoemd.

De debuutplaat van Massive Attack, Blue Lines uit 1991, bouwde min of meer voort op de muziek van Soul II Soul, temeer daar de groep op een zelfde manier een onderkoelde, half gefluisterde rap-stijl combineerde met zanglijnen van een soulzangeres. Dat had al goed gewerkt in de eerste single Daydreaming, een dromerige rap van Daddy G., 3 D en Tricky met een vocale bijdrage van Shara Nelson. Maar Massive ('Attack' was tijdelijk uit de naam verdwenen, omdat de Golfoorlog elke associatie met geweld ongepast maakte) brak pas echt door met de hit Unfinished Sympathy, een groots opgezette soul song waarin Nelsons indringende stem werd ondersteund door een vijftigkoppig orkest.

Wie Blue Lines nu beluistert, kan vaststellen dat de muziek op dat album de blauwdruk vormde voor de platen van Massive Attack, Tricky en Portishead. De laatste was een compleet onbekende naam (ontleend aan de gelijknamige voorhaven van Bristol), die de popwereld in het najaar van 1994 verraste met een klein meesterwerk: Dummy. Een plaat vol intieme, melancholieke liefdesliedjes, waarvan instrumentatie, arrangementen, en de schelle transistor-klank van de produktie leken geinspireerd door soundtracks uit de jaren zestig. (De groep maakte een tien minuten lange zwartwit video in film noir-stijl, waarmee ze haar affiniteit met filmmuziek nog eens onderstreepte.)

Producer Geoff Barrow en zangeres Beth Gibbons hadden elkaar ontmoet op een door de Engelse regering voor werklozen verplicht gestelde Enterprise Allowance Awareness Day (een soort cursus voor jonge ondernemers). De omstandigheden waren weinig inspirerend, de eerste kennismaking moet ook nogal koeltjes zijn verlopen, maar het duo bleek een gouden koppel: Gibbons' stem en Barrows vreemd eigenzinnige arrangementen maakten van Dummy een plaat die niet alleen de popcritici bekoorde, maar onverwacht ook het grote publiek voor zich innam.

Het was een vreemde combinatie: een dertigjarige zangeres wier carrière steeds maar niet had willen lukken, en een 23-jarige whizzkid, die was opgegroeid met de nieuwe elektronica, al zo'n zeven jaar in studio's rondhing, en tijdens het Blue Lines-album van Massive tape operator was geweest.

'Geoff liet ons de eerste opnamen van Portishead horen', zegt Daddy G. van Massive Attack. 'We vonden ze goed, gaven een tape aan onze manager, en die heeft ze verder geholpen.'

Zowel Massive Attack als Tricky wil liever niet vergeleken worden met Portishead ('We klinken totaal anders'), maar soms zijn de overeenkomsten toch bijzonder treffend. Zo zijn Glory Box van Portishead en Hell Is Round The Corner van Tricky opgebouwd rond hetzelfde thema: een identieke sample van Isaac Hayes' Ike's rap II (zoals Tricky het noemt) of Isaac's Moods (bij Portishead). Tricky's grijsgedraaide exemplaar kraakt alleen wat meer.

De 27-jarige Tricky Kid was het enfant terrible van de Wild Bunch. Een straatschoffie, dat op zeventienjarige leeftijd voor het eerst in de gevangenis terechtkwam, wegens - zo wil het verhaal - het in omloop brengen van valse bankbiljetten van vijftig pond. Hij wil liever niet over zijn verleden praten: 'Laten we zeggen dat ik niet altijd even verstandig ben geweest. Dat is veranderd toen ik in de muziekwereld terechtkwam. Eerst alleen nog als fan - van The Specials, en later van rappers als Slick Rick en Rakim. Muziek maakte dat ik me deel voelde van iets, dat ik me ergens thuis voelde.'

De rapwereld trok hem, omdat hij zichzelf altijd al makkelijk had kunnen uitdrukken in woorden: 'Toen ik een jaar of vijf was maakte ik mijn eerste gedichtjes. Zo herinner ik me dat er ergens een grote brand was, waarna ik iets schreef over vuur. Op mijn vijftiende begon ik mijn eerste rapteksten te schrijven. Dat gaat me, gelukkig, makkelijk af. Ik hoef er niet voor te zwoegen. De woorden komen als vanzelf naar buiten, pas later wordt me duidelijk wat ze betekenen.'

Tricky leverde bijdragen aan beide albums van Massive Attack, maar bleef toch een buitenbeentje: 'Ik heb altijd een heel andere vriendenkring gehad dan de anderen. 3 D volgde een opleiding aan de kunstacademie, maar is verder echt het pub-type - bier en voetbal. Daddy G. is a smoker, hij heeft zijn eigen vrienden, zijn posse, met wie hij stoned wordt. Mushroom is het studio-genie, steeds bezig met zijn apparatuur. Hij heeft altijd de nieuwste elektronica, en gaat zelden uit. Hij kan rustig een weekend lang met zijn apparatuur bezig zijn. Ikzelf ben meer iemand voor het nachtleven, ga veel naar clubs, en heb jaren lang Engeland afgereisd voor hip hop-jams.'

Er was altijd enige wrijving tussen Tricky Kid en de andere leden van Massive. Daarom kwam het nauwelijks als een verrassing dat hij het afgelopen jaar zijn eigen weg ging. Maar niemand had kunnen voorspellen dat zijn debuutplaat Maxinquaye (naar de naam van zijn moeder: Maxine Quaye) zo goed zou uitpakken. Tricky ontpopt zich als een dichter van de straat en de zelfkant, die zijn teksten omlijst met bedwelmende, desolate soundscapes.

Net als bij Massive Attack en Portishead is ook in zijn muziek een hoofdrol weggegelegd voor een zangeres: de negentienjarige Martine, die hij zo'n drie jaar geleden leerde kennen. 'Ze zat op een muurtje, een paar meter van mijn huis, ik sprak haar aan. Later kwam ze een keer langs, en we namen een song op. We never looked back since. Echt een sprookje.'

Tricky is trots op zijn ontdekking, 'een natuurtalent': 'Ik heb haar niets hoeven leren, alles komt bij haar vanzelf. Martine is jong, ze vertegenwoordigt de nieuwe generatie, she's a new woman, she's very now.'

Terwijl Tricky zijn eerste songs met Martine opnam, was Massive Attack op zoek naar een vervangster voor Shara Nelson, die het immense succes van Unfinished Sympathy - een wereldhit - aangreep om een solocarrière te beginnen. Haar plaats werd op Protection ingenomen door twee andere zangeressen: Tracey Thorn, die in het titelnummer alles overtrof wat ze ooit met haar eigen groep Everything But the Girl had gedaan, en Nicolette, een zwarte zangeres die klinkt als een jaren-negentigversie van Billie Holiday.

Daddy G.: 'Al vanaf de Wild Bunch-tijd werken we met verschillende zangers en zangeressen. Het hele idee is gebaseerd op vrijwilligheid en vrijheid. Freedom. Daarom werken we ook niet met contracten. De muziek zelf moet de bindende factor zijn.'

De Bristol-sound blijkt inmiddels zo succesvol dat er overal hele en halve imitaties opduiken, terwijl voor de instrumentale underground-versie van dezelfde stijl al de naam trip hop is bedacht. 3 D, Mushroom en Daddy G. halen er hun schouders over op, Tricky vindt het een nietszeggende term: 'De media proberen alles in een hokje onder te brengen. Muziek is muziek.' Hij zegt verbaasd te zijn dat een leger navolgers de Bristol-sound begint te kopiëren: 'Ik kan me nog steeds nauwelijks voorstellen dat ze mijn muziek als voorbeeld zouden nemen. Maar ik kan er me niet druk over maken. Het is dom, dat wel. Wie alleen maar een ander imiteert doet zichzelf te kort. Zo gebruik je maar een klein deel van je mogelijkheden.'

Zelf noemt hij de omgeving waarin hij opgroeide als een belangrijke invloed op zijn muziek. 'Ik werd opgevoed door oude mensen, de eerste muziek die ik me kan herinneren is ook oud: Billie Holiday, die is me altijd bijgebleven.' Ook de desolate sfeer van nummers als Aftermath was geïnspireerd door jeugdherinneringen: 'Een song met de sfeer van verval, een oud gebouw dat langzaam in elkaar stort. Ik groeide op in een buurt die in de oorlog was platgegooid, en waarvan grote delen nooit meer werden opgebouwd. Het was een omgeving die je het gevoel gaf te moeten overleven, heel dierlijk, instinctief.'

Portishead maakt zondag zijn Nederlandse debuut in Paradiso in Amsterdam (uitverkocht).

Massive Attack geeft op 26 mei een concert tijdens het Drum Rhythm Festival, in de Beurs van Berlage in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden