In deze harde, blanke wereld bieden alleen de pillen troost

Witte pijn

Weggestopt in de woeste wereld van de Appalachen leven de armste blanken van Amerika. In mijndorpjes zonder toekomst. Waar de zelfmoordcijfers hoog zijn. En pillen de enige vorm van troost bieden.

Whitesville, West Virginia. Beeld Andrew Lichtenstein/Corbis

Op een onverharde weg bij een verlaten woonwagenkamp in het zuiden van West-Virginia schommelt een auto door de plassen en stopt naast een wagen die er al geparkeerd staat. Er stapt een magere vrouw uit, in een gescheurde spijkerbroek en een paars fleecejack dat te groot om haar schouders hangt. Ze opent de achterklep, hijst er een krat met flessen frisdrank uit en tilt die in de andere auto. Ze laadt nog een paar pakken over en mompelt dan even met de bestuurster van de andere wagen. Die stapt weer in, keert om en gaat ervandoor.

Het is geen grote deal, maar het is een deal. Zo kom je aan cash als je geen cash hebt, in deze contreien. Je krijgt aan het begin van de maand je voedselbonnen van de overheid, gaat naar een winkel, je koopt voor honderd dollar water of cola, verkoopt dat op een achterafweggetje voor een leuk prijsje en je hebt wat je wilt. Echt geld. Voor dingen die je met de bonnen niet kunt kopen.

De vrouw in de gescheurde spijkerbroek heet Sierra Kosela. Je zou haar 40 jaar geven. Ze is 28. Ze woont in Wharton, een dorpje hier verderop in Boone County, voorbij de verlaten kolenmijnen met treinen die roesten op rangeerterreinen. Eigenlijk komt ze uit South Carolina, zegt ze, maar ze dacht hier het geluk te vinden. In plaats daarvan vond ze pijnstillers. De belofte van een voortdurende roes. 'Ik wou dat ik hier nooit naartoe verhuisd was', zegt ze. 'Er is hier niets. Behalve die pillen.'

Sierra Kosela. Beeld Michael Persson

Afgelopen najaar stonden in het wetenschappelijke tijdschrift New England Journal of Medicine opmerkelijke statistieken. Twee economen, Anne Case en Nobelprijswinnaar Angus Deaton, hadden de sterftecijfers van Amerika bekeken, en daarin iets merkwaardigs ontdekt. Blanken tussen de 45 en de 54 jaar gaan in de VS veel eerder dood dan in anderen landen. Maar niet alle blanken - achtergebleven blanken. Om precies te zijn: de sterftecijfers van blanke Amerikanen die niet verder zijn gekomen dan de middelbare school, zijn rond hun 50ste vier keer zo hoog als die van Amerikanen die naar de universiteit zijn geweest.

Laagopgeleide, blanke Amerikanen: die leven en sterven hier, in de Appalachen, de oude bergketen die zich uitstrekt van Alabama tot Pennsylvania. Ze wonen in valleien waar de zon vroeg ondergaat, in stacaravans met zuidelijke vlaggen en bergen troep op de veranda's. Hillbilly's, worden de bewoners ook wel genoemd. Wit afval. Sierra Kosela is een van hen.

Ze laat een fotootje zien van haar zoontje van 3: hij is de reden dat ze nu van de pillen probeert af te komen. 'Als hij er niet was geweest...'

Whitesville / Clear Creek

het zijn de wingewesten van Amerika. In veel valleien lopen nog roestige spoorlijntjes, of zie je pilaren van ingestorte bruggen, de infrastructuur van de exploitatie. De bergen waren brandstof. De bossen op de hellingen zijn doorzichtig, en bestaan uit spichtige populierensprieten - de dikke dennen die je in rijkere delen van het land ziet, zijn hier allang gekapt. Sommige bergtoppen zijn verdwenen vanwege de steenkool die erin zat.

Mensen lijken bijzaak. Voorbij het dorpje Whitesville staat een monument met de silhouetten van de 29 mijnwerkers die zes jaar geleden stierven door een ontploffing - de grootste mijnramp in de VS in veertig jaar. Don Blankenship, de baas van mijnbouwbedrijf Massey, werd in december schuldig bevonden aan nalatigheid. Hij had methaanmetertjes uitgezet. Veiligheidsvoorschriften waren een kostenpost.

Alle rampen gebeuren hier tegelijk, zegt Sonya Basham , achter de toonbank van Butch's Store, de enige winkel van Clear Creek, een van de laatste mijnwerkersdorpjes in het gebied. 'Het is het einde der tijden.' De schappen in de winkel zijn lang en leeg. Alleen chips en cola en de tabak worden nog aangevuld, zegt Basham. 'De winkel loopt op z'n eind. Wij lopen op ons eind.'

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Veel valleien in West Virginia dragen de sporen van de mijnbouw: roestige rails en verlaten bouwplaatsen. Beeld Matt Eich/Luceo Images
Monument voor de 29 mijnwerkers die in 2010 in Whitesville stierven. Beeld Stephen Crowley/The New York Times

Clear Creek ligt in een vallei tussen een paar mijnen die nog in bedrijf zijn. Buiten denderen de vrachtwagens voorbij, volgeladen met de laatste steenkool. Af en toe parkeert er een pick-uptruck voor de deur en stapt er een mijnwerker in een oranje overall de winkel in, voor een pakje sigaretten. De zorgen zijn nabij. Bashams man, broer en zoon werken nog in de half afgegraven Workman's Creek, hier even verderop, maar het kan elke dag afgelopen zijn. 'Je weet gewoon niet of je morgen nog een baan hebt', zegt Basham. 'En wat moet je dan? Elke dag vertrekken er mensen.'

Het is lastig houvast te vinden, hier in West-Virginia. De bedreigingen komen van alle kanten. Van de mijnbouwbedrijven, van de pijnstillers, van Obama, die de steenkool als grootste vijand van het klimaat ziet, van de buitenlanders, die voor 6 of 7 dollar het werk willen doen waar Amerikanen 20 dollar voor kregen. Het neefje van Sonya Basham werd doodgereden door dronken Mexicanen die aan het racen waren op de weg door de vallei.

Het is hier, in deze harde blanke wereld, dat je overal de naam Trump hoort vallen. Veel van de mannen en hun vrouwen stemden hier acht jaar geleden nog op Obama - he talked the talk, zegt Basham. Maar ze voelen zich verraden. Obama zou voor werk zorgen, maar ze zien er niets van. 'Obama wil alle kolencentrales dicht hebben. Dan gaan de mijnen ook dicht. Iedereen haat hem hier', zegt Kelly Wreston, een gepensioneerde mijnwerker die is binnengestapt. 'Ik ga op Trump stemmen. Hij zegt het zoals het is.'

Sonya Basham, werkneemster bij Butch's Store. Beeld Michael Persson

Zelfs Obamacare, toch een vangnet bedoeld voor mensen zoals hier, wordt gewantrouwd. 'Te veel zorg is slecht', zegt Robin Taylor, die ook wat aan de toonbank hangt. 'Daardoor stoppen mensen met werken. En kunnen ze de drugs betalen. Sommige verslaafden nemen baby's zodat ze meer voedselbonnen krijgen.'

Er stapt een broodmagere jongen binnen, met bleke ingevallen wangen, met zes energiedrankjes gaat hij naar buiten. 'Dat is er eentje', fluistert Taylor. Een spuiter, gebaart ze - dat kan ook met verpulverde pijnstillers. 'Gaat met de verkeerde vrienden om. Dat kan nooit goed gaan.'

Morgantown

Oxycodon heet de werkzame stof in de pijnstillers en het heeft dezelfde structuur als heroïne, zegt John Temple. Hij is universitair docent aan de Universiteit van West-Virginia in het plaatsje Morgantown, en schreef er een boek over. 'Het verschil is dat heroïne illegaal uit Colombia wordt gesmokkeld en dat oxycodon door een beursgenoteerd bedrijf werd verspreid.'

Purdue Pharma was de boosdoener. Het bedrijf had een pijnstiller ontwikkeld, OxyContin, die deze opiumachtige stof na het inslikken zeer geleidelijk prijsgaf. Daardoor zou hij niet verslavend zijn, beweerde het bedrijf.

Het zette de pil agressief in de markt. Purdue mikte in het bijzonder op de oude kolenstreken in de Appalachen en stuurde artsenbezoekers op de dorpsdokters in West-Virginia af, aldus Temple. 'Er was veel fysieke arbeid in de mijnen, er was veel onduidelijke pijn, er was armoede. En wat wist zo'n kolendokter nou? Zo ontstond de pillencultuur.'

En zo werd dit gebied een van epicentra van een Amerikaanse epidemie. Geen ebola of SARS of ander gevaar waarvoor het land de grenzen sluit - nee, een epidemie van binnenuit, een epidemie die door Amerika zelf is gecreëerd. Pillenmolens werden de genereuze apotheken genoemd waar malafide artsen de pijnstillers aan iedereen voorschreven die met een vage klacht kwam aanzetten. Vooral Florida liet het z'n gang gaan: de lijnvlucht tussen Huntington in West Virginia en Fort Lauderdale in Florida werd de OxyContin Express genoemd. De pillendraaiers van Purdue maakten overuren.

Nu treden de autoriteiten erwel tegen op, maar het kwaad is geschied. Ruim vijf miljoen Amerikanen zijn aan pijnstillers verslaafd. 'Er zijn nu niet zo veel pillenmolens meer', zegt Temple. 'Maar artsen staan onder zware druk de pijnstillers te blijven leveren. Anders krijgen ze een negatieve recensie op Yelp. We zijn er nog lang niet van af.'

Voor veel blanke Amerikanen was oxycodon het opstapje naar heroïne. In sommige delen van de Appalachen komen meer mensen om het leven door overdoses dan door auto-ongelukken.

Madison

Madison, hoofdstad van Boone County, is een levenloos stadje. Je zou er een cafeetje verwachten, een gezellig familiehotel - maar de enige keet met een uitnodigend uithangbord herbergt drie vrouwen die wezenloos rokend achter de gokkasten hangen.

Er is één gebouw waar Madisons energie zich samenbalt: de rechtbank, een statig gebouw op een goed gemaaid gazon, met een wapperende Amerikaanse vlag en een kwieke vrouwelijke klerk, Sue Ann Zickefoose, die een grote kast met dossiermappen opent.

Daar gebeurt het.

Beeld de Volkskrant

Deze rechtbank, in dit stadje van niks tussen mensen die niks meer voorstellen, gaat het opnemen tegen de farmaceutische industrie - de wegbereiders van de dood hier in Boone County. Lees die eerste zinnen op de aanklacht: 'De staat daagt in deze zaak de partijen die in belangrijke mate hebben bijgedragen aan en in belangrijke mate hebben geprofiteerd van de pillenverslaving in West-Virginia.'

Er volgen wat getalsmatige observaties. Dat het aantal doden door pijnstilleroverdoses sinds begin deze eeuw is verviervoudigd. Dat West-Virginia de meest gemedicaliseerde staat van Amerika is. Dat het de staat is met de meeste pijnstillerdoden. Dat er op sommige plekken jaarlijks door medicijnen 97,3 doden per 100 duizend inwoners vallen. Dat één apotheek in het minuscule plaatsje Kermit, een plaatsje met driehonderd inwoners, in 2006 van de pillengroothandels 3.194.400 doses ontving - zo'n tienduizend pillen per inwoner. De apotheek schreef één recept per minuut uit en de toeleveranciers vonden het prima. De apotheek was daarmee een belangrijke doorvoerhaven van de pijnstillers naar zuidelijk West-Virginia.

En dan volgt er een lijst van veertien farmaceutische groothandels, de leveranciers van het spul. Er zitten beursgenoteerde bedrijven bij zoals AmerisourceBergen en Cardinal Health, de twee grootste groothandels van Amerika (Purdue betaalde eerder, in buurstaat Virginia, al een boete van 634 miljoen dollar). Ze worden aangeklaagd voor onder meer handel in verdovende middelen, onachtzaamheid, het creëren van een publiek probleem, kartelvorming en 'onterechte verrijking'.

Tekst loopt door onder de afbeelding.

De rechtbank van Madison. Beeld Michael Persson
Whitesville is een van de voormalige mijnwerkersdorpjes in West Virginia. Er wonen zo'n 500 mensen, eenderde van hen leeft onder de armoedegrens. Beeld Andrew Lichtenstein/Corbis

Lobbyist

De rechtszaak is begonnen in 2012. Helaas is de klad er een beetje ingekomen, zegt Zickefoose. Grote aanjager van de zaak was de openbare aanklager van West-Virginia, Darrell McGraw. Maar de functie van openbaar aanklager is in Amerika een gekozen functie, en McGraw verloor eind 2012 de verkiezingen van een man die nog niet zo lang in West-Virginia woonde: Patrick Morrisey.

Morrisey had een vrouw die als lobbyist in Washington werkte. Een van haar belangrijkste broodheren: medicijnenleverancier Cardinal Health. Ze kreeg de afgelopen jaren 1,5 miljoen dollar van het bedrijf. Morrisey zelf kreeg 4.000 dollar van Cardinal Health voor zijn verkiezingscampagne tegen McGraw. Nadat hij had gewonnen, kreeg hij nog eens 2.000 dollar voor zijn overwinningsfeestje.

Morrisey, die niet wil reageren op de aantijgingen, heeft als openbaar aanklager onder meer geprobeerd de aanklacht te verleggen van de grote farmaceutische leveranciers zoals Cardinal Health naar de kleine apotheken in de dorpjes, om zo de druk op de grote bedrijven weg te nemen.

Ach ja, die pillen, zegt dokter James Stollings, die in een groen schort met opgestroopte mouwen uit een operatiekamer van het Boone Memorial Hospital in Madison komt lopen. 'We zijn overspoeld door die troep.' Stollings, zelf zoon van de streek, heeft het de laatste jaren veel drukker gekregen, zegt hij. 'Jonge mensen, mensen van onder de 30 zelfs. Overdoses, zelfmoorden. Steenkool stort in, de mensen storten in. Het zal nog slechter worden.' De dokter is niet de enige die de statistieken over de dalende witte levensverwachting in zijn praktijk terugziet. In Whitesville, even verderop, waar jongens van 13, 14 op hun quads rondhangen en pruimtabak uitspugen, waar de geluiden van hun boerende vriendinnetjes weerkaatsen in de lege straat, staan veel pick-uptrucks geparkeerd bij de lokale uitvaartonderneming. Het is treurig, zegt Mike, de uitbater van Whitesville Funeral Home. 'We zien een toename van het aantal doden van middelbare leeftijd. Ze hangen zich op, ze schieten zich dood, ze spuiten of slikken een overdosis. Veel vaker dan vroeger.'

Het is de economie, zegt hij. Niet alleen Boone County heeft eronder te lijden. Overal in het zuiden van West-Virginia, in het westen van Kentucky en in delen van Tennessee en Ohio gaat het slecht. 'Ik ben de enige met wie het goed gaat.'

Beeld de Volkskrant

(Witte) drugsdoden keren terug in verkiezingsstrijd

In 2014 viel er een recordaantal van 47 duizend doden door drugsoverdoses in Amerika, waarvan 61procent door pijnstillers. Het aantal doden door auto-ongelukken bedroeg 32 duizend.

Het verslavingsprobleem is zo groot, dat zelfs Republikeinse presidentskandidaten er last van hebben. En erover durven te praten. Jeb Bush sprak uitgebreid over de drugsverslaving van zijn dochter Noelle. Carly Fiorina had het over het verlies van haar 35-jarige stiefdochter aan 'de demonen van verslaving'. En Chris Christie hield een emotioneel verhaal over een studievriend die stierf aan een overdosis pijnstillers.

Dat is wel eens anders geweest. Toen president Ronald Reagan in de jaren tachtig de oorlog verklaarde aan de drugs, verklaarde hij ook de oorlog aan de drugsgebruikers. 'Zeg gewoon nee', was zijn mantra - wie ja zei, was een crimineel. Democraat Bill Clinton ging daar volledig in mee, met zijn strenge criminaliteitswet uit 1994. Resultaat: overvolle gevangenissen en nauwelijks verslavingszorg.

Nu pleiten zelfs Republikeinen voor een zachtere hand. Niet-gewelddadige drugsgebruikers hebben volgens Bush en anderen geen straf maar zorg nodig, die via speciale 'drugsrechtbanken' moet worden opgelegd (hoe die zorg betaald gaat worden, is een vraag die de meeste Republikeinen uit de weg gaan).

De zachtere hand komt doordat het probleem dichterbij is gekomen, schrijft journalist Sam Quinones in zijn boek Dreamland. De verslaafden van vroeger waren zwarte crackverslaafden in de binnensteden. De verslaafden van nu zijn witte pillen- en heroïneverslaafden in de voorsteden en op het platteland. De 'gentrificatie van verslaving', aldus presidentskandidaat John Kasich een paar weken geleden. 'Soms vraag ik me af hoe Afro-Amerikanen zich moeten hebben gevoeld toen drugs hun gemeenschap overspoelden en niemand keek.'

In de witte staat New Hampshire, met 1,3 miljoen inwoners, vielen in 2014 385 doden door overdoses. In Nederland, met twaalf keer zo veel inwoners, vallen er jaarlijks rond de honderd. Over twee weken worden er voorverkiezingen gehouden. Drugs zijn weer politiek geworden.

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.