In depressieve Plinius Pinguïn een zelfportret zien

Geïnspireerd door een Boudewijn Büch-veiling haalde Arjan Peters diens kinder roman weer tevoorschijn, en zag in de depressieve pinguïn een zelfportret.

Een jubileum waar niemand bij stil staat, verdient die naam misschien niet. Een herdenking met één deelnemer, dat klinkt niet koosjer. Toch grijp ik de gelegenheid, omdat het kinderboek dat precies 25 jaar geleden verscheen, met elke verhuizing mee mocht: Plinius Pinguïn (1990) van Boudewijn Büch (1948-2002), met tekeningen van Pauline Drost. Vorige week was er op Catawiki een online-veiling met handschriften en eerste drukken van de verzamelaar, reiziger, schrijver en programmamaker Büch. Onder de parafernalia ook twee ingelijste fineliner-tekeningetjes van Drost: inderdaad fijn en vrolijk.

Zodoende kwam Plinius weer uit mijn kast, een opgewekt verteld avonturenverhaal over een pinguïn die al op zijn derde depressief is. Van Het Eiland Teleurstelling op de Zuidpool waar hij woont (vermoedelijk gemodelleerd naar Deception Island, waar men de ketels van de walvistraankokerij stookt met dode pinguïns), wordt hij door een aantal wetenschappers meegevoerd naar Nederland, waar het een paradijs zou zijn.

Pretpalijs Pinguïn

In Amsterdam bezoekt Plinius echter het café dat Pretpaleis Pinguïn heet: 'Die naam zegt al genoeg. Daar maken ze alleen maar pret. En hele verkeerde pret. Er wordt gedronken, gegokt, en er gebeurt nog veel meer vreselijks.' Een lelijke tegenvaller. Dan kan Plinius nog beter op de Zuidpool eenzaam zijn. Na een goed gesprek met zenuwarts Valentijn Vetgans wordt uiteindelijk aldus besloten.

Over een jaar verschijnt de Büch-biografie van Eva Rovers. Dan weet ik of mijn vermoeden juist is dat ook Plinius Pinguïn bij Büchs autobiografische werk hoort.

Het zou me niet verbazen als hij in 2000 nog de Aleksandr Poesjkin-biografie De buurman van God van Arie van der Ent heeft gelezen, met daarin het volgende versje uit 1825, een aansporing om bij elke droeve dag te denken aan de blijde die vast gaat komen: 'In de toekomst leven wij,/ Want het heden is zo treurig:/ Het is vluchtig, gaat voorbij;/ Wat voorbij is, wordt rooskleurig.'

Gelijk geluk

Wat de grote Rus niet kon bevroeden, was dat hij zelf ook vlug voorbij ging, en reeds vóór zijn 38ste zou sterven na een fataal verlopen duel. Zijn naleven is wel rooskleurig te noemen, want we blijven hem lezen en vertalen. Van der Ent komt na vijftien jaar met een nieuwe vertaling van het versje, opgenomen in zijn compacte bloemlezing Gelijk geluk - Pushkin revisited (Zwarte Berk-reeks, uitgeverij Douane; euro 12,50).

Bij nader inzien luiden voornoemde regels zo: ''t Hart, dat leeft in wat gaat komen;/ 't Heden doet alleen maar pijn:/ 't Duurt maar even, 't gaat weer over -/ al wat over is, wordt fijn.'

Rooskleurig is fijn geworden, Pushkin is hipper dan Poesjkin. De portee is gelijk gebleven. Het komt goed, nadat alles over en voorbij is. Gedichten zijn soms lieve leugens.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden