In Deadwood is ‘dor hout’ tot beleid verheven

Ze stemmen Republikeins, geloven in Trump en trekken zich niks aan van corona. Maar het virus trekt zijn eigen plan. In de uitgestrekte Midwest van de Verenigde Staten loopt het aantal besmettingen razendsnel op. ‘Dat je zegt dat het dragen van een mondkapje hetzelfde is als wat de Joden doormaakten die door de nazi’s werden vermoord is totale waanzin. Maar dit is waar we zijn.’

Deadwood, South Dakota

Als ergens het leven is doorgegaan, en het sterven des te harder, dan is het in South Dakota, een van de staten in het oude Wilde Westen van Amerika, waar de gouverneur het afgelopen jaar vond dat het coronavirus het best kon worden bestreden met optimisme.

Hier geen mensen met mondkapjes op straat, zoals in New York en Detroit en andere steden die al vroeg hard werden getroffen. Hier geen restaurants waar je je maaltijd moet afhalen, of voor de deur moet opeten op een geïmproviseerd terras met handschoenen aan. Hier spelen ze gewoon biljarttoernooitjes in de kroeg, naast elkaar wachtend op hun beurt, met de keu tussen de knieën, en gaan ze alleen naar buiten om te roken. We hebben het allemaal al gehad, zeggen ze, en dan spelen ze weer door.

In de Verenigde Staten valt er elke halve minuut een coronadode – ruim drieduizend per dag, elke dag een 9/11. Nadat de slachtoffers dit voorjaar vooral in dichtbevolkte steden vielen en daarna in het zuiden van het land, vallen ze dit najaar in groten getale op de uitgestrekte vlakten van het westen, waar de mensen zich beter leken te kunnen verweren omdat ze elkaar niet in flatgebouwen of metro’s tegenkwamen, en bovendien gewaarschuwd leken te zijn. Maar die waarschuwingen sloegen ze in de wind.

Of, zoals gouverneur Kristi Noem het in augustus zei: aangezien vooral ouderen en mensen met onderliggende aandoeningen kwetsbaar zijn, ‘betekent dat dat 95 procent van de bevolking geen risico loopt serieus ziek te worden’.

Zo werd het Nederlandse ‘dor hout’-argument hier tot officieel beleid verklaard. Noem weigerde de afgelopen maanden winkels te sluiten en mensen thuis te houden en ging voorop in de strijd tegen het mondkapje – ze heeft al gezegd zich te verzetten tegen een door aankomend president Joe Biden aangekondigde verplichting. ‘Mensen die een mondkapje willen dragen zijn vrij dat te doen en mensen die geen mondkapje willen dragen moeten ook niet gedwongen worden dat te doen.’

En dus steeg het aantal gevallen vorige maand razendsnel. Inmiddels is één op de tien inwoners van de staat positief getest. Er zijn bijna veertienhonderd doden gevallen, in een staat met achthonderdduizend inwoners, een aantal dat naar verhouding in de buurt komt van het aantal doden in New York. En toch, zegt Randy Sigel (66), inwoner van het plaatsje Deadwood, in het westen van de staat, is de ziekte ‘zwaar overdreven’.

Hij loopt door de hoofdstraat, in het stadje dat werd gesticht door goudzoekers en nu leeft van casino’s, en wuift de zorgen weg. ‘Mijn zoon heeft het gehad, mijn vrouw heeft het gehad. Het is een zware griep. We hadden hier laatst iemand die was omgekomen bij een auto-ongeluk. Daar stelden ze achteraf corona vast. Die tellen ze dus ook mee. Covid is echt, maar het is ook nepperij.’

- Beeld -
-Beeld -

Hier, waar Republikeinse stemmers in de overgrote meerderheid zijn (Trump won South Dakota met 62 procent van de stemmen) en waar je op diverse plekken je kettingzaag kunt laten repareren, word je schamper aangekeken als je wel een mondkapje draagt. Het geloof in alles wat de president en zijn medestanders zeggen, zit diep – het gesprek vloeit van de ‘covid-hoax’ vanzelf over in de verkiezingsfraude. ‘Het is nog niet voorbij’, zegt Sigel, met vriendelijke ogen boven een bedaarde snor. ‘Wacht maar tot 6 januari, dan stemt het Congres alsnog voor Trump. Dan breekt de hel los. En dan komt de staat van beleg. We laten geen rellen meer toe in dit land.’

Verderop spuit Joanie Mortenson, met mondkapje, met een zucht de schermpjes van de fruitautomaten schoon. ‘Ik vind het niet best hoe de gouverneur bagatelliseerde hoe ziek we eigenlijk zijn’, zegt ze. ‘Het gaat geweldig!, zei ze. We doen het fantastisch! Dan denk ik: echt, mensen? We hebben het op één na hoogste dodencijfer van het land. De gouverneur schuilt lekker onder de vleugels van de president, ze is met haar lankmoedigheid zelfs een landelijke Republikeinse beroemdheid geworden. Maar intussen blijven er mensen doodgaan.’

In het Silverado casino zit burgemeester David Ruth achter een van zijn roulettetafels. Hij is zelf een Republikein, maar voor burgemeesters is die partijbinding niet zo sterk, zegt hij. ‘We proberen gewoon het juiste te doen.’

Maar dat juiste doen, dat werd juist zo lastig. ‘Doordat de maatregelen zo’n politieke kleur kregen, werd het moeilijk ze te verplichten’, zegt hij. ‘Neem die mondkapjes. Het was duidelijk dat die werkten. En we hebben hier maar elf ziekenhuisbedden. Maar het zou hier bijzonder onpopulair zijn een verplichting op te leggen, en de gouverneur zou dat waarschijnlijk voor de rechter hebben gebracht. Dus hebben we de mondkapjesverplichting maar beperkt tot overheidsgebouwen. Om het goede voorbeeld te geven.’

Natuurlijk vielen de doden. Robert Sliper, een marineveteraan en mijnbouwer, werd begin november ziek, net als honderden anderen in de regio. Hij was een fan van gouverneur Noem, die gewoon bleef zeggen dat ze de pandemie onder controle had – terwijl ze het land rondvloog op campagne voor Donald Trump, en misschien ook een beetje op campagne voor zichzelf, met het oog op 2024. Haar volksgezondheidsfunctionaris zei op 10 november dat nog steeds eenderde van de intensivecarebedden in de staat beschikbaar waren.

Dat was de dag dat Sliper op een brancard in een vliegtuigje werd geladen om naar een ziekenhuis in Colorado te worden gevlogen, vijfhonderd kilometer verderop. Het was de laatste keer dat zijn familie hem levend zag. Toen hij terugkwam was het om begraven te worden.

‘Hij hield van deze staat, maar op het einde had zijn geliefde staat geen plek meer voor hem’, schreef zijn zoon Mike in een open brief aan de gouverneur. ‘U heeft een stem verloren. Ik denk dat dat niet had hoeven gebeuren. Hij geloofde in u. Hij luisterde naar u. Ik was trots op South Dakota. Nu niet echt meer.’

‘Dit is een kleine plaats, elke dode is persoonlijk’, zegt burgemeester Ruth. ‘Dat is wat dit zo moeilijk maakt. De slachtoffers zijn voor mij geen nummers.’ Had de overheid meer moeten doen? Hij denkt even na. ‘Het is moeilijk de regering of de staat de schuld te geven’, zegt hij. ‘Maar ik denk dat de historici het erover eens zullen zijn dat het al zou helpen als onze leiders in zulke situaties meer op de volksgezondheid zouden letten en het goede voorbeeld zouden geven.’

Het vaccin, daar heeft hij nu zijn hoop op gevestigd. De eerste doses zijn ook in South Dakota gearriveerd, en worden met Cessna’s van de Civil Air Patrol tot in de kleinste dorpjes gebracht. ‘Het voelt alsof we de bocht om zijn. Maar we weten nog niet of de logistiek ook werkt voor de grote groepen die het vaccin moeten krijgen.’

--

Vlak bij Deadwood ligt het plaatsje Sturgis, waar in augustus een grote motorrally werd gehouden, een gebeurtenis die nu als superspreader wordt gezien. Er werd vooraf over gestemd door de inwoners: 60 procent van de bevolking stemde tegen. ‘Maar de gemeenteraad liet het toch doorgaan’, zegt Virginia, een oudere dame die er over de stoep loopt. ‘Omdat ze de bezoekers toch niet konden tegenhouden, zeiden ze.’ De moeder van een vriendin is eraan overleden. Lisa, in de koffiebar van een plaatselijk hotel, zegt dat ze zelf ziek is geweest, dat haar broer in het ziekenhuis heeft gelegen, dat de verloofde van haar zoon het heeft gehad. ‘Het was de prijs die we hebben betaald om de economie open te houden.’

Ook in Rapid City, de grootste plaats uit de buurt, durfden de autoriteiten geen maatregelen te nemen, na dreigementen aan het adres van gemeenteraadsleden. Zelfs een soort gedoogbeleid (er was een mondkapjesplicht, maar je hoefde je er niet aan te houden) was te veel voor sommige radicale inwoners van het plaatsje. ‘Zeggen dat ik teleurgesteld ben is zacht uitgedrukt’, zegt burgemeester Steve Allender. ‘Dat je zegt dat het dragen van een mondkapje hetzelfde is als wat de Joden doormaakten die door de nazi’s werden vermoord is totale waanzin. Maar dit is waar we zijn.’

Sommige inwoners van South Dakota doen wat ze kunnen. Bij het ziekenhuis van Rapid City komen twee mannen met een cowboyhoed en cowboylaarzen vleessnacks brengen en waardebonnen waarmee het verplegend personeel vlees kan kopen. ‘Eiwitten, erg belangrijk om op de been te blijven!’, zegt Gary Deering, directeur van de ranchersvereniging van South Dakota. ‘Dit is onze manier om dank je wel te zeggen. Die mensen zijn echt aan het eind van hun latijn.’

En er waren ook leiders die wel doorhadden hoe erg het kon worden: die van de oorspronkelijke bewoners van deze contreien, de Oglala Sioux. Amerikaanse indianen weten wat ziektes met hen kunnen doen. Bij de ingang van het reservaat op de barre vlakte (ze zijn uit de nabijgelegen heuvels verjaagd door kolonisten die op zoek waren naar goud en daar vervolgens vier presidentenkoppen in hebben uitgehakt) hebben ze een checkpoint neergezet met een slagboom, om ziektebrengers te weren.

Toch heeft het virus ook hier huisgehouden. ‘Na de eerste lockdown waarin we de aantallen laag konden houden, dacht iedereen dat we veilig waren’, zegt Cindy Giago, de chefstaf van de stam, die de covidrespons coördineert. ‘Dus toen deed iedereen weer zijn eigen ding, we gingen naar bruiloften en begrafenissen buiten het reservaat, en het aantal gevallen steeg tot boven de vijfhonderd. We hebben maar acht bedden in ons ziekenhuis. We zijn veel mensen kwijtgeraakt, vooral ouderen. We zijn veel mensen kwijtgeraakt die onze taal nog vloeiend spraken.’

Er zijn 55 leden van de stam gestorven, één op de driehonderd – naar verhouding twee keer zo veel als buiten het reservaat. Woensdag wordt Tom Poor Bear begraven, de voormalige vicepresident van de stam, een belangrijke activist in de Amerikaans-Indiaanse beweging.

Nu hebben ze weer strenge maatregelen genomen. Restaurants zijn dicht, mondkapjes verplicht, de casino’s en scholen zijn gesloten. De kinderen kijken jaloers naar de rest van de staat – highschools van buiten het reservaat omdat ze daar wél gewoon kunnen doorgaan met sporten, en waar alleen de besten uit het reservaat aan mee kunnen doen, als ze zijn weggekaapt. Gouverneur Kristi Noem heeft een rechtszaak aangekondigd om de checkpoints op te heffen: vrij baan voor de brengers van ziektekiemen van buiten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden