100 jaar de Volkskrant

In de zomer van 1967 kon je maar beter zonder voorbehoud achter Israël staan

De voorpagina van de Volkskrant van 8 juni, 1967. Beeld
De voorpagina van de Volkskrant van 8 juni, 1967.

Complex was het Israëlisch-Palestijnse conflict ook in 1967 al. De Volkskrant-redacteur die het nog eens historisch ontleedde, ging terug naar de tijd van Abraham, Isaak en Jacob – waarbij hij bij de lezers nog enige kennis van Genesis 17:8 veronderstelde. Maar de Nederlandse stellingname na het uitbreken van de Zesdaagse Oorlog, van 5 tot en met 10 juni, was allesbehalve complex: ‘we’ stonden zonder voorbehoud achter Israël. Een motie van die strekking werd de eerste dag van de oorlog, die werd ingeluid door een vernietigende aanval van Israël op de Egyptische luchtmacht, door alle in de Tweede Kamer vertegenwoordigde partijen aangenomen – inclusief de communistische CPN en de pacifistische PSP. ­Alleen de Boerenpartij had het gewaagd om tegen deze consensus in te gaan, uit beduchtheid voor de uitzending van Nederlandse dienstplichtigen naar het strijdtoneel. Deze stellingname zou aanzienlijk aan de electorale onttakeling van de partij hebben bijgedragen.

De Volkskrant liet er noch in de commentaren, noch in de verslaggeving van de oorlog twijfel over bestaan onderdeel te zijn van die consensus. De commentator stelde vast dat bij de behandeling van de voornoemde motie het woord ‘neutraliteit’ gelukkig niet was gebezigd. En hij herhaalde het mantra van die dagen: dat Israël tegen een Arabische overmacht voor een rechtvaardige zaak vocht – namelijk zijn voortbestaan. Dat het met zijn preventieve aanval slechts had willen verhinderen zelf het doelwit van agressie te worden. En dat Israël ongetwijfeld in een rechtvaardige vrede, onder auspiciën van de VN, was geïnteresseerd als de nagestreefde krijgsdoelen waren bereikt.

Verslaggever Hans Benedict was getuige van de inname van Gaza door het Israëlische leger – een van de weinige gelegenheden waarbij deze dagen aan het lot van de Palestijnen werd gerefereerd. ‘We sneden ze aan plakjes, net als koek’, citeerde hij een grinnikende luitenant. ‘‘Kijk eens naar die arme drommels. Ze hebben niet eens behoorlijke schoenen aan.’ De officier wees op een rijtje dode Arabieren met tennisschoenen aan, die achter het prikkeldraad van een waterpompstation lagen.’

Met een duidelijk welgevallen werden de initiatieven beschreven waarmee Nederland zijn pro-Israëlische gezindheid uitdroeg. In Amsterdam hadden zich de eerste oorlogsdag al 1.400 bloeddonoren gemeld – sommigen al voordat de oproep van het Rode Kruis was uitgegaan. De Stichting van de Arbeid riep werknemers op om enkele uurlonen aan Israël af te staan. Particuliere schenkingen aan Israël bleven fiscaal onbelast. ‘Artiesten van naam’, onder wie Ramses Shaffy en Boudewijn de Groot, werkten belangeloos mee aan een benefietconcert voor Israël.

De enige kanttekeningen bij het hosanna voor Israël ­waren afkomstig van lezers. Een van hen verweet de media hun eenzijdigheid en hun miskenning van het leed van ‘de Arabieren’. Een andere lezer had er begrip voor dat Arabische staten in actie kwamen tegen Israël, dat als voorpost van ‘het imperialistische kapitalisme’ in de regio fungeerde. Zelfs bij de commentator van de Volkskrant wekte de wapenstilstand op de zesde dag van de oorlog gemengde gevoelens: van zo’n eclatante zege zou op Israël geen aanmoediging uitgaan om aan de onderhandelingstafel tot een vergelijk met zijn vijanden te komen.

In een wekelijkse serie kijken we terug op hoe de Volkskrant de afgelopen 100 jaar verslag deed van historische gebeurtenissen. Reageren? 100jaar@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden