In de wolken

De 'echte' hippies werd het te druk in Manali en zitten nu een vallei verderop. Het Indiase bergdorp verkeert in de greep van het rugzaktoerisme....

Ah, gelukkig, het gaat regenen, daar word ik altijd vrolijk van. Echt waar, het geluid van de druppels geeft me rust, maakt me vredig van binnen.' Mika is een van de weinige toeristen die er zo over denken. Het terras in Oud- Manali stroomt leeg, terwijl de regen klettert op het plastic zeil dat boven de tafels is gespannen. Jongens met rastahaar stappen haastig op hun gehuurde Enfield - een Indiase motor naar oud Brits model - en meisjes met kleurige shirts en opzichtige sieraden springen achterop.

De rust in Manali, een dorp aan de voet van de Indiase Himalaya, wordt al jaren verstoord door ronkende motoren. Manali was vanouds een geliefd vakantieoord voor Indiase jonggehuwden, maar sinds de rugzakkers het dorp in de jaren tachtig ontdekten, heeft het zich in rap tempo ontwikkeld tot een Lloret de Mar op grote hoogte.

'Tot ik een jaar of 14 was, had ik nog nooit een metalen dak gezien', zegt de 30-jarige Mandi. 'We woonden in huizen die we bouwden van modder, mest en keien. De daken werden gemaakt van stro of platte stenen. Iedereen werkte op het land of hoedde zijn vee. Beneden, in Nieuw-Manali, waren wel een paar winkels, maar daar kochten we bijna nooit iets.'

De deling tussen Oud- en Nieuw-Manali bestaat nog steeds. Beneden wringen toeterende bussen, auto's en riksja's zich tussen de toeristen, die slenteren langs de in fantasieloze betonblokken ondergebrachte winkels. Boven op de berg zijn nog de huizen te vinden zoals Mandi die kent uit zijn jeugd. Vrouwen in klederdracht sjouwen er hun zware last in rieten manden op hun rug naar de stallen. Koeien en kippen scharrelen overal rond en kinderen stappen op blote voeten door de modder.

Tussen deze tegenpolen is iets nieuws verschenen. Halverwege de berg ligt een toeristenenclave waar de technomuziek het geluid van de bulderende rivier overstemt. Schaarsgeklede dames met ringetjes door neus, wenkbrauw en navel flirten met jongemannen die hun haar al minstens een half jaar niet hebben gewassen en vol trots hun laatste aanwinst laten zien. 'Kijk eens naar de steen in deze ring. Dat is een rainbow obsidian, minstens 1,4 miljard jaar oud. Ouder dan alle andere stenen op aarde en heel krachtig. Je moet er niet te lang in kijken hoor, want daar word je onrustig van.'

Veel toeristen komen hier om flink te blowen en tussen de bedrijven door zichzelf te vinden. De 'echte' hippies zijn de drukte inmiddels ontvlucht en zitten nu een vallei verderop, waar het massatoerisme nog niet heeft toegeslagen. Wie zich op korte termijn wil wentelen in de Indiase mystiek, wordt in Manali op zijn wenken bediend. Op de prikborden bij de internetcafés worden cursussen handlezen, ayurvedische massage en bevrijdend trommelen aangeboden. De flarden van gesprekken die je opvangt, gaan over genezende stenen, Johannes de Doper of de goeroe die een vriend van een vriend onlangs is tegengekomen.

Mika is ook zo'n figuur: een spontane meid die me op straat aanschiet om een praatje te maken. Ze vertelt dat ze oorspronkelijk uit Vermont komt, dat haar ouders naar Israël emigreerden en dat zij hen zo miste, dat ze achter hen aan is gegaan. 'En nu heb ik een goedlopend restaurant in Haifa. Dat is zó druk, dat ik echt even toe was aan vakantie.' Plotseling verandert haar stem van toon en vertelt ze over de twelve tribes, een sekte waarvan ze lid is geweest 'en die me elke dag e-mailt of ik niet terug wil komen'. Dat overweegt ze serieus, 'want je kunt je niet voorstellen hoeveel liefde ik bij hen heb gevonden. We wonen in hetzelfde huis, werken samen, dragen dezelfde kleding en eten zelf verbouwd voedsel. En we staan om zes uur 's morgens op om te dansen. Ja, dat is vroeg, maar het is een prachtig begin van de dag.'

Mika doet niet mee aan de feesten waarvoor veel andere toeristen naar Manali komen. Zoals Norbert uit Duitsland, die al zes maanden door India trekt en drie weken geleden in Manali aankwam. 'Ik wil hier nog lang niet weg', zegt hij. 'Het is gezellig, weet je. Er zitten hier veel jongeren en je krijgt gemakkelijk contact. En de feesten zijn ontzettend gaaf. Om de twee weken wordt er een illegale party georganiseerd. Wordt de politie omgekocht en kun je boven in de bergen dansen tot de zon opkomt. Ongelooflijk man, eerst de sterren en daarna de zonsopgang.'

Hij stopt even met praten en trekt nog eens goed aan zijn joint, om dan te zeggen dat hij de drugs niet vertrouwt. 'Je kunt van alles krijgen. Pillen, poeders, drankjes, zelfs heroïne. Maar ik raak het niet aan. Thuis slik ik wel xtc op een party, maar hier houd ik het bij hasj. Je weet niet wat ze erin doen hè?'

De drugshandel in Manali is in handen van Israëliërs, zo wordt gefluisterd. De lokale bewoners die je een grammetje in de hand proberen te drukken, zouden bij hen in dienst zijn. Terwijl de hasj in het geniep van eigenaar verwisselt, worden broeken, shirts, sieraden en maffe petjes letterlijk luidkeels aangeboden. Op elk uur van de dag zie je groepjes toeristen langs de vele winkeltjes schuifelen. Uiteindelijk ploffen ze neer in de tuin van het Moondance Café, waar de eerste pijpjes hasj al om negen uur 's ochtends worden aangestoken.

'Het is een hel daar beneden tussen die idioten', zegt Cord Rehren uit Hamburg. Cord komt al sinds 1987 in Manali en heeft vorig jaar besloten er een huis te kopen. Samen met een vriend uit het dorp heeft hij het pand ontworpen. Over een paar maanden moet het klaar zijn. Dat was nogal een beslissing, geeft hij toe. 'Al mijn geld zit er in. Maar waarom zou ik in een kamertje bij een familie logeren als ik ook mijn eigen huis met licht en ruimte kan hebben? Ik word ook een dagje ouder, ben nu 44, en ik wil in alle rust mijn oude dag kunnen slijten.

'Kijk om je heen, hoe prachtig het is. Ik weet dat het klinkt als een cliché, maar de mensen gaan hier nog normaal met elkaar om. In Hamburg heb ik een winkel in tweedehands lp's en cd's, en de maanden die ik daar doorbreng maken me doodongelukkig. Klanten komen binnen en lopen rechtdoor naar de platenbakken, zeggen niet eens gedag.'

Cord vindt dat het toerisme de inwoners van Manali niet alleen herrie, maar ook goede dingen heeft gebracht. 'Omdat die westerlingen hiernaartoe komen, ligt er nu een goede asfaltweg. En het creëert werkgelegenheid, al zie je dat de meeste winkels worden gerund door mensen van buiten, uit Delhi en Calcutta. Tot mijn verbazing heeft de lokale bevolking helemaal geen moeite met de hippies. Ze vinden ze wel grappig.'

Zelf heeft Cord niet veel op met 'die lui'. 'Sommigen komen alleen naar boven om foto's te maken van het authentieke dorpje. Daarna vertrekken ze als de sodemieter naar zo'n tent met stampende housemuziek. Prima, blijf hier maar lekker weg. Maar vervolgens beginnen ze te dwepen met het mystieke India en beweren ze dat ze naar Manali komen vanwege de natuur en de cultuur. Kom op zeg!'

De 50-jarige Kapal Nath heeft wél zijn best gedaan om in de Indiase cultuur op te gaan. Hij is een kleine dertig jaar geleden uit Houston, Texas vertrokken en heeft het uiteindelijk tot sadhu (heilige) geschopt. Bedelend en op sandalen trekt hij door India en doet de lokale bevolking beven omdat hij tot de Aghoris behoort, een sekte die mensenvlees eet.

In zijn buidel heeft hij een trommeltje dat gemaakt is van twee kinderschedels en om zijn schouder hangt het restant van een lang overleden volwassene. 'Dat is mijn servies, zegt Nath grijnzend. 'Daar eet en drink ik uit.' Binnenkort zal hij zijn servies een tijdje niet nodig hebben, want Nath laat zich in een tempel opsluiten en zal veertig dagen en nachten mediteren. 'Zonder eten en drinken. Net als Jezus, die dat ook in India geleerd heeft. Niet zo ongelovig kijken, er zijn mensen die dat kunnen. Ik kan dat. Ik heb het altijd in me gehad.' Hij barst in lachen uit.

'Mijn moeder dacht al dat ik een buitenaards wezen was. Sinds ik in India woon, weet ik dat het allemaal met mijn vorige leven te maken heeft. En dat ik, als ik het juiste pad kies, weer vrij kan worden. Dat is het grootste geschenk dat dit land te bieden heeft. In India kun je vrij worden.'

Bij de bushalte staat Mika tussen tientallen andere rugzakkers, die druk hun tickets vergelijken om te zien wie het minst voor de volgende bestemming betaalde. Mika kan haar geluk niet op: ze gaat naar haar verloofde, die een dorp verder op haar wacht. Het is een lokale jongen en ze kent hem pas twee dagen, maar ze hebben zo'n goed contact, dat ze gaan trouwen. Drie dagen later kom ik Mika opnieuw tegen. Nee, haar vriendje heeft ze niet meer teruggezien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden