In de wolken

Meteorologen hebben belangstelling voor wolken. Logisch, ze bepalen voor een deel het weer op de grond. Maar er zijn ook echte wolkenliefhebbers....

Tijdens een uitzonderlijk natte zomer, nu zes jaar geleden, aan het eind van een broeierige dag, pakken onweerswolken zich samen boven het land van de Drentse melkveehouder Jaap Nienhuis. Nerveus stapt hij met zijn oudste zoon Hans op de tractor om het hooi op tijd binnen te halen. Als Hans er tijdens het hooien spontaan van afspringt om de angstaanjagende donderwolken in foto’s te vangen, voorvoelt zijn vader voor het eerst dat zijn zoon de boerderij niet zal overnemen.

De oude Nienhuis kreeg gelijk, Hans – gek van wolken – verkoos een studie meteorologie aan de Wageningen Universiteit, voorheen de landbouwhogeschool. Hij wist er een kamer te bemachtigen op de vijftiende etage van een studentenflat, zonder gordijnen, zodat er ook nu hij in ‘de stad’ woont geen wolk ongezien aan hem voorbijdrijft. In zijn boekenkast staan vooral weerboeken, zoals De mens en het weer, de gedateerde weerbijbel van sterrenkundige Chriet Titulaer. Onder zijn hoogslaper timmerde hij studentikoos een bar, die hij Club Stratosfeer doopte, vernoemd naar het hogere deel van de atmosfeer. Nienhuis en zijn vrienden zaten er toen er aan de voet van de flat een dalmist hing, een vochtige luchtlaag die door zijn lage temperatuur ingedikt op de grond blijft liggen. ‘Alleen de veevoerfabriek Rijnvallei stak erboven uit, Wageningen leek Antartica wel.’

Net als vroeger op de boerderij, trekt Nienhuis nog wekelijks het veld in. Zijn pet beschermt tegen de zon – hij draagt hem achterstevoren, zodat hij op elk moment omhoog kan kijken. Door zijn donkere zonnebril ziet hij de wolkcontouren scherper en om zijn nek hangt steevast een verrekijker waarmee hij de wolken, die soms wel 18 kilometer de hoogte in torenen, dichterbij haalt. Meestal trekt Nienhuis er alleen op uit, want veel studiegenoten beleven de wolken anders, meer getalsmatig. Veel van hen hebben een amateurweerstation en wisselen over en weer gegevens uit tot op tienden achter de komma. ‘Hoe hoog een bel opstijgende warme lucht precies komt, of het minus 2,6 of minus 2,7 graden wordt, is best interessant, maar de schoonheid van een wolkenlucht valt niet in formules te vangen.’

Hans Nienhuis is niet de enige die op wolkenjacht gaat. In 2004 richtte de Britse wolkenspotter Gavin Pretor-Pinney The Cloud Appreciation Society op, een wereldwijd genootschap van meer dan twintigduizend wolkenliefhebbers, onder wie 245 Nederlanders, die via een website hun wolkenpassie delen: ze wisselen foto’s en informatie uit, discussiëren over wolken, laten elkaar wolkengedichten lezen en geven tips voor muziek tijdens het wolkenspotten.

Als auteur van de internationale bestseller The Cloudspotter’s Guide, een van de toegankelijkste naslagwerken over wolken, haalde Pretor-Pinney het nieuws in Nederland toen hij in 2009 een wolk ontdekte die door de Britse Royal Meteorological Society werd erkend als een nieuw wolktype. Het betrof asperatus, een donker wolkenveld dat de hemel bedekt als het oppervlak van een golvende oceaan. Pinney: ‘Sommige wolkenspotters determineren de verschillende wolken op hun Latijnse naam, anderen kijken daarnaast ook naar wolkenvelden op weersatellieten voor een weersverwachting, en weer anderen onderzoeken ze of schilderen ze. Wolkenspotters hebben slechts één ding gemeen: ze zijn sky aware.’

Zodra Nienhuis (22) de flat uitloopt, werpt hij een vlugge blik in de lucht: ‘Het borrelt niet door vandaag. Er hangen alleen wat slecht ontwikkelde cumuluswolken, alledaagse stapelwolken. Daarvoor loop ik mijn flat niet uit.’ Geen spectaculaire lucht dus, totdat zich later rond de zon een wazig aureool vormt. ‘Een halo’, volgens Nienhuis, ‘die net als de regenboog ontstaat door lichtbreking. Met één verschil: niet regendruppels, maar ijskristallen in de cirrostratus (flinterdunne wolken op 10 kilometer hoogte) breken de zonnestralen. ‘Een mooi gezicht.’

Ergens op de uitlopers van de Veluwe staat een houten bank, het is Nienhuis’ vaste stek, waar hij soms uren over het landschap tuurt. Aan de horizon ligt de Grebbenberg die een abrupt einde maakt aan de Utrechtse heuvelrug. ‘Ook een heuvel van 50 meter stuwt lucht op, waardoor precies boven de top vaak de eerste wolken ontstaan.’ In Meteorologie voor dummies: ‘Zie het als een verkeersdrempel: de luchtstroom wipt steeds omhoog en dan krijg je een instabiele lucht – lucht met temperatuurverschillen – waarin stapelwolken ontstaan.’

Langzaam werpt een donkere wolk zijn schaduw over de akkers. ‘Daar heb je weer zo’n intimiderend monster’, zegt Nienhuis, ‘Doordat hij voor de zon staat, kaatsen de zonnestralen af. Wij zien een donkere massa, maar zijn achterkant is vriendelijk wit.’

Door het gebruik van weersatellieten, die waarnemingen met het blote oog overbodig hebben gemaakt, zijn veel mensen ongevoelig geworden voor de gezichtsuitdrukkingen van de atmosfeer. De Haarlemse wolkenspotter Marc Putto (42) ondervond die onverschilligheid tijdens een tenniswedstrijd. ‘Er hing een altocumulus, schaapjeswolken. De hemel was net een honingraat: ontelbare, identieke wolkbolletjes die samen de hemel aaneenregen. Die perfectie: kippenvel.’ Putto stapte even uit de wedstrijd – ‘Jongens, moet je kijken’ – maar dat gaf frictie: ‘Tennissen man!’ Vroeger kon hij zich er kwaad over maken dat het negen van de tien mensen niet opvalt als er een bijzondere wolkenlucht hangt. Maar hij heeft zich erbij neergelegd. ‘Mensen houden zich nu eenmaal liever bezig met hun mobiele telefoon.’

Het zijn vooral de lichtval op de wolken en de sfeer die dat met zich meebrengt waarvan Putto geniet. ‘Neem altocumulus castellanus, kanteelwolken met uitstulpingen als kantelen van een fort. Je ziet ze op warme junidagen, vaak gecombineerd met zwoele zuiderwind. Ze zijn de voorspellers van onweer. Als ik ze zie, voel ik me als een kind dat een cadeau krijgt, euforisch omdat er een verwachting in de lucht hangt.’

Putto bekijkt de wolkenvelden ook op weersatellieten, want hij verzorgt de weersverwachting voor kranten, radio en websites. En hij beheert een weerlijn, ingesproken door een RTL4-presentator: ‘Welkom bij de Weerprimeurlijn, spraakmakend en onconventioneel. Het laatste weer als eerste gebracht, aantoonbaar de nummer één met weertrends. Uw weerhost...’

De mensen bellen, want hij heeft altijd weerscoops. Weermannen van de reguliere weerinstituten papegaaien elkaar na, meent hij. ‘Zij nemen de weermodellen die dagelijks hun weerkamer inrollen klakkeloos over. Hun hoge temperatuursverwachtingen zijn hierdoor altijd te laag, de lage te hoog.’ Die van hem niet, hij kijkt voor de weerkaarten uit. Het klinkt pedant, beseft hij, maar ook zijn winterprognose is uitgekomen: ‘Koude winter – heb ik voorspeld. Veel sneeuw – zei ik al. Schaatsen – ook genoemd. Zwaartepunt in het noordoosten van het land.’

Het weer kent een zekere regelmaat, een terugkerende opeenvolging van weersystemen, zegt Putto. ‘Het verloop van afgelopen winter had sterke parallellen met dat van 1981. Weergevoel bestaat uit herinneringen: 32 jaar weerervaring vormde mijn fijne intuïtie.’ Dat maakt nieuwsgierig naar zijn zomerprognose. ‘In Veronica’s ochtendshow van Rick van Velthuysen voorspelde ik dat het de warmste zomer in 350 jaar wordt. In de media overdrijf je wat, maar het wordt erg warm, met veel neerslag.’

Wolkenspotten doet Putto terloops, voor een bijzondere lucht pakt hij de fiets naar de Noord-Hollandse Kennemerduinen. Zoals toen de IJslandse Eyjafjallajökull-vulkaan uitbarstte en er een stofwolk door het Nederlandse luchtruim dreef. ‘Die mengde zich op grote hoogte met de cirrusbewolking.’ Cirrus is Latijn voor krullen van het haar. Het wolktype bestaat uit ijskristallen en oogt alsof het met een bezem is uitgeveegd over de lucht. ‘Het was verwarrend: welk effect is toe te kennen aan de windveren en welk aan de vulkaanas? In de loop van de dag zag je wel dat de wolken lichtbruin kleurden, dat moet het vulkaanstof zijn geweest.’

Wolken geven de atmosfeer driedimensionale diepte, maar zijn tegelijkertijd vluchtig, nevelig en spookachtig. Door hun vanzelfsprekendheid gaan we niet alleen snel aan hun schoonheid voorbij, maar staan we er vaak ook niet bij stil wat zich in de wolken afspeelt. Want hoe onaantastbaar ook, ongevaarlijk zijn ze niet. Neem de cumulonimbus, een gigantische onweerswolk, door wolkenspotters ‘de koning der wolken’ genoemd. Zijn stortregens, hagelstormen, sneeuwstormen, onweer, tornado’s en orkanen kunnen een ravage aanrichten. Vanwege zijn heftige turbulentiestromen vliegen piloten er op grote hoogte overheen.

In The Cloudspotter’s Guide beschrijft Pinney het verhaal van William Rankin, een Amerikaanse legerpiloot. Hij is de enige die door een cumulonimbus viel en het kan navertellen. In de zomer van 1959 begaf Rankins straaljagermotor het, net toen hij over de top van de wolk vloog. Hij schoot met schietstoel en zuurstofmasker op 13 kilometer hoogte uit het toestel. Hij had met zijn parachute in 10 minuten op de grond kunnen staan, maar de luchtstromen in de cumulonimbus slingerden hem 40 minuten omhoog en omlaag. De buitentemperatuur was minus 50 graden. Er volgde een bombardement van ijskristallen, hagelstenen, misselijkmakende luchtwervelingen en bliksemschichten. Rankin landde aan zijn parachute in een bos. Artsen stelden vast dat de hagel zijn bevroren lichaam had bedekt met striemen en builen, en dat de luchtdruk afdrukken jasstiksel in zijn huid had geperst. Rankin zei: ‘Het krankzinnigengesticht van de natuur.’

Ook David Henneveld (39) houdt van wolkengeweld. ‘Van een cumulonimbus boven Zuid-Limburg kan ik vanuit mijn hoogbouwappartement in Soest de toppen zien; alsof er een machine op je afrolt.’ Vrouw en kinderen delen zijn passie. Vorig jaar waren ze precies op tijd op de Scheveningse pier om daar windkracht 10 te ervaren. Een strandwacht stuurde de familie weg.

Henneveld is weerkundige bij Weathernews in Soest, een bureau dat weersverwachtingen verkoopt aan boorplatforms, schepen en havens. Op de plaatselijke stellingkorenmolen De Windhond geeft hij workshops aan hobbymolenaars, die hij wolken leert lezen. ‘Bij oprukkende wind kan versnelde wrijving van het houtgemaal brand veroorzaken.’

Wolkenspotten doet hij vanaf de molenstelling, waar hij rondom zicht heeft op de horizon. Hij wijst op het schaduwspel tussen twee stapelwolken. ‘De voorste heeft stuwkracht, dat zie je aan zijn opbollende kap.’ Na een paar uur: ‘Je ziet de contouren vervagen, want hij regent uit. De achterliggende wolk neemt het van hem over. Het is als kameraadschap of een wisselend theaterdecor: kunst van de natuur.’

Aan de ontbijttafel vertelt Henneveld zijn vrouw wat het weer gaat doen, zodat zij wolkenfoto’s kan maken als hij werkt. Soms belt hij op om aan de hand van weerkaarten te vertellen waar de wolken opdoemen. Barbecues bij de familie verlopen ontspannen: als de buren rinkelend de borden naar binnen brengen, blijven de Hennevelds nog even zitten – zij weten wat het weer gaat doen.

Wolken bewegen snel, maar lijken zich vanwege de afstand maar geleidelijk te ontwikkelen. Bovendien valt nauwelijks te voorspellen waar en wanneer ze voorbijdrijven.

Wolkenspotten vereist daarom geduld, aldus wolkengoeroe Gavin Pretor-Pinney. ‘Je kunt niet op wolkensafari. Zodra je een mooie lucht ziet, moet je bereid zijn te stoppen met wat je doet en de tijd nemen om omhoog te kijken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden