In de woestijn zit Europa voorlopig op de tweede rij

Waarom vangen we de woestijnzon niet op en brengen haar energie naar Europa? Het klinkt heel logisch, maar er komt nog niets van terecht.

Arabische ontwikkelaars beginnen deze maand in Marokko met de bouw van de grootste zonnecentrale van de Sahara. Energie uit de woestijn: Europa aarzelt, de woestijnlanden zelf zetten door.


'Ons project heeft niets te maken met Desertec', benadrukt een woordvoerder van de Saoedische projectontwikkelaar Acwa Power vanuit Riyaad. Dat is het ambitieuze, in Duitsland bedachte plan om de Sahara te gaan gebruiken voor de Europese stroomvoorziening. 'Het staat helemaal los van de Europese plannen. Wij doen dit zelf, met Marokko.'


Het project in kwestie is de grootste zonne-energiecentrale van de Sahara, die de Saoedi's gaan bouwen in de woestijn bij de Marokkaanse stad Ouarzazate, 200 kilometer onder Marrakech. Over een paar weken gaat de spade de grond in voor de bouw van duizenden spiegels die de zonnestralen zo bundelen en concentreren dat er stroom mee kan worden opgewekt. Bij elkaar 160 megawatt vermogen - goed voor enkele honderdduizenden Marokkaanse gezinnen.


Gaan de Afrikanen en Arabieren nu gewoon zelf doen wat de Europeanen eigenlijk voor hen wilden gaan doen?


De droom is nog steeds duidelijk. De hoeveelheid zonne-energie die elke seconde in het zand van de Sahara landt, is in theorie voldoende om de wereld te bedruipen. En er is ruimte genoeg om een deel van die energie op te vangen - in tegenstelling tot het dichtbevolkte Europa, waar elke bestemming van de grond concurreert met andere bestemmingen. Dus, was het idee: waarom vangen we die woestijnzon niet op om hem vervolgens naar Europa te brengen?


Wild plan

Het idee begon als een wetenschappelijke fantasie, maar in 2009 werd het serieus. Het Duitse Munich Re, verzekeraar van verzekeraars, begon zich steeds meer zorgen te maken over de (financiële) gevolgen van klimaatverandering en verzamelde elf andere concerns om zich heen om daar wat aan te doen. Met onder andere de energiebedrijven RWE en Eon, apparatenbouwer Siemens, chemieconcern BASF en Deutsche Bank werd dat jaar het Desertec Industrial Initiative opgericht. Het wilde woestijnplan werd werkelijkheid: in 2050 moest 15 procent van de Europese stroom uit de MENA-regio (Noord-Afrika en het Midden-Oosten) komen. Kosten, inclusief de kabels voor het stroomtransport: 400 miljard euro. Binnen drie jaar zou er een proefproject zijn. Was het plan.


Die drie jaar zijn nu verstreken. De Desertec-club telt inmiddels 57 leden uit veertien landen, maar een tastbaar resultaat heeft het initiatief nog niet opgeleverd. De ondertekening van een continent-overschrijdend raamcontract voor stroomtransport ging in november op het laatste moment niet door, omdat Spanje niet kwam opdagen bij de ceremonie. Diezelfde maand besloten Siemens en Bosch het lidmaatschap van de club niet te verlengen.


Toch gebeurt er van alles, in de woestijn en omstreken.


In Marokko, om te beginnen. De grote Saoedische zonnecentrale bij Ouarzazate is nog maar het begin. Volgens Masen, het Marokkaanse agentschap voor zonne-energie, moet in 2020 zo'n 2.000 megawatt uit de omgeving van het plaatsje komen, tot nu toe vooral bekend als centrum van de Marokkaanse filmindustrie. Dat is 14 procent van de nationale stroombehoefte, waarvoor tientallen vierkante kilometers met spiegels worden bedekt. In totaal wil Marokko in 2020 zo'n 42 procent van zijn stroom uit duurzame bronnen hebben.


Helemaal aan de andere kant van de grote MENA-woestijnregio zijn de eerste stappen gezet. In Abu Dhabi heeft de lokale energiegigant Masdar dit jaar zijn eerste zonnespiegels neergezet - en er volgen er meer, al is de strijd tegen stof en zand lastig. Ook Saoedi-Arabië is bezig met grootse plannen en denkt erover op termijn zonne-energie te gaan exporteren naar Europa. Zelfs landen die genoeg olie hebben willen nu dus hernieuwbare energie.


Mist Europa hier de boot? Is de rol van Europa uitgespeeld?


Er gebeurt nog steeds van alles, zegt een woordvoerder van Desertec. RWE, een van de aandeelhouders van Desertec, laat weten dat het volgend jaar begint met een eerste project. Het wordt alleen wat bescheidener.


Lesje in bescheidenheid

Het RWE-project omvat naast zonnepanelen (50 megawatt) ook windmolens (eveneens 50 megawatt); het is een misverstand dat Desertec alleen om zonne-energie draait. De stroom is niet bedoeld voor Europa, maar voor Marokko zelf; het is ook een misverstand dat Desertec alleen maar stroom voor Europa opwekt. 'Journalisten kijken alleen naar het futuristische deel van het project, de stroomexport naar Europa', zegt een woordvoerder van RWE. 'Maar de eerste fase is bedoeld voor Afrika. Daar hebben ze het veel harder nodig.'


Ook het vertrek van Siemens uit Desertec kan worden gezien als een lesje in bescheidenheid. De gedroomde technologie voor de woestijn is CSP, oftewel concentrated solar power, met parabolische spiegels die de zonnestralen op een buis (of toren) richten waarin een vloeistof wordt verhit die een generator aandrijft . Het voordeel daarvan is dat de opgewekte energie een paar uur kan worden opgeslagen (in de verhitte vloeistof), en dat er dus ook 's avonds stroom kan worden geleverd. Siemens had vijfhonderd man in dienst die dergelijke installaties ontwikkelden.


Maar Siemens was te duur, bleek vorig jaar. De Duitsers hadden ook een offerte gedaan voor de centrale bij Ouarzazate, maar bleken tientallen procenten duurder dan de winnaar uit Saoedi-Arabië.


De Duitsers visten dus achter het net. Nu zegt een woordvoerder van Siemens dat 'de markt voor CSP ons is tegengevallen' en 'niet profijtelijk genoeg is'. Siemens doekte zijn CSP-poot op en stapte uit Desertec. 'Als we dat project bij Ouarzazate hadden gekregen dan was het anders geweest', zegt de Siemens-zegsman.


Grootschalige woestijnstroom is dus nog steeds een wenkend perspectief, alleen nu voor anderen.


Overigens heeft Europa nog steeds een rol, ook in het Saoedische project bij Ouarzazate. Van de benodigde investering (rond 700 miljoen euro) wordt 345 miljoen gefinancierd door Europese partijen: de Europese Investeringsbank en Franse en Duitse fondsen. Twee Spaanse bedrijven, die technologie leveren, zijn voor 5 procent aandeelhouder van het project. Acwa Power heeft straks een belang van 95 procent.


Intussen houdt Desertec moed. Het consortium wil in Ouarzazate ook nog steeds ook 150 megawatt aan hernieuwbare stroom gaan opwekken. 'Het businessplan is klaar', zegt de woordvoerder. Het wachten is alleen nog op een handtekening van Spanje, en op geld: de Desertec-partners zouden 200 miljoen van de 600 miljoen euro kunnen betalen, de rest moet komen van (Europese) overheden. 'Daar wachten we op.' En daarna zijn er nog steeds grootse vervolgplannen. Er moet nog eens 350 megawatt komen op andere plekken in Marokko, en in Algerije en Tunesië elk 1.000 megawatt. 'Die businessplannen worden nu gemaakt.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden