Reportage

In de woestijn van Mali is de vijand vaag

De Nederlandse militairen die in het noorden van Mali deelnemen aan de VN-vredesmissie, hebben het mentaal zwaar. De vijand is niet duidelijk herkenbaar, zijn strategie is geslepen. En dan is er ook nog dat ongeluk met die Apache.

Een konvooi met leden van de Explosieven Opruimingsdienst trekt door een dorp niet ver van de rivier de Niger. De militair op de foto komt niet voor in het verhaal. Beeld Sven Torfinn
Een konvooi met leden van de Explosieven Opruimingsdienst trekt door een dorp niet ver van de rivier de Niger. De militair op de foto komt niet voor in het verhaal.Beeld Sven Torfinn

Onderweg wordt heel wat afgekletst. De bestuurder van de Bushmaster, een uit Australië overgekochte pantserwagen, heeft via de intercom op zijn koptelefoon voortdurend contact met zijn bijrijder en met de collega op het dak, die paraat is bij een machinegeweer. Gewoon, wat dollen en ouwehoeren. Als er even niks meer te zeggen valt, gaat via de koptelefoons de iPod op volle sterkte: 'We found love in a hopeless place.'

Die plaats waar de muziek klinkt, is de geelgroene leegte tussen Timboektoe en Gao, in het noorden van Mali. Geel, vanwege het meer dan gul aanwezige woestijnzand dat elke seconde tegen de Bushmaster en over de militair op het dak heen spoelt. Groen, door de struiken, omdat een groot deel van de tocht langs de Niger loopt, de machtige rivier die hier, net als elders in kurkdroge delen van West-Afrika, een vereerde levensader vormt.

We zijn op stap met een konvooi van de Nederlandse special forces, de kernmacht binnen het contingent dat deel uitmaakt van Minusma, de vredesmissie van de Verenigde Naties voor Mali. Het zijn, op dit moment van de uitzending, militairen van het Korps Commandotroepen, een elite-eenheid binnen de Nederlandse krijgsmacht. Maar zij zijn niet alleen op pad. In totaal bestaat het konvooi uit zo'n zeventig mannen en vrouwen. Als we bij hen aanhaken, ploegen zij al ongeveer een week door het stof van de Sahara.

Op weg in de woestijn van Noord-Mali, tussen Timboektoe en Gao. Beeld Sven Torfinn
Op weg in de woestijn van Noord-Mali, tussen Timboektoe en Gao.Beeld Sven Torfinn

SOLTG

Hun commandant voor deze trip is 'kapitein Bas'. Hij weet hoe belangrijk zijn special forces voor deze onderneming zijn; hij weet ook dat hij zonder de ondersteuning van andere eenheden binnen de krijgsmacht een dergelijke lange reis niet kan maken. 'Wij vormen als commando's de ruggegraat voor deze onderneming. Maar we hebben nog veel meer specialisten bij ons. Mensen van de genie, medisch personeel, Malinese tolken, mensen die weten hoe ze explosieven onschadelijk moeten maken, noem maar op. Allemaal samen kun je ons eigenlijk pas echt de SOLTG, de special forces noemen.'

Een groot deel van het werk van de SOLTG, Special Operations Land Task Group, is geheim. Daarom ook dat we, na bijna een jaar overleggen met Defensie en in de drie dagen dat we met het konvooi op stap kunnen zijn, kapitein Bas en zijn directe collega's vaak urenlang niet zien. Maar de special forces opereren voor een ander deel zeer bewust in het openbaar: 'We willen de burgerbevolking juist ook laten zien dat Minusma in alle gebieden komt. En wat in het geheim moet: sorry, maar daarvan gaat u niets meekrijgen.'

Voor ons begint de tocht bij de luchthaven van Timboektoe. Daar zijn op het moment van vertrek nog steeds zo'n 25 militairen paraat van een helikopterdetachement. Ze vormen de bemanning voor een Apache-gevechtshelikopter en een Chinook-transporthelikopter. Sinds 'Srebrenica', zo leggen de militairen ons uit, is het bij de Nederlandse krijgsmacht standaardprocedure om een cirkel, een soort schild te vormen rond een eenheid die op patrouille is, zodat de periode om reddend in actie te komen niet te lang hoeft te duren. De mannen en vrouwen op de luchthaven hoefden niet op te treden, en hebben daarom hun tijd vooral lezend en pratend doorgebracht.

De 'blinde vlek'

Het gebied waar de Nederlandse militairen doorheen trekken, geldt als een nog 'blinde vlek' voor de nieuwe militaire bevelhebber van Minusma in de zuidelijke hoofdstad Bamako, vertelt kapitein Bas. 'Het is aan ons om dit onbekende terrein te verkennen, om de routes in kaart te brengen, en zeker ook om een beeld te geven van de plaatsen waar de verschillende Malinese gewapende groeperingen zich ophouden. Natuurlijk bestaat ook het risico dat we onderweg jihadisten tegenkomen; dat gevaar hebben we ingecalculeerd. Maar om de dreiging van hen zo klein mogelijk te maken, zullen we als het moet verrassend en onvoorspelbaar optreden.' Desnoods ook met inzet, zo weet de kapitein, van de geavanceerde en deels zware wapens die in zijn konvooi meegaan.

Soms rijden we meer dan een uur door het rulle zand zonder ook maar één Malinees, een Toeareg of andere burger, tegen te komen. Soms kijkt een verdwaalde dromedaris loom naar de voertuigen op. Soms stuiven geiten alle kanten op. Soms twijfelt een herder of hij een begroetende hand zal opsteken, of zijn ultramarijne tulband wat dieper rond zijn gezicht zal trekken. En soms blijkt er volop leven in de woestijn.

Zoals bij het plaatsje Ber. Kapitein Bas wijst twee van zijn special forces aan om met leden van de MAA een gesprek aan te gaan. Het gaat om een Malinese gewapende groep, de Mouvement Arabe de l'Azawad, die niets op hebben met de regering in het zuiden en die uit zijn op onafhankelijkheid voor Noord-Mali.

Volgens kapitein Bas zijn z'n mannen niet alleen goed getrainde militairen, maar zijn zij door de cursussen die ze hebben gevolgd ook uitstekende onderhandelaars. De MAA-militieleden met wie zij in gesprek moeten, zien dat duidelijk anders. Er is een praktisch probleem: de twee Nederlandse afgezanten spreken slecht Frans en spreken daarom Engels tegen hun tolk Oumar, die evenwel de antwoorden die hij in het Frans krijgt in soms gebrekkig Engels vertaalt. Er is ook een cultureel probleem: de Nederlanders zijn naar schatting vroeg in de dertig; voor Afrikanen is dat de leeftijd van een jongeling, van iemand die nog over weinig gezag beschikt.

Special forces in gesprek met leden van de Azawad-militie. Beeld Sven Torfinn
Special forces in gesprek met leden van de Azawad-militie.Beeld Sven Torfinn

Ongemakkelijk gesprek

Dat alles blijkt in het ongemakkelijke gesprek, op matten in een halfduistere ruimte, waarbij een van de Azawad-militieleden zijn kalasjnikov tussen zijn benen paraat houdt. 'Wie zijn jullie, wat doen jullie hier?', vraagt een van de Malinese gesprekspartners. De antwoorden maken op hem weinig indruk. En in het begin wordt de Malinese tolk er zelfs van beschuldigd lid te zijn van de Fama, de Malinese krijgsmacht een vijand dus. Na zo'n anderhalf uur blijkt enkel van een dialoog der doven sprake te zijn. De Nederlandse onderhandelaars danken beleefd voor een gesprek dat tot weinig wederzijds vertrouwen lijkt te leiden. De twee leden van de special forces zelf vinden dat het gesprek in elk geval goed afliep.

Niet lang daarna, in de buurt van het plaatsje Ber, wordt een open plek in de woestijn uitgekozen om het kamp voor de avond en nacht op te slaan. In snel tempo zetten de mannen en vrouwen van het Nederlands konvooi hun veldbedden met slaapmatjes, slaapzakken en muskietennetten op. Het eten komt uit een pak met kant-en-klaarmaaltijden waarop alleen maar heet water hoeft te worden gegooid. Als rond zeven uur het duister is ingetreden, mag er enkel nog worden gefluisterd. Wie rookt, moet het brandende puntje van de sigaret binnen de handpalm houden. Het echte licht komt van boven: van ontelbaar veel sterren.

De volgende ochtend, een paar uurtjes nadat de eerste haan had geklonken, wordt het kamp in even snel tempo weer opgebroken. Het eigen afval wordt in een kuil verbrand. Maar tot een snel vertrek komt het nog even niet. Tot tien uur is het op de plaats rust, of in een kringetje een balletje trappen. Op de ijzeren stoeltjes tussen de voertuigen komen de zoveelste gesprekken op gang. Over de nieuwe Fiat 500 die na de VN-uitzending voor een echtgenote zal worden gekocht. Of misschien toch die nieuwe keuken. Suzanne, een vrouwelijke militair, hoort het van een afstandje aan. Zij is begonnen aan het boek van de ex-commandant der strijdkrachten, Peter van Uhm: Ik koos het wapen.

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant

Zwaarder dan Afghanistan

Langzaam maar zeker komt in het gesprek ook ruimte voor de problemen die deze missie met zich meebrengt. Dan valt op dat nogal wat militairen, allemaal ervaren met andere missies, van ex-Joegoslavië tot Afghanistan, hun werk voor Minusma mentaal zwaarder vinden dan eerdere uitzendingen. 'In Afghanistan', vertelt een militair, 'was het niet de vraag óf je werd aangevallen, maar wanneer. En de vijand was een duidelijke vijand. Hier is het veel diffuser. De mensen zijn slim, ze dwingen je voortdurend na te denken over wat ze kunnen gaan doen. Je kunt ze niet zomaar oppakken, zoals je een Taliban moest oppakken. Je moet met ze praten. Terwijl je weet dat er ook viespeuken tussen zitten.

En in Afghanistan was sprake van een NAVO-missie, geleid door militairen dus. Hier zitten we met de Verenigde Naties, en is de leiding civiel in plaats van militair. Daar krijg je wel eens behoorlijke hoofdpijn van.'

Maar ze kunnen weer verder, de woestijn door. Na het gesprek met de Azawad-militie volgt in het dorpje Zarho nog een ontmoeting met dorpsoudsten. Ook zij hebben weinig met het bewind in Bamako op. Maar voor het werk van de Nederlanders binnen Minusma, die zich 'altijd neutraal opstellen', hebben ze veel respect.

De volgende ochtend, tijdens de laatste honderd kilometer naar Gao, op de tiende dag van de woestijntocht, willen de meesten in het konvooi nog maar één ding: snel terug naar de basis, terug naar kamp Castor. Om daar vier minuten lang te genieten van een heuse douche, en in de bar een alcoholvrij biertje te pakken.

Maar er heerst ook voldoening. Zoals een militair tegen een van de tolken zegt: 'Ik ben heel erg voor de wereldvrede. Maar als die uitbreekt, heb ik geen baan meer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden