Column

In de wereld van het kansspel blijkt alles anders

Hoe de kansspelwetgeving eigenlijk over goede doelen gaat.

Een gokhal op een cruiseschip.Beeld ANP

In Den Haag zijn de dingen niet altijd wat ze lijken. Neem de kansspelwetgeving, waarover de Kamer na een aanloop van toch zeker zestien jaar en maandenlang traineren deze week, volgende week heel binnenkort gaat praten.

Honderdduizenden Nederlanders doen weleens een gokje online. Blackjack, spelletje poker, wedden op paarden. Allemaal illegaal. Gevaarlijk bovendien, zo wordt gezegd. Je zou verslaafd kunnen raken. Zowat alle EU-landen hebben de onlinekansspelen gereguleerd. Officieel om beter toezicht te kunnen houden, officieus om de staatskas te spekken. Hoog tijd dat Nederland daarbij zou aanhaken. Kamerleden Mei Li Vos (PvdA) en Jeroen van Wijngaarden (VVD) gaven begin dit jaar met een amendement een beslissend zetje aan de klus die de enthousiaste gokker Fred Teeven als staatssecretaris een paar jaar eerder was begonnen. Ze spraken namens de coalitiepartijen een belastingtarief van 29 procent af voor onlinegokken, evenveel als loterijen, casino's en eenarmige bandieten afdragen.

Tot zo ver weinig aan de hand. Maar zodra je een paar stappen zet in de wereld van het kansspel, blijkt alles anders. Het kansspeldebat gaat helemaal niet over kansspelen. Het gaat over ijshockey, War Child en kankerbestrijding, over de wielrenunie, natuurmonumenten en gehandicaptensport.

Jeroen van Wijngaarden (VVD): zo mogelijk tarief van 25 procent.

Gokken en goede doelen zijn in Nederland onverbrekelijk verbonden. 'We hebben hier de hoogste afdracht aan goede doelen ter wereld', legt Van Wijngaarden uit als ik hem spreek in het barretje bij de roltrap in het Kamergebouw. 'Dat is verbonden met de wederopbouw van na de Tweede Wereldoorlog, een unicum.'

De basisgedachte is simpel: koop een lot, en doe misschien je portemonnee, maar sowieso een goed doel een plezier. Een moderne vorm van aflaat. Die markt is verdeeld tussen grote partijen: enerzijds Novamedia, dat geld verdient met de Postcodeloterij, BankGiroloterij en VriendenLoterij; anderzijds de gecombineerde krachten van Lotto en Staatsloterij. Die bedrijven zitten helemaal niet te wachten op concurrentie van onlinefirma's als Unibet, Netbet, BWin, Betfair, Oranje Casino of Pokerstars.

Als die onlinebedrijven dezelfde reflex blijken te hebben als de bestaande loterijen - steun goede doelen om het exploiteren van de goklust te legitimeren en aandacht te trekken - is de verdedigingslinie snel gevonden. Op 30 januari 2015 stuurt A.H.G. Rinnooy Kan, voorzitter van het Goede Doelen Platform, aan de 'geachte loterijbegunstigden' een brief over de plannen van de regering om de kansspelen te hervormen. De slotzin luidt: 'Voor nu zou ik u willen vragen om uw informele contacten met politici te benutten om alvast blijk te geven van onze grote zorgen en het daartoe te beperken.'

Platformbrief van Rinnooy Kan: alle goede doelen verzamelen.

Daarmee wordt een machtige machine aangeslingerd. Achter die loterijen en hun begunstigden gaan namen schuil als Pieter van Geel, Ben Knapen, Farah Karimi, Hans Wijers en Job Cohen. Elk goed doel heeft zijn eigen gladiator - doorgaans een ex-bewindspersoon - die in de politieke arena over de juiste contacten beschikt. Samen het waarschijnlijk machtigste informele leger van Den Haag.

Met vereende krachten bewaken ze de monopoliepositie die de loterijen al decennia hebben bij de goede doelen. Een positie die is vastgelegd in afspraken. 'Het is ... zonder voorafgaande toestemming van VriendenLoterij niet toegestaan uitkeringen te ontvangen van andere kansspelen', staat er dan in zo'n overeenkomst. De loterij als barmhartige samaritaan die het alleenrecht claimt.

De echte strijd is dus niet zozeer tussen enerzijds de straks legale grote gokbedrijven en anderzijds de illegale digitale gokbazen uit Zuidoost-Azië, indianenreservaten en digitale krochten. Nee, onder de oppervlakte is dit een gevecht tussen onlinebedrijven en goede doelen. Het gemonopoliseerde morele gelijk van de loterijen waar een deel van welwillend Nederland op draait, versus het verdienmodel van ondernemers die wereldwijd de goklust exploiteren. Een strijd met als inzet een markt van 2,5 miljard euro.

Oranje Casino popelt om Nederland te veroveren.

Ook aan de rol van de overheid hierin zitten perverse kanten. Vallen de belastinginkomsten hoger uit, dan wil de VVD het tarief verlagen naar 25 procent. Dat alles wordt gecontroleerd door de Kansspel Autoriteit, die uit gokopbrengsten gefinancierd wordt. Al met al heeft bijna heel Nederland belang bij het aanwakkeren van de goklust.

Terwijl dat niet zonder risico's is. 'Er hangt rond gokverslaving vaak een problematiek van schuldenopbouw, studie en relationele spanningen', vertelt Yvon Jansma van het Centrum voor Verantwoord Spelen, als schakel tussen gokindustrie en verslavingszorg toch geen tegenstander van een gokje. Ook dat Centrum wordt deels door de industrie gefinancierd.

a.korteweg@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden