In de vroegste metro

'Nee, als ik een universitaire opleiding had zou ik ook niet voor dag en dauw in dit hokkie tegen die knuppel zitten douwen....

Gerard van Westerloo

Om op tijd te zijn is Ruud van Zon, metrobestuurder, die ochtend om half vijf uit zijn bed gekomen en om vijf uur in zijn auto uit Almere weggereden naar het beginstation Gein.

Om nul vijf punt een en veertig uur heeft hij tegen zijn collega's van lijn 50 'tot in de pruimentijd' geroepen en is hij zijn stuurhokje binnengestapt. Tot na half twee zal hij daar nauwelijks nog uitkomen.

'Op dit uur', zegt hij als hij de trein in beweging heeft, 'breng ik schoonmakers naar hun werk en mensen die naar de bloemenveiling moeten of naar de catering van Schiphol.' Die stappen halverwege over op de sneltram.

Als hij enkel naar zichzelf kijkt, zegt Ruud, dan zegt hij: geef mij maar de vroegste rit. Die rij je puur voor het plezier. 'De wereld is anders, de wereld is ruimer: zomers vooral als de zon opkomt en het buiten nog stil is.'

Maar als je kijkt wat je, zo vroeg op de morgen, meeneemt van het Gein naar Centraal - weinig professoren, zeg maar. De massawerker. De buitenlander dus.

Op station Reigersbos en op station Holendrecht wringt veelkleurig Nederland zich tussen de schuifdeuren door naar binnen.

'Lekker druk wel', zegt Ruud. 'Wagen driekwart vol.'

'Ik spreek geen mens', zegt hij, als we station Bijlmer voorbij zijn. Daarom heeft hij juist voor de metro gekozen. Hij komt van de bus, maar hij zit graag in zijn eentje. 'Radiootje mee, telefoon, ik kan als ik wil mijn meissie bellen.' Hij kent, zegt hij, zijn klanten van gezicht en van uiterlijk. IJsmutsen op weelderig kroeshaar, gympies onder spijkerbroeken, elke dag hetzelfde plastic tasje in de hand.

Precies op tijd loodst Ruud zijn lading op het CS: een vroege file van flexwerkers, uitzendkrachten en al dan niet legale lopende-banders.

'Het spijt me', zegt Ruud als hij naar de andere kant van zijn trein loopt, 'maar het is wel de realiteit. Terug naar de Bijlmer is het net andersom. Dan zit ik vol autochtonen.'

Op het Waterlooplein, op het Weesperplein en op Amstel vullen de wagons zich met gabardine regenjassen, rundlederen schoenen en attachékoffertjes. Die zijn bestemd voor de hoge kantoren in wat voor hen geen Bijlmer maar Amsterdam Zuid-Oost heet.

Terug op station Gein is er, met rangeren mee, vijf minuten voor koffie. 'Ik denk wel dat we om problemen vragen', zegt Ruud van Zon. 'Heen rij ik allochtonen die geen werk kunnen vinden in de Bijlmer. En terug rij ik autochtonen voor wie er in de Bijlmer volop werk is.'

Hij denkt dat dat op den duur niet goed kan blijven gaan.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden