Nieuws Formaties

In de Tweede Kamer wil niemand meer terug naar een formatie mét de koning

De kabinetsformatie van 2017 was met 225 dagen de langste uit de naoorlogse geschiedenis. Kwam dat doordat in 2012 de regierol van de koning is geschrapt, zoals hier en daar wel is beweerd? Nee, concludeert een wetenschappelijke commissie die de formatie van het kabinet-Rutte III onderzocht en haar bevindingen donderdag aan Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib overhandigde.

Buma, Pechtold, Rutte en Segers vorig jaar bij de presentatie van hun regeerakkoord. Beeld ANP

Een ‘directe relatie’ tussen duur en procedure is ‘niet aanwijsbaar’, schrijft de commissie onder voorzitterschap van de Nijmeegse hoogleraar staatsrecht Paul Bovend’Eert. De nieuwe werkwijze heeft zich juist bewezen. In 2012 bleek een snelle formatie van 54 dagen mogelijk, zonder koninklijke inmenging. Nu ging het trager, maar ook daar is de Kamer zelf uitgekomen. Niemand in de Kamer wil nog met hangende pootjes terug naar de koning, blijkt uit de rapportage over de rondgang die de commissie maakte. 

Dat het zo lang duurde, lag vooral aan de verkiezingsuitslag, zo concludeert de commissie. Na 15 maart kende de Tweede Kamer geen grote fracties meer. De VVD viel terug naar 33 zetels (min 8) en de PvdA zelfs naar 9 (min 29). Daarbij was een aantal combinaties al voor de verkiezingen uitgesloten: VVD en CDA met PVV, en VVD met SP. Er zouden dus altijd vier partijen nodig zijn voor een nieuwe coalitie.

In de vijf jaar van Rutte II was bovendien de communis opinio gegroeid dat een snelle formatie, met uitruil van standpunten tussen partijen die in de campagne nog felle opponenten waren, door de kiezer niet was begrepen. Verzuimd was ook ‘de achterbannen’ in het proces mee te nemen. En ruimte voor de fracties om het concept-regeerakkoord te amenderen was er ook al niet of nauwelijks.

Tijd nemen

‘Er werd dus de tijd genomen’, schrijft de commissie. De lange formatie van 2017 was zo bezien een les uit de korte formatie van 2012. De vijf fracties die meededen (VVD, CDA, D66 met eerst GroenLinks en later de ChristenUnie) werden uitgebreid bij de onderhandelingen betrokken. Voor de duur van de formatie was dat ‘meer bepalend dan het antwoord op de vraag wie de procedurele regie heeft’.

Het antwoord op die vraag is eenduidig: de voorzitter van de Tweede Kamer. Net als na de formatie van 2012 gaf zij Bovend’Eert de opdracht de formatie te evalueren. Waar toen een springend punt was dat de koning in zijn nieuwe rol als toeschouwer onvoldoende was geïnformeerd, blijkt dat euvel nu verholpen. Aan de hand van een heus ‘stappenplan’ is hij een keer of twintig op de hoogte gebracht van de voorgang van de formatie. Waarmee hij zijn rol die nog rest – het beëdigen van de nieuwe bewindslieden – met gepast ceremonieel, en live uitgezonden op televisie, kon vervullen.

Kritiek op Tjeenk Willink

Voor de fijnproevers: de commissie schaart zich achter Geert Wilders in diens kritiek op informateur Tjeenk Willink. Die verscheen in juni 2017 tussentijds in de Kamer om verslag te doen van zijn bevindingen en permitteerde zich daarbij enkele opmerkingen over de grote uitdagingen waar de politiek wat hem betreft voor stond. Waarop Wilders hem verzocht die opvattingen voor zich te houden: ‘Het lijkt wel of ik hier een college krijg en daar zit ik niet bepaald op te wachten.’ 

Goed punt, oordeelt de commissie: ‘Wilders’ opmerkingen over de relevantie van de persoonlijke inbreng van de informateur waren terecht.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.