Reportage Tsunami Sulawesi

‘In de tsunamigolf dacht ik aan mijn dochter en wist: ik moet zwemmen zo hard ik kan’

Bij het vliegveld van Palu, de stad op het Indonesische eiland Sulawesi die vrijdag zwaar werd getroffen door de aardbeving en tsunami, wachten honderden overlevenden in een geïmproviseerd tentendorp al dagen op evacuatie. Ook elders in Palu wordt gewacht. Op benzine. Op stroom. Op hulp.

Overlevenden van de natuurramp op Sulawesi hopen mee te kunnen op een van de militaire transportvliegtuigen en zo het zwaar getroffen Indonesisch eiland verlaten. Beeld Foto HH

Irwan en zijn dochter staan woensdag voor het hek van het vliegveld van Palu. Irwan wil weg. Hij kan hier niet langer blijven, niet na wat er met hem is gebeurd. ‘Ik wil naar Makassar. Ik wil af van mijn trauma. Ik kan hier niet meer slapen.’

Irwan was vrijdag op het strand van Palu een feesttent aan het opzetten toen de aardbeving toesloeg. Daarna werd het stil, tot mensen begonnen te gillen. ‘Het water! Het water komt!’

De zee had zich even verraderlijk teruggetrokken, maar kwam met donderend geraas de baai van Palu binnen. Irwan zag het water en sprong in zijn auto om weg te rijden. De auto werd gegrepen door de eerste golf, opgetild, en meegesleurd. Het water stopte, draaide om en stroomde terug naar de zee.

Irwan klom via het raampje uit zijn gekantelde auto. Toen kwam de tweede tsunami die nog groter en sterker was dan de eerste, en greep hem met volle kracht. Hij tuimelde en buitelde tot hij bijna bewusteloos was. ‘Ik dacht dat mijn leven hier zou eindigen. Dit was het. Ik wilde opgeven, maar toen...’ 

Hij hoeft maar naar zijn dochtertje te kijken of Irwan schiet vol. Zijn stem stokt, hij moet slikken. Het kost hem moeite om verder te vertellen over hoe de tsunami hem greep. ‘Ik dacht aan mijn dochtertje en wist: ik moet sterk zijn, ik moet sterk zijn voor haar. Ik begon te zwemmen. Zo hard als ik kon zwom ik naar boven, haalde adem, werd weer naar beneden gezogen, kwam weer boven, ging rond en rond, tot het water terugging. Toen lag ik op straat voor het hoofdbureau van politie.’

Hij legt zijn hand op het hoofd van zijn dochtertje, dat nauwelijks aandacht besteedt aan haar vader.

Mensen wachten op het vliegveld van Palu op evacuatie. Ook de luchthaven raakte beschadigd bij de aardbeving en tsunami die vorige week Sulawesi troffen. Beeld Hollandse Hoogte / The New York Times Syndication

Honderden staan te dringen

De laadklep van het Hercules-vliegtuig op het vliegveld van Palu staat open, maar niet voor Irwan. Het trauma helpt hem ook vandaag niet naar Makassar. Een paar bejaarden en gewonden worden op vliegveldkarretjes de landingsbaan opgereden. Daarna komen de vrouwen en kinderen, en pas daarna de mannen. Honderden staan er te dringen. Agenten delen stukken karton uit die beschermend boven de hoofden worden gehouden, tegen de zon. Als het lang duurt, worden er koekjes rondgedeeld.

Een militair met een goudgerande zonnebril en een megafoon maakt hier de keuzen. Van de gelukkigen wordt een rij gemaakt en die rij wordt door een haag van agenten en soldaten door een smalle opening in de poort geleid. De megafoon telt. En dan roept hij ‘stop’. Wie dan nog niet door de poort is, moet omkeren. Irwan sjokt met zijn dochtertje naar huis. Vier dagen probeert hij het al, vier dagen is het niet gelukt. Misschien lukt het morgen.

Voor het vliegveld is een tentendorp verrezen. Hoewel, tenten is een groot woord voor de plastic zeilen die alleen goed zijn om de zon buiten te houden. Hier wonen de afgewezenen. ’s Nachts slapen ze in hun tent, en ’s ochtends vroeg nemen ze hun plek voor het hek weer in. Het gaat ze niet slecht. Het vliegveld is een doorvoerhaven van hulp en zij zorgen er duidelijk voor dat zij de eersten zijn die iets van de stapel graaien. Er is zelfs stroom van een generator. Vrouwen zitten bij een rijtje multistekkers hun mobieltjes op te laden.

Bij de tenten staan jerrycans en flessen water, zakken rijst, dozen vol eieren, rijstkokers en waterkokers. Tentlijnen hangen vol wasgoed. Kinderen spelen op het gras met bagagekarretjes van het vliegveld en volwassenen hangen achterover op matrassen en kussens.

70 duizend vluchtelingen en daklozen

Meer dan 70 duizend mensen staan in Palu te boek als pengungsi, vluchteling of dakloze. Zij zitten in kampjes, op voetbalveldjes, pleinen, binnenplaatsen, voortuinen, achtertuinen of gewoon op de stoep voor het huis waar ze niet meer in durven te slapen. Overdag zijn die kampen grotendeels verlaten, ’s avonds, in het stroomloze donker lopen ze vol.

Generators ronken, maar benzine om ze te laten draaien is schaars. De tanks van de tankstations zijn leeg. Met flessen aan lange stokken vissen mensen naar de laatste liters op de bodem. De prijs van deze bodemliters is al naar 10 euro gestegen, vijftien keer de normale prijs. Maar mensen kopen het, want het is de enige benzine in de stad.

Overlevenden Astini (25), haar zus Nurma Ningsi (26) en broers Sandy (31) en Astina (25) bij hun vader Passah (64). Hun moeder wordt na de tsunami nog altijd vermist. Een andere broer kwam bij het natuurgeweld in Sulawesi om het leven. Beeld Hollandse Hoogte / Zuma Press

Jerrycans

Duizenden jerrycans staan in heen en weer slingerende rijen te wachten op het moment dat de pompen open gaan. Op elke jerrycan staat de naam geschreven van de eigenaar, en door de handvatten lopen lange touwen die verhinderen dat er een jerrycan voordringt. De rijen bereiken lengtes van wel 2 kilometer en ze worden alleen maar langer, nooit korter.

Nurdiani’s jerrycan is een van de eerste. Zij zit al drie dagen vergeefs bij haar tankstation, maar ze blijft zitten tot ze wat heeft. Ze moet wel. ‘Als je geen benzine hebt, kun je je brommer niet gebruiken om op zoek te gaan naar eten. Wij zijn mensen, wij moeten eten.’

'Allemaal rotzooi’

Aan het strand van Palu loopt een man al twee dagen te rommelen tussen het puin van de huizen die door de tsunami zijn verpletterd. Soms raapt hij wat op en stopt het in een emmer. Dan gooit hij het terug in het zand. ‘Rotzooi’, zegt hij. ‘Allemaal rotzooi.’

Woonde hij hier? Had hij een van de houten hutten met golfplaten daken die hier stonden? ‘Ja.’ Waar stond het? Hij wijst naar een plek tussen het puin. De plek is een beetje leeg geruimd. In het midden staat, volledig ongeschonden, een hurk-wc. Stond daar zijn huis? Hij haalt zijn schouders op. Gaat hij het opnieuw bouwen? Opnieuw hier aan het strand? Is hij niet bang, nu?

Hij kijkt op. Zijn ogen fonkelen en bijna streng zegt hij: ‘Bang? Waar zou je bang voor moeten zijn? Voor de dood? Als je dood moet, ga je dood. Daar doe je niks tegen. Er is er maar één die daarover gaat, en dat is hij daarboven.’

Tussen grafdelvers en plunderaars in het verwoeste Palu

In Palu is niets meer, ziet correspondent Michel Maas. Geen stroom, geen water, geen eten. Agenten kijken toe hoe winkels worden leeggeplunderd. ‘U kunt beter niet verder rijden. Het is daar niet pluis.’ 

Waarom de tsunamiwaarschuwing in Indonesië niet werkte

Hoe kan het dat een zes meter hoge golf de stad Palu op Sulawesi trof terwijl festivalgangers op het strand stonden te feesten? Het waarschuwingssysteem faalde, zeggen critici. 

Hulpverleners spreken van 'nachtmerriesituatie'

Het dodental in Indonesië als gevolg van de aardbeving en tsunami is opgelopen tot 1.234. President Joko Widodo heeft meer reddingswerkers naar het rampgebied gestuurd. Het Rode Kruis spreekt van een ‘nachtmerriesituatie’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden