ReportageDeelstaatverkiezingen Thüringen

In de streek van Bach en Schiller vecht de cultuur tegen de AfD

Generale repetitie van Petrushka, het fameuze ballet op muziek van Igor Stravinsky, in het Landstheater in EisenachBeeld Waldthausen Marlena

Overal in Duitsland is de rechts-populistische AfD bezig aan een zegetocht, behalve in Thüringen. Daar zijn zondag pas verkiezingen. Het verzet tegen de partij komt daar uit opmerkelijke hoek: de theaterwereld.

Twee familiefeesten zijn er deze vrijdagmiddag in Rudolstadt, een stadje met 25 duizend inwoners tussen de heuvels van de Duitse deelstaat Thüringen. Het zijn wel vreemde familiefeesten, alleen al vanwege de hoeveelheid politie die op de been is om te voor­komen dat de verschillende families ­elkaar in de haren vliegen. Met stuurse gezichten patrouilleren speciale eenheden tussen de eeuwenoude koopmanshuizen, waarvan de Duitse dichter Friedrich Schiller er nog een bezat.

Het ene familiefeest vindt plaats achter hekken. De feestvierders zitten er aan lange schragentafels met felblauwe kleden. Ze eten worst en luisteren naar toespraken over ‘het belang van het behoud van ons unieke Duitse taal- en cultuurgoed’, of naar schlager­muziek, zo hard, dat het voeren van een tafelgesprek dan onmogelijk is, ­zeker voor oudere aanwezigen – en die zijn in de meerderheid.

Op het andere familiefeest zijn weer veel moeders met slordige knotjes. Ze drinken koffie uit duurzame bekers en slenteren langs de kraampjes met ­regionale honing, wormstekige biologische appels en zelfgebakken taart, terwijl hun kinderen kijken naar een poppentheatervoorstelling waarin de draak wordt gestoken met de traditionele man-vrouwverhoudingen. Er is live gitaarmuziek. En op het podium vertelt Steffen Mensching, de intendant van het stadstheater, over het ­belang van de vrijheid van de kunsten.

Geen van beide bijeenkomsten in Rudolstadt is daadwerkelijk een familiefeest. Het eerste is een campagne van de rechts-populistische AfD, ‘familiefeest’ genoemd omdat de partij zich in Oost-Duitsland wil manifesteren als ‘volkspartij’, als representant van de hoeksteen van de samenleving.

De andere, ‘het familiefeest van de Democratie’, is een protestbijeenkomst tegen de AfD, georganiseerd door het personeel van het plaatselijke theater.

Zondag kiest Thüringen een nieuw parlement. Het is de enige deelstaat waar sinds de stormachtige groei van de AfD op de golven van de vluchtelingencrisis in 2015 nog geen verkiezingen zijn geweest, dus dit is het voorlopig laatste station van de rechtse zegereeks.

Intendant Andris Plucis, Landestheater EisenachBeeld Waldthausen Marlena

Theateroverdaad

Net als in de andere Oost-Duitse deelstaten wordt de AfD waarschijnlijk de op een na grootste partij, met ongeveer een kwart van de stemmen. Dat de Thüringse peilingen in Duitsland toch tot ontzetting leiden, komt doordat de AfD er wordt geleid door Björn Höcke, wiens gedachtengoed door veiligheidsdiensten extreem-rechts wordt genoemd. Höcke is de man die het ­Holocaustmonument in Berlijn ‘een monument van schande’ noemde.

Maar opvallend is in Thüringen ook het protest tegen de partij, dat in veel plaatsen werd aangevoerd vanuit het theater: behalve in Rudolstadt gingen ook theatermakers in Eisenach, Nordhausen, Jena, Weimar en in de hoofdstad Erfurt de straat op.

Als er zoiets als een theateroverdaad bestaat, dan vind je het in Thüringen, met dank aan de beruchte Duitse Kleinstaaterei van weleer. Voordat Bismarck het land in 1871 verenigde, was de deelstaat die nu het geografische hart van Duitsland is, een lappendeken van ­koninkrijkjes en hertogdommetjes. En natuurlijk wilden al die heersertjes een eigen theater. En dus staan er nu kolossale cultuurpaleizen in stadjes die in Nederland nauwelijks de titel stad zouden verdienen. En er wordt ook nog gespeeld, dankzij het ruimhartige Duitse culturele subsidiebeleid.

Tweedeling

In kleine steden als Rudolstadt is de tweedeling van de bevolking dagelijks voelbaar, zegt intendant Mensching, een smalle man met een verweerd zwart petje, in Rudolstadt geboren en getogen. ‘Twee jaar geleden marcheerde extreem-rechts hier elke maandag met fakkels door de straten, dat is nu gelukkig opgehouden.’ Mensching wil ‘theater voor iedereen’ maken, zegt hij waarin ‘tegenstellingen bespreekbaar blijven’. Maar hij wil ook kleur bekennen, dus organiseerde hij na de Europese verkiezingen in mei een politieke avond. ‘Ik zei, er zitten 260 mensen in de zaal, ik heb uitgerekend dat 70 van u AfD heeft gestemd en ik vroeg me af wie. Nou, daar kon niet iedereen om lachen.’

Als het theater niet opkomt voor waarden als diversiteit en verdraagzaamheid dan kan, zo vreest Mensching, in Rudolstadt hetzelfde gebeuren als in het nog kleinere Altenburg in 2016. Toen bedreigde de lokale vertakking van Pegida een zwarte acteur die in het plaatselijke theater de hoofdrol speelde in Der Hauptmann von Köpenick, een Duitse theaterklassieker over een politiecommandant. Na het seizoen verlieten vier buitenlandse acteur het gezelschap als gevolg van racisme op straat.

De AfD, de afgelopen zes jaar groot geworden als anti-immigratie- en anti-Merkelpartij, begeeft zich steeds nadrukkelijker in het strijdperk van de cultuuroorlog. De AfD vindt dat ‘de ­ideologie van het multiculturalisme het Duitse culturele erfgoed bedreigt’. En, zo staat al in het landelijke verkiezingsprogramma van 2017: ‘Nergens is de politieke correctheid erger dan in de culturele sector.’ ‘Politiek correcte kunst en cultuur’ hoeven niet gesubsidieerd te worden, vindt de partij.

Het zijn geluiden die vergelijkbaar zijn met die van het Forum voor Democratie in Nederland, de Identitaire Beweging in Europa en de VS en andere nieuw-rechtse groeperingen.

De AfD-kandidaat voor Rudolstadt, ­Michael Kaufmann, professor machinebouw aan de hogeschool in Jena, is trots op ‘het rijke theaterlandschap, als deel van zijn Thüringer Heimat’. Zijn vrouw en hij gaan vaak naar het toneel, zegt de veertiger met driedagenbaardje. Soms samen met hun zoon. ‘Maar de intendant hier in Rudolstadt vind ik wel erg links, en dat zie ik terug in de programmering. Ik wil niets verbieden, maar wat kritischer naar de subsidiëring kijken zou ik op z’n plek vinden.’

‘Entsiffung’

AfD-parlementariër Marc Jongen sloeg op Twitter een scherpere toon aan een paar maanden nadat de AfD was toegetreden tot de Bondsdag. ‘Ik ben vandaag verkozen tot media- en cultuurwoordvoerder van de fractie. Het is me een eer en een genoegen om dit ambt uit te oefenen en de ‘ontsmetting’ van de culturele sector aan te pakken.’ Jongen gebruikt het niet-alledaagse woord Entsiffung. Dat woord is afgeleid van de geslachtsziekte syfilis. Jongen, gepromoveerd bij de Duitse filosoof ­Peter Sloterdijk, gebruikte dat begrip waarschijnlijk niet per ongeluk – voor de nazi’s was syfilis het symbool voor de wilde, ongeremde levenswijze van de culturele avant-garde in de jaren dertig, een levenswijze die zij wilden verbieden.

Deze zomer, anderhalf jaar na de tweet, onderzocht de Süddeutsche Zeitung of de partij, die overal in de oppositie zit, al iets van deze dreiging had waargemaakt. Het resultaat was een lange lijst incidenten door het hele land.

Zo bleek de AfD in Baden-Württemberg een lijst te willen aanleggen van theatermedewerkers in Stuttgart die geen Duits paspoort hebben, en doet de Berlijnse fractie steeds opnieuw pogingen om de subsidie voor het Gorki Theater te verminderen omdat het een uitgesproken geëngageerde, linkse programmering heeft. En in Halle, Saksen-Anhalt, stelde de AfD voor om de leider van de opera te vervangen, naar aanleiding van een uitvoering van Angst essen Seele auf van Fassbinder. ‘Een bizarre liefdesgeschiedenis tussen een Marokkaan en een 25 jaar oudere poetsvrouw’, aldus de AfD. ‘Wie wil zoiets verstorends nou zien?’

Als reactie sloeg de theaterwereld de handen ineen in een reeks regionale manifesten, getiteld die Vielen (de Velen), waarin ze zich opwerpt als hoeder van tolerantie, diversiteit en ‘individuele en gemeenschappelijke vrijheid’.

Een van de ondertekenaars is Andris Plucis (60), artistiek leider van het Landestheater in Eisenach, de geboorteplaats van Johann Sebastian Bach in het Thüringerwoud. Hij vraagt zich vaak af waarom mensen toch zoveel moeite hebben te accepteren dat de wereld divers is en niet zwart-wit.

Plucis zit in de neobarokke schouwburgzaal en wacht op de generale repetitie van Petrushka, het beroemde Russische ballet uit 1910, op muziek van Stravinsky, een verhaal over drie speelpoppen: een jongeman, Petrushka, die zijn hart verpand heeft aan een prinses, die op haar beurt smoorverliefd is op een ‘moor’.

Beeld Waldthausen Marlena

‘Politieke propaganda’

In de gemeenteraad van Eisenach zitten vier politici van de AfD en vier van de neonazipartij NPD. Ook Plucis zit in de gemeenteraad, voor de Linke. ‘Vooral omdat het praktisch is voor het theater’, zegt hij. Maar niemand hoeft dus te vragen aan welke kant ik sta.’

Toch zul je op het podium in Eisenach geen ‘politieke propaganda’ zien, zegt Plucis. Hij gelooft daar niet in. ‘Het theater moet mensen emotionele toegang bieden tot onderwerpen. Theater is een open ruimte, waar mensen zelf verder moeten komen.’ Maar, zegt hij ‘we doen natuurlijk wel kleine aanpassingen om de stukken te actualiseren’.

Als even later het orkest inzet en de gordijnen opengaan, blijkt wat hij met die laatste zin heeft bedoeld. De rol van Petrushka wordt gedanst door een vrouw. En die moor, die is in 2019 natuurlijk niet zwart.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden