In de sterkste economie van Europa hebben ze een probleem: er is nauwelijks snel internet

Snel internet, dat is in Duitsland een probleem. De sterkste economie van Europa kampt met trage, verouderde of op sommige plekken gewoon helemaal geen verbinding. 'We zijn hier in Duitsland, niet in Litouwen. Oh, wist je trouwens dat het internet daar veel sneller is?'

Als alles goed is, raast het internet over twee jaar met topsnelheid het kantoor van Christoph Rakel binnen, door gloednieuwe glasvezelkabels, met dank aan Zwecksverband Ost-Holstein. Beeld Julius Schrank / de Volkskrant

De kwaliteit van het internet, die is bij Christoph Rakel (38) op kantoor sterk afhankelijk van het seizoen. En nee, dat is geen curieus bijgeloof van een CEO uit de noordelijkste Duitse provincie. Rakel wijst uit het raam.

'Zie je die boom? De oude eik staat midden op het bedrijventerreintje in Sierksdorf, Sleeswijk-Holstein, knoestige takken uitgestrekt naar alle kanten - alsof hij het erom doet. Om de takken schemert een lichtgroen waas. 'Als die straks vol blad staat, kunnen we hier minder goed ontvangen.'

Op het kantoorpand achter de eik zit het kastje van de draadloze verbinding. En op die verbinding draait dat het hele bedrijventerreintje. Tja, daar sta je dan als CEO van een softwarebedrijf, als man in pak, zo rimpelloos en grijsblauw als de Oostzee verderop, machteloos tegenover een boom.

Lees verder onder de foto

Foto van een kleine bouwplaats op het platteland in Schleswig-Holstein. Er wordt glasvezel-internet een een nieuwe waterleiding bij een boerderij aangesloten. Beeld Julius Schrank/ de Volkskrant

Het echte probleem is niet de boom, maar de belabberde kwaliteit van het vaste internet hier in de dorpen en buurtschappen in de Lübeckerbocht. En, meer in het algemeen, Duitslands moeizame digitalisering.

'Toen ik hier in 2010 bouwde, ging ik ervan uit dat het internet goed geregeld was. We zijn hier in Duitsland, niet in Litouwen. Oh, wist je trouwens dat het internet daar veel sneller is?'

Dat is niet wat je verwacht van de sterkste economie in Europa, een economie die nota bene groot is geworden door kleine bedrijven uit de provincie. Die provinciale middenstand is de wonderolie van de Duitse economie.

Een op de drie bedrijven in Duitsland heeft last van het langzame internet, zo bleek in 2015 uit een onderzoek van de Deutsche Industrie- und Handelskammer.

Dat weet ook Angela Merkel. Op het moment dat Rakel zich beklaagt over de eik, spreekt de bondskanselier een paar kilometer verderop, in Fokbeck, een groep ondernemers toe.

Ze benadrukt ook de noodzaak van 'de uitbouw van digitale infrastructuur' in landelijke geibeden. Zondag kiest Sleeswijk-Holstein een nieuw parlement. Digitalisering is in het hoge noorden een belangrijk verkiezingsthema - voor alle partijen.

Economie en industrie, dat zijn sowieso de voornaamste verkiezingsthema's in de verder nogal rustige Duitse deelstaat, waar de rechts-populistische AfD rond de kiesdrempel van 5 procent schommelt.

Duurzaamheid

De spanning zit bij de duurzaamheid. De SPD, die samen regeert met de Grünen en het Südschleswigschen Wählerverband, wil investeren in uitbouw van het toch al forse windmolenpark. De CDU, nipt aan kop in de peilingen, verwijt de coalitie te weinig aandacht te hebben besteed aan de infrastructuur. Zij willen vooral snellere snelwegen en modernere havens, om te kunnen blijven concurreren met Scandinavië.

Voor al die ontwikkelingen is snel internet een voorwaarde. Duitsland staat op een zeer matige 25ste plaats in het halfjaarlijkse onderzoek naar de gemiddelde downloadsnelheid per land van het internetbedrijf Akamai. De Duitsers surfen in doornsee met 14, 6 MB per seconde. In Nederland is de snelheid 17,6 MB, het is daarmee 10de achter landen als Zuid-Korea en Zweden.

Op zoek naar de oorzaak, of naar de schuldige, leiden alle wegen naar de Deutsche Telekom, de commerciële erfgenaam van de Deutsche Post, die 19 jaar geleden werd geprivatiseerd. Met een vette stiefmoederlijke glimlach gaf de overheid het kersverse bedrijf destijds een cadeau mee: het oude koperen telefoonnet dat toen, in de kleuterjaren van het internettijdperk, al toe was aan een grootschalig en kostbaar onderhoud. Opgeruimd stond netjes.

Lees verder onder de foto

Een toren voor mobiel internet naast een nieuwbouwwijk vlak bij Heiligenhafen. In deze regio van Duitsland is dit vaak de enige manier om snel internet te kunnen gebruiken. Beeld Julius Schrank/ de Volkskrant

Geconfronteerd met de kosten besloot de top van de Telekom tot een strategie die ze tot de dag van vandaag volhoudt: geen glasvezel, maar het kopernet zodanig verbeteren dat internetsnelheden tot 100 MB per seconden kunnen bereikt. En dan alleen in gebieden waar de investering uit commercieel oogpunt interessant is.

Hetzelfde geldt voor internetaanbieders via de tv-kabel, zoals Vodafone en O2. Ook hen kosten dunbevolkte gebieden meer dan dat ze opleveren, niet alleen als het gaat om internet, zelfs als het gaat om mobiele telefonie. Ook die is op het Duitse platte land meestal niet om over naar huis te schrijven.

Telekom en de rest zijn niet de enige schuldigen. De eerste kabinetten Merkel hebben alles wat ook maar in de verte te maken had met digitalisering als een hete aardappel voor zich uitgeschoven, of dat nou internet was, cyber security, of het digitaliseren van de overheid - een project dat in Duitsland nog in de kinderschoenen staat.

Waarom? Ten dele is de terughoudendheid te verklaren door de CDU zo geliefde spaarpolitiek, digitalisering is duur. Daarnaast leek de Duitse overheid lange tijd bevangen door het typische arrogante conservatisme van een land waarmee het economisch goed gaat. Duitsland was de vader die zijn zoon zijn oude herenfiets te leen geeft, als die vraagt om de scooter waarop al zijn vrienden rijden. Wat vroeger goed genoeg was voor mij, is nu ook goed genoeg voor jou.

In elk geval heeft deze mix van spaarzaamheid, onkunde en een zeker conservatisme de wet van de remmende voorsprong in werking gezet. In landen zoals Litouwen en Bulgarije ligt nu bijna overal glasvezel.

Zoals zo vaak in Duitsland was het bedrijfsleven de wal die het schip keerde. Rond de verkiezingen van 2013 werd de roep om beter internet steeds luider. Dus kwam de regering een jaar later met een 'Breedbandstrategie.' Voor 2018 moeten alle Duitse huishoudens kunnen beschikken over een verbinding van 50 tot 100 MB per seconde, was het doel. Eind april stond te teller op 71 procent, Waarvan maar 1,6 procent door glasvezelkabels. Het doel zal dus bij lange na niet worden gehaald.

Lees verder onder de foto

De glasvezelkabels Beeld Julius Schrank / de Volkskrant

Topsnelheid

Maar voor Sierksdorf en andere gebieden bood de strategie het begin van een oplossing. Want er staat ook in dat nutsbedrijven de internetvoorziening mogen organiseren in gebieden die voor commerciële exploitanten oninteressant zijn. En dat ze voor een deel van de kosten een subsidie krijgen.

Dus als alles goed is, raast het internet over twee jaar met topsnelheid het kantoor van Christoph Rakel binnen, door gloednieuwe glasvezelkabels, met dank aan Zwecksverband Ost-Holstein.

Het nutsbedrijf, gevestigd in het gebouw waarop nu het kastje van het draadloze internet hangt, werd begin 20ste eeuw opgericht om waterleidingen aan te leggen in dit gebied, wat als boers en achterlijk gold. 'Nu zijn we hier weer achterlijk en leggen we het internet aan', zegt medewerkster Nicole Buschermöhle. 'Maar het ging niet bepaald vanzelf. Het kostte twee jaar om het te organiseren.'

Eerst moest de rest van het benodigde geld bij elkaar worden gescharreld, er moest een bedrijf worden gevonden dat de kabels wil leggen en, het belangrijkst, een internetprovider vinden die het net straks wil exploiteren. Die procedure moest Europees worden aanbesteed. Dat is allemaal gelukt, al mag het Zwecksverband pas in juni de naam van de exploitant bekend maken.

Als Nicole Buschermöhle straks langs de provinciale weg naar huis rijdt, zal ze gloeien van trots. Want sinds vorige week gaan daar de eerste glasvezelkabels de zompige Holsteinse grond in. 'Hier ligt de technologische toekomst van Duitsland, denk ik dan.'

Zo had Karola Bonde (46) het nog niet bekeken. De kabel naar de melkveeboerderij van haar en haar man in het buurtschap Altenkrempe is net gelegd. En nu kijkt de boerin op gele kaplaarzen naar in de bouwput, met ingehouden huivering van iemand haar gedwongen meekijkt met een operatie. Maar dan zegt ze, toegefelijk. 'Het is wel pràktisch.'

Haar man heeft het internet nodig voor de koeien. De beesten inschrijven bij geboorte, bijhouden hoeveel melk ze geven, of ze zijn ingeënt: het moet allemaal online.

Maar van Bonde hoeft het internet niet zo. Laatst vroeg haar jongste zoon om het nummer van een winkel in de buurt. 'Ik gaf hem het telefoonboek. Zegt-ie: mam, hoe werkt dit? Hoe moet ik zoeken? En dat moet dan later hier de boerderij overnemen.'

Duitsers en technologie gaat vaker niet hand in hand

Duitsers hebben een hekel aan pinnen
Loop je als toerist in Berlijn of een andere grote Duitse stad een restaurant of bar binnen, dan is de kans groot dat je even later weer naar buiten loopt om te pinnen. Want ze hebben er vaak geen pinapparaat. Een verklaring daarvoor is dat veel winkeliers geen zin hebben om kosten te maken als mensen kleine bedragen pinnen.

Daarnaast zijn Duitsers gewoon gehecht aan contant betalen. Van alle financiële transacties werd in 2016 in Duitsland 52 procent met contant geld betaald. In Nederland zal volgens een prognose van de Nederlandse Bank in 2018 nog maar 40 procent van alle transacties contant worden betaald.

In Duitsland is het verzet tegen de digitalisering van het betaalverkeer bovendien veel groter. Mensen vrezen hogere kosten waarop ze geen invloed hebben en maken zich zorgen om hun privacy. De politieke lobby voor het behoud van contant geld wordt aangevoerd door de AfD. 'Bargeld lacht', contant geld lacht, is een veelgebruikte campagneslogan.

Geen OV-chipkaart
In Duitsland bestaat geen equivalent van onze ov-chipkaart, ook niet voor het openbaar vervoer in grote steden. Wel presenteerde Alexander Dobrindt (CSU), minister van verkeer en digitale infrastructuur, begin dit jaar een masterplan om tussen nu en 2019 zo'n kaart te introduceren.

Nu is dat in Duitsland wel een wat grotere klus dan in Nederland. Behalve de Deutsche Bahn zijn er in elk van de zestien deelstaten een of meerdere provinciale vervoersbedrijven én soms tientallen stedelijke vervoerders.

Om 75 procent van de bevolking met een chipkaart te laten rijden, moeten er 370 vervoerders samenwerken. Een mogelijk alternatief zijn tickets per app, die worden nu al wel door Deutsche Bahn en sommige grootstedelijke vervoerders wordt aangeboden.

Nauwelijks digitale overheid
Ook de digitale overheid is in Duitsland een stuk minder ver dan in Nederland. Zoiets als DigiD bestaat niet, hoewel sommige deelstaten er wel mee experimenteren. Wel is er sinds 2010 een digitale identiteitskaart, formaat pinpas, met een chip waarmee Duitsers zich ook kunnen identificeren bij het online portal van de belastingdienst en bij de politie.

Maar slechts 34 procent van de Duitsers heeft zo'n kaart en daarvan heeft maar 8 procent de digitale functies geactiveerd. Wat betreft 'e-governance' hapert de digitale agenda van de regering nogal, zo concludeerde de regering zelf bij een evaluatie in maart van dit jaar. Overigens kwam de regering bij die gelegenheid tot nog een ontnuchterende conclusie: maar 60 procent van alle overheidsinstanties in Duitsland een e-mailadres.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden