‘In de stad is meer publiek voor moeilijk theater’

Theaters wijzen kritiek van Rotterdamse stichting af...

amsterdam De kritiek is niet van de lucht: schouwburgdirecteuren kiezen veel te vaak voor het commerciële succes van bekende cabaretiers en musicals in plaats van experimenteel en minder toegankelijk theater. De Stichting de Rotterdam Connectie, onder aanvoering van acteur en theatermaker John Buijsman, mengde zich deze week in de discussie met een brandbrief aan alle schouwburgdirecteuren in Nederland.

Maar directeuren en programmeurs voelen zich niet echt aangesproken, zo blijkt uit hun reacties. Zowel medewerkers van grote als van de kleinere theaters wijzen de kritiek van Buijsman af.

Begrijpelijk is het punt van de Rotterdam Connectie wel, vindt Gerrit Reus, hoofd programmering van de Utrechtse Stadsschouwburg. Maar volgens hem is het niet een probleem van de grote theaters, zoals die waar hij werkt. ‘Van de kleine schouwburgen in dunbevolkte gebieden hoef je niet te verwachten dat ze heel veel experimenteel theater boeken.’ In een grote stad is het nu eenmaal makkelijker om een publiek te vinden voor een ‘moeilijker’ voorstelling, meent hij. Zijn schouwburg doet volgens hem genoeg zijn best om ook jonge theatermakers en minder toegankelijk toneel te boeken, zoals de serie Blind Date, een tour van nieuwe theatermakers.

Ook bij de directie van een klein theater als ’t Voorhuys in Emmeloord wordt de kritiek van Buijsman begrepen, tot op zekere hoogte. Volgens directeur Joke Grootevheen zijn er ‘wel wat dingen voor te stellen’ bij de kritiek van de Rotterdam Connectie. Maar je kunt niet alle artistieke pareltjes brengen die je zou willen, zegt ze. Daar is het publiek niet voor, in de provincie. Bovendien, zegt ze, is het aanbod van klein en experimenteel theater daar te groot voor: ‘’t Voorhuys moet het natuurlijk doen met een veel kleinere capaciteit dan bijvoorbeeld de Schouwburg Amsterdam’.

Dat geldt ook voor de Hoofddorpse schouwburg De Meerse, waar Jan Gras directeur is. Maar ook hij herkent zich niet in de strekking van de brief. De balans tussen experimenteel theater en grote producties is volgens Gras in orde. ‘Er moet natuurlijk wel geld verdiend worden om onbekend theater te kunnen bekostigen’, vindt Gras. Maar hij ziet zichzelf als een ‘zendeling’ met een ‘missie’ om het publiek ook kennis te laten maken het het onbekende.

Er is geen directeur die van zijn eigen theater toegeeft dat de programmering niet experimenteel genoeg is. Onder meer omdat de kritiek van de stichting te algemeen en te kort door de bocht is, zegt Giel Pastoor van het grote Parktheater in Eindhoven.

Theaters willen natuurlijk bezoekers trekken, zegt hij. ‘Maar bezoekersaantallen zijn relatief, en dat wordt vergeten in de kritiek van Buijsman en consorten. In een stad is het makkelijker om publiek te krijgen voor experimenteel theater dan in de provincie.’

Pastoor vindt verder dat het schouwburgen wel degelijk aan te rekenen is als er keer op keer te weinig mensen komen. Ze gaan te weinig achter de kleine producties staan en promoten te weinig, vindt hij. Daar zou volgens hem meer aandacht aan moeten worden besteed. ‘Want wat dat betreft zit het hartstikke vastgeroest.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden