Column

In de schaduw van Mozart

Komeet

 

Steeds minder columns, ook in deze krant, gaan over de pianotrio's van Joseph Haydn. Hij componeerde er nochtans 45, wat een ontzettende klus moet zijn geweest: ze allemaal beluisteren kost al veel tijd, zeker als je, zoals ik, stiefkinderen hebt verwekt die al snel tabak krijgen van gepingel en gestrijk.

Toch is luisteren leuk, wat voor componeren waarschijnlijk niet opgaat. Componeren zal wel verwant zijn aan schrijven, vrees ik, in scheppend opzicht.

Hoe anders ligt dat met kinderen, die ik juist heel graag schep, maar dat is natuurlijk geen kunst, werkelijk iedereen kan neuken, behalve de exen van Suzy, vreemd genoeg, die konden er stuk voor stuk geen reet van.

Ondertussen moest Haydn ook nog 104 symfonieën, 83 strijkkwartetten, 14 missen, en honderden andere stukken componeren.

Van wie?

Van Prins Esterházy, z'n broodheer. In de geschiedenis der kunsten lijkt Haydn me het beste voorbeeld van iemand die floreerde onder de vleugels van een mecenas, Johnny de Mol jr. uitgezonderd. Haydn woonde bijna dertig jaar op het landgoed van de Esterházy's, waar hij, als een soort huiskok, muziek toebereide voor de prins en diens privé-orkest. Afgesneden van de muzikale scene (en zonder iPhone 6) voelde hij zich artistiek geïsoleerd. 'Mijn eenzaamheid dwong mij', aldus Haydn tegen zijn eerste biograaf, 'om origineel te zijn.' Een zeer onkokette en vooral eufemistisch opmerking, want hoewel Haydn iedere ochtend een livrei aantrok, verzette hij in dat afgelegen Sissi-paleis avant-gardistische arbeid van de bovenste plank: hij verzon er zowel het strijkkwartet als de symfonie, genres die later zo aardig in het zonnetje zijn gezet door Beethoven. Daarna mocht de complete Romantiek zich erop stukbijten.

Toch is Haydn niemands lievelingscomponist, schrijft Maarten 't Hart in Mozart en de anderen, een prachtboek met een titel waarin Haydns tragiek enigszins besloten ligt: aan het firmament van zijn lange leven verscheen op een mooie zomeravond de komeet die Mozart heet.

Missie: alles beter doen dan papa Haydn, liefst op zijn eigen terrein. En verdomd, daar schoof het bijdehandje uit Salzburg zomaar zes strijkkwartetten onder Haydns muiltjes, weliswaar opgedragen aan de maestro, maar ondertussen overduidelijk fraaier, geavanceerder, fijnmaziger. Een geparfumeerde vadermoord. Haydn hoorde ook wel dat hij links werd ingehaald.

Toch reageerde Haydn niet jaloers. Tijdens de eerste opvoering van de kwartetten speelde hij zelfs viool (en Wolfje de altviool), en noemde hij zijn collega toen ze klaar waren de grootse componist die hij kende. (Vraag tussendoor: waar zou u liever bij zijn geweest, bij de Beatles op het dak, of bij deze, nou ja, gig?)

Dat kan niet iedereen, hardop je meerdere erkennen. Johan Cruijff, in zekere zin de Haydn van de voetballerij, is er bijvoorbeeld niet zo goed in. 'Die kleine, wie heet die', hoorde ik hem zo ongeveer tegen Tommy Egbers zeggen na weer een avondje Barcelona met een hattrick van Mozart, 'die Lienol Mezzi, ja, die bedoel ik, die ken als-ie deze weg blijft inslaan, een hele grote worden, maar hij is er nog lang niet, want dat is, ik noem het maar even zo, daar het nadeel van, van het voordeel dat-ie zo vroeg begonnen is, ook al geef je hem honderd Gouden Ballen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.