IN DE SCHADUW VAN DE ROERGANGER

DE opvolging van zittende leiders vormde de achilleshiel van het communistische systeem. Deng Xiaoping lag jarenlang in coma, maar bleef in functie omdat de partij geen opvolger naar voren kon schuiven....

DIRK-JAN VAN BAAR

Het is wel zeker dat het met de opvolging van VVD-leider Bolkestein anders zal gaan. De kracht van het democratisch systeem is dat het niet van één persoon afhankelijk is. Maar dat wil niet zeggen dat opvolgingskwesties zich zonder slag of stoot laten regelen.

Een ongeschreven wet wil dat wie eenmaal over zijn opvolging begint, zijn tijd heeft gehad. Waarom zou men nog op Bolkestein stemmen als zijn opvolger klaarstaat?

Politiek leiderschap kan alleen effectief worden uitgeoefend als er gezag wordt uitgestraald. Dat is persoonsgebonden en kan niet worden overgedragen. Er is voor een politiek leider dan ook nooit een goed moment om op te stappen. Hij moet doen alsof hij het eeuwige leven heeft. Een leider bestaat bij de gratie van zijn (vermeende) onmisbaarheid.

Een politiek leider mag zich met alles bemoeien, behalve met zijn opvolging. Lubbers heeft het met Brinkman geprobeerd. Het enige waarin hij slaagde was het laten struikelen van zijn kroonprins.

Daarmee haalde hij met terugwerkende kracht ook zichzelf omlaag. Alleen falende leiders hebben geen opvolgingsprobleem. Een politicus die wat te betekenen heeft, laat per definitie een leegte achter.

Vaak wordt leidende politici verweten dat ze te lang blijven zitten. Dat is van Den Uyl gezegd, van Lubbers, van Thatcher. Kohl zou al veel te lang bondskanselier zijn. Bolkestein wijt de huidige problemen van de Duitse liberalen aan het feit dat de 'eeuwige' Genscher, die er in 1992 ineens mee ophield, niet voor een opvolger heeft gezorgd.

Het zou ook slecht zijn voor de democratie als politici aan hun zetel blijven kleven. Volgens deze redenering moet 'de ideale leider' de eer aan zichzelf houden, en het moment van vertrek zelf bepalen.

Volgens mij is dit even tegennatuurlijk als egocentrisch. Ik zie niet in waarom het zo hoogstaand is als leiders zelf opstappen. Daarvan zijn nauwelijks voorbeelden. In 1982 was Van Agt ineens gevlogen, maar dat was een anti-politicus. In 1988 deed Mitterrand alsof hij niet voor een tweede termijn wilde kandideren, maar toen zijn achterban hem 'smeekte' om in de race te blijven, deed hij dat alsnog - en won.

In 1982 stapte Lord Carrington na de Falklandoorlog, waartegen hij grote bezwaren had, op als minister van Buitenlandse Zaken van Groot-Brittannië. Bolkestein heeft deze opstelling vaak aan Nederlandse politici - die bijna nooit worden weggestuurd - voorgehouden.

Maar in 1982 was Carrington geen politiek leider (dat was Thatcher), en later werd hij secretaris-generaal van de NAVO. Carringtons carrière heeft van deze ongewone stap nauwelijks schade ondervonden. Zijn voorbeeld is voor Nederlandse politici wat hoog gegrepen.

Wie lang blijft zitten, is nog geen staatsman. Daarvoor is meer nodig. Hij moet zijn land door een woelige periode hebben geleid, of de bakens van het beleid hebben verzet. Ik ken geen 'groot staatsman' die uit zichzelf is vertrokken.

Churchill wist van geen wijken, en keerde in 1951 op hoge leeftijd terug. Adenauer vond niemand goed genoeg om hem op te volgen. De Gaulle trad in 1969 af, maar niet nadat hij - in mei 1968 - een revolutie die hem tot terugtreden moest dwingen, had overleefd. Een jaar later was hij dood.

Politieke dieren blijven vechten tot ze erbij neervallen. Ze krijgen uit hun eigen partij een mes in de rug (Thatcher), worden vermoord (Kennedy, Palme, Rabin), of krabbelen als elder statesman (Nixon) weer op. Roosevelt zat in een rolstoel, net als nu Schäuble, de gedoodverfde opvolger van Kohl.

Men kan Den Uyl veel verwijten, maar niet dat hij te lang bleef zitten. Dan hadden zijn vele kroonprinsen maar het lef moeten hebben om hem af te zetten. Dat ze dat niet deden, wijst op gebrek aan kaliber.

Natuurlijk dreigt verzuring als een leider te lang blijft zitten. Maar dat geeft het voetvolk de kans om orde op zaken te stellen, en een inhoudelijk gevecht aan te gaan over de koers van de partij. Dát is politiek. Ook de kiezers kunnen er een eind aan maken, door op een andere partij te stemmen. Dát is democratie. Maar een echte leider blijft ook tijdens zijn neergang aan.

Bolkesteins vrees voor aftakeling is zijn achilleshiel. Zijn neiging ex-communisten te blijven uitdagen, wijst op onverminderde vechtlust. Ook in zijn eigen partij heeft hij stevig huisgehouden.

Bolkestein heeft persoonlijk afgerekend met zijn voorgangers Nijpels, Voorhoeve en Wiegel. Héél goed, via zo'n coup wordt je een geprofileerd leider. Bolkestein weet dus dat het gevaar in eigen kring schuilt. Daarom bereidt hij zich voor op zijn eigen opvolging. De nieuwe liberale leider wordt een fletse figuur, in de schaduw van de oude roerganger.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden