In de schaduw van de grunge

Grunge is dood. Maar Hélène Schilders ziet in Seattle, waar deze muziekstijl werd geboren, een nieuwe scene ontstaan...

Als zanger Mark Arm halverwege de avond op de bar klimt en psychopatisch rondblikt, staat de tijd stil. Bierbekers vliegen door de lucht, fans springen tegen elkaar op. Hallo 1988! Lange lokken en geitensikken zijn verwisseld voor kort haar en gladde kinnen, maar grunge zijn ze nog steeds, de talrijke Seattleites waarvan de in rood licht badende Sunset Tavern uitpuilt. Tot aan Nirvana-producer Jack Endino en Soundgarden-leden toe zijn ze komen opdagen voor het reünieconcert van Green River, de band die aan de wieg van grunge stond. ‘C’mon down to the riveeeeeeer!’

Met het concert viert Sub Pop, het label in Seattle dat de wereld op zijn kop zette met grunge, zijn 20-jarig bestaan. ‘Ja, ik had wel verwacht dat wij nog zouden bestaan. Wat moet ik anders doen?’, zegt mede-oprichter Jonathan Poneman in zijn kantoor. Maar Sub Pop is de laatste der Mohikanen. In heel Seattle is nauwelijks nog een spoor van grunge te vinden.

Een paar jaar geleden zag Poneman schuin tegenover zijn kantoor zelfs de sloophamer neerkomen op de club waar Nirvana ‘de beste show ooit gaf’. Nu kijkt hij elke dag naar de bouw van de zoveelste luxueuze appartemententoren in het centrum. Penthouses van een paar miljoen dollar in plaats van teen spirit.

En deze club is niet het enige slachtoffer van Seattles rijkdom. Op het clubkerkhof liggen bijna twintig concertzalen. De RKCNDY, waar Pearl Jam zegevierde, moest plaatsmaken voor een gezichtsloos hotel. Vogue, waar de omgekamde punks van Mudhoney debuteerden, werd kapsalon Vain (ijdel). Het O.K. Hotel, waar Nirvana Smells Like Teen Spirit voor het eerst speelde, is verbouwd tot de O.K. Hotel Appartementen.

Het was uitgerekend grunge zelf dat de transformatie van muurbloem Seattle in gang zette. Grunge – duistere, modderige rock die aansloot bij de angst voor de recessie die destijds in Amerika heerste – vestigde de aandacht van de hele wereld op de stad, toen nog een uithoek in het noordwesten van Amerika.

Na Kurt Cobains zelfmoord in 1994 en de ondergang van grunge, werden Seattle-ondernemingen als Starbucks, Amazon en Microsoft de nieuwe fenomenen in de oplevende economie. In het kielzog van deze giganten volgden hightech, biotechnologie en filantropie.

Seattle is nu de best opgeleide stad van Amerika en een van de duurste. Hoewel in heel het land de huizenmarkt is ingestort, ligt de gemiddelde woning in Seattle nog steeds buiten het bereik van veel mensen die er werken.

De schuld van Sub Pop? ‘Als het allemaal was begonnen en geëindigd met ons, had deze stad er heel anders uitgezien’, zegt Poneman. ‘Mensen als Bill Gates en (Starbucks-topman) Howard Schultz hebben veel meer invloed gehad dan wij.’

Geïrriteerde blik uit het raam: ‘What the fuck. Deze stad heeft werkelijk niets gedaan om iets uit de grunge-periode te behouden.’

Ga nu in het weekend naar Belltown, de wijk waar Sub Pop huist, en in plaats van lang haar en baarden zie je peroxideblond en siliconenborsten. Het licht in Amber, de bar met de Beste Singles Scene in Seattle, volgens een plakkaat, maakt van elke alleenstaande een stuk bruin, sappig vlees. In het ‘Manhattan’ van Seattle rijden limousines af en aan, en rekenen de cocktailbars tien dollar voor een waterig drankje.

Maar er gloort hoop. In het gemeentehuis dringt eindelijk door dat Seattles historische muziekverleden is omver gebulldozerd. Niet alleen wordt er voorzichtig gepraat over een ‘monument’ voor grunge, in september kondigde burgemeester Greg Nickels tevens stimuleringsmaatregelen aan voor bestaande en nieuwe clubs. ‘De gemeente ziet zichzelf nu pas als een muziekstad’, verklaart Jim Keblas, hoofd film en muziek. ‘Er zijn hier fantastische muzikale dingen gebeurd, maar altijd op een manier die ons overviel.’

Van de andere kant: juist omdat alle fysieke herinneringen aan grunge zijn weggevaagd, begint in Seattle een nieuwe muziekscene te ontstaan. Hoewel die uiterlijk een kopie van grunge lijkt – dezelfde houthakkershemden, baarden en wollen mutsen – konden de muzikale verschillen niet groter zijn: de huidige lichting klinkt melodieus en troostend, met harmonieën à la Crosby, Stills, Nash & Young, The Eagles en America. ‘Alternatieve country’ en ‘baardpop’ worden de Grand Archives, Fleet Foxes, Iron & Wine en Sera Cahoone genoemd. Bij Sub Pop, dat veel van deze bands uitbrengt, noemen ze ze grijnzend ’grange’ (kruising tussen grunge en ranch, boerderij).

De ‘grangers’ drinken hun bier in bar The Redwood in Seattles hipste wijk Capitol Hill. The Redwood oogt als een jachthut, met een geweer aan de muur, kampeerlampen aan het plafond en oefendoelwitten in de wc. Mede-eigenaar is Mat Brooke, zanger/gitarist van de Grand Archives.

‘Seattle heeft zo lang in de schaduw van grunge geleefd’, zegt de kettingrokende, getatoeëerde Brooke. ‘Maar de stad mag eindelijk weer van voren af aan beginnen en een nieuwe muzikale identiteit creëren. Ik denk dat de muziekscene volwassen is geworden en de levensangst die grunge aandreef is kwijtgeraakt.’

Brooke en zijn band hoeven zich dan ook niet zo nodig af te zetten. Liever complexe harmonieën dan de drie-akkoordenpunk die veel grungebands inspireerde. ‘Wij grijpen terug naar de platen van onze ouders’, zegt gitarist Ron Lewis.

Toch ziet platenbaas Poneman overeenkomsten met grunge. ‘Deze nieuwe bands zijn ook rebels en subversief. Ze zijn diepzinnig, maar daaronder zit levensangst. De economische situatie is nu veel erger dan in de jaren tachtig.’

Brooke kan zich er niet in vinden. ‘Amerika staat er nu zo beroerd voor dat we daar een vorm van escapisme tegenover moeten zetten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden