'In de praktijk zal het wel werken, maar in de theorie?'

Bij de Franse socialisten gaan de handen niet op elkaar voor het sociaal-liberalisme van hun geestverwanten Clinton, Blair en Schröder....

ALS de enige Franse aanhanger van Tony Blair, zo omschrijft Jean-Marie Bockel zichzelf. Althans, de enige socialistische parlementariër die openlijk voor zijn sociaal-liberale geloof durft uit te komen. Vorig jaar maart hield Blair - in het Frans - een opzienbarende rede in de Assemblée Nationale. Bockel zag de handen van zijn rechtse collega-politici enthousiaster op elkaar gaan naarmate de Britse premier vaker repte van 'eigen verantwoordelijkheid', 'flexibiliteit' en het 'aanwakkeren van de ondernemingslust'.

Zijn eigen fractiegenoten keken daarentegen steeds zuurder, en die dag besloot Bockel een boek te schrijven over wat hij La troisième gauche doopte, de Franse variant van de fameuze Derde Weg van Blair, Clinton en inmiddels ook Schröder. Het werd een soort privé-verkiezingsprogramma van een eenzame cowboy in de Franse politiek.

In zijn bescheiden kamertje in het kamergebouw vat Bockel, 48, kamerlid annex burgemeester van Mulhouse in de Elzas, twee jaar minister geweest , zijn onfranse ideeën snel samen. 'Laten we de markt niet als vijand beschouwen, en geen politiek voeren die losgezongen is van de realiteit. De markt kan immers een formidabele hefboom van energie zijn. De linkse idealen blijven dezelfde: waardigheid, gelijkwaardigheid. Maar wel met gebruikmaking van de creativiteit van de markt.'

Hij bladert naar het motto van zijn boek om de Frans-linkse weerzin tegen deze denkbeelden te verklaren. Leest voor: 'Het zal zonder twijfel in de praktijk werken, maar werkt het ook in theorie? Voilà, zo is de toestand. Er bestaat een links realisme, sinds de befaamde U-bocht van Delors in 1982 heeft links de werkelijkheid onder ogen gezien. Ook Jospin heeft veel gedaan, het privatiseringsprogramma bijvoorbeeld, en hij heeft Frankrijk de euro binnen geloodst.

'Maar dat is wat anders dan de dingen onder ogen zien, durven te benoemen. We hadden natuurlijk Air France helemaal moeten privatiseren en niet halfslachtig, zoals nu is gebeurd. Er moet een minimum van coherentie zijn tussen wat we doen en wat we beweren. Daar ontbreekt het aan.'

De Britten hebben Thatcher gehad, een shocktherapie van zeventien jaar 'wreed liberalisme'. De Fransen wilden niet aan zo'n grote verandering. Met als gevolg dat er een en ander aan achterstallig onderhoud is te doen, bijvoorbeeld op het gebied van 'fundamentalisme van de publieke dienst', zoals Bockel het noemt. De ambtenarij is nog altijd vrijwel onaantastbaar. Negentig procent van de stakingen speelt zich af bij de openbare diensten, vooral om de eigen voorrechten in stand te houden. 'En daardoor de uitsluiting van anderen te bestendigen.'

Dat is vloeken in de socialistische kerk. Bockel voegde er een reeks bittere opmerkingen aan toe over de Socialistische Partij (PS), die 'achterhaalde ideologische keuzes' paart aan 'dogmatisme, archaïsme en onbeweeglijkheid'. Het leverde hem een brief op van premier Jospin, die hij 'streng en boos' noemt. Jospin vond Bockels analyse 'ver verwijderd van de realiteit' en citeerde Blair: 'What counts is what works.'

Jean-Marie Bockel voelt zich 'een voorloper, een beetje bitter, en geïsoleerd in de PS'. 'Er zijn er die het met me eens zijn, maar er niet voor durven uitkomen. Ten opzichte van de partij ben ik bitter. Ze negeren me. Ik ben niet welkom op het partijkantoor in de Rue de Solferino.'

Bockel beschrijft zijn politieke wederwaardigheden. Zoals het een Franse politicus betaamt, groeide hij op in de schaduw van een van de 'olifanten', in zijn geval de huidige minister van Binnenlandse Zaken Chevènement. Diens starre anti-Europese standpunt maakte dat Bockel hem verruilde voor de toenmalige voorzitter van de Europese Commissie, Jacques Delors. Toen die in 1995 weigerde zich kandidaat te stellen voor het presidentschap, bleef Bockel in zijn eentje achter. Met Jospin heeft hij weinig affiniteit.

'Jospin is de man van de situatie. Hij heeft gezegd dat het ''blairisme'' niet zijn cup of tea is. Dat klopt, Jospin heeft helemaal geen liberale achtergrond. De regeringscoalitie met de Groenen en de communisten komt hem goed uit. Hij kan doen wat hij nodig vindt, en als het ideologisch niet in de haak is kan hij het op de coalitie schuiven.'

Blair is des te minder Jospins cup of tea, omdat zijn politiek in de praktijk niet zo heel veel van die van Blair verschilt, zegt Bockel licht vilein. Jospin vaart veel meer dan het lijkt een pragmatische koers, terwijl Blair van de twee de ideoloog is. En zo komen we op nummer drie, Schröder. Die publiceerde in juni samen met Blair een sociaal-liberaal manifest dat in Parijs slecht viel.

Bockel kent als burgemeester van Mulhouse de situatie in Duitsland goed. Hij beoordeelt het nieuwe Duitse zelfbewustzijn dat Schröder uitstraalt als 'gezond', zelfs als er af en toe wat arrogantie doorheen schemert.

Het manifest Blair-Schröder werd door de Fransen als 'agressie' gezien. 'Ten onrechte. Wat niet wegneemt dat het onhandig was om de Fransen links te laten liggen. Blair en Schröder wilden met het manifest hun basis verbreden voor de Europese verkiezingen. Dat is mislukt, ze hebben verloren. En Jospin is gesterkt in de gedachte dat hij dichter bij de realiteit staat dan Blair en Schröder.'

Bockel waarschuwt dat we Blair en Schröder niet over één kam moeten scheren. Blair heeft tien jaar aan zijn ideeën gewerkt, voor Schröder was 'die neue Mitte' niet meer dan een kwestie van handige marketing. Wat Schröder werkelijk denkt, moeten we nog steeds zien. Zekerder is hij van Frankrijk. 'Frankrijk is nog niet rijp, en Jospin is te timide. Daar komt het in een notendop op neer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.