In de nieuwe film van Frans Weisz speelt zoon Géza de hoofdrol. 'Als regisseur ben je kwetsbaar als je zoon in de film zit'

Zoon en vader over elkaars kwaliteiten

Het leven is vurrukkulluk heet de nieuwe film van Frans Weisz, zoon Géza speelt de hoofdrol. Geza: 'Ik heb niet het gevoel: ik sta hier als het zoontje-ván.'

Geza en Frans Weisz Beeld Marc de Groot

'Ik ben een kind van ouders die er niet meer op gerekend hadden nog een kind te krijgen', zegt Géza Weisz. 'Dus ze hebben mij als een totaal wonder ervaren. Ik ben verwend, alles erop en eraan. Maar ze hebben me wel erg bewust gemaakt van...' Tegen zijn vader: 'Een van de weinige keren dat jij echt razend op me bent geweest, was toen ik zei dat ik me verveelde.'

Frans Weisz: ''Pap, ik verveel me.' Dat kan niet, dat kan echt niet.'

Géza: 'Toen nam Frans me mee naar het Amstelveld, waar we de hele middag naar mensen hebben zitten kijken. En hij zei: 'Er gebeurt genoeg. Je hoeft je nooit te vervelen.' Zijn devies: het leven is te kostbaar om er zo mee om te gaan. Grijp het.'

Frans zei eens in een interview: 'Ik ben er.' En Geza zei: 'Ik mag er zijn.'

Géza: 'Ik weet niet precies waar dat vandaan komt, die bewijsdrang om er te mogen zijn.'

Je hebt natuurlijk wel een idee waar dat vandaan komt: ik mag er zijn.

Géza: 'Ik denk...'

Frans, ironisch: 'Nee toch?'

Géza, tegen zijn vader: 'Hoe lang... eh, worden de joden al uitgeroeid? Sinds de diaspora en...' Hij schiet in de lach.

Jiddische humor.

Frans: 'Ik dacht echt dat hij ging zeggen: hoe lang ben jij?'

Géza, ernstig: 'Wat is mijn drijfveer om te bewijzen dat ik mag bestaan? Ik ben niet religieus, maar ik voel me wel verbonden met het joodse volk. Ik herken de humor. Joden worden al vrij lang weg gewenst. Dus die hebben misschien iets gekregen van: ik mag er toch zijn? Kijk eens hoe goed ik viool kan spelen. Kijk eens hoe grappig ik ben. Ook dat herken ik. Maar het is niet één op één: ik wil nu weer een nieuwe rol om me aan iedereen te bewijzen.'

Tegen zijn vader: 'Of ben je het hier totaal niet mee eens? Te ver gezocht?'

Frans: 'Terwijl ik dit zeg zie ik het jongenshuis weer voor me. Ik ben na de oorlog van gezinnetje naar gezinnetje naar kindertehuis gestuurd. Dan zijn er twee mogelijkheden. Of je denkt: laat maar zitten, ik heb er allemaal geen zin meer in. Of je denkt: goddomme, ik zal het maximum eruit halen. Dus ik ga zo meteen weer op pad, op naar de volgende film.'

De regisseur komt een kwartier later binnen dan zijn zoon ('Mijn vader is áltijd te laat') in het Amsterdamse Hotel Krasnapolsky. Ontroerend om te zien hoe innig ze elkaar omhelzen en kussen. Een gevoel dat het hele gesprek blijft doorebben, vooral als de vader de zoon bij zijn arm pakt, telkens weer: 'Wat zegt hij dat toch goed, hè?' De zoon houdt goedmoedig zijn associatieve vader bij de les, die gedachtensprongen maakt van A naar Z, om onverhoeds te eindigen bij M. Géza: 'Wanneer begon het dementeren? Ja, op dinsdag 9 januari 2018.'

Deze week gaat de film in première die de 79-jarige Frans Weisz al meer dan een halve eeuw wil maken: Het leven is vurrukkulluk, naar het boek van Remco Campert, over dichter Boelie en jazzmusicus Mees, die in het park het droommeisje Panda tegenkomen. Boelie wordt gespeeld door Géza, vernoemd naar de vader van Frans - ook acteur. Hij werd vermoord in Auschwitz.

Frans somt de onverdraaglijke feiten bijna automatisch op: 'Mijn vader is in 1933 gevlucht vanuit Berlijn. Hij wilde eigenlijk door naar Amerika, maar ontmoette in Nederland mijn moeder en werd verliefd op haar. In de oorlog heeft hij ondergedoken gezeten op de Amstel, tegenover Carré. Daar is mijn vader opgepakt, en op een van de laatste transporten gezet.' Tegen zichzelf: 'Verder gaan we het er niet over hebben.'

Waarom wilde je het boek zo graag verfilmen?

Frans, zijn gedachten buitelen over elkaar: 'Liefde, opwinding... Het boek is een beetje een spiegel van wat je herkent.'

Géza, plagerig: 'Wacht, een spiegel van wat je herkent? Ik zou nu afhaken als lezer. Ik heb het je nooit gevraagd, maar voor mij is het niet zo verbazingwekkend dat dit de film is die je al zo lang wilt maken. Omdat, als ik aan jou denk...' Hij lacht: 'Wat ik natuurlijk vaak doe, dan zie ik de meest optimistische, vrolijke ogen die ik ken. Waar natuurlijk een hele hoop verdriet en melancholie onder ligt. Het leven is vurrukkulluk is ook de titel van wie jij bent, als mens. Wat ik telkens terugzie in jou is dat duikelaartje.'

Frans: 'Mijn moeder noemde me altijd een duikelaartje. Als ik somber of verdrietig was, tilde ik mezelf op, iets wat zij niet kon. Mijn vader was een licht iemand; mijn moeder was manisch-depressief. Ze heeft Auschwitz overleefd, maar ik heb niet meer dan twee jaar van mijn leven met mijn moeder doorgebracht. Ze kon niet voor me zorgen. De helft van het jaar wilde ze dood.'

Je hebt een totaal andere jeugd gehad dan Géza.

Frans: 'Dat kun je wel stellen.'

Stak dat soms niet? In de zin van: hij heeft het zo gemakkelijk in vergelijking met wat ik heb meegemaakt?

Frans: 'Zonder sentimenteel te willen doen: ik ben opgegroeid in pleeggezinnen, waarbij ik een Sherlock Holmes was in het ontmaskeren van de reden waarom een stel een onbekend jongetje in huis had genomen. Omdat ze geld voor me kregen, nog een kamer over hadden, of omdat de vrouw de hele avond alleen zat. En de televisie bestond nog niet. Dus ik was de televisie. Er was altijd een andere reden dan liefde.'

Géza, tegen zijn vader: 'Veel mensen voeden toch hun kinderen op zoals ze zelf zijn opgevoed. Je zult het zelf niet als knap ervaren, maar het is toch knap dat jij mij met zoveel liefde kon opvoeden.'

Frans: 'Eerlijk is eerlijk, ik was wel een beetje op leeftijd toen Géza geboren werd: 48 jaar. Het was niet meer zo van: alles voor mij. Ik ben natuurlijk een Leeuw en dat is ook...'

Géza: 'Wat wil je nou zeggen?'

Frans: 'Dat ik gewoon altijd heel erg met mezelf heb geleefd. Maar toen Géza eenmaal kwam, en dan ook nog met Kerstmis...' Afdwalend: 'Als het een film was geweest had ik gezegd: 'Zullen we Kerstmis maar even schrappen?''

Géza: 'Wat jij gewoon niet kan zeggen is dat jij gewoon een heel lief mens bent.' Zijn vader lacht uitbundig. Géza: 'En dat alles wat er is gebeurd, de oorlog en alle moord en weet ik veel, die kern niet heeft stukgemaakt. Je bent niet zwartgallig en pessimistisch en kwaad geworden. Je hebt gezegd: ik ga het toch weer aan.'

Frans knijpt hem in zijn arm.

Geza en Frans Weisz Beeld Marc de Groot

Waarom wilde je eerst eigenlijk geen kinderen?

Frans: 'Ik durfde niet. Omdat ik al genoeg met mezelf te stellen had. Omdat ik moest overleven. Moet overleven. Ik heb altijd het gevoel gehad dat de mens heel erg alleen is - ik heb geleerd alleen te zijn. Na de geboorte van Géza fietste ik naar het ziekenhuis en dacht: wie gaat mij nu vertellen dat ik de rest van mijn leven verantwoordelijk ben voor dit kind? Dat ik van hem moet houden? En toen kwam ik de kamer binnen, hij lag daar, in zo'n doorzichtige wieg en hij kijkt me aan en ik smelt. Dat is de natuur, zeg je dan, maar ik denk echt dat hij het zelf was.'

Géza lacht.

Frans: 'Ik smolt zo dat ik wist: het is al gebeurd. De trein heeft aangehaakt.'

Géza: 'Het was natuurlijk wel de natuur. Ik ken bijna niemand die zo gedreven is als Frans. Zijn leven is film. Echt. En als alles in het teken daarvan staat is er geen ruimte voor andere dingen. Ik kan mezelf nu wel vleien met de gedachte dat ik zo'n mooie glimlach heb, maar ik denk dat het de natuur is die zorgt dat er niet alleen bij de moeder, maar ook bij de vader iets gebeurt. Waardoor je onvoorwaardelijk van een kind gaat houden.'

Bijna tien jaar geleden werd in HP/De Tijd aan Frans gevraagd: wie is uw grote liefde? Hij antwoordde: 'Mijn zoon. Met als goede tweede mijn vrouw.'

Frans: 'Heb ik dat gezegd? Wel eerlijk.'

Als de vraag je nu gesteld zou worden, wat zou je dan antwoorden?

Frans: 'Dan ga ik er geen wedstrijdje meer van maken, denk ik. It's not done. En ik ben echt verliefd op de moeder.'

Geza: 'Maar was het dan zo'n heftig antwoord?'

Als antwoord zou je eerder verwachten: 'Mijn grote liefdes zijn Géza en mijn vrouw.'

Frans: 'Dat is zoals het hoort, hè. Maar ik was eerlijk.'

Géza: 'Dat eindeloze geloven dat liefde tussen man en vrouw altijd maar sprookjesachtig moet zijn: ik ben er ook slachtoffer van. Liefde tussen man en vrouw is juist: altijd eraan blijven werken. En de liefde die je voelt voor je kind: dat is niet werken. Die is er gewoon. Tenminste? Toch?'

Frans: 'Ik denk nu de hele tijd: hij heeft meer van zijn moeder gekregen dan alleen het leven. Regina is psychotherapeut, dat weet je toch?'

Je bent ongelooflijk trots op hem.

Frans: 'Ja, want ik hoor hem praten.'

Géza: 'Als je heel veel liefde krijgt van je ouders, maakt je dat sterk. Dat is fijn. Maar het kan ook tot teleurstelling leiden. Omdat de meeste anderen je niet zo geweldig vinden als je ouders. Daarmee moet je leren dealen.'

Heb je voorbeelden?

'De eerste keer dat ik niet mee mocht doen met een partijtje voetbal op het Amstelveld. Ik was te klein en te jong. Enorme deceptie: hoezo weigerden deze jongens me? Ik was toch superleuk, ik mocht van mijn ouders toch ook altijd overal bij zijn?' Zijn vader schiet hard in de lach. Géza: 'En later, toen een meisje mij een keer niet terugzoende, dan denk je: hoezo niet? Vraag eens aan mijn ouders hoe leuk ik ben!' Zijn vader lacht nog harder.

Kunnen jullie elkaar ook zeggen wat je niet goed vindt aan de ander?

Frans, brommend in zichzelf: 'Mmmmm...' Dan: 'Als regisseur: geen probleem. Die keer dat ik zei: Géza, ik zie aan de manier waarop je rookt dat je nog steeds denkt: 'Ik ben aan het roken.' Hij heeft nooit gerookt, hè.'

Géza: 'Dus ik vroeg aan mijn beste vriend: hoe moet je nou geloofwaardig roken? Hij zei: je moet gewoon gaan roken, de enige manier.'

Frans: 'Als regisseur ben je natuurlijk kwetsbaar als je zoon in de film zit. Er hoeft maar één iemand te zeggen: 'Kom op jongens, er zijn wel meer acteurs in dit land.''

Frans en Geza Weisz Beeld Marc de Groot

Waarom koos je Géza voor de rol van dichter Boelie?

Frans: 'Ik heb nooit aan een andere Boelie kunnen denken. Dat is toch vreemd. Boelie was gewoon Géza voor mij.'

Maar waarom precies?

Frans: 'Hij heeft heel veel gevoel in zich. Ik heb absoluut een intuïtie voor de kwaliteit van mensen.'

Géza: 'In mijn geval is dat natuurlijk hartstikke subjectief. Je kunt wel zeggen of ik goed ben of niet, maar het is totaal gekleurd.'

Johan Cruijff stelde zijn zoon Jordi op. Toen hem werd gevraagd wie hij in het veld zag staan, de speler of Jordi, zei hij: 'Jordi.'

Frans: 'Dat betekent dus dat Jordi niet zo'n goeie voetballer was.'

Jij ziet eerder de acteur dan je zoon.

Frans: 'Absoluut. Maar godzijdank ís het een acteur. Als Géza dat niet was, had ik nu een groot probleem gehad.'

Géza: 'Ik haat het doorgaans om naar mezelf te kijken. Ik kan alleen maar denken: 'O, deze zin moet anders.' Maar bij deze film heb ik bijna niks waarvan ik denk dat het anders had gemoeten. Ik sta tussen topacteurs en ik heb niet het gevoel: ik val door de mand, ik sta hier als zoontje-van. Het ensemble klopt.'

Frans: Het was een mooie ploeg. Een hele mooie ploeg.'

Géza: 'We zitten nu wel zoetsappige verhalen over elkaar te vertellen, maar het is echt niet zo dat het alleen maar een zijig geheel was op de set.'

Hij kijkt naar zijn vader: 'Als ik dit over jou mag vertellen... Op de openingsborrel voor de film speechte een erg kwetsbare man. Die voor de hele cast en crew de woorden uitsprak: 'Help me.' En op dat moment begon hij te huilen.'

Frans: 'Ik was vlak daarvoor in het lab geweest en had filmproefjes gezien die ik technisch niet goed vond. Ik dacht: ik moet in mijn speech niet gaan vertellen hoe bezorgd ik ben. Toch zei ik ineens: 'Help me'. En ik begon inderdaad te huilen.'

Géza: 'Niet iedereen die in de filmwereld werkt denkt: dit is mijn leven. Voor veel mensen is het gewoon een leuke manier om geld te verdienen. Maar iedereen die iemand ziet die zich zo kwetsbaar toont, realiseert zich: 'O my God, dit is niet zomaar werk.' De andere kant van mijn vaders gedrevenheid is het vuur dat opkomt als het niet gaat zoals hij het wil. Stampvoeten.'

Frans: 'Dan word ik woedend.'

Géza: 'Dan wordt het best een eng mannetje. Iedereen op de set accepteert dat, omdat ze weten: hij wil alleen maar de allermooiste film op aarde maken.'

CV Frans Weisz

Film - en televisieregisseur Frans Weisz
23 juli 1938 geboren in Amsterdam.

Opleiding
Frans Weisz begon met een studie aan de toneelschool, maar stopte na een jaar en ging naar de Amsterdamse Filmacademie. Hij kreeg een studiebeurs voor de Italiaanse filmschool in Rome.

Carrière
Zijn eerste speelfilm maakte hij in 1966, Het Gangstermeisje, naar de roman van Remco Campert. Hierna volgde een zeer uitgebreid oeuvre. Bekend werk van hem zijn de films De Inbreker (1972), Naakt over de schutting (1973), Rooie Sien (1975), Charlotte (1981) en de trilogie Leedvermaak (1989), Qui vive (2002), Happy End (2009) en de televisieserie Bij nader inzien (1991).

Prijzen
Hij kreeg Gouden Kalveren voor Leedvermaak en Bij nader inzien.

Persoonlijk
Frans Weisz is getrouwd met psychoanalytica Regina Weisz en woont in Amsterdam.

Is het ook niet pijnlijk, die kwetsbaarheid van je vader?

Géza: 'De hele tijd. Ook nu, als hij een antwoord geeft dat hem ontroert, ofzo. Ik herken alles. We hebben allebei weinig pantser.'

Géza schijnt vaak bezig te zijn geweest om informatie over zijn grootvader te achterhalen.

Frans: 'Ja, hij veel meer dan ik. Ik merk dat ik de deuren dichthoud. Vooral dichthoud. Maar vroeger maakten we er ook wel grappen over. Hij is voortdurend zichzelf aan het googlen, dus tikt-ie Géza Weisz in. En dan kom je toch ook wel steeds mijn vader tegen.'

Géza, lachend: 'Dat was toen ik net voor het eerst op televisie was geweest. Dan google je jezelf wel.' Serieus: 'Voor mij was het minder pijnlijk op onderzoek te gaan. Het was ook nieuwsgierigheid. Ik heb mijn oma en opa nooit gekend.'

Frans: 'Het enige wat ik niet wil zijn is zielig. Dus dat ontken ik ook aan mezelf. Het leven is nu.'

Géza, tegen zijn vader: 'Van sommige dingen weet jij intuïtief: ik kan me er wel erg in gaan verdiepen, maar dat maakt niet dat ik er beter mee kan leven. De Holocaust... Begrijpen waarom Hitler je vader heeft vermoord... Nee. Mijn moeder is net in Auschwitz geweest. Dat heeft haar heel goed gedaan. Maar ik kan me wel voorstellen dat mijn vader denkt: en dan?'

Frans: 'Terwijl we hier zitten te praten, gebeuren er ook dingen die je niet voor mogelijk houdt. Dat is de game of life. Echt: ik heb deuren dichtgemaakt die ik gewoon niet open wil zien.' In één adem door: 'Ik zou eeuwig willen leven. Ik heb weleens gezegd: 'Wat ik het ergste zal gaan missen als ik er niet meer ben, is toch de krant.' Om te weten hoe het verder gaat. Ik hang erg aan het leven. En dat vertaal ik in werk: als je werkt, leef je. Ik begrijp mensen niet die zeggen: 'Ik ga straks lekker golfen in Portugal hoor, als het koud is ben ik weg.' Dan denk ik: daar is het leven toch niet voor gemaakt? Age is in the eye of the beholder.'

Hij staat op om naar de wc te gaan.

CV Géza Weisz

Acteur en dj Géza Weisz 26 december 1986 geboren in Amsterdam.

Opleiding
Barlaeus Gymnasium Amsterdam en Toneelschool Amsterdam.

Carrière
Géza Weisz speelde mee in diverse televisieproducties en had hoofdrollen in de speelfilms Alleen maar nette mensen en Wiplala. In Het Leven is Vurrukkulluk speelt hij rol van dichter Boelie. Hij treedt geregeld op als dj in bekende Amsterdamse nachtclubs.

Persoonlijk
Géza Weisz woont in Amsterdam.

Frans heeft weleens verteld dat zijn moeder zei, als ze hem lastig vond: 'Straks krijg jij voor elkaar wat Hitler niet gelukt is.'

Géza: 'Als ik mijn vader hoor vertellen over zijn moeder denk ik: wat hard, dat ze zoiets zei. Maar ik denk niet: wat heb jij het eigenlijk zwaar. Ik heb totaal geen medelijden met hem. Hij heeft mij nooit het gevoel gegeven dat hij zielig is. Films maken, dat is volgens mij zijn manier om het allemaal te verwerken. Er zijn genoeg mensen die veel minder ellende hebben meegemaakt dan mijn vader, maar veel ongelukkiger zijn.'

Frans, terwijl hij weer gaat zitten: ''Alleen om jou weer te zien heb ik dit allemaal overleefd', zei mijn moeder. Dat was de positieve opmerking. En de negatieve was: 'Wat Hitler niet is gelukt, gaat jou nog lukken.' Hahaha.'

Géza: 'Humor is een remedie, tegen alles.'

De telefoon van Frans rinkelt, ouderwets, hard gerinkel. Géza: 'Kan je niet opnemen?' Frans, zwaaiend met de telefoon: 'Ik wil niet opnemen! Maar hoe houdt-ie op?' Géza zet de telefoon op stil: 'Zo.'

Hij zegt tegen zijn vader: 'Jij vindt het ongetwijfeld niet leuk wat ik niet ga zeggen, want jij bent gewoon Frans, maar drie van de vrienden die ik de trailer van Het leven is vurrukkulluk liet zien, zeiden: 'Dit is Woody Allen.' Ik vind het een oorspronkelijke film. Een lichte film, zonder dat het een platte film is geworden. Daarvan zijn er niet veel in Nederland.' Zijn vader pakt hem trots bij zijn arm.

Frans: 'Ik hoor wat-ie zegt en ik denk: o, dit zijn de dingen die ik ook zou moeten zeggen. Maar ik wil ze niet zeggen. It's only a bloody movie.'

Géza: 'We praten al een hele tijd vooral over ons. Lezers kunnen denken: o wat lief, maar they generally don't care.'

Frans: 'Niemand heeft Finn ooit gezien, mijn vorige film. Een doodgeboren film, namelijk. Géza zei over de recensie in de Volkskrant: 'Die zou ik maar niet lezen.' Wat eigenlijk natuurlijk nog veel erger is dan 'm wel lezen en zien dat er maar één sterretje is gegeven. Maar daarna ben ik een jaar lang met die film de wereld overgevlogen, echt een erg mooie film, die veel prijzen heeft gewonnen.'

Géza: 'Ja, oké, maar laat die film nu los. Je zit nu een film van hiervoor te verkopen.'

Frans: 'Nou ja, dat was ik van plan ja.'

Géza: 'Je bent gek.'

Frans: 'Nou, ik dacht, misschien kunnen ze...'

Géza: 'Een rectificatie. Hij wil een rectificatie in de Volkskrant. Ik zou het gewoon even bij deze film houden, ja?'

Het gesprek komt op de producent van Het leven is vurrukkulluk, Matthijs van Heijningen. Géza: 'Matthijs is van: haat me. Daar voelt hij zich comfortabel bij. Hij vindt het zo onprettig om geaaid te worden, dat hij heeft bedacht: sla me. Want dan ben ik veilig. Mijn vader en ik zijn van: heb ons lief.'

Geza en Frans Weisz Beeld Marc de Groot

Hoe is het voor jullie dat er Amsterdamse wijken zijn waar je niet meer met een keppeltje kunt lopen?

Frans: 'Als ik iemand hoor roepen: 'Vuile rotjood', denk ik toch...' Hij draait zich om, kijkt stomverbaasd achter zich. 'Nou, ik zie verder geen jood. Dus hij zal mij wel bedoelen.' Het is iets wat buiten mij om gebeurt; het komt absoluut niet bij me binnen.'

Géza: 'We hebben er ook niet veel last van, in de Amsterdamse bubbel waarin wij ons begeven. Joden zijn altijd bang dat anderen antisemitisch zijn, donkere mensen zijn altijd bang dat anderen racistisch zijn, Marokkanen zijn altijd bang dat anderen anti-Marokkaans zijn. Terwijl: er zijn maar heel weinig mensen echt antisemitisch, of echt anti-zwart, of echt anti-Marokkaan. Alleen: ze zijn bang voor het onbekende gevaar.'

Zijn vader: 'Goed gezegd he?'

Ineens, tegen Géza: 'Jij hebt me mijn vader teruggegeven.'

Wat bedoel je met die opmerking?

Frans: 'Ik herinner me nog zo goed dat hij voor het eerst tussen Regina en mij in sliep, zo'n klein dingetje. Ik deed mijn ogen open en keek recht in zijn ogen. Het klinkt allemaal zo magisch, maar ik dacht: die ogen ken ik. Ik zag de ogen van mijn vader.'

Je hebt me mijn vader teruggegeven: dat klinkt zwaar.

Géza: 'Hij zegt het heel liefdevol, maar het kan beladen overkomen, ja. Van: dat is nogal een verantwoordelijkheid, een vermoorde vader vervangen. Zo voel ik dat niet. Ik gun hem dat hij zoiets kan zeggen, na alles wat hij heeft meegemaakt. Maar ik ben natuurlijk niet zijn vader. Zoals ik het interpreteer heeft hij het als een groot geluk ervaren dat hij mij nog heeft gekregen. En dat is alleen maar geweldig voor hem.'

Zou er een moment kunnen komen dat je tegen je vader zegt: het is niet goed meer wat je doet, je bent te oud geworden om films te maken?

Géza denkt lang na. Ernstig: 'Nee, ik denk het niet. Want dan zou ik eigenlijk zeggen: je kunt niet meer leven. Dat zou ik nooit kunnen zeggen.'

Frans, ook ernstig: 'Ja.'

Géza: 'Maar ik ben ervan overtuigd... We hadden nacht-shoots voor deze film. Mijn papa is wel wat ouder dan de rest van de crew, trekt hij het nog wel?, vroeg ik me af. Tegen half vijf 's nachts begonnen anderen te gapen en op hun telefoons te kijken. Dan klapte hij in zijn handen: 'Jongens, kom op. We moeten door!''

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.