In de kerk van Horst doven de kaarsen

Nog is de Norbertuskerk in het Limburgse Horst in gebruik. Maar lang zal het niet meer duren. Minder gelovigen, minder priesters, minder kerken. 'Ik ben er nog nooit geweest.' Door Rob Gollin

De kerk is volgens de parochianen op haar mooist op een zomeravond. Dan valt het zonlicht aan de westkant door de smalle rij glas-in-lood vlak onder het plafond. Een gedempte rode gloed verspreidt zich door de zaal en vlijt zich over het priesterkoor en het vieringaltaar.


Het zal herinnering worden. De Norbertuskerk, met de omringende grasvelden en plantsoenen het hart van de wijk Horst-Noord in Noord-Limburg, gaat naar alle waarschijnlijkheid de volgende zomer niet meer halen. De creatie van architect Hans Koldeweij uit 1963 - broer Jan tekende de doopvont, het tabernakel, het processiekruis en kandelaars - wordt binnenkort, in katholiek jargon, 'aan de eredienst onttrokken'. Het gebouw zelf redt het vermoedelijk nog wel, er is belangstelling van een school, maar voor het Kyrie, het Onze Vader en het eten van het brood dat Zijn lichaam is, moeten de kerkgangers binnenkort een portaal verder, naar de dekenale kerk in het centrum, gewijd aan de heilige Lambertus.


Op deze herfstige zaterdagavond wordt wel duidelijk waarom dit hart niet meer klopt. De automobilisten die een half uur voor de mis het langgerekte parkeerterrein voor de kerk opdraaien, komen eten afhalen bij New Fong Shou of gaan even snacken bij Het Patathuisje. Meer winkels in de wijk zijn er trouwens niet meer; de bank, de wasserette, de groenteman zijn al lang vertrokken. Pas als klokkengebeier uit de verticale galmgaten van de toren gulpt, verzamelt zich een groepje kerkgangers voor de irokohouten deur - de gemiddelde leeftijd is naar schatting de toekomstige pensioengerechtigde leeftijd voorbij. Het dameskoor zit dan al gereed op het balkon boven de dagkapel. Er zijn diensten waarin de hoeveelheid zangers het aantal gelovigen beneden in de zaal evenaart.


Het is het vijfde katholieke godshuis in het bisdom Roermond dat dit jaar de kaarsen dooft. In Hoensbroek gingen er afgelopen zomer maar liefst drie tegelijk dicht. Sinds het begin van de jaren negentig zijn er ruim veertig gesloten, en volgens een woordvoerder zullen er zonder twijfel nog meer volgen. Er is, zegt hij, altijd sprake van dezelfde factoren: minder kerkbezoek, minder inkomsten, minder priesters, minder vrijwilligers. Een proces dat ruim twee decennia geleden begon en zich vandaag de dag zonder veel reuring voltrekt. Dat het kerkelijk gewaad de afgelopen maanden besmeurd is geraakt door de talrijke getuigenissen over seksueel misbruik, heeft niet geleid tot een versnelde uittocht, bezweren ze in Horst. De laatste die zich heeft laten uitschrijven, meldt pastoor-deken Alexander de Graaf Woutering, had als motief dat ze moslima was geworden.


Er moet hier vanavond geen misverstand over bestaan: de kerk mag dan sluiten, het vertrouwen in het geloof wankelt niet, de schandalen ten spijt. Na de mis verzamelt zich een groepje leden en oud-leden van het kerkbestuur in de parochiezaal, een abrikozenvlaai komt op tafel. Vrijwilligster Anja Kleuskens, verantwoordelijk voor de diensten voor kinderen (ze had er drie onder haar hoede, vanavond) relativeert de ophef. 'Dit soort dingen komt in alle geledingen voor.' Vice-voorzitter Lucie Geurts: 'Een ware gelovige laat zich niet door een foute priester of bisschop wegjagen.'


Eerder had een buurtbewoner gezegd: 'Ik ben ook fan van PSV als de club slecht speelt. De kerk speelt slecht nu, maar ik laat de kerk niet vallen.'


Lege collecteschaal

De Norbertus, gewijd aan de geestelijke uit het Noord-Limburgse Gennep die het in 1126 tot aartsbisschop van Maagdenburg zou schoppen en drie eeuwen later heilig werd verklaard, wankelde al veel eerder. Het was toevallig deken De Graaf Woutering zelf die in 1989 als rechtstreeks betrokkene de kwestie als eerste aan de orde stelde. Hij was net kapelaan in de parochie, ontmoette een 'fris, gemotiveerd bestuur', maar zag de leegte in de kerkbanken en het collecteschaaltje. Hij vroeg het aan de toenmalige pastoor. 'Hoe lang gaat dit nog duren?'


Het was ook in dat jaar dat vier pubers van rond de 15 jaar in de wijk in een kippenhok achter het huis van een van de ouders een eenvoudig Pearl-drumstelletje opstelden en een Vester-gitaar en een Aria-bas om de nek hingen. De Heideroosjes, toch katholiek opgevoed, gingen met punkrock de benauwdheid in het dorp te lijf. Zanger Marco Roelofs, terugblikkend: 'Het was niet heel heftig, of zo. Het was Horst. Het was geen Stáphorst. Maar ik was wel anti-religieus gedreven, ja. Listen to the pope ( you'll get aids) was een van de vroegste nummers. Ik had me toch geregeld afgevraagd waarom ik op de knietjes moest. Als God echt bestaat, waarom stierf een vriend van mij, een leeftijdsgenoot, aan kanker?' Naar de mis hoefde hij al niet meer op elke zondag, zijn ouders sloegen zelf ook diensten over. Gitarist Frank Kleuskens werd gedoopt toen hij al 5 was - volgens hem was zijn moeder het gezeur van de pastoor beu. De communie heeft hij toch ook maar gedaan, de rest van de klas ging ook, en wie A zegt moet ook B zeggen.


De geschiedenis van de Norbertuskerk is de geschiedenis van de verdamping van de kerkgang in Nederland. Wanneer de erosie in Horst-Noord, het voormalige Veld-Oostenrijk, is begonnen, is moeilijk precies aan te wijzen. De komst van de kerk in de nieuwe wijk, waar in het begin van de jaren zestig rijtjeshuizen en bescheiden flats van 3- en 4-hoog werden opgetrokken, was vanzelfsprekend, het godshuis stond zelfs lang in een nog lege vlakte. Er kwamen oude en nieuwe Horstenaren, Limburgers en niet-Limburgers in het neej durp wonen; maar onder hen waren ook de eerste niet-katholieken. Nog altijd valt het begrip 'jamdorp': wie daar destijds ging wonen had zulke hoge woonlasten dat er niks overschoot voor vleeswaren op de boterham.


Al in 1952 moet de anonieme auteur van het stuk in het Dagblad van Noord-Limburg al iets voorvoeld hebben, toen hij over de opening van de nieuwe Lambertus in het Horster centrum schreef. De oude Lambertus, een zes eeuwen oude driebeukige hallekerk, was in de herfst van 1944 in een Brits bombardement vernietigd; de klok verloor steun en stortte door de gewelven naar beneden. De Duitsers bliezen de restanten op. 'De kerken die wij uit handen van voorgaande geslachten ontvingen waren een kostbaar en door de geschiedenis geadeld bezit. De kerken die wij zelf hebben bouwen vormen ondanks hun versobering een wezenlijker en meer persoonlijker bezit. Zij zullen in zekere zin alleen de kerken van onze generatie zijn.' Van de Norbertus was nog geen sprake.


Het gaat goed met de kerk, die eerste jaren in het neej durp. Op zondag zijn er drie missen, het worden er al snel vier. Maar al in 1967, als de nog niet eens voltooide wijk 3.240 parochianen telt, daalt het kerkbezoek. Het Tweede Vaticaans Concilie onder paus Johannes XXIII is voltooid, nieuwe vrijheden gepropageerd. In de jaren zeventig wordt de afname nog enigszins gedempt. Pastoor Camps, toch al populair ('Hij was een herder, hij lachte en huilde met de mensen', klinkt het in het parochiezaaltje) krijgt gezelschap van kapelaan Mathieu Kunnen. Er komen gezinsmissen, een combootje begeleidt het koor, met Kerst verschijnt een herder met schapen op de leistenen vloer. Een buutreedner op het feest van het tienjarig bestaan: 'Wat Camps niet kan, kan Kunnen, wat Kunnen niet kan, kan Camps.' Onder de vleugels van de kerk komen een school en een gemeenschapshuis tot stand, het Östenriekske. Boven de abrikozenvlaai: 'De kerk was het bindmiddel van de buurt.'


Maar de opvolger kan het tij niet keren. Oud-bestuurder Coenders: 'Je merkte de school van bisschop Gijsen.' Vrijwilligster Tiny Zegers: 'Het jongerenkoor mocht niet meer op het altaar staan.' Anja Kleuskens: 'Je mocht geen gedichten meer voordragen, alleen gebeden en lezingen.' Frans Coenders: 'Als bestuurders hadden we eerst zelfstandigheid. Die waren we kwijt.' Ze kregen zelf ook meer moeite met de conservatieve opvattingen uit Roermond en Rome. Hoewel latere pastoors weer wat elan in de eredienst brachten, was de toon gezet. Coenders: 'De kerk is niet met haar tijd meegegaan.' Inmiddels hebben de Heideroosjes de kerk allerminst uit het zicht verloren. Ze treden op in de voormalige jeugdsociëteiten van de parochies in de buurt - het zijn broeierige jongerenhonken geworden.


Na een periode in Venray, waar hij ook betrokken was bij twee kerksluitingen, keert De Graaf Woutering als deken-pastoor in 2009 terug naar Horst, waar inmiddels een clusterparochie is ontstaan met omliggende dorpen. Er zijn niet meer dan twee priesters beschikbaar. Ze krijgen steun van een seminarist. De kapelaan komt uit Polen.


Groot onderhoud

Wat De Graaf Woutering aantreft, komt overeen met het beeld dat hem in 1989 al verontrustte: alleen zijn de banken nog leger; 60, 70 bezoekers op de enige mis op zaterdagavond, op een parochie van 4.000 zielen. Van de opbrengst van de collecte kan niets eens meer het uurloon van de organist worden betaald. Dak en vloer zijn toe aan groot onderhoud. Dat geld gaat er nooit komen. Er is geen keus: het bestuur informeert het bisdom over het voornemen het wierookvat op te bergen. Het wachten is op het decreet. De Graaf Woutering: 'De sluiting van de kerk is voor menigeen een emotioneel moment. Je hebt er je vader en je moeder begraven, je bent er getrouwd, je kinderen zijn er gedoopt. Maar hier is geen opstand. Er is waardige berusting. Het zat al in de hoofden.'


De vrijwilligers komen op een bont palet aan verklaringen. 'Het Tweede Vaticaans Concilie' (Coenders). 'De welvaart' (Anja Kleuskens). 'Eerst de tv, nu het internet' (Tiny Zegers). 'Iedereen heeft het maar druk, druk, druk' (Lucie Geurts).


De middag voor de mis is het stil in de wijk. De hond wordt uitgelaten, herfstblad bijeen geveegd. Bij het Östenriekske, tegenwoordig horecagelegenheid de Leste Geulde, tikken jeu-de-boulesballen. De meeste omwonenden reageren schouderophalend op de sluiting . 'Het doet me gewoon niks, zo'n betonnen bak.' 'Ik woon er drie jaar, ik ben er nog nooit geweest.' 'Ik krijg altijd het gevoel dat ze me geld uit de zak willen kloppen.' 'Ik verstond die Pool bijna niet.' Maar op de vraag of ze nog wel gelovig zijn, volgt in vrijwel alle gevallen een bevestigend antwoord.


Degenen die het stervensproces van de Norbertus begeleiden waarschuwen dan ook voor overhaaste conclusies: denk niet dat God uit het neej durp is vertrokken. Zie de gezinsbijdragen, die zijn al die jaren behoorlijk op peil gebleven. De Graaf Woutering: 'Op de scharniermomenten van het leven, als het erop aankomt, zie je dat mensen nog altijd bezinning zoeken. Het is een oergevoel. Als je ze vraagt waarom ze niet vaker komen, hoor je vaak: het is zo saai. Maar ik weet zeker als ik hier Rowwen Hèze zou neerzetten, zouden ze één keer komen, misschien nog een keer, maar daarna zijn ze weg. De reden? Het hóeft het niet meer.'


In de mis vraagt de lector van dienst om kracht bij de aanstaande sluiting. 'Laat ons bidden.' Tegelijkertijd floreert op een handvol kilometers afstand een nieuwe, jonge parochie. De dorpskerk in Meterik puilt uit. Kapelaan Karol Mielnik draagt de mis op. De straten en het pleintje staan bomvol auto's. De kentekens zijn Pools.


God geeft zich niet zomaar gewonnen. En de Heideroosjes houden sabbatical.


Lege kerken

Het bisdom Roermond houdt er geen precieze criteria op na voor het sluiten van een kerk. In een dorp zal het onttrekken aan de eredienst in een later stadium worden afgekondigd dan in een stad, waar ontheemde parochianen meer mogelijkheden hebben uit te wijken naar een godshuis in de buurt. 'Bovendien vormt in zo'n dorp de kerk nog het cement tussen de stenen van de samenleving', aldus een woordvoerder van het bisdom. 'Daar wil je liever niet aankomen.' Als het kerkbestuur het gebouw voor sluiting heeft voorgedragen, volgt er een advies van de priesterraad in het bisdom, waarna de bisschop een decreet uitvaardigt.


Volgens het bisdom gaat het teruglopend kerkbezoek samen met het toenemend gebrek aan priesterpersoneel. In de 340 parochies zijn nog 220 priesters actief, in 2020 zal dat aantal zijn gedaald tot hooguit 125. Er zijn priesters die in meer dan vijf parochies actief zijn.


Het bisdom probeert ook toezicht te houden op de herbestemming van kerken. Die zou niet 'oneerbiedig' mogen zijn. Het streven is het behoud van een maatschappelijke functie. Een inventarisatie op verzoek van de bisdommen Haarlem en Rotterdam vorig jaar wees uit dat van de 927 gebouwen - protestants en katholiek - die de afgelopen veertig jaar zijn afgestoten, eenderde is gesloopt. Kerken van voor 1850 hebben hun religieuze functie meestal behouden, de wederopbouwkerken uit de periode 1941-1969 vormen de grootste groep waarvan afstand is genomen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.