Transition TwentiesDe democratie

In de jaren twintig zal vooral het liberale element van de democratie onder druk komen te staan

Beeld Leonie Bos

De schaduw van de vorige jaren twintig valt vaak over het hedendaagse debat, met populisten als nieuwe fascisten. Toch zijn de verschillen minstens zo interessant.  

‘Het volk is angstig op zoek naar instituties, ideeën, mensen die vaste punten in het leven vertegenwoordigen, die veilige havens betekenen.’ De linkse regimes hebben afgedaan, de eeuw van de democratie loopt ten einde, schreef Benito Mussolini in 1922, vlak voordat hij de Italiaanse democratie zelf om zeep zou helpen met zijn mars op Rome. Hij wordt geciteerd in M – De zoon van de eeuw, de onlangs verschenen bestseller waarin Antonio Scurati de machtsgreep van Mussolini als een roman vertelt.

Honderd jaar later is ‘het volk’ opnieuw angstig en op zoek naar veiligheid. In toenemende mate lijkt het zijn hoop te vestigen op autoritaire leiders als Poetin, Erdogan, Duterte, Orbàn, Bolsonaro of Trump. Ze zijn min of meer democratisch gekozen, in elk geval door verkiezingen aan de macht gekomen, maar ze trekken zich weinig aan van democratische spelregels als respect voor minderheden, de vrije pers of onafhankelijke rechtspraak.

Zo valt de schaduw van de jaren twintig van de 20ste eeuw vaak over het hedendaagse debat, met populisten als nieuwe fascisten. Maar in Scurati’s M – De zoon van de eeuw vallen vooral de verschillen met het heden op. Italië kwam destijds uit een verwoestende wereldoorlog die meer dan een half miljoen mensen, vooral jonge mannen, het leven had gekost. Verarmde en verwilderde veteranen vormden fascistische knokploegen die tegenstanders afranselden of uit de weg ruimden. Op de achtergrond speelde de Russische Revolutie en de angst voor het communisme, waardoor een deel van de gevestigde orde Mussolini steunde als laatste bolwerk tegen het rode gevaar. De echo’s van het fascisme in onze tijd zijn duidelijk en verontrustend, maar de verschillen in schaal en context zijn te groot om de parallel overtuigend te maken, concludeerde het Amerikaanse tijdschrift Foreign Affairs.

Benito Mussolini in 1922, het jaar dat hij de macht greep.Beeld Getty

‘Er is best reden tot zorg. Je ziet bewegingen in landen als Polen, Hongarije, Brazilië of Mexico die terecht bekritiseerd worden. Maar het idee dat de democratie alom in levensgevaar is, verdient een duidelijke relativering, zeker in landen met een diep verankerde democratische traditie als Nederland’, zegt Frank Hendriks, hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg, en auteur van boeken over democratie zoals Democratie onder druk en Democratische zegen of vloek? Aantekeningen bij het referendum.

De liberale democratie, de vorm die de democratie in het Westen heeft aangenomen, bestaat uit twee elementen die op gespannen voet met elkaar staan. Het democratische element: meeste stemmen gelden. En het liberale element: individuele vrijheden en rechten worden beschermd, ongeacht de vraag hoe de meerderheid daarover denkt. De meerderheid bestuurt, de minderheid wordt beschermd tegen de tirannie van de meerderheid.

In de jaren twintig van de 21ste eeuw zal vooral het liberale element onder druk komen te staan. In autoritaire, onliberale democratieën legt de meerderheid haar wil op, zonder rekening te houden met de minderheid. Het gevaar komt niet zozeer van zwarthemden, aangevoerd door een schuimbekkende aspirant-dictator, maar van een langzame uitholling van individuele rechten en vrijheden. Het model hiervoor is niet Benito Mussolini, maar Viktor Orbàn, de premier van Hongarije. Hij werd democratisch gekozen, maar knevelde de vrije pers en legde de onafhankelijke rechtspraak aan banden. Vervolgens veranderde hij de kieswet, waardoor hij de verkiezingen nauwelijks meer kan verliezen. Dat alles rechtvaardigde hij door zichzelf als de enige vertegenwoordiger van ‘het volk’ aan te wijzen, waardoor zijn tegenstanders automatisch ‘de vijanden van het volk’ worden.

Bij alle verschillen ligt hier wel een duidelijke parallel tussen het hedendaags populisme en het fascisme (en communisme) van de jaren twintig van de 20ste eeuw, schrijft de Franse politicoloog Pierre Rosanvallon in de onlangs verschenen bundel De democratie denken. Net als de fascisten van weleer verheerlijken de populisten eenheid en homogeniteit. ‘Het volk’ beschouwen zij niet als een verzameling van verschillende groepen, met verschillende ideeën en belangen, maar als een eenheid die wordt gedefinieerd door de tegenstelling met ‘de elite’. ‘Het is alsof het volk het onbedorven en verenigde deel van een samenleving is dat spontaan een blok zou vormen zodra er met kosmopolitische groepen en oligarchieën is afgerekend’, schrijft Rosanvallon.

Verontrustend aan de ‘boreale’ toespraak van Forum-leider Thierry Baudet na de Statenverkiezingen van 2019 was niet alleen het extreem-rechtse taalgebruik, maar ook de manier waarop hij ‘het volk’ als één blok tegenover zijn vijanden plaatste: ‘onze’ kunstenaars, journalisten, academici en politici.

Populisten reageren verontwaardigd op elke associatie met de jaren twintig van de 20ste eeuw. Wij zijn juist de superdemocraten, zeggen ze. We willen de macht van de politieke kaste breken en het volk weer een directe stem geven. Het instrument bij uitstek hiervoor is het referendum. ‘Het volk weet véél beter wat goed voor Nederland is dan de regenten in Den Haag’, zei PVV-leider Wilders. Het referendum kan het democratische element in de liberale democratie versterken, ten koste van het liberale element. Niet voor niets werd het per referendum aangenomen minarettenverbod in Zwitserland enthousiast ontvangen door de PVV. Meeste stemmen gelden, minderheden moeten hun mond houden.

Net als de gele hesjes in Frankrijk pleit Thierry Baudet voor een volksinitiatief naar Zwitsers model, waarbij groepen burgers zelf een voorstel in stemming kunnen brengen. Zijn boekje Breek het partijkartel! leest als een aanvalsplan. Linkse en rechtse partijen zijn allemaal voor Europa en tegen een harde aanpak van immigratie, schrijft hij. Maar als je deze kwesties aan ‘het volk’ voorlegt, zal het massaal voor ‘Nederlandse’ waarden kiezen, is zijn overtuiging.

‘Referenda win je niet met waarheid, maar met inspelen op angst en frustratie, het creëren van een vijandbeeld. Ik vermoed dat in Nederland via het referendum de doodstraf wel weer kan worden ingevoerd, of het onvrijwillig laten castreren van pedofielen. Het afschaffen van de grondwet zou ook moeten lukken’, schreef Arnon Grunberg in de Volkskrant.

De angst voor directe macht van burgers is oud. Plato pleitte voor de koning-filosoof, nadat het volk van Athene zijn leermeester Socrates ter dood had gebracht. Het volk wordt gezien als emotioneel, grillig, vatbaar voor demagogie en extremisme.

Er zitten zeker risico’s aan referenda, zegt bestuurskundige Frank Hendriks. ‘De meerderheid beslist en de minderheid heeft zich maar te schikken. Als je dan geen rechtsstelsel en andere instituties hebt die minderheden beschermen, komt de democratie in gevaar. Dat zie je in Rusland, waar de democratie afkalft en verdwijnt. Maar dat zie ik in Nederland niet zo snel gebeuren. De rechtsstaat is nog altijd sterk. Er zijn veel mogelijkheden om je recht te halen. En je hebt altijd de Grondwet nog, die de grondrechten van minderheden beschermt. Natuurlijk kun je die ook veranderen, maar dat is een stuk moeilijker.’

Referenda vormen ongetwijfeld een gevaar voor de Europese samenwerking, zoals de Brexit heeft laten zien. Maar er is ook een ander voorbeeld, zegt Hendriks. Denemarken hield een referendum over de euro, Nederland niet. Denemarken bleef weliswaar buiten de euro, maar het vertrouwen in Europa nam er toe, terwijl het in Nederland daalde. Hoe dan ook, de Europese Unie zal de confrontatie met de kiezer niet eeuwig kunnen ontlopen. Op den duur kan zij slechts voortbestaan als zij burgers weet te overtuigen hoe belangrijk Europa is.

De directe invloed van burgers in landen als Nederland is erg klein, vinden ook niet-populistische deskundigen. Bestuurskundige Hendriks was altijd wel een voorstander van de vertegenwoordigende democratie. De kiezer geeft een mandaat aan de politicus van zijn keuze en na vier jaar rekent hij af. Het geeft politici een ruime vrijheid om compromissen te sluiten en pragmatisch te handelen, in de consensusdemocratie waarmee Nederland groot is geworden.

Alleen: de vertegenwoordigende democratie werkt vooral goed als zij de kiezers ook echt vertegenwoordigt. In het verzuilde Nederland werden kiezers gebonden in massapartijen, gelieerd aan kerken, vakbonden, omroepen en talloze andere maatschappelijke organisaties. Volgens de befaamde pacificatietheorie van de politicoloog Arend Lijphart sloten de elites aan de top van de zuilen compromissen, in de wetenschap dat de trouwe achterban wel zou volgen.

De cultuur van ‘schikken en plooien’ bestaat nog steeds, maar de trouwe achterban is verdwenen. De ledentallen van de politieke partijen zijn teruggelopen, meer dan ooit wisselen kiezers per verkiezing van partij. Daardoor is het schikken en plooien in de lucht komen te hangen. Wie vertegenwoordigt de vertegenwoordigende democratie nog?

Hendriks: ‘Het Feyenoordstadion, daar passen zo’n beetje alle actieve leden van de politieke partijen in. Dat zijn de mensen waar de vertegenwoordigende democratie het van moet hebben. Maar waarom zouden al die andere mensen overal buiten moeten blijven staan?’

Vooral lageropgeleiden voelen zich slecht vertegenwoordigd in de Tweede Kamer, stelt de staatscommissie parlementair stelsel (‘commissie-Remkes’) die in opdracht van de regering de democratie onderzocht. ‘Uit onderzoek blijkt dat inhoudelijke opvattingen van (hoogopgeleide) Kamerleden op belangrijke politieke thema’s als integratie, immigratie en Europa bijna naadloos aansluiten op die van hoogopgeleide kiezers, maar veel minder goed op die van laagopgeleide kiezers’, schrijft de commissie in haar eindrapport.

De commissie signaleert de ‘Ostrogorski-paradox’, genoemd naar een Russische politicoloog: in de Tweede Kamer kan een meerderheid bestaan voor beleid waarvoor geen meerderheid in de samenleving is. Het aantal voorbeelden is legio. Zo steunden vrijwel alle partijen de Europese Grondwet uit 2005, terwijl tweederde van de kiezers er tegen was. Het fenomeen wordt nog eens versterkt door coalitiepolitiek. Zolang het CDA nodig is om een regering te vormen staat de vrijheid van onderwijs buiten discussie, hoeveel mensen zich ook zorgen maken over de opmars van islamitisch onderwijs. Het klimaatbeleid komt tot stand in gecompliceerde coalitieonderhandelingen waar kiezers geen directe invloed op hebben.

De commissie-Remkes stelde daarom een bindend correctief referendum voor, waarbij kiezers een door de Kamer aangenomen wetsvoorstel kunnen wegstemmen. ‘Dan heb je een instrument, als aan allerlei voorwaarden is voldaan, waarmee de samenleving kan zeggen: ja, maar dit willen we echt niet’, zegt Hendriks, die door de commissie als deskundige werd geraadpleegd. Bovendien dwingt de mogelijkheid van een referendum beleidsmakers om rekening te houden met meerderheden in de samenleving.

Het volksinitiatief waarvoor Baudet pleit heeft volgens Hendriks grotere risico’s. Bij een correctief referendum blijft de vertegenwoordigende democratie aan zet, bij het volksinitiatief wordt wetgeving een direct volksbesluit. ‘Een groot nadeel van het referendum is dat het erg binair is. Het basisidee is ja/nee. De samenleving splitst zich in twee kampen die verschrikkelijk tegen elkaar gaan strijden. Ze zullen niet snel zeggen: daar heeft het andere kamp wel een punt, dat gaan we overnemen’, zegt Hendriks. Bij beleidsvorming is het vaak beter om ideeën uit verschillende richtingen tot een geheel te smeden, denkt hij.

Het volksinitiatief zet bovendien de volksvertegenwoordiging buitenspel. Die heeft nog altijd voordelen, zegt Hendriks: ‘Politiek is ook een vak. Je moet de tijd hebben om je in dossiers te verdiepen. Dat besteden we graag uit aan politici.’

In de jaren twintig van de 20ste eeuw kwam in Nederland de verzuilde democratie tot wasdom. Die bestaat niet meer. Volgens Hendriks leven we nu steeds meer in een ‘stemmingendemocratie’, die niet alleen sterk aan stemmingen en emoties onderhevig is, maar waarin burgers ook graag stemmen. Van tv-spelletjes tot referenda, van petities tot opiniepeilingen, burgers willen hun stem laten horen.

Die geest is uit de fles, denkt Hendriks. De roep om directe invloed van burgers zal alleen maar toenemen. ‘De democratie wordt rauwer’, denkt hij. Het compromis verliest aan belang, meerderheden van burgers zullen vaker hun wil willen opleggen, aangevuurd door handige politici.

Hier ligt wel weer een opvallende parallel met de roaring twenties. Toen en nu stond de gevestigde orde voor een soortgelijk probleem: hoe binden wij ‘het volk’ aan ons systeem? Na de Eerste Wereldoorlog kwamen koningen en keizers ten val. De gewone man, die zo zwaar geleden had in de loopgraven, eiste zijn plaats op het politieke toneel. Hij werd gebonden in massapartijen en andere grote organisaties.

In de jaren twintig van de 21ste eeuw is de massasamenleving verdwenen en zoeken burgers naar nieuwe vormen van binding. Het politieke volk eist zijn stem, schrijft Pierre Rosanvallon in De democratie denken, maar het sociale volk is uit elkaar gevallen.

Het populisme geeft een antwoord op de vraag naar binding: samen rond natiestaat en eigen volk. Wie het populisme wil bestrijden, moet het niet pavloviaans afwijzen, zegt Rosanvallon, maar zijn eigen vorm van ‘gemeenschappelijkheid’ creëren, een sociale samenleving die alle burgers ten goede komt, niet alleen de winnaars.

Adolf Hitler spreekt zijn partij, de NSDAP, toe in 1925.Beeld Getty

De democratie was jong en kwetsbaar 

In de jaren twintig van de 20ste eeuw werd in veel Europese landen de democratie uitgebreid. In Nederland werd in 1917 het algemeen mannenkiesrecht ingevoerd, waar kiesrecht voorheen was voorbehouden aan mannen met een behoorlijk inkomen. De democratie was in veel landen jong en kwetsbaar. In Italiē greep Benito Mussolini in 1922 de macht. Hij vestigde een totalitaire fascistische staat. In Duitsland deed Adolf Hitler in 1923 een poging tot staatsgreep, vanuit Bürgerbräukeller in München. Deze Bierkellerputsch mislukte volkomen. Hitler werd naar de gevangenis gezonden, waar hij Mein Kampf schreef. In 1933 kwam hij alsnog aan de macht. Niet met democratische middelen, zoals vaak wordt gezegd. De kiezers hadden zijn NSDAP weliswaar tot grootste partij gemaakt, met 33 procent van de stemmen, maar hij kon de macht pas grijpen door medewerking van de Duitse elite, in het bijzonder president Von Hindenburg. Aan de andere kant van het politieke spectrum werd de kwetsbare democratie bedreigd door het communisme. In veel landen zagen communisten de totalitaire Sovjet-Unie als een lichtend voorbeeld. Uit angst voor het ‘rode gevaar’ steunde een deel van de elites in Italië en Duitsland een fascistische machtsovername.

Lees hier meer van de serie Transition Twenties

Zelfrijdende auto? Rij nog maar even zelf
Reken niet te veel op de grote revolutie van de zelfrijdende auto. Evengoed zal er genoeg veranderen.

Insectenburgers maken weinig kans, maar wat gaan we wel eten in de jaren twintig?
De kansen voor kweekvlees, vegan ribs, puree uit de printer, ‘functional foods’ of – veel verder weg – brandnetels.

Gaan we nu eindelijk van vrouwelijke kunstenaars houden?
Eeuwenlang – ook, of nee: júíst in de 20ste eeuw – zijn vrouwelijke kunstenaars doelbewust genegeerd, verzwegen, niet op waarde geschat. Nu is alles anders, toch? Wat hebben de jaren twintig voor hen in petto?

Hoe een pleister de zorg op stelten zette – en misschien weer gaat zetten
Een slimme pleister kan helpen de zorg van het ziekenhuis naar thuis te verplaatsen. Daarbij moeten nog wel de eenvoudigste dingen worden uitgevogeld.

Wordt dit het decennium waarin roken de genadeklap krijgt?
De komende jaren belandt roken nog verder in het verdomhoekje, al blijft de tabaksindustrie een geduchte tegenstander.

Contant geld wordt schaars en dat is niet zonder risico
Cashloos betalen maakt de afhankelijkheid van de commerciële banken groter. Om een crisis te voorkomen zijn alternatieven gewenst. Zoals direct digitaal geld van de centrale bank.

Ongemakkelijke vragen bij de (langverwachte) doorbraak van virtual reality
Als virtual reality het komende decennium eindelijk doorbreekt, zijn er ongemakkelijke vragen te beantwoorden. Want ‘virtuele’ betasting kan akelig echt voelen.

Van massamedicijn naar maatwerk: de precisiegeneeskunde rukt op
De patiënt van de toekomst zal steeds vaker een doelgericht geneesmiddel krijgen. Aan dat precisiewerk hangt wel een stevig prijskaartje.  

Wie hip wil zijn in de twenties, hult zich in dikke, duurzame, donkerbruine capes
Hoe lopen we er het komende decennium bij? Moderedacteur Cécile Narinx voorziet veel dikke, wijde, donkerbruine kleding vol technologische snufjes. En, verrassing: draagschaamte wordt een ding.

Interview Klaas van Egmond: ‘We moeten naar een stationaire economie’
Meer materiële groei kan de aarde niet aan, waarschuwt Klaas van Egmond. Besef hiervan moet leiden tot een herziening van het financiële bestel, hoopt de hoogleraar milieukunde. ‘Alle problemen die we nu hebben, hebben te maken met gebrek aan bewustzijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden