In de glastuinbouw ging het in dertig jaar niet zo slecht

Dankzij de paprika's en tomaten is Nederland 's werelds grootste groente-exporteur. Toch staat veel glastuinders het water aan de lippen. Het aantal faillissementen stijgt snel. De komende weken is het erop of eronder voor veel bedrijven. 'Dit is ongekend.'

Aan de rand van het Terneuzense havengebied, op een paar kilometer van de Belgische grens, staat een groep indrukwekkende kassen. Gloednieuw, met waterbassins, silo's, allemaal hypermodern. Het is een bijzonder kassengebied, want hier wordt geen kubieke meter aardgas verstookt. Alle kassen worden verwarmd op de restwarmte van de naburige kunstmestfabriek.


Minstens even indrukwekkend als de kassen zelf, zijn de lege plekken tussen die kassen; vol is het nog lang niet, daar op het Biopark Terneuzen. En dat had het wel moeten zijn. De projectontwikkelaar Bio Glas had zijn plannen getrokken op een snelle ontwikkeling. Maar toen Bio Glas in 2008 begon kavels te verkopen, waren er nauwelijks tuinders geïnteresseerd. Bio Glas is nu zo goed als failliet.


Betekent dat dat het beoogde kassengebied weer gewoon haventerrein wordt? Paprikateler Johan Reedijk lacht als een boer met kiespijn. Hij kijkt om zich heen, naar het bleke gras op de lege velden om hem heen. Plotseling ziet hij kansen in zo'n havenontwikkeling. 'Laat ze hier dan maar een mooie haven aanleggen. Dan moeten ze mij uitkopen en kom ik hier nog goed weg.'


Het gaat slecht met de glastuinbouw. De Rabobank is de grootste financier van de sector, en heeft ruim 7 miljard euro aan kredieten uitstaan. Vorig jaar moest de bank een voorziening treffen van 55 miljoen euro, dit jaar van 74 miljoen. Dat is net iets meer dan 1 procent, en dat klinkt als niet veel. Maar, zegt Rabo's sectormanager voor de tuinbouw Cor Hendriks, 'in de jaren daarvoor hebben we nooit meer dan 10 miljoen per jaar op die kredietportefeuille moeten afschrijven. Wat we nu meemaken is de diepste en de breedste crisis van de afgelopen dertig jaar.' Met de sierteelt valt het nog wel mee, maar de groentetelers staat het water aan de lippen.


Hendriks' collega Bernd Feenstra van ABN Amro, met 1,1 miljard uitstaand krediet de nummer twee in de markt, noemt de crisis 'ongekend'. 'Op dit moment zit een kwart van de glastuinders die bij ons bankieren in bijzonder beheer', zegt hij. Dat betekent dat die bedrijven verliezen lijden en moeite hebben de rentes en aflossingen op te brengen. 'Tot nu toe zijn er nog maar weinig bedrijven gestopt, maar ik denk dat er nog heel wat bij komen.' Niet alleen door de lage prijzen voor hun producten, maar ook door de hoge energiekosten (zie elders op deze pagina).


Feenstra noemt het nog relatief weinig, maar het aantal faillissementen loopt snel op. Volgens cijfers van het CBS gaan sinds 2009 elk jaar meer dan tachtig glastuinders failliet, meest groentetelers. Andere wachten het faillissement niet af. In 2005 waren er nog bijna 5.300 glastuinderijen, vorig jaar resteerden er ruim 3.700. Van de 1.660 glasgroentetelers in 2005 was in 2011 zelfs een kwart verdwenen. Maar ze werden wel veel groter. Het gemiddelde glasgroentebedrijf is nu bijna dubbel zo groot als in 2005.


De glastuinders zelf kennen allemaal collega's die onlangs failliet zijn gegaan, die net te horen hebben gekregen dat de financiering wordt stopgezet, of die met de moed der wanhoop nog proberen te overleven tot, wie weet, er betere tijden komen. Deze week zette Rabobank samen met DTZ Zadelhoff acht complete kassenbedrijven te koop. Vorig jaar begonnen makelaar en bank met deze verkoopmethode.


Aan de vergadertafel in zijn bedrijf halen Johan Reedijk en zijn collega Jan Zegwaard moeiteloos de gruwelverhalen op. Tuinders die hun huis uit moeten, wier gezinnen breken. 'Ik weet er van één die zelfs de spaarrekening van zijn kinderen moest inleveren', zegt Zegwaard, tomatenteler in Someren bij Eindhoven. Want de meeste tuinders hebben hun bedrijf niet in een bv zitten, en zij die dat wel hebben, moeten om aan krediet te komen toch persoonlijk garant staan.


De crisis begon in 2008, maar 2009 werd een waar rampjaar. Hendriks van de Rabobank: 'Dat was het slechtste jaar ooit.' In 2010 was sprake van herstel (behalve voor de paprikatelers), maar 2011 was weer even beroerd als 2009. En het lopende jaar lijkt ook nergens naar, gezien de enorme voorzieningen die de bank al heeft genomen.


Een normale ondernemer moet natuurlijk minstens zijn kosten terugverdienen, maar zo werkt het in de tuinbouw niet. De gezinsleden van de tuinder werken, als dat moet, voor weinig of niets, en de tuinder kan op zijn vermogen interen. Een ondernemer die meer dan 95 procent van zijn kosten terugverdient, houdt het nog wel even vol, als het onder de 90 procent komt is er sprake van een echt slecht jaar. Hendriks: 'Maar in 2009 en 2011 verdiende de kasgroenteteler gemiddeld maar 81 procent terug van de kosten. Lager hebben we nooit gemeten.' Ook uit de cijfers van landbouwinstituut LEI blijkt dat glastuinbouwbedrijven gemiddeld fors verlies maken. Het bedrijfsresultaat van de tuinders was vorig jaar 397 duizend euro negatief.


De problemen liggen vooral bij de paprikatelers. Paprika's lijken plotseling niet meer verkoopbaar. Aan de kwaliteit zal het niet liggen. Nederlandse producten uit de kas, zoals tomaten, komkommers en paprika's, scoren al jaren het beste wat betreft gebruik van bestrijdingsmiddelen. Er wordt vrijwel nooit nog een spoor van bestrijdingsmiddelen op de groente teruggevonden. Uit imago-onderzoek blijkt dat ook de consument in bijvoorbeeld Duitsland overtuigd is van de Nederlandse kwaliteit. De Duitsers vinden de Duitse groenten de beste. Daarna volgen de Nederlandse, ruim voor de Spaanse en Italiaanse.


Als die producten zo goed zijn, waarom verkopen ze dan niet? Bernd Feenstra van ABN Amro kan tal van factoren opnoemen. Incidenten natuurlijk, een hele reeks. Te beginnen in 2008: in heel Europa was het weer gunstig, de oogst dus overdadig en daarom de prijs belabberd. In 2011 brak de Ehec-hysterie uit, waardoor de verkoop van zogenaamde 'sla-groenten' hard terugliep.


Tot zover de incidenten. Maar volgens Feenstra zijn de structurele problemen veel dreigender. Het innoverend vermogen van de groentetelers, en dan vooral van de paprikatelers, is ver onder de maat. Ze slagen er alleen in hetzelfde product steeds goedkoper en steeds massaler te produceren, maar met nieuwe producten komen ze niet.


Misschien nog wezenlijker is de versnippering van de afzet. 'Kijk naar het verschil tussen groentetelers enerzijds en tuinders in de sierteelt anderzijds. De bloemen en kamerplanten gaan voor een groot deel via de veiling. Dat is een heel sterk afzetkanaal. Maar de groentetelers zijn heel versnipperd. Dat betekent dat ze door het grootwinkelbedrijf tegen elkaar kunnen worden uitgespeeld.'


De 20ste eeuw kenmerkte zich door alsmaar groter wordende veilingcoöperaties, die fuseerden tot er maar twee over waren: The Greenery en ZON. In deze eeuw is die bijna-eenheid helemaal weer uiteengevallen. Er zijn nu zeventien erkende 'telersverenigingen', een soort afzetcoöperaties. Maar in heel Europa gaat meer dan 90 procent van alle groente en fruit naar slechts vijftien inkopers: de grootwinkelbedrijven en hun samenwerkingsverbanden.


Feenstra is niet de enige die denkt dat de tuinders een groot deel van hun narigheid aan zichzelf hebben te wijten. De tuinders Jan Zegwaard en Johan Reedijk zien de versnippering met lede ogen aan. Reedijk schetst de krachtsverhoudingen: 'De inkoper van zo'n supermarktketen zegt deze week wat ze volgende week maximaal willen betalen. Dat ligt ver onder de kostprijs. Je kunt weigeren, maar er is altijd wel één van die zeventien telersverenigingen die ja zegt. Die inkoper wint dus altijd.' Zelfs hartje zomer, als Nederland vrijwel de enige leverancier is van paprika's in heel Europa, slagen de Nederlandse telers er niet in een enigszins redelijke prijs te halen.


Volgens ABN Amro-bankier Feenstra is de toestand nog verergerd door de zogenaamde GMO-subsidie (Gemeenschappelijke Markt Ordening) van de Europese Unie, bedoeld om de positie van de telers op de markt te versterken. 'In de praktijk hebben ze die positie juist verzwakt.' Vorig jaar kreeg alleen al Nederland 100 miljoen euro van dergelijke subsidies. Dat geld kwam voor een belangrijk deel bij de tuinders zelf terecht, die er verpakkings- of sorteermachines van kochten. Aan marketing werd weinig gedaan. Feenstra: 'Die subsidies zijn helemaal verkeerd gebruikt.'


De GMO-subsidies werden bovendien een splijtzwam in de sector. Telersverenigingen werden opgericht juist om die subsidies te bemachtigen. De productiecapaciteit werd uitgebreid dankzij die subsidies. En dat terwijl de banken in de jaren vóór 2008 al zeer scheutig waren met hun krediet, met constructies zoals sale-and-lease-back. In drie jaar groeide het glasgroente-areaal met 10 procent.


Doodgewone overproductie dus. 'De consumptie is gelijk gebleven, misschien een beetje gedaald. En de productie is gegroeid', analyseert tuinder Reedijk. En een versnipperde afzetstructuur waardoor de afnemers hun slachtoffers voor het uitkiezen hebben. Als Albert Heijn een briefje stuurt dat de prijzen weer 2 procent zullen dalen, hebben de tuinders geen enkel verweer.


De oplossing lijkt simpel: meer samenwerken in de afzet. Maar dat zal niet snel lukken. Al die afzetcoöperaties, die telersverenigingen, hebben allemaal besturen die een positie hebben te verdedigen. En de tuinders hebben vaak geen tijd om zich ermee bezig te houden. Jan Zegwaard, Johan Reedijk en enkele andere tuinders hebben daarom de stichting STAP opgericht, die juist de onderlinge samenwerking wil bevorderen.


Die afzetcoöperaties, die kunnen voor een groot deel gewoon fuseren. 'Als je de ene niet van de andere kunt onderscheiden, is het beter dat ze samengaan', zegt Zegwaard. Maar veel tuinders bemoeien zich zo weinig mogelijk met de verkoop van hun spullen. Ze hebben er geen feeling mee, geen tijd voor. 'De meesten werken zelf in hun kas, en hebben maar een paar uur per week om zich in de verkoop van hun product te verdiepen', zegt Jan Zegwaard. 'Zo zijn we opgevoed. Het is altijd zo geweest dat je als tuinder je product moest maken, zo goed en goedkoop mogelijk, en dat de veiling wel voor de verkoop zorgde. Maar dat is niet meer zo.'


Bovendien durven de tuinders nauwelijks met elkaar te overleggen over fusies van telersverenigingen. 'Als je even niet uitkijkt, overtreedt je de regels van de NMa', zegt Zegwaard. Dat overkwam onlangs nog enkele grote organisaties in de paprikateelt, die boetes kregen van 14 miljoen euro. En dat was nog omdat de NMa met het oog op de crisis mild wilde zijn.


De komende weken is het voor veel bedrijven erop of eronder. Tientallen tuinders zullen naar hun bank moeten om geld. Krijgen ze dat, dan kunnen ze hun kas voor volgend jaar weer volzetten. Krijgen ze het niet, dan is het afgelopen. Vele zullen er verdwijnen. Boerenorganisatie LTO Nederland denkt dat alleen al de paprikatelers die failliet gaan, bij elkaar 100 hectare kas hebben.


In de kas van Johan Reedijk gaat inmiddels het werk gewoon door. Een karretje rode paprika's komt geheel automatisch het pad afrijden tussen de eindeloze rijen paprikaplanten. De paprika's zien er blozend uit, de biologische plagenbestrijders hebben hun werk goed gedaan. Maar als het geruisloze karretje voorbij is, zegt de tuinder, zacht en met kennelijke tegenzin: 'We krijgen moeilijke gesprekken de komende weken. Met de bank.'


INVESTERING IN ENERGIE NAGEL AAN DOODSKIST

De glastuinbouw is een van de belangrijkste energiecentrales van Nederland. Veel tuinders hebben het afgelopen decennium een WKK-installatie aangeschaft: een verwarmingsketel die tevens elektriciteit opwekt. 60 procent van de kassen wordt met zulke installaties verwarmd. In 2010 produceerden al die installaties bij elkaar 12 miljard kilowattuur stroom, ruim eentiende van Nederlands totale elektriciteitsbehoefte. Daardoor wordt de productie van CO2 in Nederland met 2,4 miljoen ton verminderd, aldus het Landbouw Economisch Instituut.

Het leek een geniale strategie, maar het is de tuinders een nagel aan hun doodskist geworden. De investering was hoog. Aanvankelijk leken de inkomsten aan geleverde elektriciteit hoog genoeg voor een mooi rendement, en leek alleen maar te stijgen. Totdat de zoveelste kolencentrale werd gebouwd en Nederland een ongekend overschot aan elektriciteitsproductie had. Daardoor daalde de prijs die de tuinders nog konden krijgen voor hun elektriciteit, maar het gas dat ze moeten inkopen, steeg wel in prijs.

Tot en met vorig jaar was de dalende opbrengst van de WKK-installaties een bijkomend probleem voor de glastuinders. De netto-energiekosten (betaald voor gas, minus ontvangen voor elektriciteit) bedroegen een paar euro per vierkante meter, zegt Rabo-bankier Cor Hendriks. Vervelend, maar niet fataal. 'Maar nu zijn veel langlopende leveringscontracten voor stroom afgelopen en krijgen de tuinders plotseling veel lagere tarieven', zegt Hendriks. Dit jaar, en komend jaar, zullen de netto-energiekosten 8 tot 9 euro per vierkante meter kas bedragen. Hendriks: 'In combinatie met de lage prijzen voor hun producten, zullen die energiekosten een aantal bedrijven fataal worden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.