In de geest van Bacchus

Drank staat vaak garant voor genante situaties, maar ook voor toenadering, deals en politieke compromissen die in nuchtere staat ondenkbaar werden geacht.

Over Lord George Brown, in de jaren zestig minister van Buitenlandse Zaken van het Verenigd Koninkrijk, gaat het verhaal dat hij tijdens een galadiner avances maakte naar een gestalte in purper gewaad en haar later op de avond ten dans vroeg. Ze weigerde en gaf hem daarvoor niet minder dan drie redenen. 'Eén: U bent erg dronken. Twéé: op dit moment spelen ze mijn nationale volkslied. Drie: ik ben van een ander geslacht dan u denkt en in functie als aartsbisschop van Lima.'


Dit avontuur was vrijwel zeker minder onfortuinlijk afgelopen als Lord Brown die avond Dorothy Parker had getroffen, dichteres en drinkzuster van Hemingway. Van haar komen de woorden: 'Na drie martini's lig ik onder de tafel, na vier onder de gastheer.'


Het eerste dat alcohol in de menselijke persoonlijkheid doet verdampen is de waardigheid, zeggen ze. Van politici die door toedoen van drank blijk gaven van een geslonken schaamtegevoel zijn nogal wat voorbeelden. Wijlen Boris Jeltsin kon dirigenten stokjes uit de hand pakken, met onvaste tred eredoctoraten in ontvangst nemen en premiers buiten voor het Russische presidentiële vliegtuig in de regen laten wachten. Een Boeing 737 is geen probaat middel tegen dronkenschap. Een persconferentie evenmin. Een behoorlijke vertegenwoordiging van de wereldpers mocht op de G7-Top van twee jaar geleden constateren dat er uit de mond van de Japanse 'drinkminister' van Financiën Shoichi Nakagawa weinig coherente zinnen meer wilden vloeien.


Van wijlen Richard Nixon is veel dronkenmansgescheld met de bandrecorder opgenomen. Over hem is bekend dat hij 's middags al dermate royaal kon innemen dat zijn secretariaat telefoongesprekken met collega-staatshoofden bij voorkeur vroeg in de ochtend in de agenda zette. Zo kon worden vermeden dat Nixon bij de Israëlische premier eenzelfde openhartigheid over Joden aan de dag legde als tegenover zijn staf. Over openhartigheid gesproken: een niet geheel nuchtere Chirac gaf ooit op een Europese top uiting aan zijn ergernis over de ook aan tafel zittende Thatcher zonder te beseffen dat zijn microfoon nog open stond: 'Moet ik die feeks dan mijn ballen laten zien?'


Bekend uit het dorp Nederland is Jan Pronk die, vóór hij in 1984 geheelonthouder werd, niet ongeschonden uit blaastesten kwam. Van recenter datum zijn de losse handjes van afgevaardigde Hero Brinkman in wie, ik meen dat Vincent Bijlo het onthulde, 'in tegenstelling tot Hero Cassis wel alcohol zit'.


Drank kan meer kapot maken dan een politicus lief is. Echter: deze branche verschilt van andere. In de politiek kan drank ook zaken bewerkstelligen die de spelers lief zijn - bijwerkingen hebben die we als constructief kunnen bestempelen. Tot de medisch waargenomen effecten van alcohol behoren onder meer een toegenomen loslippigheid en een versterkt vermogen allerlei vormen van contact te zoeken. Het is niet de dronkenschap die mensen een vermomming geeft - het is hun nuchterheid, schreef Thomas de Quincy in het midden van de 19de eeuw. Drank kan behalve genante situaties ook dingen bewerkstelligen waar politici wat aan hebben: toenadering, dooi, deals en compromissen die in nuchtere staat ondenkbaar werden geacht.


Over deze politieke bijwerking - besloten in een 'huishoudelijke tip' van Gerrit Komrij: 'Met alcohol kun je alles bewaren behalve geheimen' - is minder geschreven. Openlijk drankmisbruik van toppolitici is wereldnieuws. Zelden lees je: ze zijn er uit gekomen, omdat ze zo goed hebben doorgedronken. Toch was dit wat er gebeurde toen de grote drie in 1945 in Jalta het Europese continent opdeelden, en toen de Joegoslavische leiders vijftig jaar later onder auspiciën van de VS de oorlog in Bosnië beëindigden. Een oerhollands akkoord over de aanpassing van de WAO kreeg in 1993 de preutse naam 'het bami-akkoord'. Daarmee werd netjes toegedekt dat dit akkoord er waarschijnlijk niet was gekomen als er bij die bami niets gedronken was. In deze context mogen ook de buitenlandse reizen van Tweede Kamerdelegaties niet onvernoemd blijven. Afgevaardigden van uiteenlopende oriëntatie verbroederen dan door ruime hoeveelheden rode wijn, meestal al bij de lunch geschonken.


Drank doet mensen dingen zeggen waarvan ze spijt krijgen zodra het grauwe ochtendlicht hen doet ontnuchteren. W. H. Davies, dichter, zwerver en drinker uit Wales, zag dat anders: drinkers krijgen een bepaalde generositeit en ruimdenkendheid die verbruikers van mineraalwater ontberen. Kijk maar eens naar geheelonthouders als Hitler, Bin Laden, Khomeini en George W. Bush. De laatste vanaf zijn drooglegging in 1976. Allemaal op spuitwater, allemaal uitgesproken ideeën, geen van allen mannen van het compromis en de knipoog.


Liefhebbers van linkse dictaturen die de nuchtere Hitler graag laten contrasteren met de ondeugende billenknijpende drinkopa Stalin moeten op de feiten worden gewezen. Van Stalin zijn vele misbruiken bekend, maar geen drankmisbruik. Toen Stalin in 1939 proostte met nazi-minister annex champagnebaron Von Ribbentrop zat er in het glas van de Duitser echte wodka en in het glas van de besnorde Sovjet-leider mineraalwater.


Vijf jaar later zat Stalin in het kamp van de geallieerden. In januari 1945 kwamen die in Jalta op de Krim samen om bevrijd Europa op te delen in invloedssferen. Veel historici bestempelen Stalin als de overwinnaar van die onderhandelingen. Wie wil, kan stellen dat Churchill en de reeds zieke Roosevelt destijds slechts blijk gaven van machtsrealisme: het Rode Leger hield de landen waarin Stalin de vrije hand verwierf reeds bezet. Een interessante maar lastig te bewijzen hypothese is dat Stalin in Jalta weinig compromissen sloot, omdat hij weinig dronk - in ieder geval minder dan Churchill.


Sir Winston Leonard Spencer Churchill: misschien wel de laatste zelfbewuste drinker uit de politieke geschiedenis. 'Ik heb veel meer uit alcohol gehaald dan alcohol uit mij', behoort tot zijn uitsprakenarsenaal. Degenen die hem vanwege zijn inname berispten, konden op repliek rekenen. Dat overkwam een strenge Lady van wie Churchill ook fysiek weinig gecharmeerd was. 'Ik mag dan dronken zijn, morgenochtend ben ik weer nuchter en dan bent u nog steeds lelijk.'


Vergelijk dat eens met een Britse premier van later datum die zich in zijn memoires in de vreemdste bochten wrong om zich te verontschuldigingen voor zijn 'drankprobleem'. 'Ik zat echt aan de grens van wat gezond was', schreef Tony Blair in zijn autobiografie A Journey. 'Een whisky of een gin-tonic voor het eten, en daarna een of twee glazen wijn, soms zelfs een halve fles.' Churchill zou in hoongelach zijn uitgebarsten.


Veel minder problemen met veel meer whisky had wijlen Richard Holbrooke, Amerikaans topdiplomaat en architect van het Dayton-akkoord over Bosnië. Whisky speelt een belangrijke rol in de vredesonderhandelingen, mogen we veilig concluderen uit zijn memoires To End a War.


Het was een gemeenschappelijke voorkeur voor whisky die hem en de Servische leider Slobodan Milosevic nader tot elkaar bracht. Naarmate er meer werd gedronken, viel er ook over meer te praten. Toen in een later stadium op de Amerikaanse luchtmachtbasis onenigheid over de status van Sarajevo een vredesakkoord tegenhield, werd een reeds dronken Milosevic voor een computer gesleept waarin hem een animatie werd getoond van een corridor van Servisch gebied naar Sarajevo. Het had het gewenste effect. 'Hij gaf Sarajevo gewoon weg.'


Behalve hun geboortejaar, 1941, en hun drankgebruik hadden Milosevic en Holbrooke ook een flink arsenaal aan gezondheidsklachten gemeen. Milosevic overleed in 2006 in zijn cel in Scheveningen. Holbrooke overleefde hem maar vier jaar.


Twee Tony Blair-glazen wijn per dag zijn goed voor de gezondheid, zeggen de mensen die het weten kunnen. Drinken als Holbrooke is dat niet. Churchill werd stevig doordrinkend wel 90. Echter: iedereen heeft ook wel een opa of een oom die tot zijn 85ste op een pakje sigaretten per dag zat en toch nog 95 werd. Statistieken laten ons zien dat de meeste stervelingen minder geluk hebben.


Ook op de paciferende werking van drank valt wetenschappelijk wel wat af te dingen. De anti-alcohollobby kan zo de beelden opvragen van knokkende Oekraïense of Zuid-Koreaanse parlementariërs, al hadden lang niet al deze fysieke volksvertegenwoordigers aan de fles gezeten.


Seneca beschouwde dronkenschap als een vrijwillige vorm van krankzinnigheid, Bertand Russell als tijdelijke zelfmoord. De Romeinen wisten dat Neptunus, heerser der woeste zeeën, veel minder mensen had verdronken dan Bacchus. Maar wie fair wil zijn voor Bacchus, moet hem nageven dat hij de mensheid behalve een hoop ontregeling ook een hoop plezier en vriendschap heeft gebracht - en compromissen die zonder 'Dionysisch water' ondenkbaar waren geweest.


Proost, cheers, nazdrovje.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden