In de fuik

De visserij op het IJsselmeer moet opnieuw drastisch worden ingekrompen. Straks zijn er misschien nog zo'n veertig diehards die de missives van minister Veerman overleven....

In de haven liggen de Ouwe Loege, de Twee Gebroeders en de St. Jozef, en nog een paar Volendamse vissersboten. Een venijnig koude wind waait uit zee - zo venijnig dat de al wat oudere mannen die op de Dijk dagelijks de gang der dingen bespreken beschutting hebben gezocht in een portiek.

Een van hen is Siem Kroon, voormalig palingvisser met het lange want op de VD 4, de Alida Maria. Siem Kroon is 72 jaar en hij gaf in 1990 de visserij eraan. Hij begon te vissen op zijn dertiende en hield het 43 jaar vol - tot zijn hart begon over te slaan.

Siem Kroon vaart niet meer uit, 's ochtends om drie uur, om de palinglijnen - spleten, noemen ze die in Volendam- uit te zetten. Achttien spleten van 1500 meter, elk met 250 van een spiering voorziene haken eraan. 's Ochtends uitzetten, 's middags en 's avonds binnenhalen. Om negen uur waren ze weer binnen, voor een kort nachtje. In een heel goede week haalde hij samen met zijn maat zo tien wiggies paling binnen, duizend pond. 'Een beestenleven', zegt Siem Kroon .

De zee, wat stelt dat trouwens nog voor, tegenwoordig?

'Er is helemaal geen water meer', zegt Siem. Hij wijst langs het Volendamse havenhoofd in oostelijke richting. 'De dijk van de Flevopolder. Anderhalf uur stomen en je bent er.' Dat zegt genoeg. Badkuipenwerk. Vroeger was het hier een zee, zelfs toen de Afsluitdijk er al lag. Maar tegenwoordig is het een meertje. Moet je daarin met vissen je brood verdienen? Het schamele zooitje eruit halen dat de aalscholvers (drie pond per vogel per dag) voor je hebben overgelaten?

'De Volendam 214 kwam vrijdag binnen met zes snoekbaarzen', zegt Siem Kroon. 'Hadden de netten een week voor gestaan. '

Dat kan zeker niet, en nu eurocommissaris Borg van Visserij ook nog dreigt de aalvisserij zo goed als helemaal te verbieden, begint het helemaal spannend te worden voor de vaderlandse IJsselmeervissers-zo'n zeventig bedrijven met in totaal 170 werknemers.

Ook uit Den Haag komen binnenkort missives. Binnen enkele weken maakt minister Veerman van LNV bekend hoeveel geld hij beschikbaar heeft voor een 'warme sanering' van de IJsselmeervisserij. De vissers hebben aangegeven de totale vangstcapaciteit met veertig procent terug te willen brengen, maar dan moet Veerman wel flink over de brug komen. Hij heeft ongeveer acht miljoen euro beschikbaar. Bij de Nederlandse Vissersbond denken ze eerder aan twintig miljoen.

Ko Lub van de Enkhuizen 10 zal trouwens niet op het bod van de minister ingaan. Ko (52) en zijn broer zijn namelijk van plan door te gaan met vissen tot ze er dood bij neervallen. 'Moet je luisteren', zegt Ko, 'vissen is ons leven. Onze vader was visser, en hem zijn vader was ook visser. En hem zijn vader was ook al visser. Vissen zit in ons bloed.' Helaas heeft Ko zelf alleen maar dochters, en 'vrouwen moeten zich niet in de visserij mengen'. Maar zijn broer heeft gelukkig 'een stuk of drie, vier zoons'.

Ook als er straks geen vis meer te bekennen is, in het IJsselmeer? Onzin, zegt Ko. Er zit altijd vis. Momenteel zit er weinig snoekbaars om de zuid en is het met de rooie baars om de noord ook niet al te best gesteld. Maar er zat gerust wel knap wat spiering in de fuiken, afgelopen zomer. Komen die biologen evenzogoed aanzetten met een vangstverbod voor spiering. Biologen: hoe weten die mannen zo goed waar de vis zit en hoeveel het er zijn? Het is nu eenmaal zo, zegt Ko Lub: 'Als de paling niet zwemt, vang je hem niet.' Waarom-ie zwemt, of juist niet, dat weet niemand. Biologen ook niet. 'En ondertussen krijgt de visserman overal de schuld van.' Ko Lub heeft het niet op biologen.

De achteruitgang van de visstand in het IJsselmeer, en met name die van de voor de visserij cruciale aal, is een bijzonder complex verhaal. Er is weinig glasaal, maar hoe komt dat? Vermoedelijk heeft dat te maken met de vangst van die jonge paling in Zuid-Europese wateren. Maar misschien ook wel met de andere koers van de Warme Golfstroom. Wellicht ook met een virus dat huishoudt onder de schieraal en misschien ook wel met het feit dat in Noord-Europa zoveel schieraal wordt weggevangen voor het beest naar de Sargossazee trekt om daar kuit te schieten. Het kan ook zijn dat het veranderende ecosysteem in het IJsselmeer, waar door de strengere milieu-eisen de voedselrijkdom is afgenomen, een rol speelt. 'We weten het niet', zegt Johan Nooitgedagt, voorzitter van de Producentenorganisatie IJsselmeer en de Nederlandse Vissersbond.

Hoe dan ook, het feit dat de IJsselmeervissers elk seizoen nog altijd driehonderdduizend kilo kilo paling het meer uittakelen, valt natuurlijk in dat complex van factoren niet weg te poetsen. Het IJsselmeer is nog altijd het zwaarst beviste meer ter wereld - het zwaarst overbeviste meer ook. Dat zal Johan Nooitgedagt ook niet ontkennen. 'Daarom moet die saneringsregeling er ook komen en moet de vangstcapaciteit naar beneden.'

Ko Lub en zijn broer hebben in het seizoen zo'n duizend fuiken uitstaan. Ze hebben pas nog een nieuwe motor in hun boot laten zetten . Een knappe investering, en 'die doe je natuurlijk niet als je van plan bent ermee op te houden.' Je moet het, zegt Ko Lub, over de jaren heen bekijken, in de visserij. Soms is het goed in het voorjaar, soms in het najaar. Soms heb je een heel goed jaar, soms een wat minder. Wat Ko betreft hoeft er niet zoveel te veranderen. Er is al genoeg veranderd, de laatste tijd.

Er kan de komende tijd veel gebeuren in de visserij, maar blijven zoals het is zal het in geen geval, dat staat vast.

Willem Dekker is niet de grootste vriend van de IJsselmeervissers. De vissers hebben de bioloog bij het Rijksinstituut voor Visserij-onderzoek (RIVO) 'niet zo hoog staan', zegt Ko Lub. 'In de visserij is er altijd eentje die doet alsof hij het precies weet en dat is Willem Dekker', zegt Johan Nooitgedacht.

Dekker trekt zich van die kwalificaties uit het veld weinig aan en blijft moedig zijn boodschap uitdragen. Veertig vissers die straks blijven vissen is te veel. De veertig procent vermindering van de vangstcapaciteit is te weinig. 'We saneren niet om gezond te maken.' Er is, zegt hij, vanuit economisch oogpunt en vanwege natuur en milieu veel voor te zeggen de huidige IJsselmeervisserij voor driekwart weg te saneren. 'Zodat je een stuk of vijftien bedrijven overhoudt. En voor die bedrijven moet je gaan bepalen wat je nou eigenlijk wilt. Dat hebben we nooit gedaan. De politiek heeft vijftig jaar lang mooie woorden gesproken, maar nooit een keuze gemaakt. Het is steeds te laat en te laks.'

Maar uiteindelijk zal de wal het schip keren. Er zwemmen in het IJsselmeer naar schatting nog zo'n twintig miljoen vissen van twintig centimeter of langer, maar die zijn niet allemaal commercieel interessant om te vangen. Aal is de peiler waarop de IJsselmeervisserij drijft. Van de totale opbrengst in 2002, zeventien miljoen, werd 70 procent opgebracht door paling. Een verbod zou de IJsselmeervisserij in een klap de nek omdraaien.

'Hoho', zegt Johan Nooitgedagt. 'Dat de een of andere ambtenaar in Brussel wat brult, wil nog niet zeggen dat er ook inderdaad zo'n verbod komt. Wij vinden het raar dat de glasaalvangst in het zuiden net wordt verboden, en dat ze wel overwegen de palingvisserij in het noorden te verbieden. Wij vinden het ook raar dat de glasaal die wordt weggevangen vervolgens naar China wordt geëxporteerd voor de kweekpaling, waarna die hier weer op de markt komt. En dat ze in Brussel dan opeens praten over de vrije markt-werking. Dan wel.'

Jan van der Sluis, brugwachter, havenmeester en part-time afslager op de Enkhuizense visafslag, heeft het de afgelopen jaren zien gebeuren. In 2000 kwam wekelijks nog zeshonderd pond paling aan de wal, vorig jaar was het hooguit tweehonderd pond. De spiering werd vijf jaar geleden nog zo overvloedig gevangen, dat de pakhuizen in België overvol raakten. 'Duizenden tonnen gingen die kant op.' Nu geldt een vangstverbod om te voorkomen dat het visje, ooit een van de peilers waarop de IJsselmeervisserij steunde, helemaal uitsterft.

Na de paling is de snoekbaars commercieel gezien de meest interessante vis. Maar tussen 2002 en 2003 nam de hoeveelheid vangst rijpe snoekbaars in het IJsselmeer met 21 procent af. Dekker: 'Er zit wel heel veel kleine snoekbaars, maar om de een of andere reden wordt die niet meer volwassen.' Dat heeft mogelijk te maken met de teruggang van de spiering, favoriet hapje van de snoekbaars.

Daarnaast speelt nog een andere ontwikkeling een rol. Het IJsselmeer wordt te schoon. De verminderde vervuiling door fosfaten, de zogenoemde eutrofiëring, heeft tot gevolg dat het water minder voedselrijk wordt. Bovendien wordt het in het heldere water voor de snoekbaars moeilijker om zijn prooi te verschalken. En tot overmaat van ramp ziet de vis waarop de visser jacht maakt, de fuik, zegt Jan van der Sluis. 'Daar hoor ik de vissers veel over klagen. Dat ze op twintig meter afstand zo hun netten in het water zien staan. Geen vis die er meer in zwemt. ' Ko Lub: 'Een paling is slim hoor. Je zou het niet zeggen, maar het is zo.'

Karel Helder is, behalve wethouder in de Friese gemeente Wûnseradiel, ook voorzitter van de werkgroep van Friese IJsselmeervissers, twintig bedrijven. Waarvan, schat Helder, de helft straks gebruik zal maken van de saneringsregeling. 'Ze kunnen kiezen, saneren of failliet gaan ' Wat resteert van de bedrijfstak zal zich, denkt Helder, moeten richten op kleinschalige, duurzame visserij. En voor elke IJsselmeervisser geldt straks dat hij er iets naast moet gaan doen, om te kunnen overleven . Helder denkt, analoog aan de tot landschapsbeheerder omgevormde boer, aan 'vissers met een groene pet'. 'We hebben geen keuze meer. Als we doorvissen zoals we nu doen, vissen we het leeg. Dat is de valkuil. Bedrijven zoals dat van Ko Lub, met vier vergunningen, dat kan niet meer. Dat moet kleinschaliger. Dat is geen vissen meer, maar vangen.'

Vissen in het seizoen en daarbuiten het jaarinkomen aanvullen met andere activiteiten is voor veel vissers al staande praktijk. Nooitgedagt: 'In Volendam werken ze in de bouw, op Urk in de visverwerkende industrie.' Willem Dekker: 'Ik ken een visser, die heeft er een viswinkel bij en zijn vrouw runt een patatkraam. Is dat nog een visser? Voor mij is het iemand die allang de overstap naar de toeristenindustrie heeft gemaakt . Verstandige man, trouwens.'

De visser als natuurbeheerder: het zou de oude tegenstelling tussen vissers en natuurbeschermers kunnen overbruggen. Want daar draait het allemaal om, volgens Willem Dekker. 'Vissers en landrotten staan tegenover elkaar.' En de landrotten zijn aan de winnende hand . In het gevecht om wat het IJsselmeer uiteindelijk moet worden, heeft de natuurlobby een grote voorsprong genomen. Je hoeft er alleen de namen van recente rapporten maar op na te lezen: Voor Vogels en Vissen (ministerie van LNV, 2001), Koers Verlegd (ministerie van Verkeer en Waterstaat, 2002) en Overleven of overleveren (LNV, 2004). In het eerstgenoemde rapport wordt vastgesteld dat jaarlijks vijftigduizend vogels sneven in de vissersnetten , in het tweede wordt gepleit voor de aanleg van moerasachtige zones voor vogels in de paaigebieden -de doodsteek, zeggen de vissers.

Uit Brussel komen voor de vissers ook weinig hoopgevende berichten. De Vogel- en Habitat richtlijnen van de EU definiëren de beroepsvisserij als een 'verstorende activiteit' . 'De druk wordt elk jaar groter', zegt Johan Nooitgedagt. 'We moeten maar inleveren en inleveren', zegt Ko Lub. 'We worden steeds sterker beperkt. Na vier uur op vrijdag mogen we al niet meer vissen, allerlei vangstverboden. De poten worden onder je stoel vandaan gezaagd.'

De overheid luistert te weinig , vinden ze bij de Vissersbond. Nu heeft de lobby van de natuur- en milieu-organisaties bijna vrij spel. En daarnaast is er ook nog de pressie van de groeiende groep van honderdduizenden sportvissers, die met lede ogen moeten toezien hoe de laatste snoekbaarzen in een fuik verdwijnen. Voor een kleine, noodlijdende bedrijfstak als de IJsselmeervisserij is daar niet tegenop te lobbyen; de overheid heeft economisch of electoraal niets te winnen bij steun.

In dat ongelijke gevecht rest de visserij nog maar een troefkaart: de status als 'cultuurhistorische kernkwaliteit', zoals het in de diverse rapporten wordt genoemd. 'De visserij was altijd de kurk waarop Enkhuizen dreef', zegt havenmeester Jan van der Sluis. 'Nu is dat het toerisme, maar de visserij blijft toch het hart.' Niettemin overweegt het gemeentebestuur van Enkhuizen de visafslag dit jaar te sluiten, de omzet daalde de afgelopen jaren dramatisch. Straks resteren zodoende alleen nog de visafslagen in Stavoren, Makkum, Urk en Volendam.

Karel Helder: 'We moeten in de havens die cultuur overeind houden. De visserij behoort tot het Nederlands cultureel erfgoed. We mogen niet vergeten wat er vroeger is gebeurd. Hoe die mannen hebben afgezien in de hagel en de sneeuw op het voordek.'

Natuurbeheer en cultuurbehoud, dat is het hoogst haalbare voor de IJsselmeervisser, zo lijkt het. De nuchtere economische wetten doen de rest. De snoekbaars uit Polen is een stuk goedkoper en even goed als die uit het IJsselmeer. En de kweekaal rukt op: van de 4500 ton paling die afgelopen jaar in Nederland werd verkocht, kwam 4200 ton uit kwekerijen in binnen- en buitenland. 'En hele beste aal hoor', zegt kenner Siem Kroon op de Volendamse Dijk. Ook dat nog. 'Ik heb er gisteren nog een paar gehad. Niet zo vet als de IJsselmeerpaling, je trekt het vlees wat minder gemakkelijk van de graat, maar ze zijn prima van smaak.' Willem Dekker: 'Ze zitten in een competitie die ze niet kunnen winnen.'

'Er is nog toekomst voor de IJsselmeervisserij, natuurlijk.' Johan Nooitgedagt is optimistisch, maar dat moet hij natuurlijk uit hoofde van zijn functie ook zijn. Op de Dijk in Volendam twijfelen ze. Er zijn nu nog zo'n tien IJsselmeervissers, volgens de mannen van het dagelijkse Dijkoverleg zullen het er binnen een paar jaar nog hooguit drie zijn.

'Wat je niet wilt', zegt Willem Dekker, 'is de zaak stukvissen. En dat gebeurt nu wel.' Als de vissers en de overheid niet heel snel heel duidelijke keuzes maken , ziet hij het duister in. Voor de vis en ook voor de vissers. 'Die gaan zo lang mogelijk door, op het randje van de afgrond. De visserij zal nooit uitsterven, maar zal worden teruggebracht tot een minimum, met oneigenlijke doelen.' Als we niet oppassen, zegt Dekker, 'eindigen we met een handvol idioten die het alleen nog maar gaat om de status van visser.'

Goeie kans dat de gebroeders Lub tot die idioten zullen behoren. Al zien ze dat zelf anders. Het heeft te maken met liefde voor het vak, niet met waanzin. Ko Lub: 'Je wordt nou een keer geboren met de wil om te vissen.' Ko Lub heeft overigens hoogstpersoonlijk een sterke toename van de instroom van de hoeveelheid glasaaltjes waargenomen. Het duurt natuurlijk nog even voor dat lekkere vette IJsselmeerpaling is - een jaar of zeven - maar hoop doet leven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden