ReportageKoerdische gevangenis

In de cel bij 5.000 IS-strijders: ‘Weet jij wat er met de vrouwen is gebeurd?’

Mannen die ervan verdacht worden banden te hebben met IS kijken naar buiten door het luik van hun cel. Beeld AFP

In Al Hasakah in Noordoost-Syrië lukt het correspondent Ana van Es om een gevangenis met IS-strijders binnen te komen. Vijfduizend mannen. Die het kalifaat hebben opgebouwd. Daar zit ook Ibrahim el I. uit Delft. ‘Weet jij welke datum het is?’

De mannen waar de wereld vanaf wil, liggen schouder aan schouder in cellen waar het altijd halfduister is, gehuld in oranje overalls en grijze dekens. Als ze vanaf hun matrasjes overeind proberen te komen, dan scharrelen ze, kruipen ze, hinken ze op krukken. Ze missen een been, een oog. Deze gevangenen lopen niet meer. De gevangene uit Nederland, de 29-jarige Ibrahim el I. uit Delft, heeft beide benen nog, de ene alleen een beetje korter dan de andere. Zoals hij schatert: nog helemaal heelhuids.

In zijn cel met nagenoeg dichtgemetselde ramen is hij de tel kwijtgeraakt. Hij heeft een vraag aan de verslaggever: ‘Weet jij welke datum het is? Want dat weet ik niet meer. Het is toch november?’

Voor de 5.000 gevangenen in deze verbouwde school in Noordoost-­Syrië, staat de tijd stil sinds de val van Islamitische Staat in maart. Ze bleven IS trouw tot het allerlaatst. Hun kameraden kwamen om. Hun vrouwen en kinderen zitten vast in Syrische kampen. Zelf zitten ze met 70 tot 80 gevangenen per lokaal, in de walm van een open wc, zo zag de Volkskrant deze week tijdens een zeldzaam bezoek. Hun bewakers dragen bivakmutsen of mondkapjes, tegen de stank en de tbc. De IS-gevangenen komen uit 28 landen: ­Syrië en Irak, maar ook uit de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk, België, Duitsland en Nederland.

Dat ze nog leven, was eigenlijk niet de bedoeling. In Europa was dit de lijn, de politieke belofte bijna: deze mannen zouden omkomen op het slagveld. Zoals premier Mark Rutte zei: ze kunnen beter daar sneuvelen dan terugkeren. Frankrijk stuurde speciale eenheden om de kopstukken te doden. Bijna was het gelukt. Maar op het laatst van de strijd in Baghouz, toen in een uithoek van Syrië de oorlog tegen IS bleef aanslepen terwijl de Amerikaanse president Trump al maanden eerder de overwinning had uitgeroepen, kregen ze de kans om zich over te geven, samen met hun gezinnen. Dat deden ze, bij duizenden.

Nu zitten ze in gevangenissen zoals hier in Hasakah, bewaakt door Koerdische militiestrijders. Westerse regeringen zien zich geconfronteerd met mannen als Ibrahim al I. Hij zegt: ‘Wij hadden een mooie stabiliteit in de Islamitische Staat. Nu dat is weggevallen, zijn we vluchtelingen.’ Het kalifaat, stelt hij, was ‘60 procent goed, 40 procent fout. Het fundament zag er goed uit. Alles wat uit de Koran kwam. Maar de uitvoering was niet altijd goed.’

Een Koerdische bewaker houdt de gevangenen in de gaten.Beeld AFP

Iedereen zegt: ik ben onschuldig

Wat te doen met deze gevangenen? De terugkeer van hun vrouwen en kinderen, die in Syrië vastzitten in kampen, is bij Europese regeringen al een heet hangijzer, maar met moeite nog net bespreekbaar. Deze week arriveerden twee vrouwelijke Syriëgangers vanuit Turkije in Nederland. Eén heeft alleen nog een Marokkaans paspoort, maar mocht toch op Schiphol landen. Vrijdag wist de staat in hoger beroep te voorkomen dat 56 Nederlandse kinderen van IS-strijders moeten worden opgehaald uit Syrië: de rechter had in eerste aanleg geoordeeld dat hun terugkeer onontkoombaar is. Groot-Brittannië en Denemarken haalden deze week weeskinderen uit Syrische kampen. Ook Nederland repatrieerde eerder dit jaar weeskinderen, net als veel andere Europese landen.

Maar de terugkeer van de mannen is een ander verhaal. Het Koerdische bestuur in Syrië houdt inmiddels openlijk rekening met het scenario dat repatriëring voor deze groep een brug te ver is. Misschien moet je terugkeer naar Europa wel niet meer willen, overweegt gevangenisdirecteur Hassan Abdallah. ‘Als je ze naar huis stuurt, zullen ze zeggen dat ze niets hebben gedaan. Je kunt ze beter hier berechten, voor een lokaal tribunaal, in de buurt waar ze hun misdaden hebben gepleegd. Europa kan ons daarin steunen.’

In Hasakah zitten de gevangenen soms maanden vast voordat ze voor het eerst worden verhoord. Mocht hier ­iemand ten onrechte zijn opgepakt, dan is onduidelijk wanneer dat moet blijken. Opeengepakt in het schemerdonker, hebben de mannen alle tijd om verklaringen op elkaar af te stemmen. Dat leidt tot verhalen die voor een buitenstaander soms surrealistisch aandoen. Strijders? In deze gevangenis vol IS-gangers zijn die er niet, blijkt tijdens een bezoek van bijna drie uur. Niet in de ziekenboeg en evenmin in cel C11, C12 en C13. De mannen bleven allemaal in het kalifaat tot vrijwel de laatste dag. Ze werden overmeesterd aan de rand van het slagveld. Maar allemaal zeggen ze: zij hebben geen wapens opgepakt.

‘Ik leidde gewoon mijn normale ­leven en verder deed ik weinig’, zegt een 32-jarige Brit. Een 28-jarige gevangene uit Maleisië: ‘De strijders zijn meestal gedood in de oorlog. Wat je hier ziet, dat zijn burgers.’ Een 43-jarige Amerikaan: ‘Ze wilden dat ik meevocht, maar helaas heb ik chronische rugklachten.’

De gevangenis Al Hasakah in Noordoost-Syrië waar vijfduizend IS-strijders zitten opgesloten. In elke ruimte zitten 70 tot 80 gevangenen. Beeld AFP

Achter de hekken van de ziekenboeg

Achter de hekken van de ziekenboeg (‘mijn darmen hangen eruit’) staat Abdallah al N. (24) uit Antwerpen, ook wel bekend als Abu Jihad al Belgiki. Hij riep volgens Belgische media vanuit Syrië op tot het plegen van aanslagen op ongelovigen in België. Bij verstek werd hij tot vijf jaar cel veroordeeld. Hij, een strijder? Welnee, zegt Abdallah nu. ‘Ik kwam om de Syrische bevolking te helpen. IS was de enige oplossing voor soennitische mensen.’

Zoals wel meer gevangenen zit Abdallah in over het lot van de vrouwen. Abdallah heeft een Nederlandse vrouw, een 21-jarige Utrechtse. ‘Weet jij wat er met de vrouwen is gebeurd? Zijn ze al teruggehaald?’ Het antwoord, dat Nederland dit niet van plan lijkt, stelt teleur. Hun eigen detentie lijken deze mannen te hebben ingecalculeerd. Ze zien nauwelijks daglicht, hebben geen bewegingsruimte en dragen de oranje overalls waar ze ooit zelf hun eigen gegijzelden in hesen, maar hun leven is niet in gevaar: de Koerdische bewakers geven drie keer per dag eten en verstrekken medische zorg. Het lijkt ze te raken dat westerse landen in de anti-IS-coalitie hun gezinnen doorgaans zoveel mogelijk in Syrische kampen willen laten. Abdallah, die naar eigen zeggen zelf al geen strijder was: ‘Vrouwen kunnen toch niets hebben gedaan?’

Tijdens het bezoek aan de gevangenis blijven veel celluiken gesloten. Onduidelijk is wat buiten beeld blijft. Toen het Koerdische bestuur in Syrië enkele weken geleden begon journalisten toe te laten in de gevangenissen, diende het zoeken van de publiciteit een duidelijk doel: proberen te bereiken dat Europa zich om de ­gevangenen gaat bekommeren. Daarom werd de vuile was buiten gehangen. Een verslaggever van The New York ­Times kreeg eind oktober zelfs cellen te zien volgepakt met tienerjongens. Maar Europa gaf geen krimp. De minderjarigen zijn sindsdien voor journalisten niet meer te bezichtigen. Ze zijn weggebracht naar een andere gevangenis, zo is het verhaal, dat goed kan kloppen: in Noordoost-Syrië is een heuse goelag ontstaan voor westerse gedetineerden.

De Nederlander Ibrahim el l. uit Delft. Beeld Vincent Haighes

Tubetjes verf tegen de radicalisering

Wat de gevangenisdirecteur wel graag laat zien, is de Iraakse gevangene die als enige in een cel alleen zit, met voor zich een collectie schilderijen en naast zich een doosje verf­tubes. ‘Toen bleek dat hij kon schilderen, hebben we hem direct materiaal gegeven. Onder IS bestonden alleen de kleuren zwart en rood. Hopelijk leert hij nu ook andere kleuren kennen. Als hij naar huis gaat, is hij dan al minder radicaal.’ Het is een mooi verhaal: deradicalisering door schilderen. Maar de kwasten zijn nog nooit in aanraking geweest met verf. De verftubes zijn ongeopend. De verf­resten op het schoteltje voor de Iraakse gevangene zijn kurkdroog. En als je hem ernaar vraagt, slaat de man zijn ogen neer.

In de cellen waar zelfs de datum hun ontglipt, hebben de gevangenen geen enkel contact met de buiten­wereld. Ze weten niet dat IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi vorige maand is omgekomen. Of dat Turkije een inval in Syrië heeft gedaan, waardoor de veiligheid in Noordoost-Syrië dramatisch is verslechterd, dat hun cipiers naar het front werden gestuurd en tientallen IS-vrouwen de komende weken door de Turken naar Europa zullen worden gebracht. Voordat je het weet, heb je een uitbraakpoging, ook al kunnen de mannen nauwelijks lopen, zo vrezen de onderbezette bewakers.

De gevangenis leefde laatst op toen buiten ineens schoten werden afgevuurd. Een teken van IS, zegt de gevangenisdirecteur. ‘Om de gevangenen te laten weten: houd vol, we zijn jullie niet vergeten.’

De broer van Ibrahim is dood

De Nederlandse Ibrahim el I. klaagt niet over de gevangenis. ‘We hebben alleen geen zon en geen beweging.’ Hij vertrok in 2013 naar Syrië en bleef in het kalifaat tot het einde. Zijn ­oudere broer kwam daar om het ­leven. Onder IS bewoog hij zich ‘in verschillende werelden’. Gewonden helpen, ‘administratieve aspecten’, en dan was er zijn handel in levensmiddelen en huishoudapparatuur uit Turkije. ‘Een goede markt met weinig regels.’

Vanuit IS werd wel druk op hem uitgeoefend om mee te vechten, stelt hij. In Nederland zat hij volgens eigen zeggen namelijk bij defensie. ‘IS had een trainingskamp van drie weken, maar ik heb echt een militaire opleiding gehad.’ Toch, stelt hij, was hij geen strijder. Wel begint hij uit ­eigen beweging over een deal met de coalitie om Baghouz te ontruimen. ‘Voor het eerst in de geschiedenis zat IS daar aan tafel met de Amerikanen.’

Verwacht hij dat Nederland hem terughaalt? ‘Het interesseert me geen moer.’ Voordat hij weghinkt naar zijn cel, zegt hij: ‘Allah Subnallah, mijn God zij geprezen, zal voor mij een uitweg bieden. Er zal een uitweg zijn, een gaatje. Ik ben een muis die door elk gaatje past.’

Wat te doen met Nederlandse onderdanen die afreisden naar Syrië?

De rechtbank oordeelde eerder nog dat de staat ‘al het nodige’ moest doen om de 56 kinderen in de Syrische kampen terug te halen.

Intussen stuurde Turkije afgelopen week al twee vrouwelijke uitreizigers terug naar Nederland. Wie zijn zij?

Onderzoeker Marion van San over de dubbele moraal in het kalifaat: ‘Vrouw gaat met seksspeeltjes langs de deuren’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden