In de Bijlmer komt The Passion thuis

Donderdagavond wordt voor de achtste keer The Passion uitgevoerd, het spektakelstuk over de laatste dagen van Christus. Vanuit de plek met de hoogste kerkdichtheid van Nederland: Amsterdam Zuidoost.

Een Ghanese kerkdienst in De Nieuw Stad in de Bijlmer, een gebouw dat door allerlei geloofsgemeenschappen wordt gebruikt.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Het is nog lang geen Pasen, maar de bezoekers van de Presbyterian Church of Ghana in de Amsterdamse Bijlmer lijken deze zondag alvast een voorschot te nemen op de wederopstanding van Jezus. Ze zijn blij, een enkeling zelfs opgetogen, en ze bewegen ritmisch mee met de muziek die de voorganger en diens Nederlandstalige tolk begeleidt. Aan preken doen ze niet, in deze kerk aan het Luthuliplein. De voorganger – een man van aanzien die het bezwete gelaat met een witte zakdoek dept – stort een lange reeks oneliners over zijn toehoorders uit. Opdat ze weten hoe zij als christen het hoofd moeten bieden aan de valse verleidingen die hen in het dagelijks leven omgeven.

De Presbyterian Church of Ghana is een van de naar schatting 150 geloofsgemeenschappen die Amsterdam Zuidoost telt. Van de inwoners van dit stadsdeel is zo’n 30 procent christen, schat pastor Jan de Jonge, onbezoldigd belangenbehartiger van de zogenoemde migrantenkerken. Daarmee is Amsterdam Zuidoost een van de meest christelijke stukjes Nederland met de grootste dichtheid aan kerken – zij het dat veel kerkgemeenschappen noodgedwongen gebruikmaken van hetzelfde gebouw. Zo is De Nieuw Stad, het onderkomen van de Presbyterian Church of Ghana, het gebeds- en gemeenschapshuis voor uiteenlopende geloofsrichtingen, variërend van de Anglican Church Congregation of the Holy Spirit tot de Persekutuan Kristen Indonesia.

Een goed geoutilleerde keuken in De Nieuwe Stad en talrijke aankondigingen van evenementen op het prikbord duiden erop dat het gebouw intensief wordt gebruikt. ‘In de Nederlandse kerken moet je maar afwachten of bij de Paasdienst meer dan zeven kinderen komen opdraven’, zegt De Jonge. ‘Hier struikel je op zondag over de kinderen.’

Vierhonderd kruisdragers

Het is dus geen toeval dat Amsterdam Zuidoost de plaats van handeling is van de achtste editie van The Passion. Op vele plaatsen in het stadsdeel wordt de voorpret met posters aangewakkerd. In een mum van tijd hadden zich vierhonderd kruisdragers en processielopers gemeld. ‘Ook vijf kerkgemeenschappen waarvan ik het bestaan niet eens kende, boden hun diensten aan’, zegt De Jonge. Maar bij de organisatie van het passiespel kwamen ook cultuurverschillen aan het licht tussen de gevestigde Nederlandse kerken en de migrantenkerken. ‘Mensen voor wie religie vooral een feest is, wilden The Passion inbedden in allerlei festiviteiten waarbij veel gegeten en gedronken zou worden. Dat vond de organisatie in de stille week voor Pasen niet zo passend.’

Soms staan die cultuurverschillen initiatieven in de weg die de cohesie tussen Nederlandse kerken en migrantenkerken juist moeten bevorderen. Zo was De Jonge ooit betrokken bij de organisatie van een Amsterdamse kerkendag waarbij de migrantenkerken het ochtendprogramma zouden invullen. ‘Dat was hoffelijk bedoeld’, verduidelijkt De Jonge. ‘We wilden de migrantenkerken laten voorgaan. Maar dat was een verkeerde gedachtegang. Want hoe lief de migranten mij ook zijn, velen van hen komen niet graag vroeg hun bed uit. Zelfs niet voor een kerkendag.’

Aanvankelijk huisden veel migrantenkerken in parkeergarages.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

De gave van het woord

Ook in de liturgie – het geheel van handelingen, gebeden en ceremoniën die samen de eredienst vormen – komen die cultuurverschillen tot uiting. ‘Bij de migrantenkerken heeft de dienst wel een begintijd, doorgaans in de middag, maar geen eindtijd. Want er wordt gezongen zolang de kerkgangers daar zin in hebben, en er wordt veel gesproken, want ze zijn allemaal behept met de gave van het woord. De collecte duurt bij de migranten net zolang als bij ons, in de Nederlandse kerken, de preek. Het is een spektakelstuk waarbij de voorganger, soms nogal dwingend, om geld vraagt. Er is applaus voor de eerste gelovige die, voor iedereen zichtbaar, vijftig euro op de offerschaal legt. Nog meer applaus voor degene die honderd euro doneert. Maar het dak gaat eraf als iemand al zijn vakantiegeld schenkt.’

Toch kan de voorganger, hoe gezaghebbend ook, niet blijvend op goede gaven aandringen. Soms onttrekken de gelovigen zich aan zijn druk door voor zichzelf te beginnen. Dit is een van de redenen waarom het aantal kerkgemeenschappen in de Bijlmer de laatste jaren zo sterk is gegroeid.

Geluidsoverlast

Maar het voornaamste onderscheidende kenmerk van de migrantenkerken – vooral de Afrikaanse – is het geluid dat sprekers, zangers, musici en participerende gelovigen produceren. ‘God is doof-kerken’, noemt De Jonge dit segment migrantenkerken dan ook: het volume is maatgevend voor de geloofsijver. Dat was vooral problematisch toen de kerkgemeenschappen nog waren ondergebracht in buurthuizen, garages, cafés of particuliere woningen in de Bijlmerflats. ‘De politie moest geregeld uitrukken na klachten over lawaaioverlast. Maar zodra ze waren vertrokken uit het gebedshuis in kwestie, ging de volumeknop weer naar rechts, want sommige gelovigen menen dat ze per definitie geen overlast veroorzaken. Ik heb de politie destijds aangeraden om de draden van de geluidsinstallaties door te knippen. Je mag God dienen zoals je wilt, maar je moet ook de gemeenschap dienen.’

Toch ziet De Jonge de migrantenkerken als sieraad van de multiculturele samenleving. En al jaren spant hij zich in voor hun fatsoenlijke huisvesting. De tijd dat ze, soms letterlijk, onder het beton van een parkeergarage werden gestopt, is weliswaar voorbij, maar nog steeds moeten ze met ruimte woekeren. De gemeente Amsterdam gaat er, meent De Jonge, ten onrechte van uit dat ze in dezen geen verantwoordelijkheid heeft. ‘Dan wordt altijd weer het leerstuk van de scheiding van kerk en staat erbij gehaald. Maar dat was in 1953, na de Watersnoodramp, geen beletsel voor de hulp bij de wederopbouw van kerken. Even vanzelfsprekend was het dat in de Noordoostpolder kerken werden gebouwd. Maar in de Bijlmer laat de overheid de kerken aan hun lot over. Misschien omdat ze denkt dat de ontkerkelijking zich ook hier zal manifesteren. Nou, daar is geen sprake van. Hier woedt geen bries maar een storm. En de geest waait waarheen hij wil. Ook zonder hulp van de gemeente.’

Misschien zullen de migrantenkerken ooit gebruik kunnen maken van de faciliteiten van de gevestigde Nederlandse kerken, maar daarvan is momenteel nog slechts mondjesmaat sprake. Een klein aantal migrantenkerken – alle buiten de Bijlmer – heeft zich aangesloten bij de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). 

Opdracht van het Evangelie

René de Reuver, scriba (secretaris) van de PKN, zegt die relaties graag te willen uitbreiden. ‘Het is de opdracht van het Evangelie om elkaar wederzijds te aanvaarden, met alle overeenkomsten en alle verschillen.’ Dit betekent niet per se dat een formele samenwerking moet worden aangegaan. ‘Tegen de protestantse kerken zou ik zeggen: kijk om je heen. Welke christenen zijn er nog meer? En wat kunnen we samen doen met de inbreng van ieders eigenheid?’ Je zou dan kunnen denken aan voedselbanken of andere initiatieven in de sociale sfeer. Of aan de organisatie van The Passion te midden van 150 migrantenkerken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden