In de ban van de speculatie

John Horgan, staff writer van het maandblad Scientific American, heeft een baan om van te watertanden. De immense reputatie van zijn werkgever maakt dat er voor hem deuren opengaan die voor anderen gesloten blijven....

Maar Horgan is meer dan een vaardig verslaggever. In de zomer 1989 ontmoette hij voor een profiel de Britse fysicus en wiskundige Roger Penrose die in New York verbleef voor een gasthoogleraarschap. Er ontspon zich een gesprek dat de journalist in het geheugen gegrifd staat.

Het is denkbaar, zei Penrose, dat er zoiets als een theorie van alles bestaat. Niet een Theorie van Alles zoals sommige fysici wel eens voor ogen hebben, een theorie waarin de vier basiskrachten uit de natuurkunde zijn verenigd. Nee, een theorie die fysica in zich bergt, maar ook het menselijk bewustzijn, de biologie, de psychologie.

Penrose pauseerde op dat punt langdurig en voegde toen de woorden toe die Horgan het thema voor een buitengewoon lezenswaardig boek bezorgden: 'Ik denk niet dat we al dichtbij zo'n theorie zijn, maar ik denk dat er wel zoiets is. Al is dat waarschijnlijk weer wat erg pessimistisch.' Pessimistisch, vroeg Horgan, hoezo? Omdat, zei Penrose, het oplossen van raadsels iets prachtigs is en dat het een saaie boel wordt als we klaar zijn.

In The End of Science onderzoekt Horgan alle gesprekken die hij sindsdien voerde op de vraag of wetenschap ooit een einde zal bereiken. Is het denkbaar dat de mensheid alles heeft verklaard? Hoe dicht zitten de verschillende disciplines bij dat punt? Kennen we dan de Geest van God, een beeld dat de Brit Stephen Hawking bijvoorbeeld graag hanteert? En schieten we daar iets mee op?

Horgan kan voor zijn bespiegelingen putten uit een bijna onwaarschijnlijke stoet gesprekspartners. Filosofen als Karl Popper, Paul Feyerabend en Thomas Kuhn, fysici als Edward Witten, John Wheeler en Richard Feynman, kosmologen als David Schramm en Fred Hoyle, biologen als Richard Dawkins, Stephen Jay Gould, Lynn Margullis en Stuard Kauffman, sociologen als Edward Wilson en Noam Chomsky, breinspecialisten als Francis Crick, Marvin Minsky, chaosexperts als Chris Langton, Per Bak, Murray Gell-Mann en Ilya Prigogine en talloze anderen komen aan het woord. Establishment of dwarsliggers, steeds is de vraag of hun vak een eindpunt zou kunnen hebben.

Hoewel die vraag lang niet in alle gevallen een antwoord oplevert, is het fascinerend kopstukken te zien worstelen met de paradox van het verklaren: steeds beter weten dat we het verder niet weten. Is dat de menselijke beperking, of is er verder niets tussen hemel en aarde?

The End of Science is een meesterwerk van de journalistieke collagetechnieken. Horgan tekent met een fijne penseel genadeloos rake portretten en laat tegelijk zijn hoofdthema, de eindigheid van de wetenschap, nergens los. Uiteindelijk, concludeert hij, raken natuurwetenschappers in de ban van wat hij 'ironische wetenschap' noemt. Ze kunnen theoretiseren wat ze willen, maar empirisch is het allemaal niet meer te verifiëren. De deeltjesfysica is allang in dat stadium, de kosmologie volgt binnenkort, de biologie volgt later en ten slotte ook de psychologie.

Uiteindelijk verwordt alle wetenschap vanzelf tot een vorm van speculatief denken en het zint Horgan niets dat veel geleerden daar zo rustig onder blijven. Wie speculeert, heeft het opgegeven, meent hij. 'Een waarheid, die zo krachtig is dat onze nieuwsgierigheid voor altijd wordt bevredigd, kan nooit aan ironische wetenschap ontspringen.'

Horgan heeft duidelijk meer sympathie voor onderzoekers die het aandurven van voren af aan te beginnen. Of die menen dat we nog maar nauwelijks weten waar we het over hebben. Of voor cynici als Freeman Dyson die denken dat de laatste eeuw een krankzinnige versnelling van de menselijke kennisvergaring heeft laten zien, die voor hetzelfde geld weer kan uitlopen in een lange periode van stagnatie, zeker nu de militaire rechtvaardiging van veel research is weggevallen.

De Amerikaanse astronoom en wetenschapspopularisator Carl Sagan houdt in zijn jongste boek, The Demon-Haunted World, een soortgelijk pleidooi voor de eeuwige verwondering. Hij is er rotsvast van overtuigd dat onderzoek en ontdekken fundamentele menselijke activiteiten zijn, essentieel voor intellectuele bevrediging.

'Er is zoveel wat de wetenschap niet begrijpt, talloze mysteries wachten op een verklaring. In een universum van tientallen miljarden lichtjaren groot en pakweg vijftien miljard jaar oud, kan dat heel wel altijd zo blijven', aldus Sagan, die aan Cornell University onder meer een cursus sceptische wetenschap doceert.

Er is volgens Sagan maar één werkelijke bedreiging van de wetenschappelijke vooruitgang, en dat is collectieve desinteresse in de werkelijkheid. In zijn boek, een bundeling van populair geschreven artikelen van zijn hand, gaat hij dan ook te keer tegen de debilisering van de - uiteraard vooral Amerikaanse - massa en met name tegen de absurde vormen die het bijgeloof in zijn ogen aanneemt.

Daarbij spaart hij vooral de massamedia niet, die doorgaans meer belangstelling tonen voor spectaculaire verhalen over ufo's, geesten en wondergenezingen dan voor solide kennis. Als tv-helden Beavis and Butthead en Dumb and Dumber jongeren bombarderen met minachting voor studeren en leren, is op termijn zelfs de samenleving in gevaar. Technologische innovatie komt uiteindelijk knarsend tot stilstand en democratie wordt in goedgelovigheid gesmoord.

Sagan gelooft met hart en ziel in de effectiviteit van de wetenschappelijke methode, maar dan zonder de bestaande kennis zonder meer heilig te verklaren zoals veel naïeve onderzoekers nogal eens geneigd zijn te doen. 'De wetenschappelijke methode is veel belangrijker dan de uitkomsten ervan.'

Sagan, in Amerika onwaarschijnlijk beroemd juist omdat hij bereid is het paranormale serieus te onderzoeken, gaat met een fileermes door het hele scala van de hedendaagse lichtgelovigheid. In feite blijkt er zelden iets nieuws onder de zon. In de Middeleeuwen werden er ook mensen ontvoerd, alleen werd het toen gedaan door engelen en trollen in plaats van groene mannetjes, die er bovendien steevast uitzien als in Hollywood-science fiction. Verras me eens echt, smeekt Sagan de ufo-adepten.

Bijgeloof, meent hij, is een oermenselijke karaktertrek die wordt ingegeven door diepe angsten en behoeften, maar die we vooral niet te veel ruimte moeten geven. Bijgeloof leidt nergens toe, hooguit tot gevaarlijke zelfgenoegzaamheid. Voor de volledigheid levert hij in zijn vuistdikke bundel zelfs een handzame balloney detection kit, een gratis wapen tegen charlatans en leugenachtige media.

Sagans flauwekul-test berust uiteraard op hetzelfde principe van controleerbaarheid als bij solide wetenschap. Wat zijn de feiten? Zijn die te kwantificeren? Te verifiëren? Zijn er alternatieven voor de geboden verklaring? Kun je die testen? Wat Sagans kul-test doorstaat, bestaat. Er zijn, stelt Sagan zijn lezer gerust, in de echte wereld zoveel wonderen dat je er echt niet eentje hoeft te verzinnen. Als alles is verklaard, is het daarvoor vroeg genoeg.

Martijn van Calmthout

John Horgan: The End of Science.

Headline, import Van Ditmar; ¿ 45,95.

ISBN 0 747 27745 1.

Carl Sagan: The Demon-Haunted World.

Addison Wesley Publishing; ¿ 30,50.

ISBN 0 201 62679 9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden