In de ban van de Geliefde Leider

De economie kwijnt weg en er dreigt opnieuw honger. Zonder buitenlandse hulp lijkt het bewind ten dode opgeschreven. Desondanks slaagt dictator Kim Yong Il van het verpauperde Noord-Korea erin het machtigste land ter wereld in de hoek te drijven....

De geliefde Leider moet zich ongetwijfeld een bult lachen als hij ziet wat hij heeft aangericht: Bush' aandacht afgeleid van Irak en hem met nieuwe eisen tot wanhoop gebracht, de angst aangewakkerd voor een kernoorlog, zijn vijanden genoopt tot nieuwe plannen om hem te paaien, de wereldpers verleid tot de zotste analyses over zijn daden en drijfveren. Terwijl de regering van de machtigste natie ter wereld zich om heel wat minder opmaakt voor een oorlog tegen Saddam Hussein, moet ze tegenover het achterlijke, verpauperde, geïsoleerde Noord-Korea voortdurend gas terugnemen.

Zigzaggend komt Bush van zijn dreigementen terug, en nog is de Geliefde Leider niet tevreden. Hoe komt het dat dat akelige mannetje uit Pyongyang zich dit allemaal kan veroorloven? Waarom durft de Noord-Koreaanse dwerg de confrontatie aan met de Amerikaanse reus? Wat is het geheim van dictator Kim Jong Il?

Sinds Noord-Korea in oktober vorig jaar toegaf dat het land in het geheim bezig was uranium te verrijken, dus splijtstof voor kernbommen te maken, is de spanning snel opgelopen. Aanvankelijk reageerde Washington met een ultimatum: laat die boef snel een toontje lager zingen en zijn nucleaire installaties op slot doen, anders zullen we zijn regime te vuur en te zwaard vernietigen of met een internationale blokkade uitroken. De boef raakte van dat dreigement niet onder de indruk, integendeel. Hij heropende een kerncentrale voor de aanmaak van plutonium, zette de waarnemers van het VN-atoombureau IAEA het land uit, zegde het verdrag op dat de verspreiding van atoomwapens moet tegengaan en dreigde het moratorium op raketproeven te beëindigen. Morgen schiet hij misschien een waarschuwingsraket over Zuid-Korea of Japan af.

Intussen moet niet Pyongyang maar Washington een toontje lager zingen. Kim Jong Il heeft de gebruikelijke apocalyptische scheldkanonade tegen zijn aartsvijand gelardeerd met nog meer vitriool, terwijl Bush juist is gekalmeerd.

Kim kent zijn gelijke niet. Onvermoeibaar lijkt hij zijn best te doen om in Amerikaanse ogen Saddam als boosdoener naar de kroon te steken. Hij gaat er prat op dat hij beschikt over raketten; ze vormen zelfs zijn voornaamste inkomstenbron. Misschien heeft hij één of twee atoombommen, en medio dit jaar een stuk of zes als de crisis niet tijdig wordt opgelost. Ondanks het bezit van deze massavernietigingswapens vertrouwt Kim erop dat de VS hem niet zullen aanvallen omdat Bush het te druk heeft met Irak en vooral vanwege de gevolgen die een Amerikaanse aanval zou hebben: een ongetwijfeld zeer bloedige vergeldingsactie tegen de Amerikaanse bondgenoten Zuid-Korea of Japan en de opening van de deksel van een doos van Pandora.

Zijn bommen en raketten geven Kim een formidabel chantagemiddel. In zijn voordeel werkt ook het feit dat Noord-Korea's buren niets moeten hebben van een confrontatie, waarbij ze immers alleen maar te verliezen hebben. Daarom zetten ze Amerika onder druk om een soepele houding aan te nemen. Voordelig voor hem is ook het groeiende anti- amerikanisme in Zuid-Korea, waar men voor het eerst de Amerikaanse beschermers een groter gevaar vindt dan de Noord-Koreaanse vijanden. Dankzij die troefkaarten kan de Geliefde Leider heel ver gaan.

Hij vertrouwt erop dat Amerika wel zal inbinden en dat hij krijgt wat hij hebben wil: een niet-aanvalsverdrag met de Verenigde Staten, Amerikaanse economische hulp en diplomatieke betrekkingen. Mocht hij zijn eisen zo ver opschroeven dat ze voor Washington onaanvaardbaar zijn, dan voert hij zijn dreigement om de nucleaire kaart uit te spelen gewoon uit.

Een nucleair Noord-Korea zou een ramp zijn. De landen die direct in de vuurlinie liggen, Japan en Zuid-Korea, zouden dan ook kernwapens willen gaan maken, waardoor China zich bedreigd zou voelen en het hele machtsevenwicht in Oost-Azië zou worden verstoord. De aspirant-kopers van atoombommen - bijvoorbeeld de vijanden van Israël en terroristische organisaties - zouden weten waar ze terecht kunnen.

Toch zijn de Noord-Korea-kenners er mét de aftredende en nieuwe president van Zuid-Korea van overtuigd dat het Kim Jong Il niet te doen is om kernbommen en raketten, maar om hulp. Tussen 1996 en 1998 zijn naar schatting twee miljoen Noord-Koreanen, ongeveer 10 procent van de bevolking, de hongerdood gestorven. Massale honger dreigt opnieuw nu de Amerikanen hun voedselhulp en olieleveranties hebben gestaakt. De economie kwijnt weg. Fabrieken liggen stil bij gebrek aan grondstoffen, landbouwmachines verroesten bij gebrek aan reserveonderdelen. Het afgelopen jaar is een eerste begin gemaakt met economische hervormingen. Maar zonder investeringen en hulp van het buitenland is de economie niet te redden, en het regime vermoedelijk evenmin.

Waarom heeft Kim Jong Il niet gewoon om hulp gevraagd? Waarom dreigt hij met massavernietigingswapens om die hulp af te dwingen? Het antwoord is onthutsend simpel: de Geliefde Leider moet tegenover zijn eigen volk beantwoorden aan de goddelijke status die hem door de traditie en door hemzelf is toegekend. Een god vraagt niet, een god gebiedt. Hulp vragen zou een erkenning zijn van eigen falen, en een god faalt niet. En als dan een heiden als Bush de Democratische Volksrepubliek Korea situeert op de 'as van het kwaad' en zijn leider beschimpt, dan roept hij goddelijke wraak over zich af.

Het regime kan moeilijk anders worden omschreven dan als een theocratie, waarin God niet ver weg in de hemel zit, maar dichtbij op een aardse troon. Het land is bezaaid met standbeelden van God de Vader, Kim Il Sung, bekend als de Grote Leider. Iedereen heeft een speldje van hem op. Het halve land is naar hem vernoemd. Hij is al ruim acht jaar dood, maar als onsterfelijk wezen is hij door zijn Zoon uitgeroepen tot president in eeuwigheid. Portretten van de Grote Leider en de Geliefde Leider hangen overal. Buitenlandse bezoekers, die geen moment alleen worden gelaten, moeten in Pyongyang een rondgang maken langs de monumenten en altaren die ter ere van Kim Il Sung zijn opgericht. Ze worden geacht hem voor zijn grootste standbeeld een bloemenhulde te brengen en daar enkele momenten in gebed te verzinken.

Wie denkt dat de bevolking slechts tegen heug en meug meedoet aan deze persoonsverheerlijking, heeft ongelijk. Verering van de absolute monarch is al zo oud als de Koreaanse geschiedenis. De confucianistische eerbied voor het gezag en de communistische voorliefde voor de sterke man sluiten daar naadloos op aan. De jarenlange propaganda, de afwezigheid van andere informatiebronnen dan de officiële (Noord-Korea heeft geen internet, en luisteren naar buitenlandse radiostations is verboden), de macht der gewoonte en angst voor repressie doen de rest.

Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog kwam een eind aan de Japanse bezetting (1910-1945) en viel Korea uiteen in het door de Russen bezette Noorden en het door de Amerikanen bezette Zuiden. Stalin zette in Pyongyang de verzetsleider Kim Il Sung op de troon, die het land veranderde in zijn privédomein.

Dankzij de troepen van Mao Zedong liep de Koreaanse oorlog (1950-1953) niet uit op een nederlaag voor het Noorden, maar op een wapenstilstand zonder vredesverdrag. Daarna had Kim Il Sung tijdens de Koude Oorlog alle gelegenheid zijn koninkrijk te vestigen, dat veel gelijkenissen vertoonde met het Albanië van Enver Hoxha: geïsoleerd van de buitenwereld, economische zelfvoorziening, ijzeren politieke controle op de burgers, rigoureuze soberheid voor de bevolking, decadente luxe voor de heersende kaste en een tomeloze persoonsverheerlijking. In deze conceptie van monarchale machtsuitoefening past de idee van erfopvolging uitstekend.

Het is bon ton om de opvolging van vader Kim door zoon Kim af te schilderen als een voorbeeld van verwording van het communisme. Onzin: op zijn oorspronkelijke ideologische rechtvaardiging na heeft het regime met het communisme niets te maken. Het is een absolute monarchie met een eigen ideologie, de juche (zelfvoorziening). Ook daarvan is niets terechtgekomen, maar zolang de illusie kan worden gehandhaafd dat deze heilsleer het volk zal verlossen, is er niets aan de hand.

Rond de Geliefde Leider zijn mythes geweven die zijn goddelijke status recht doen. Kim Jong Il werd in 1942 bij Vladivostok geboren, waarheen zijn vader was gevlucht om aan zijn Japanse vervolgers te ontsnappen. Deze versie werd echter te prozaïsch gevonden. Zijn mythologische geboorte is als het kerstverhaal: in een hut op de top van een heilige berg aan de grens met Mantsjoerije, waar vijfduizend jaar geleden ook de Koreaanse staat werd geboren. Toen de Leider zonder Evenknie ter wereld kwam, verschenen aan de hemel een stralende ster en een dubbele regenboog. Wonderbaarlijke natuurverschijnselen zijn vader en zoon blijven begeleiden: huilende vogels, schreiende rivieren en bergen, bloemen die midden in de winter gaan bloeien, donderslagen bij heldere hemel, zeemonsters die plotseling opduiken en andere onweerlegbare tekenen van de bovenaardse relaties van de familie Kim.

Het beeld van Kim Jong Il als een wijze, alwetende en vaderlijke figuur wordt met zorg gekoesterd. Als kind al onderwees hij zijn vriendjes, tegenwoordig onderwijst hij iedereen. Journalisten geeft hij graag instructie hoe ze hun artikel moeten schrijven. Zijn bezoeken aan fabrieken, landbouwprojecten, viskwekerijen of militaire bases zijn inspectiereizen waarin hij richtlijnen geeft, de onsterfelijke daden van zijn vader verheerlijkt en de aanwezigen vervult met ontzag en dankbaarheid. Dit lijkt een karikatuur, maar de Noord-Koreanen hebben nooit iets anders gehoord.

Ook in de relatie met het buitenland is het Kim Jong Il die instructies geeft. De Koreaanse media melden graag dat hoge buitenlandse gasten hem eren met geschenken en loftuitingen. De afgelopen jaren hebben miljoenen Noord-Koreanen hun overleving te danken aan buitenlandse voedselhulp. Een Noord-Koreaanse vluchtelinge in Zuid-Korea vertelde dat die hulp door de overheid wordt voorgesteld als een tribuut waarmee het buitenland hulde brengt aan de 'Zon van de 21ste Eeuw', een van de titels van de Geliefde Leider. Iedereen, zei ze, gelooft die uitleg.

Van buitenlanders wordt verwacht dat ze de vormen in acht nemen die in de Oosterse cultuur in het algemeen en in de Noord-Koreaanse in het bijzonder in zwang zijn. Een basisregel van die omgangsvormen is dat je alles nalaat wat de ander gezichtsverlies kan opleveren. Dat geldt voor alle maatschappelijke relaties, voor de internationale relaties nog meer, en voor de relaties met de onfeilbare Kim Jong Il het meest.

In Oost-Azië wordt het in traditionele kringen, en die vormen nog altijd de overgrote meerderheid, niet op prijs gesteld als je iemand in zijn gezicht de waarheid vertelt, laat staan dat je hem uitscheldt. Wat in de Verenigde Staten als een deugd geldt, iemand recht voor zijn raap zeggen wat je van hem denkt, is in Oost-Azië een grote onbeschoftheid. Je mag het nog zo oneens zijn met iemand, je begint met hem te prijzen en hem daardoor voor je in te nemen. Je kritiek verpak je in zachte, liefst indirecte termen. Daardoor verliest de ander zijn gezicht niet en heb je de meeste kans dat hij naar je luistert.

George W. Bush, geen groot kenner van de Oost-Aziatische psyche, had geen boodschap aan die subtiele aanpak. Al aan het begin van zijn mandaat gaf hij Kim Jong Il in een klap in het gezicht door tegen de Zuid-Koreaanse president Kim Dae-jung te zeggen dat hij geen vertrouwen had in de Noord-Koreaanse leider en ook niet in de Zuid-Koreaanse 'zonneschijnpolitiek' van toenadering tot Pyongyang.

Een nog hardere klap deelde Bush uit toen hij Noord-Korea samen met Irak en Iran op de 'as van het kwaad' plaatste. Kim Jong Il leidde daaruit af dat hij een Amerikaanse aanval kon verwachten en nam tegenmaatregelen. Die hebben inmiddels zijn vermeende gezichtsverlies ruimschoots goedgemaakt. Als hij er ook in slaagt de broodnodige buitenlandse hulp af te persen, zullen de Noord-Koreanen nog harder gaan gelovenin hun almachtige heiland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden