Glaciologie

In de Alpen zie je de eerste grote klimaatveranderingen

Groepjes vrijwilligers trekken elk jaar de Alpen in om de gletsjers op te meten. Al honderd jaar, maar: 'Wij zijn de eersten die grote veranderingen zien.' Een tocht langs terugtrekkend ijs.

Vrijwilligers onderweg in het Maltatal in Oostenrijk voor de Gletschervermessung. Beeld Ernst Arbouw

Meetlinten, verf, portofoon, een theodoliet met laserreflectors en een loodzwaar metalen statief. Op het parkeerplaatsje halverwege het Maltatal, in het zuidoosten van de Oostenrijkse Alpen, ligt een bonte verzameling meetinstrumenten en apparatuur. En niet alleen meetinstrumenten. Er liggen klimtouwen, stijgijzers, ijsbijlen en voor een paar dagen eten - rijst, kip, een paar kilo diepgevroren spaghettisaus en 24 blikken bier.

Het is een zaterdagochtend aan het begin van de herfst. Een groepje vrijwilligers van de Oostenrijkse bergsportvereniging OeAV verzamelt zich voor de Gletschervermessung, een jaarlijks onderzoek waarbij nauwkeurig de lengte, en in een enkel geval ook de dikte, van gletsjers in het dal in kaart wordt gebracht.

Zoals de vrijwilligers in het Maltatal zijn er meer: in Silvretta, het Pitztal, in Dachstein en op de Grossglockner. Sinds 1891 komen elk najaar groepjes samen om beladen met meetapparatuur het hooggebergte in te trekken. Zo worden jaar na jaar, verspreid over achttien gebieden, ongeveer honderd gletsjers opgemeten - het precieze aantal verschilt per seizoen, vooral vanwege de weersomstandigheden tijdens het veldwerk. De verzamelde meetgegevens vormen de grootste collectie gletsjerdata in de wereld en zijn een belangrijke bron voor klimaatonderzoekers en geologen.

Tekst gaat verder onder de graphic.

Anno 1891

Sinds 1891 worden elk jaar metingen verricht aan ongeveer honderd Oostenrijkse gletsjers. Het initiatief voor de Oostenrijkse gletsjermetingen stamt uit 1871, toen na een periode van terugtrekkende gletsjers het ijs onverwacht weer begon te groeien. De initiatiefnemers vreesden een mogelijke nieuwe ijstijd die landbouwgrond en dorpen zou kunnen bedreigen.

Beeld Ernst Arbouw

Het broeit wereldwijd. En in Nederland

Meningen genoeg over de verandering van het klimaat, je zou er de feiten bijna door vergeten. Deze drie interactieve visualisaties laten harde data achter de wereldwijde opwarming zien. Wie zijn de grootste vervuilers? Hoeveel warmer wordt het in Nederland? Hoe zit het met CO2 en de 2 °C-grens? En ook: de gevolgen voor de Elfstedentocht.

Beeld de Volkskrant

Groei van een paar meter

'Ik heb de tijd nog meegemaakt dat de gletsjers groeiden', zegt teamleider Andreas Knittel, terwijl om hem heen vrijwilligers hun rugzakken volproppen met apparatuur en eten. Knittel, in het dagelijks leven directeur-eigenaar van een ingenieursbureau, deed zijn eerste meting in 1979, als 18-jarige jongen. In die tijd groeiden de gletsjers in het Maltatal een paar meter per jaar.

Het omslagpunt kwam in 1986. Sindsdien trekt het ijs zich elk jaar verder terug, niet alleen in het Maltatal, maar in de hele Oostenrijkse Alpen. Afhankelijk van de hoogte, de ligging en de vorm van de helling kan de snelheid waarmee dat gebeurt oplopen. In het Maltatal verdwijnt ongeveer 10 meter per jaar. In de Ötztaler Alpen in Tirol en de Venedigergebied in Ost-Tirol trekken de gletsjers 30, 40, soms meer dan 50 meter per jaar terug. De grootste verliezer is de Schalfferner in het Ötztal, op de grens van Oostenrijk en Italië. Sinds 1990 is deze gletsjer 832 meter korter geworden - een aanzienlijk deel van dat lengteverlies voltrok zich in 2013, toen in één zomer 173 meter ijs verdween.

'Wat we doen en hoe we het doen, is in honderd jaar tijd nauwelijks veranderd', zegt Knittel. Of toch, voegt hij met een glimlach toe: 'In de jaren zeventig is een weg door het dal gelegd voor de bouw van de stuwdam. Voor die tijd moesten de gletsjermeters drie dagen lopen om bij de Villacher Hütte te komen.'

De Villacher Hütte is een klein houten onderkomen op de helling van de Hochalmspitze, 1.100 meter stijgen vanuit het dal en nog ongeveer twee uur klimmen verwijderd van de Hochalmkees, de belangrijkste gletsjer van het gebied. De hut bestaat uit twee kamertjes van 3 bij 4 meter met als enige luxe een houtkacheltje om op te koken en een kortegolfradio voor noodgevallen. Water komt uit een gletsjerstroompje voor de deur, de wc is een blauwe plastic ton in het schuurtje met kachelhout.

Als 's avonds iedereen zit te eten, twaalf mensen samengepropt rond de tafel, voor de kachel en op het stapelbed, vertelt Knittel wat het programma van de volgende dag is. Eén groep gaat met hem op pad voor driehoeksmetingen en foto's. De andere groep klimt over de morene (gletsjerpuin) naar de zogeheten Hochmesspunkte aan de gletsjerrand om daar de afstanden tot het ijs te meten.

Tekst gaat verder onder de graphic.

Oorlog

Alleen aan het eind van de Eerste Wereldoorlog en tussen 1944 en 1947 zijn de metingen niet, of beperkt, uitgevoerd. De gletsjerrapportage van 1943 beschrijft hoe de metingen dat jaar zijn gedaan door 'vrouwen, mannen van boven de 60 en één enkele jongeman die zijn korte militaire verlof gebruikte voor het onderzoek.'

Meten in het Maltatal. 'Er komt grond tevoorschijn die vierduizend jaar met ijs bedekt is geweest.' Beeld Ernst Arbouw

Klimaatspecial: hoe gaan mensen om met klimaatverandering?

De Volkskrant reist met een cameradrone de wereld rond om erachter te komen hoe mensen met klimaatverandering omgaan. En presenteert de harde feiten. Bekijk en lees hier de klimaatspecial, inclusief dronevideo's en data.

Beeld de Volkskrant

Drie meetmethoden

Het team gebruikt drie meetmethoden: in de eerste plaats een fotovergelijking, waarbij jaar na jaar vanaf hetzelfde standpunt en met dezelfde brandpuntsafstand een foto wordt gemaakt. Daarnaast worden driehoeksmetingen gedaan om het precieze verloop van de gletsjerrand in kaart te brengen. Bij een aantal Oostenrijkse gletsjers wordt bovendien met een driehoeksmeting de hoogte van het ijs, en dus de relatieve dikte van de gletsjer, gemeten. Bij de Hochalmkees zijn deze diktemetingen in 2014 gestopt omdat de gletsjer zich zover had teruggetrokken dat er geen goede zichtlijn meer was om ze te doen.

De derde methode is het eenvoudigst: met een meetlint wordt vanaf vaste punten op de rots de afstand tot het ijs gemeten. Op het eerste gezicht lijkt dat te simpel om waar te zijn, maar de methode heeft een belangrijk voordeel, legt Knittel uit: zij werkt altijd. 'Voor een fotovergelijking of een driehoeksmeting ben je afhankelijk van het uitzicht. Zodra je in de wolken terechtkomt, kun je niks meer.'

Halverwege de volgende dag wordt duidelijk wat hij bedoelt. Na een stralende ochtend steekt in de middag een potdichte mist op.Door de portofoon kraakt Knittels stem. 'Hier Andi. Wir gehen zurück zur Hütte. Scheisse aussicht hier.'

De Oostenrijkse gletsjermetingen staan niet op zichzelf, zegt glacioloog Andrea Fischer. Dankzij vergelijkbare initiatieven door vrijwilligers van de Club Alpino Italiano (CAI), die sinds 1911 ongeveer 150 gletsjers in de gaten houdt, en de Zwitserse Academie voor Wetenschappen, die in 1880 begon met metingen aan ongeveer 75 gletsjers, is er een gedetailleerd beeld van de toestand van de gletsjers in de Alpen in de loop der jaren. 'De data die sindsdien zijn verzameld helpen bij het begrijpen van veranderingen in het klimaat op de ijsmassa van gletsjers, niet alleen bij de huidige klimaatverandering, maar ook bij de interpretatie van morenes uit het Holoceen (vanaf 11.700 jaar geleden, red.) of pre-Holoceen.'

Tekst gaat verder onder de foto.

Beeld Ernst Arbouw

Waarom is het toch zo lastig de klimaatkwestie op te lossen? In vijf afleveringen onderzoekt de Volkskrant de dilemma's achter het klimaatdebat.

1. Waarom voeren we geen CO2 belasting in terwijl bedrijfsleven én Greenpeace dit een pracht­idee vinden?

2. Waarom is China nog niet net zo schoon als wij?

3. Helpt klimaatgeld voor arme landen wel?

4. Waarom verdwijnt er nog steeds op grote schaal bos?

5. Wat doet u zelf om de opwarming van de aarde te voorkomen?

Beeld Ernst Arbouw

Snel smelten

Fischer is als glacioloog verbonden aan het Instituut voor Interdisciplinair Gebergte-Onderzoek van de Oostenrijkse Academie voor Wetenschappen, maar verzorgt als vrijwilliger de coördinatie en wetenschappelijke verwerking van de OeAV-gletsjermeting. Ongeveer een keer per week krijgt zij een verzoek om data van collegawetenschappers, vertelt ze. De Oostenrijkse alpenvereniging is een van de grootste leveranciers van data voor de World Glacier Monitoring Service (WGMS). Afgelopen zomer publiceerde het Journal of Glaciology een groot artikel op basis van de WGMS-cijfers. Belangrijkste conclusie: wereldwijd smelten de gletsjers sneller dan ooit tevoren.

De volgende ochtend, halverwege de klim naar de Hochalmkees, zet Knittel zijn rugzak tussen de stenen. 'Tot hier kwam honderdvijftig jaar geleden het ijs', zegt hij. Ruim een kilometer verderop glinstert de gletsjer in de laagstaande ochtendzon. Vanaf de Villacherhut moet het team door ongebaand terrein omhoog. Eerst door steile bergweiden , dan balancerend over grote rotsblokken en uiteindelijk over gletsjerpuin, fijngeslepen gruis en slijk. Onderweg moet twee keer een rivier met smeltwater overgestoken worden, springend van steen naar steen.

De zware uitrusting maakt vooral de rivieroversteken een heikele onderneming. Een van de deelnemers raakt halverwege de snelstromende rivier uit balans door het metalen statief van de theodoliet dat aan z'n rugzak hangt. Hij springt mis en komt tot z'n middel in het smeltwater. Twee collega's aan de kant grijpen hem razendsnel bij z'n armen en trekken hem uit het water voor hij kopje onder kan gaan. Hij reageert geschrokken maar laconiek: 'Lastige sprong. Scheisse.'

Beeld Ernst Arbouw

Aardverschuivingen en steenlawines

Veiligheid is een permanente zorg bij de metingen. Onweersbuien, gletsjerspleten, plotselinge weersveranderingen en val- en struikelpartijen in het ongebaande landschap liggen altijd op de loer. De razendsnelle veranderingen van de laatste jaren maken het werk in het hooggebergte extra gevaarlijk, legt Knittel uit. 'Er komt nu grond tevoorschijn die drie-, vierduizend jaar met ijs bedekt is geweest. De hellingen zijn instabiel, je loopt permanent risico op aardverschuivingen en steenlawines.'

Door het smelten van het permafrost hoog in de bergen is er bovendien grotere kans op steenslag - blokken rots, of zelfs hele rotswanden kunnen zonder enige waarschuwing naar beneden storten. Later diezelfde dag wordt zijn punt onderstreept als een van de meetteams op het nippertje ontsnapt aan een steenlawine. Een aantal rotsblokken - 'Het formaat van een koelkast', constateert iemand droog - schiet tussen twee mensen door richting het dal. Het zorgt even voor een geschrokken gegiechel. Vrijwel onmiddellijk hervindt iedereen zich: 'We moeten hier maar niet te lang blijven staan.'

De Hochmesspunkte aan de gletsjerrand bestaan uit niet meer dan een rode verfstip met een letter en een jaartal op een stuk vaste rots, met een pijl die de meetrichting aangeeft. De punten zijn gemarkeerd met steenmannetjes, stapeltjes stenen om ze terug te kunnen vinden in het onoverzichtelijke terrein. Een schetsboekje met aantekeningen uit voorgaande jaren biedt wat extra houvast, maar zelfs dan, met gps-coördinaten en een situatieschets, blijft het een speurtocht.

Beeld Ernst Arbouw

Race

'Vroeger moesten we nog weleens een meetpunt prijsgeven. Dan kwam je het volgend jaar terug en dan was de gletsjer gegroeid, over de punten heen', zegt Knittel 's avonds in de hut. Tegenwoordig is het een race achter het ijs aan - ieder jaar een stukje verder en hoger, 10,6 meter in 2014. Daarvoor 27,4 meter, daarvoor 2,7 meter, het jaar daarvoor 8,2 meter.

Het opschuiven van de meetpunten is tegenwoordig een vast onderdeel van het werk. Vanuit het punt van een van de voorgaande jaren wordt de afstand tot een nieuw stuk vaste rots gemeten, en van daaruit wordt vervolgens alsnog de afstand tot het ijs bepaald. 'Eigenlijk is het allemaal vrij simpel. Het is geen raketwetenschap', aldus Knittel.

'Dit soort heel erg basaal onderzoek, het maken van lange tijdreeksen, is essentieel voor het begrijpen van de relatie tussen gletsjers en het klimaat', zegt Andrea Fischer. Die relatie, legt zij uit, is 'in hoge mate non-lineair'. 'De veranderingen in lengte zijn niet alleen een reflectie van het klimaat, maar ook van de individuele eigenschappen van de gletsjer. Gletsjers zijn bijvoorbeeld niet overal even dik. Op steilere stukken is de ijsdikte over het algemeen minder en een dergelijk dun stuk kan in één zomer wegsmelten, waardoor de gletsjertong gescheiden raakt van de ijsmassa en je in een bepaald jaar een extreem lengteverlies kunt krijgen. De gletsjers zijn te groot voor het huidige klimaat.'

Knittel formuleert het anders: 'Ik ben de vijfde leider sinds de metingen in het Maltatal zijn begonnen. Voor mijn voorgangers was het werk altijd min of meer hetzelfde. Wij zijn de eersten die grote veranderingen zien. De gletsjers trekken terug, de boomgrens gaat omhoog - er groeien nu lariksen op de morenes. Het maakt het in elk geval interessant.'

Beeld Ernst Arbouw
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden