analysewetmatigheden crises

In crisistijd is het kabinet eerst populair, daarna volgt de afrekening

Het heeft maar een paar maanden geduurd, dat Rutte zich de coronakoning van het land mocht wanen. Zo gaat dat bij crises. Gezag brokkelt vaak snel af.

Premier Mark Rutte maakt na afloop van een gesprek met jongeren op het Catshuis een selfie om 1,5 meter afstand te promoten.Beeld ANP

Ogenschijnlijk geruisloos, maar voor bestuurskundigen toch goed hoorbaar, is Nederland in een nieuwe fase van de coronacrisis beland: die van het politiseren en het indekken tegen de schuldvraag. Goed hoorbaar is ook de roep om een (onafhankelijke) commissie van deskundigen die moet bezien of onze verantwoordelijke bestuurders het nog wel goed doen. Zo’n commissie is doorgaans de opmaat tot de volgende, bijna vanzelfsprekende stap na een crisistijd: een parlementaire enquête.

In juni citeerde de Volkskrant een gevleugeld gezegde op het ministerie van Hugo de Jonge (Volksgezondheid). Gevraagd naar hoe het gaat, zei een topambtenaar dat er keihard wordt gewerkt, dat er uiteraard ook dingen misgaan en blikte hij blijmoedig vooruit: ‘We zien elkaar wel bij de parlementaire enquête!’

Juni, het lijkt alweer lang geleden dat het kabinet massaal vertrouwen genoot. Dat vertrouwen is er altijd in het begin van een crisis, zeggen bestuurskundigen. Crises kennen – denk aan 9/11 in 2001 of de bankencrisis van 2008 – ‘wetmatigheden’, zegt hoogleraar bestuurskunde Paul ’t Hart van de Universiteit Utrecht. Zijn collega-hoogleraar Mark Bovens van dezelfde universiteit, tevens lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, spreekt liever van ‘patronen’.

Rond de vlag

In maart brak de coronacrisis uit, en al snel deed zich het zogenoemde rally around the flag-effect voor. In het begin van zo’n grote crisis schaart de bevolking zich om het bestuur, de politiek en de overheid, vanuit de veronderstelling: ‘die gaan ons wel beschermen.’

Persconferentie na persconferentie steeg inderdaad het gemeten vertrouwen in Rutte en de zijnen. Eind juni bleek uit het Continu Onderzoek Burgerperspectieven van het Sociaal en Cultureel Planbureau dat het vertrouwen in het kabinet torenhoog was. De vorige piek dateert van eind 2008 – ten tijde van de bankencrisis.

Een van de ‘wetten’ van crisismanagement is: blijf communiceren, zegt hoogleraar Arjen Boin van de Universiteit Leiden, co-auteur van het onlangs verschenen boek Covid-19; een analyse van de nationale crisisrespons. Het kabinet deed het niet, en daar begon het dus mis te gaan. Na de versoepelingen per 1 juli wenste premier Rutte iedereen een fijne vakantie. Veel bestuurders moesten die vervolgens eerder afbreken.

Volgens Bovens is het vertrouwen in de politiek, de overheid en het kabinet nu weer aan het dalen. De gevolgen van de coronacrisis (het kabinet kan niet bezig blijven met financiële steun) worden zichtbaarder, de faillissementen en het banenverlies komen eraan. Dat is in de ogen van Bovens een voor crisistijd heel herkenbaar ‘patroon’.

Nu is het politiseren van de crisis begonnen, al zijn niet alle wetenschappers het daarover eens. Boin complimenteert het kabinet met de manier waarop het de Tweede Kamer voortdurend heeft betrokken en geïnformeerd over het beleid. In veel andere landen is de volksvertegenwoordiging tijdelijk (alleen al vanwege het besmettingsgevaar) zowat opgeheven en dat vindt hij onverstandig.

Mantra

In de Tweede Kamer zelf is er minder enthousiasme. Op verzoek van de oppositie debatteerde de Kamer vorige week een hele dag over het beleid. Niet alleen onder de bevolking, maar ook in de politiek is nog maar weinig over van het ‘rally around the flag-effect’. Van een klimaat van: ‘Jullie zullen het hopelijk wel weten’ zijn we beland in een klimaat van: ‘Jullie doen erg veel fout’.

Premier Rutte blijft zijn mantra herhalen: met vijftig procent kennis nemen we honderd procent besluiten. Tweede Kamerlid Henk Krol (Partij voor de Toekomst) maakte daarvan tijdens het debat: ‘Honderd procent koppigheid, vijftig procent verwarring’. Oppositiepartij PvdA heeft een alternatief pakket coronamaatregelen in de maak.

Het is nu weer politics as usual en dat is op zichzelf helemaal niet zo erg, vindt Bovens. Het gaat immers om steunmaatregelen, beperkingen, loonsverhogingen, en dan spelen de klassieke politieke vragen over de verdeling van de schaarse middelen. Bovendien: in maart volgend jaar wachten de verkiezingen.

Stel dat de coronacrisis eind van dit jaar voorbij is, doordat er bijvoorbeeld een vaccin is gevonden, dan zullen die verkiezingen zeker in het teken staan van wat er allemaal is misgegaan in de afgelopen tijd, zeggen de bestuurskundigen. Aan het eind van zo’n crisis zijn er meestal maar twee smaken: lessen trekken uit, of afrekenen met. De ervaring leert dat die tweede smaak al gauw dominant wordt. Want uiteraard komen er fouten aan het licht. Waren er te weinig beschermingsmiddelen? Is er ergens gefraudeerd? Daar moet al snel iemand de schuld van krijgen.

Die schuldvraag, en hoe het allemaal véél beter had gekund, klinkt nu inderdaad. Wonderlijk genoeg ook al uit de mond van degenen die zijn ingehuurd om Hugo de Jonge op zijn vingers te kijken. Vandaar het advies van Bovens aan potentiële bewindslieden: ‘Mocht u ambitie hebben voor het volgende kabinet: er is een gerede kans dat de ministers van Volksgezondheid en Sociale Zaken de eindstreep niet halen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden