Reportage Colombia

In Colombia wacht Venezolaanse vluchtelingen een koude douche

Al zeker een miljoen migranten uit Venezuela zijn de grens overgestoken, en elke dag komen er méér. De Colombianen weten amper hoe met de stroom om te gaan. ‘Wij zijn zeker wel solidair. Maar de limiet is bereikt.’

In een park in de Colombiaanse grensstad Cúcuta zitten twee vrienden op een bankje. Ze kijken goedkeurend toe hoe de politie Venezolaans uitziende personen aanhoudt en naar hun papieren vraagt. ‘Ik wil niet zeggen dat alle Venezolanen problemen veroorzaken’, zegt Freddy Quintera (58). ‘Nee, nee, zeker niet’, beaamt Armando Gaona (42). ‘Er zitten ook goede tussen.’

Een van de agenten loopt naar een jongen die onder een boom ligt. De jongen slaapt – afgetrapte slippers aan vieze voeten, een rood, geel, blauwe rugzak stevig in zijn magere armen geklemd. Alle kinderen in Venezuela krijgen aan het begin van het schooljaar zo’n rugzak van de overheid, dat weet de Colombiaanse politie ook. De agent port de jongen wakker. ‘Paspoort?’

‘Ze zijn vies en ze stelen’

De vrienden wonen in de buurt en zien de migratiepolitie vrijwel dagelijks verschijnen. ‘Het is nodig, er zijn te veel Venezolanen’, zegt Quintera. ‘Ze zijn vies en ze stelen, Cúcuta is onleefbaar geworden.’ Zwijgend kijken ze hoe de jongen met het rugzakje zich gedwee achter in een open vrachtwagen laat duwen. ‘Het is goed dat de politie ze deporteert’, vindt ook Gaona. ‘Maar de politiek zou met echte oplossingen moeten komen.’

Dagelijks komen 35 duizend Venezolanen in Cúcuta de grens over. Beeld Stephen Ferry

Dagelijks komen 35 duizend Venezolanen in Cúcuta de grens over. Ze zijn op zoek naar eten, medicijnen, zeep en andere producten die in Venezuela door hyperinflatie onbetaalbaar zijn geworden. ’s Avonds gaan de meesten weer naar huis. Maar er zijn er ook een hoop die niet terugkeren, naar schatting drieduizend per dag.

Een nieuw fenomeen

Voor Colombia is dit een nieuw fenomeen, nooit eerder klopten hier massaal migranten aan de poort. Het waren juist de Colombianen die elders onderdak zochten, op de vlucht voor de bloedige burgeroorlog in hun land. Nu de rollen omgekeerd zijn, wordt duidelijk dat Colombia geen migratiebeleid heeft. En dat terwijl er volgens de autoriteiten al een miljoen Venezolanen in het land zijn.

Dat aantal zal naar verwachting alleen maar verder stijgen nu de Venezolaanse president Nicolás Maduro zondag is herkozen en tot 2025 aan het roer blijft. De afgelopen vijf jaar heeft Maduro zijn land in een diepe afgrond gestort en hij lijkt niet voornemens van koers te veranderen. Maandag na de verkiezingen stonden er al lange rijen voor de Venezolaanse busstations. Cúcuta is vanaf de meeste plaatsen de makkelijkst te bereiken grens.

Veel Venezolanen slapen op straat. Beeld Stephen Ferry

Het is tien uur ’s avonds. Op de stoep van de San José-kerk maken migranten zich op voor de nacht. De meesten hebben koffers bij zich en kijken angstig om zich heen. Het zijn mensen die tot voor kort nog een huis, auto en baan hadden, ze zijn niet gewend een bed te maken van kartonnen dozen. Een vader veegt met walging een kakkerlak van het kleed waarop zijn peuter ligt te slapen.

Naast de kerk is een kantoor van Western Union. Veel Venezolanen die in Cúcuta de grens oversteken, ontvangen hier geldzendingen van familieleden die hen zijn voorgegaan. Dat geld hebben ze nodig om verder te kunnen reizen. Naar Chili, Argentinië of Peru, of naar andere Colombiaanse steden. Er staat elke dag een rij voor het geldkantoor.

Er is niemand die geld stuurt naar Héctor Mendoza (30). Toch slaapt de Venezolaanse bouwvakker sinds zes maanden elke nacht in de rij voor Western Union. ‘Als de deur opengaat, sta ik vooraan’, legt hij uit. ‘Dan verkoop ik mijn plek aan iemand die net aan komt lopen.’ Het levert hem dagelijks gemiddeld 6 euro op. ‘De rest van de dag probeer ik wat te verdienen met het wassen van autoruiten bij stoplichten.’

Mendoza’s vrouw en kinderen waren tot voor kort bij hem. ‘Maar het was geen doen, zo op straat.’ Hij krabt met een wijsvingernagel het vuil onder andere nagels vandaan. ‘Op een nacht werd ik wakker van een man die probeerde mijn 7-jarige dochter mee te nemen. Toen zijn ze teruggegaan naar Venezuela. Daar hebben we tenminste een huis.’ Hij zwijgt langdurig. ‘Ik heb nog geen geld kunnen sturen sinds ze weg zijn.’

Internationale organisaties luiden al tijden de noodklok over de humanitaire crisis aan de grenzen van Venezuela. Er zijn geen opvangcentra in Cúcuta, migranten zijn op zichzelf of barmhartige Colombianen aangewezen. De Verenigde Naties deelden begin deze maand bonnen ter waarde van 30 euro uit, te besteden in een lokale supermarkt. Maar dat leidde tot grote chaos.

Vechten om voedselbonnen

Want het nieuws verspreidde zich razendsnel, ook in Venezuela. Van heinde en ver kwamen Venezolanen in de hoop op een bon. Er braken vechtpartijen uit, het was onduidelijk of ook Colombianen aanspraak konden maken op de voedselhulp. Uiteindelijk hebben de VN de actie maar opgeschort. Mendoza heeft geen bon kunnen bemachtigen. ‘Wij hebben de Colombianen altijd geholpen’, zegt hij boos. ‘En nu gunnen ze ons niet eens een voedselbon.’

In de afgelopen decennia heeft Venezuela twee miljoen Colombiaanse oorlogsvluchtelingen opgenomen. Vooral de in 2013 overleden oud-president Hugo Chávez toonde zich ruimhartig. Hij liet de Colombiaanse migranten volop meeprofiteren van de sociale programma’s van zijn bolivariaanse revolutie.

‘Wij zijn zeker wel solidair met Venezolanen’, verzekert Mauricio Franco, wethouder Veiligheid van Cúcuta. ‘Maar ik vrees dat de limiet is bereikt.’ De wethouder huist in een kaal kantoor in het centrum van de stad, met een ronkende airco op 17 graden. ‘Ze zijn bereid om voor een hongerloon te werken’, vertelt hij. ‘Werkgevers ontslaan Colombianen en gaan met migranten in zee. Dat zet kwaad bloed.’

Het gaat economisch toch al slecht in Cúcuta. ‘We zijn afhankelijk van de handel met Venezuela, die ligt nu volledig plat.’ Franco vertelt over de Venezolaanse vrouwen die noodgedwongen hun lichaam verkopen voor 6 euro per klant, en over de toegenomen criminaliteit. ‘Colombiaanse gewapende groeperingen rekruteren succesvol onder wanhopige Venezolaanse migranten’, zegt hij. ‘Dat baart ons grote zorgen.’

Er wordt actief gejaagd op ongedocumenteerden. Beeld Stephen Ferry

In februari bezocht president Juan Manuel Santos de grensstad, daarna zijn de regels aangescherpt. Voorheen konden Venezolanen met hun identiteitskaart het land binnen, nu moeten ze een paspoort hebben. Of een grenskaart, daarvan heeft Colombia er sinds 2015 anderhalf miljoen uitgegeven. ‘De kaart was bedoeld om mensen de kans te geven hier eten te kopen’, aldus Franco. ‘Maar ze gaan niet meer terug, dus we geven geen nieuwe meer uit.’

Franco jaagt nu actief op ongedocumenteerden, al lijkt hij zelf weinig overtuigd van de aanpak. ‘De politie doet elke dag haar ronde, maar het is water naar de zee dragen’, zegt hij met een zucht. ‘We zetten ze de grens over, de volgende dag zijn ze weer terug. Maar ze slapen in ieder geval niet meer met duizenden op straat. De bevolking van Cúcuta voelt zich veiliger.’

Ver van het centrum, in sloppenwijk Las Delicias, komt de politie nooit. Terwijl hier toch honderden ongedocumenteerde Venezolanen wonen. Waarschijnlijk komt het doordat dit een vergeten stukje stad is, met gammele krotten op steile zandhellingen. De wijk is gebouwd door ontheemde Colombianen, gevlucht voor het geweld van guerrilla of paramilitairen.

‘Hier zijn we niemand tot last’, zegt Daniel Vivas (40), een magere Venezolaan in een tot op de draad versleten spijkerbroek. ‘Ik ga iedere dag de stad in, op zoek naar werk’, vertelt hij. ‘Soms verdien ik dagenlang niks.’ Maar teruggaan is voorlopig geen optie. ‘Onze dochter is achtergebleven bij haar oma’, aldus Vivas. ‘Als we geen geld sturen, overleven ze het niet.’

Vivas en zijn vrouw slapen in hangmatten in het huis van Graciela Sánchez en betalen geen huur. Sánchez ontvluchtte in 2007 het oorlogsgeweld in haar geboorteplaats Caqueta. Als ze probeert te vertellen waarom, komen er alleen maar tranen. ‘Ik kan nooit meer terug naar die plek’, zegt ze ten slotte. Met een kleine koffer en twee kinderen belandde ze in Cúcuta.

Sánchez kreeg hulp van haar nieuwe buren, werkte hard en bouwde een huis. Haar golfplaten dak is niet overal waterdicht, een bloemetjeslaken doet dienst als buitenmuur. Desondanks heeft ze Vivas, zijn vrouw, en twee andere Venezolanen in huis genomen. ‘Mijn hart breekt als ik migranten op straat zie slapen’, aldus Sánchez. ‘Ik geef ze een dak. Zo kunnen ze een nieuwe start maken.’

Venezolaanse crisis tekent presidentsrace Colombia

De armoedecrisis in Venezuela en de uitgehongerde vluchtelingen die de grenzen overspoelen, zijn centrale thema's in de Colombiaanse verkiezingscampagne. Zondag is de eerste ronde in de race om het presidentschap.

‘Zolang er een dictatuur is in Venezuela, zal de migratie niet afnemen’, zei Ivan Duque, de rechtse kandidaat die aan kop gaat in de peilingen. Duque wil de Venezolanen visa geven, zodat ze op legale wijze kunnen werken. Hij pleit voor meer samenwerking met andere landen in de regio, zodat de druk beter wordt verdeeld.

Politiek gewin uit ellende

Tegelijkertijd probeert Duque politiek gewin te halen uit de ellende. ‘Stem Duque, dan wordt Colombia geen tweede Venezuela’, staat te lezen op billboards. De angstcampagne is gericht tegen Gustavo Petro, de linkse kandidaat die tweede staat in de peilingen. Volgens Duque sympathiseert Petro met het regime in Venezuela en wil hij Colombia veranderen in een socialistische heilstaat.

Petro is een oud-guerrillastrijder en was van 2012 tot eind 2015 burgemeester van hoofdstad Bogotá. In het verleden heeft hij zich positief uitgelaten over de bolivariaanse revolutie in Venezuela en noemde hij oud-president Hugo Chávez een ‘groot leider'. Over Maduro hield hij zich lange tijd op de vlakte, daarmee zijn tegenstanders in de kaart spelend.

Brief aan de mensenrechtencommissie

Maandag zag Petro zich genoodzaakt het regime in het buurland alsnog te veroordelen, in de vorm van een brief aan de inter-Amerikaanse mensenrechtencommissie. ‘Venezuela heeft de afgelopen jaren systematisch de rechten van zijn burgers geschonden’, schreef de linkse politicus.

Petro pleit voor diplomatieke druk op het buurland, maar is tegen elke vorm van buitenlandse interventie. Hij wil ook voedsel naar Venezuela sturen, om te voorkomen dat de bevolking wegtrekt. Hoe hij dat voor zich ziet, blijft onduidelijk. De internationale gemeenschap probeert al jaren voedsel en medicijnen naar Venezuela te krijgen, maar de regering van Maduro weigert alle hulp. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.