In Chienti-vallei is vragen naar de verwoestingen overbodig Staren naar het neergekomen puin

Het bergdorpje Fraia was een juweeltje, van het soort waarop Umbrië het patent heeft. De aardbeving heeft er een ruïnehoop van gemaakt....

JAN VAN DER PUTTEN

Van onze correspondent

Jan van der Putten

SELLANO (Umbrië)

In het nabije Colfiorito laat een andere dakloze haar nieuwe onderkomen zien: een piepklein woonwagentje tussen honderd andere. Ze is een stuk mededeelzamer dan het spook in Fraia. Maar ze is even radeloos: 'Er komt maar geen eind aan. Vanmiddag zijn de borden van de tafel af getrild. Allemaal kapot. Soms denk ik dat de aarde zal opengaan en ons allemaal zal verzwelgen.'

Ruim drie weken geleden begon de aarde in Umbrië en Le Marche te beven. Ze is er niet meer mee opgehouden. De seismologen hebben ruim tweeduizend schokken geregistreerd. Technisch gezien is het een goedaardig fenomeen. Het is immers beter dat de aarde haar energie bij beetjes ontlaadt dan in één klap, want dan zou de ramp verschrikkelijk zijn. Voor de tweehonderdduizend inwoners van het getroffen gebied is dat een schrale troost.

'Er zit een vulkaan onder de grond, maar de experts houden het geheim', meent een geterroriseerde inwoner van het stadje Sellano, waar een bombardement lijkt te hebben plaatsgevonden. Een ander houdt het op een onderaardse draak, weer een ander legt verband met de bevingen in Chili, Griekenland en op de Fiji-eilanden. Waar paniek is, verdwijnt de rede. Maar hoe zou ikzelf reageren als zich onder mijn dorp een epicentrum nestelde?

Getallen zijn zo abstract: 130 duizend mensen in 78 gemeenten getroffen, 38 duizend daklozen ondergebracht in tientallen kampen van tenten en woonwagens, 1150 monumenten beschadigd, waaronder 361 kerken, totale schade geraamd op 2,2 miljard gulden. De abstractie houdt op zodra je het eerste kapotte huis, de eerste ingestorte kerk, het eerst verwoeste monument hebt gezien.

Het aardbevingsgebied bereizen is niet eenvoudig, want her en der lopen er scheuren door de wegen, of ze zijn geblokkeerd door neergevallen rotsblokken. Landmeters speuren met kijkers de berghellingen af om mogelijke aardverschuivingen te signaleren.

De helft van het verkeer voert een zwaailicht: brandweerwagens, ambulances, Rode-Kruisauto's, militaire trucks, jeeps van de politie en de dienst bescherming bevolking.

Langs de weg en op parkeerterreinen verschijnen de eerste blauwe tenten en rijen kampeerwagens. Niet van vakantiegangers, maar van daklozen. Ik vraag een echtpaar in een Nederlandse auto of ze iets van de aardbeving hebben gezien. Ja zeker, maar ze zijn te pissig om te praten, want die verdomde aardbeving met al die wegversperringen dreigt hun vakantie te verzieken.

In de Chienti-vallei is vragen naar de verwoestingen overbodig. Serravalle is een spookstadje geworden. Alle huizen zijn verlaten. Een eenzame oude man staat droevig te staren naar het neergekomen puin. 'We leefden hier als vorsten', zegt hij. 'Prachtige akkerbedrijven. Mooie pensioenen. En nu is alles weg. Serravalle bestaat niet meer.' En dan kan hij zijn tranen niet meer inhouden.

Alle 1250 inwoners van Serravalle zijn verhuisd naar een tenten- en wagenkamp op het sportveld. Als ik daar aankom, slaat de vermeende vulkaan of draak weer toe: twee korte, verticale schokken laten me even dansen. Later hoor ik dat ze fataal zijn geworden voor een Franciscanerklooster. Hier in het kamp brengen ze alleen wat zenuwachtig gelach teweeg.

In dit geïmproviseerde dorp maken soldaten zich verdienstelijk als koks en klusjesmannen. De mensen zijn dankbaar voor de opvang. Ze zijn blij dat er eindelijk elektrische kacheltjes zijn gekomen, want het begint 's nachts knap koud te worden.

De gedwongen verhuizing is geen pretje, zegt een vrouw: 'Voor alles, zelfs voor de wc, moet je naar buiten. Mijn huis is niet erg geraakt, maar zolang de schokken duren, durf ik niet terug. Hoe lang zal dit nog duren?'

Een grote gele tent dient voor alle gemeenschappelijke activiteiten: eten, spelen, tv-kijken, musiceren, de mis horen. Op een bank rust een jonge frater in pij, die hier werkt als bevoorrader en trooster, even uit.

Burgemeester Venanzio Ronchetti is meeverhuisd. De eerste problemen, zegt hij, zijn opgelost: 'Iedereen heeft een noodonderkomen, en iedereen heeft te eten. Maar nu moeten we zo snel mogelijk geprefabriceerde huizen zien te krijgen om de winter door te komen.' Van elke vijf huizen van Serravalle moeten er vier worden afgebroken.

Verderop in het Chienti-dal ligt, pal boven het oudste epicentrum van deze eindeloze aardbevingsreeks, wat er rest van het stadje Colfiorito. Het wemelt hier van de tenten en kampeerwagens.

Op een groot veld wordt de laatste hand gelegd aan een emplacement, waar over een paar dagen het eerste containerdorp zal verrijzen. Vrijgezellen en kinderloze echtparen moeten hun container delen, kinderrijke gezinnen worden uitgesplitst over diverse containers.

In Umbrië worden 95 van deze dorpen ingericht, in Le Marche 21. De levering van de noodwoningen is traag op gang gekomen. Een paar zijn er in verkeerde handen terecht gekomen. Justitie stelt een onderzoek in. Zoals ze ook een onderzoek is begonnen naar de vroegere, wellicht fatale restauraties van de Franciscus-basiliek in Assisi en naar de vraag waarom in Sellano huizen zijn ingestort die, op papier, tegen aardbevingen bestand waren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden