In Buddenbrookhaus komen Mann en Dietrich samen Lübeck droomt decor te zijn van Marlene's benen

Een paar oude schoeners dobberen dromerig aan de kade naast een verweerde stoomijsbreker, die af en toe nog een tochtje op de Oostzee maakt....

Van onze verslaggever

Willem Ellenbroek

LÜBECK

Lübeck eert zichzelf als de stad van de gebroeders Heinrich en Thomas Mann, de grote Duitse schrijvers van deze eeuw. Al verlieten ze haar reeds op jeugdige leeftijd, ze waren er geboortig en maakten de oude Hanzemetropool in hun werk onvergetelijk, Thomas Mann in zijn familie-epos Buddenbrooks, Heinrich in de satire Professor Unrat. Veel in de ingeslapen stad lijkt nog aan hen te herinneren, of liever aan het leven dat in hun werk wordt opgeroepen. De stad doet er ook alles aan om die herinnering levend te houden en heeft daar nu een nieuwe attractie aan toegevoegd in de persoon van Marlene Dietrich. Haar stripteasebenen en peilloze oogopslag wegen nu de geschiedenis.

Alleen de façade is nog over van het Buddenbrookhaus, de stamzetel van het koopmansgeslacht Mann. Met een groot deel van de historische Altstadt ging het in de nacht van 28 op 29 maart 1942 in een bombardement van de RAF ten onder. Het verwoeste Mannhuis werd in de jaren vijftig een anoniem bankgebouw, tot het een paar jaar geleden door de stad werd aangekocht en verbouwd tot museum. De statige vertrekken van het patriciërsgeslacht zijn verdwenen, het gebouw bergt nu twee ruime verdiepingen. Beneden is een permanente tentoonstelling over leven & werk van de gebroeders ingericht, in de bovenzaal is een thema-expositie Mein Kopf und die Beine von Marlene Dietrich over de geschiedenis van het boek en de film, die Heinrich Mann eindelijk en Marlene Dietrich op slag beroemd maakte.

Heinrich's Kopf en Marlene's Beine is opgezet ter gelegenheid van de 125-jarige geboortedag van Heinrich Mann en behandelt natuurlijk ook, we zitten middenin het onderwerp, de geschiedenis van Lübeck zelf. Heinrich Mann werd er in 1871 geboren, hij verliet de stad toen hij achttien was en schreef Professor Unrat als een satirisch portret van het burgerlijke Wilhelmische Duitsland in 1905. Het grote succes van het boek dateert van later, die kwam eerst met de verfilming door Josef von Sternberg tot Der blaue Engel.

Het was een groots opgezet project, de eerste Duitse geluidsfilm, bedoeld om een dreigende overheersing van Hollywood te weerstaan en geheel opgebouwd rond de persoon van de toen fameuze acteur Emil Jannings, maar de film werd wereldberoemd door de onverwachte charme en sexappeal van een toen vrijwel onbekende actrice, Marlene Dietrich.

Het moet Heinrich Mann later dwars hebben gezeten dat in vertalingen en Duitse herdrukken de titel van de film werd overgenomen. Boekomslagen in het museum geven het aan, in het Spaans, Hebreeuws en talloze andere talen heette zijn werk niet langer Professor Unrat meer, maar El Angel Azul, 'De blauwe engel'. Niet zijn dichtregels - Du bist verderbt bis in die Knochen/, Doch bist du 'ne grosse Künstlerin -, maar haar liedtekst - Ich bin von Kopf bis Fuss auf Liebe eingestellt - stegen tot de eeuwigheid.

Heinrich Mann moet, in 1930 na een privévertoning met producent Erich Pommer, gezegd hebben: 'Een film is geen roman, de handeling kan niet precies zo verlopen als in een film. Niet alleen voor de straten, ook voor een mensenleven zijn andere perspectieven nodig'. Maar Marlene Dietrich herinnerde zich later iets anders. In het Buddenbrookhaus ligt een notitie van haar hand, in kapitale hanenpoten schetst ze hoe verguld Heinrich Mann eerst was over de uitverkiezing van zijn boek voor de eerste Duitse geluidsfilm en hoe verontwaardigd hij later reageerde op de drastische veranderingen die er in zijn verhaal waren aangebracht.

Het late succes markeert nog een andere ervaring in Heinrich Mann's leven, het viel samen met zijn verdrijving door de nazi's uit zijn vaderland. Die verschrikking van vervolging en Exil, van de rassenhaat en terreur die eerst Duitsland en daarna heel Europa overspoelde, wordt in de tentoonstelling gemarkeerd door een spotprent, gebaseerd om het beroemdste beeld uit de film.

De pose van Marlene in haar Hafenkneipe achteroverleunend op een bierton gezeten - een beroemd been opgetrokken, het kanten broekje ondeugend tussen haar dijen uitpiepend, de handen om de knieën gevouwen en het hoofd schalks opzij gewend - werd geparodieerd in een nazi-schotschrift met Heinrich zelf in die hoofdrol voorzien van de tekst: Ich bin von Kopf bis Fuss auf Juda eigestellt.

In het Buddenbrookhaus wordt een verbond tussen stad, boek en film gesloten. De tentoonstelling en het bijbehorende boek behandelen de afzonderlijke aspecten en de verwantschappen van het drieluik. Het overzicht zoekt naar sporen die de stad in het boek heeft achtergelaten. Lübeck spiegelt zich in het realisme van Heinrich Mann, al moet het toegeven dat het daarin soms helemaal niet is terug te vinden. De ontwikkelingsgeschiedenis van de roman is er opnieuw voor bestudeerd, de geschiedenis van de film, de mythe van Marlene Dietrich en de intentie van Josef von Sternberg - in de context van de geschiedenis van het keizerlijke Duitsland dat overging in de Weimarrepubliek en overvallen werd door de opkomst van het nationaal-socialisme.

We zien Lübeck en zijn badplaats Travemünde zoals die eruit zagen toen de gebroeders Mann er woonden in oude straatbeelden, familiefoto's en jeugdportretten. Voor een deel is dat beeld nog altijd terug te vinden, het is het Lübeck van de Hansearchitectuur in zijn Rathaus, oude stadsmarkt, Domkerk en talloze stadstorens. Het was een rijke stad, eeuwenlang heerser over de handelsvaart op de Oostzee. Heinrich Mann moet er als jonggezel kritisch tegenover hebben gestaan. Hij schreef over de stank van de stad. 'Geen gewone stank, geen stank die elke stad bezit, maar de stank van miljoenen.'

Hij was voorbestemd zijn vader als koopman-stadsbestuurder op te volgen, maar koos een andere weg en verliet de stad al jong, hij wilde eindelijk eens ins Leben spucken en dat kon hij in Lübeck niet vinden. We zien - in foto's en in een reconstructie van een vakantieschandaal waarin een paar scholieren in de Lübecker omgeving een hunebed vernielden - de school die de broers bezochten en die als voorbeeld voor professor Unrats lyceum moet hebben gediend.

De plattegrond van Unrats wandelingen uit het boek zijn op die van Lübeck gelegd. Elk spoortje van verwantschap is nageplozen, alle namen in geboorteregisters en oude adresboeken teruggezocht, maar het beroemde lokaal uit het boek en een van de beroemdste uit de filmgeschiedenis bleek niet meer te vinden. Er moet er ooit een bestaan hebben van die naam, maar elders in de stad, niet in het havenkwartier. Heinrich Mann vond het nodig de kroeg 'Der blaue Engel' in de rosse buurt te situeren en niet in een nette omgeving. Hij kende de havenbuurt, uit een brief aan een jeugdvriend weten we nu dat hij daar niet alleen de pakhuizen van zijn vader bezocht, maar ook naar de hoeren ging.

Hij moet geen aangename herinnering aan zijn schooltijd hebben gehad. Zijn resultaten waren matig, hij bleef twee maal zitten, in het jaar 1881 werd genoteerd dat hij liefst 130 uur afwezig was. Er worden vergelijkingen getrokken met andere werken in de Duitse literatuur met dit thema: het schooltrauma als spiegel van de overgeordende Pruisische staatsmacht, tragedies die niet zelden in zelfmoord van scholieren eindigden.

Er is lang gegist welke leraar model heeft gestaan voor professor Unrat, alsnog is van het toenmalige lerarencorps postuum de doopceel gelicht. Heinrich Mann zal, luidt de conclusie, van allemaal iets hebben geleend, maar het dramagegeven zelf, de maatschappelijke val van een notabel, haalde hij uit de krant. We weten nu ook precies uit welke. Het Berliner Tageblatt van 21 december 1903 meldde onder de kop Vom Professor zum Kuppler (pooier) de arrestatie van prof. dr. Moritz Meyer in Berlijn, een zestigjarige professor die ten gronde was gegaan aan de bodemloze spilzucht van zijn twintigjarige echtgenote, een chansonnette die hij uit een tingeltangel had opgepikt.

Heinrich Mann moet het hele proces en de afwikkeling op de voet gevolgd hebben. 'Je kiest je stof niet', zei hij eens, 'ze dringt zich op'. De overeenkomst viel later alleen de recensent van het Tageblatt op, maar die viel er niet over. Heinrich Mann heeft achteraf nog een gelukkige hand gehad, zegt het boek politiek correct, in de keuze van zijn hoofdpersoon. Hij nam alleen het onderwerp uit de krant over en niet de persoon van de verdachte, want de Berlijnse professor was jood.

De verfilming wordt nog altijd beschouwd als een hoogtepunt in de cultuurgeschiedenis van de Weimarrepubliek. Der blaue Engel, met vier camera's tegelijk gedraaid, is een van de succesvolste en bekendste Duitse films. Hij werd een mythe, een mijlpaal, staat als nr. 7 op de lijst van belangrijkste Duitse films en werd later nog eens door Fassbinder opgeroepen in Lola (1981). De film werd gedraaid van herfst 1929 tot voorjaar 1930, een hele equipe van geëmigreerde Duitsers was ervoor uit Hollywood gehaald.

Het draaiboek besloeg 223 pagina's en beschreef 577 camera-instellingen, één ding is nog open in het exemplaar dat in het Buddenbrookhaus ligt: de Kneipesängerin Lola Lola zingt een nieuw lied, Von Kopf bis Fuss, waarvan tekst nog niet vaststaat. Jannings was de grote, wereldberoemde, Hollywoodster in de film, Marlene Dietrich nog nauwelijks bekend. 'Ze heeft een lekkere kont', moet een van de regie-assistenten toen gezegd hebben, 'maar hebben we ook niet een gezicht nodig'.

In de tentoonstelling zijn stills uit de film te zien en de camera's van toen. Het toneelbeeld van de havenkroeg wordt er opgeroepen in decorschetsen en een maquette van de set. Von Sternberg was zo verliefd op straatscènes, leert ons de geschiedenis, dat hij de nachtelijke zwerftochten van Unrat eindeloos in steeds nieuwe camera-instellingen bleef volgen - tot de producent, die haast had, op een nacht het stadsdecor stiekem liet afbreken.

Lübeck droomt nog steeds het ware decor te zijn, maar de geschiedenis van boek en film laat een ander beeld zien. Heinrich Mann riep in Professor Unrat niet het historisch Lübeck van zijn dagen op, hij gebruikte zijn herinneringen en fantasie om een omgeving voor een verhaal op te roepen, een decor voor een moraliteit. Hij gebruikte autobiografische gegevens, wat iets anders is dan een autobiografisch verhaal schrijven. Hij creëerde een nieuwe wereld.

Het is leuk, met de plattegrond van professor Unrat in de hand, het Lübeck van zijn dagen terug te vinden, maar wie het letterlijk neemt zal hopeloos verdwalen. Ook in de film blijkt het een illusie. De kopie die in het Buddenbrookhaus gedraaid wordt laat een Hafenkneipe van een prachtig, duister allooi zien, waar je onmiddelijk naar toe wilt passagieren. De maquette van het decor toont de filmwerkelijkheid: de filmkroeg was een opengewerkt decorstuk, een nietig hoekje in een gigantische hal van de UFA-filmfabriek in Berlijn.

Mein Kopf und die Beine von Marlene Dietrich (Heinrich Manns 'Professor Unrat' und 'Der Blaue Engel'). Buddenbrookhaus in Lübeck, t/m 25 aug. Catalogus DM 30,-.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden