In Bologna hangen ze lekker in de 'groove'

Terwijl politici zich druk maken over de toekomst van de Unie, worden de Europese grenzen door de burger al geslecht....

Van onze verslaggever John Schoorl

Als Barend Middelhoff door Bologna wandelt, wandelt hij niet zoals hij door Parijs of Amsterdam wandelt. Hij kuiert in het tempo van Italiaanse vrouwen: rustig, bijna vakkundig lichtvoetig, maar met een resoluut gekozen richting.

'Het is een goed ritme', zegt hij, terwijl we deze warme zomeravond via tientallen via's, de meest overweldigende ijsssalons, de beste espressobars en de coolste jazzdraaiende cafas, op weg zijn naar club Chet Baker, alwaar hij een optreden heeft. Zijn tenorsaxofoon hangt in een hoes om zijn schouder.

'Het is mijn beste ritme tot nu toe', vervolgt de 38-jarige muzikant, terwijl we de Via Polese oplopen. 'Ik heb mijn weg gevonden, hier in Bologna. Hier is de plek waar mijn sound en mijn leven op hun plek zijn. Deze stad heeft mijn ritme.'

Pianist Nico Menci en Paulo Benedettini (bas), de Italiaanse muzikanten met wie hij vanavond het podium deelt, begroeten hem enthousiast. In het schelle neonlicht staat Gilberto, de eigenaar van de Chet Baker die zich elke ochtend voorneemt om een keer te lachen maar daar voor het ontbijt vanaf ziet.

Al zijn hele muzikale leven reist Barend Middelhoff door Europa. Hij was zestien jaar toen hij samen met schoolvrienden Roberto Jacketti & the Scooters oprichtte. Met het nummer I Save The Day scoorden ze in 1984 een internationale hit. Het bracht Middelhoff samen met zijn band in de voormalige Sovjet-Unie, als een van de eerste westerse groepen, en onder meer in Frankrijk, Turkije en Spanje.

Ook toen hij later overstapte naar een van de beste jazzbands van Nederland, the Houdini's, bleven de optredens niet tot Nederland beperkt, en zelfs niet tot Europa. In 1999, na nog een kortstondig verblijf in New York, vestigde hij zich in Parijs.

Hij wilde weg uit Nederland, dat was het vooral, en hij pakte zijn koffer, keek een paar keer omhoog en omlaag, en voordat hij het wist woonde hij in de Europese hoofdstad van de jazz. Wat moet hij er verder van zeggen? Ze moesten 'm niet, tenminste niet in het begin.

'Parijs is een jungle, een permanente battle. Loop daar maar 'ns een jazzclub binnen met je toeter zonder dat ze weten wie je bent. Ze willen niet weten wie je bent, zeker als je geen Amerikaan bent, of nog beter: een Amerikaanse zwarte jazzmuzikant. Je begint als stront, daar komt het op neer.'

Maar drie jaar later, en ontelbare jamsessies in rokerige Parijse jazzkelders verder, stond hij toch mooi in Duc de Lombards, de belangrijkste jazzclub van Frankrijk, en nam hij samen met Franse topmuzikanten de cd City Lines op. Ook nu nog, nu hij in Bologna woont, speelt hij regelmatig in Parijs. 'Je moet er altijd laten zien wat je kan. Dat heeft me onverschillig gemaakt. Ik denk nu: als ze in Parijs niet meer om me heen kunnen, dan kan ik ze overal aan.'

Het optreden begint. Op het moment dat Middelhoff Cherokee inzet, waait er een koele bries door de straat. Alle tafeltjes zijn bezet. Een voornaam ogende Italiaan in hemdsmouwen drumt zo ritmisch op de tafel mee dat zijn mandje brood en een fles Lambrusco er bijna af vallen. Giechelende meisjes klappen om het hardst na zijn laatste solo.

'Deze stad heeft een bebop-traditie', zegt hij na afloop. 'Chet heeft hier gezeten. Steve Grossman, die nog met Miles Davis heeft gespeeld, speelt vaak in deze club. Veel goeie Italianen ook. Ze hangen hier goed in de groove.'

Hij zet de sleutel in de deur en een vochtige lucht komt je tegemoet. Onder het huis waar hij met zijn Italiaanse vriendin woont, heeft hij zijn eigen jazzkelder. 'Hier studeer ik elke dag. Ik word alleen gestoord als ik van boven bonk, bonk, bonk een teken van Anna krijg dat de pasta klaar is.'

Vanuit Bologna bereist hij nu Europa. Noem hem een jazzforens die dan weer in Parijs een paar gigs heeft, dan weer in jazzclubs in Rome moet verschijnen, terugvliegt naar Amsterdam, om vervolgens in Sloveniet pianist Renato Chicco een jazzfestival te openen. En in de tussentijd geeft hij les aan een muziekschool en aan het conservatorium in Bologna, afgezien van de optredens in de omgeving.

'Ik voel me vooral bevoorrecht. Ik kan kiezen waar ik ben, waar ik speel en waar ik eet. Ik heb niet land nodig om jazzmuzikant te zijn. Alles ligt voor me open. Je moet vooral goed spelen, en dan kun je eigenlijk overal zijn. Dan zijn grenzen overbodig.

'Je hoeft jazzmuzikanten niet te verstaan om muziek te maken. We luisteren allemaal naar dezelfde platen, hebben hetzelfde vocabulaire bestudeerd. De meeste vogels kennen zo'n driehonderd jazzstandards uit het hoofd. Na twee noten weten de meesten al wat er gaat gebeuren.

'Reizen heeft mijn sound als tenorist volwassener gemaakt. Je moet telkens een land of een stad veroveren, en dat wordt op een zeker moment hoorbaar. Als je telkens in hetzelfde cirkeltje in Nederland ronddraait, ga je geloven in je eigen beperking, al wil ik daarmee niks nadeligs beweren over Nederlandse muzikanten.'

Op een goede dag, zegt Barend, terwijl hij zachtjes over zijn tenor wrijft, komt hij terug. Het is onvermijdelijk. 'Maar niet naar Nederland, naar West-Friesland, daar waar ik geboren ben en daar waar ik heb geschaatst. Ooit, als ik uitgereisd ben, wandel ik weer over dijk rond de Eilandspolder.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden