In Boedapest zit het verleden je steeds op de hielen

Een reis langs de Donau is een bijna drieduizend kilometer lange reis door de Europese geschiedenis. Wordt de Donau, die zo vaak grens of frontlinie was, in de 21ste eeuw eindelijk een bindmiddel?...

Deel 4 in een serie reportages.

Glinsterend van de in het water reflecterende ochtendzon passeert de Donau de meest monumentale architectuur die haar bijna drieduizend kilometer lange oevers siert. Boven op de oude burcht van Boeda heb je een fenomenaal uitzicht op een pracht en praal die zich uitstrekt aan weerszijden van de rivier, respectievelijk Boeda en Pest, pas in de negentiende eeuw als Boedapest aan elkaar gegroeid.

Mooier dan in Boedapest wordt een Donau-reis niet. Maar omsloten door een dichte massa toeristen die net als jij naar het barokke moois aan de waterkanten koekeloert, is het moeilijk daar met volle teugen van te genieten. Drie gezette Denen in I love Budapest Tshirts porren vervaarlijk met hun buiken. In de verte klaagt een Nederlander dat Hongaren geen biefstuk kunnen maken. Als een groep opgefokte Japanners zich bij de menigte voegt, ontstaat een ordinair gedrang om het beste plaatsje bij de muren.

In Boedapest kun je Donaucruises boeken met orkestjes die door de rivier gepireerde melodievan Haydn, Liszt, Lehen de onvermijdelijke Johann Strauss ten gehore brengen. In het Donau Paleis kun je genieten van het Donau Folklore Ensemble. In winkels vind je Donau-petten en Donau-sleutelhangers.

Boedapest is behalve de hoofdstad van Hongarije ook de toeristische hoofdstad van het hele Donau-stroomgebied. De stad werd noch door Hitler-Duitsland noch door de Sovjet-Unie ernstig toegetakeld. Na 1989 onderging zij op diverse plaatsen imposante facelifts. Afgebrokkelde barokke krullen zijn thans gladgestreken. Vale Jugendstil-taferelen zijn opgepoetst. Sfeerloze communistische eettenten hebben plaatsgemaakt voor gedistingeerde restaurants. De vroeger al erg mooie, rijk van bomen voorziene Andry-boulevard vernoemd naar de Hongaarse graaf bij wie Sissi in Habsburgse tijden uithuilde heeft thans een Champs-ys-achtige allure gekregen.

De Oostenrijks-Hongaarse Donaumonarchie ging in 1918 ter ziele. Maar konden Boedapestenaren van toen met een tijdmachine naar de 21ste eeuw reizen, dan zou hun conclusie zijn dat Boedapest ook vandaag de dag nog een machtige stad is binnen een imposant rijk.

De tragiek van deze stad is dat dit niet zo is. Haar hedendaagse status van toeristisch centrum van de Donau-zone is een schrale compensatie voor de status van politiek centrum die zij ooit had, en waarvan al die Prachtbau getuigt. De Hongaarse elite van een eeuw geleden waande zich bouwende aan een imperium dat bijna heel Midden-Europa zou gaan bestrijken.

Architectonisch hoogtepunt van dit fin-de-sie triomfantalisme was het kolossale parlementsgebouw direct aan de Donau, een half barokke, half neo-gotische suikertaart waar de toenmalige West-Europese volksvertegenwoordigingen vele malen ingingen. Volgens sommigen tart het de grenzen van de goede smaak, volgens anderen is het je reinste megalomanie opvallen doet het tot op de dag van vandaag.

Het is een paradox dat vlak bij de suikertaart een bronzen standbeeld staat van Lajos Kossuth, de man die destijds al voorspelde dat het met de Hongaarse ambities verkeerd zou aflopen. Kossuth had in 1848 samen met graaf Andry en anderen de Hongaarse opstand tegen het Habsburge absolutisme geleid door Wenen bruut neergeslagen.

In ballingschap bedacht Kossuth dat Hongarije, wilde het zijn toekomst op lange termijn veilig stellen, met lager wonende Donau-volkeren als de Servi en de Roemenen tegen de Habsburgers moest samenspannen en met hen een Donau-federatie moest vormen. Andere Hongaarse staatsmannen reageerden verbolgen: 'Dan nog liever met Wenen!'

Het feit dat Andry in 1851 nog bij verstek door de Habsburgers ter dood veroordeeld op intieme voet kwam te verkeren met Sissi, vergemakkelijkte een en ander. In de Ausgleich van 1867 erkende de Hongaarse elite het Weense gezag in ruil voor vergaande nationale ontplooiingsmogelijkheden binnen het Habsburgse Rijk.

In Slowakije, KroatiTranssylvanin de Vojvodina mocht Boedapest 'Hongariseringscampagnes' beginnen. Kossuth waarschuwde vergeefs dat het 'Hongariseren' van Slowaken, Kroaten, Servi en Roemenen zich tegen de Hongaren zou keren. Dat was precies wat gebeurde toen de Habsburgers de Eerste Wereldoorlog verloren. Hongarije werd aan de tekentafel in Versailles verknipt tot wat haar nieuwe vijanden smalend 'een eend met een veel te klein lijf en een veel te grote kop' noemden.

Het kleine lijf was de geringe landsomvang waar meer dan eenderde van de Hongaarse bevolking nu buitenviel, de grote kop was het monumentale Boedapest.

Dit verknipte land kreeg in de decennia die volgden alle rampen van de twintigste eeuw over zich heen: in het interbellum autoritarisme, vervolgens een nazi-bezetting die een van de grootste joodse gemeenschappen van Europa goeddeels vernietigde, daarna bijna een halve eeuw communisme.

Evident dat deze opeenvolging van historisch ongeluk tot verbittering leidde. Maar zij luidde ook de geboorte in van een heel nieuw soort Hongaarse identiteit, die vooral in kunst en cultuur zichtbaar is geworden. Grootse ambities zijn daarin afgevoerd. Bescheidenheid, relativering, onzekerheid, melancholie, ironie en wijsheid zijn ervoor in de plaats gekomen.

Misschien de bekendste Hongaarse culturele persoonlijkheid van de laatste halve eeuw is Gy Konr die als jood de nazibezetting overleefde en als anticommunist ontsnapte aan de executiegolven van 1956-1957. In documentaires zie je hem vaak met een glimlach die zowel ironisch als berustend is langs de Donau wandelen.

In die beelden komen het oude en het nieuwe Hongarije welhaast volmaakt samen. De praalbarok langs het water symboliseert de illusie een stempel te kunnen drukken op de geschiedenis. Konris de kleine man die door de geschiedenis heen en weer wordt geslingerd en die wonder boven wonder overleeft.

In Danubio raadt de Italiaanse cultuurhistoricus Claudio Magris Donau-toeristen aan meer nog dan naar Wenen naar Boedapest te komen. In Wenen is echt alles verleden, voorgoed voorbij. In Boedapest kun je, zelfs omringd door een horde Japanners, de hete adem van de geschiedenis nog voelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden