In Blade Babe is Marlou van Rhijn vooral topsporter

Wordt het niet tijd dat blade-renster Marlou van Rhijn ook eens 'gewone' sportvrouw van het jaar kan worden?

Marlou van Rhijn. Beeld afp

Tijdens de Paralympische Spelen van 2012 haalde Marlou van Rhijn een gouden medaille op de 200 meter sprint. Sindsdien liep ze nog drie wereldrecords, ja, van Rhijn is de allerbeste blade-renster op aarde. Tijdens het Sportgala 2012 werden haar prestaties beloond. Ze won alleen niet de prijs voor beste olympische sporter of die van sportvrouw van het jaar, nee, ze kreeg het beeldje voor 'Gehandicapte Sporter van het Jaar'.

Een beetje raar, zegt van Rhijn in de documentaire Blade Babe, woensdag uitgezonden op NPO2: 'Ik snap niet waarom ik in een apart hokje moet.' Blijkbaar zag de jury haar in eerste plaats als gehandicapte, en daarna pas als vrouw, sprinter, wereldkampioen. Sinds haar succes in Londen vragen ook journalisten vooral naar haar handicap, vertelt van Rhijn: 'Ik had opeens het idee dat ik een traumatisch verhaal moest hebben.'

In Blade Babe ('blade babe' is Van Rhijns bijnaam in de sportwereld) komt die handicap slechts summier aan bod. We zien dat Marlou geen onderbenen heeft, maar hoe dat komt wordt niet uitgelegd - een aangeboren afwijking, las ik achteraf op internet, want ja, ik wilde het toch weten. Ondertussen biedt de film een interessant kijkje in het leven van een topsporter. Zoals zoveel atleten blijkt Van Rhijn meer fanatiek dan sympathiek, we zien haar kibbelen met haar coach, nooit helemaal tevreden. 'Agressief, bitcherig, attitude, dat is het karakter van een sprinter', vertelt die coach. Van Rhijn is niet alleen agressief, ze is ook volledig onafhankelijk van overheidssteun: haar sport bekostigt ze met sponsordeals, ze zit in een reclamecampagne van Nike en doet TED-talks.

De populariteit van Van Rhijn is begrijpelijk. Ze is niet alleen wereldkampioen, maar ook mooi, jong, welbespraakt én gehandicapt - dat laatste maakt haar voor merken als Nike en TEDx misschien wel extra aantrekkelijk. Kijk, lijkt men te willen zeggen: hier is iemand die obstakels overwonnen heeft, iemand die bewijst dat alles mogelijk is als je maar doorzet!

En daar wringt iets. Want, benadrukt Van Rhijn steeds weer: zelf ziet ze haar handicap niet als beperking. Ze heeft een heerlijke jeugd gehad waarin alles kon en mocht - de obstakels bestaan vooral in de ogen van de toeschouwer.

Van Rhijn vindt dat sprint op blades een reguliere atletiekdiscipline zou moeten worden, vertelt ze dan ook: 'Dat is belangrijk voor de integratie.' Haar verzet illustreert een tegenstrijdigheid die de Paralympische Spelen altijd heeft aangekleefd: enerzijds toont het evenement dat ook mensen met een (vermeende) handicap topsporter kunnen zijn. Anderzijds zet het die sporters apart van andere olympische atleten - de grens tussen gezond en ziek net zo rigide als de lijnen op de renbaan.

De komende dagen besteedt de NOS redelijk wat aandacht aan de Paralympische Spelen. Dat is prijzenswaardig, maar misschien is het tijd voor een volgende stap. Waar is de eerste Nederlandse nieuwslezer in een rolstoel? De presentator op protheses, de actrice met één arm? Daarbij lijkt het tijd dat de prijs voor sportvrouw van het jaar ook eens naar iemand als Marlou van Rhijn gaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden