In beeld: lawines in het lab

Het onderzoek naar het ontstaan van lawines staat nog in de kinderschoenen. De Zwitsers vulden pas 75 jaar geleden de ervaring en de intuïtie van plaatselijke boswachters aan met de kennis van wetenschappers.

PETER VAN AMMELROOY

Wat voor ernstige gevolgen een lawine kan hebben, hebben de tragische lotgevallen van prins Friso een week geleden in Lech laten zien. Wanneer precies tonnen sneeuw plotseling in beweging komen, over een front van tientallen meters en met een snelheid die kan oplopen tot 300 kilometer per uur - dat is nog lang niet volledig opgehelderd.

Een reden daarvoor is dat lawines pas sinds relatief kort de aandacht hebben van de wetenschap. Een van de belangrijkste onderzoekscentra, het Institut für Schnee- und Lawinenforschung (SLF) in Davos, vierde vorig jaar zijn 75-jarig bestaan. De oprichting van het SLF was het gevolg van de opkomst van het skitoerisme. Er was behoefte aan een nauwkeuriger voorspelling van het lawinegevaar. Vóór die tijd kwam het neer op de ervaring en het fingerspitzengefühl van de plaatselijke boswachter.

Die wisten al wel dat lawines ontstaan op berghellingen waar sneeuw zich in verschillende lagen ophoopt. Dat kan sneeuw zijn die uit de lucht is komen vallen, maar ook sneeuw op de grond die door de wind verstuift. Als die verschillende lagen zich hebben kunnen zetten, is het risico op een lawine al kleiner. Is dat niet geval dan kan de geringste druk - de voet van een wandelaar, de lat van een skiër - de bovenste laag in beweging brengen. Vooral als die bestaat uit kristallen die onderling nauwelijks binding hebben. De poedersneeuw sleurt de onderste, vastere lagen mee.

Wanneer precies een vredige witte helling verandert in een destructieve muur van sneeuw, laat zich moeilijk onderzoeken. Tot voor kort maakten geleerden in de bergen lawines los met explosieven. Elektronische sensoren en geknakte barrières moesten uitwijzen met welke kracht, omvang en snelheid de sneeuw naar beneden komt.

De laatste jaren grijpen wetenschappers steeds vaker naar hun microscopen, om de vorming van sneeuwkristallen te bestuderen. 'Sneeuw lijkt simpel, maar is bijzonder complex', zegt hoogleraar Ed Adams van de Montana State University. 'Sneeuw is bijna constant in beweging. Je bestudeert een bewegend voorwerp.' Bij een lawine is van alles van invloed: de temperatuur, de windsnelheid, de stand van de zon, de hoek van de berghelling. Adams maakt daarom sinds vier jaar in een 'koudelab' zijn eigen sneeuwdeeltjes, op een kunsthelling van een vierkante meter groot. Anderen, zoals bij het Cemagref in Grenoble, gebruiken watertanks en gekleurde vloeistoffen om lawines te bestuderen, zoals op de foto hierboven is te zien. Dit met het idee dat de natuurkundige mechanismen van bijvoorbeeld een dambreuk en een lawine zich goed laten vergelijken.

In tegenstelling tot wat het volksgeloof zegt, veroorzaakt geluid - tenzij als schokgolf na een explosie - geen lawines. Berghellingen 'alive with the sound of music' maken de 'witte dood' niet wakker.

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden