In beeld: landschap in de Noord-Zuidlijn

Een fototentoonstelling in het Allard Pierson museum laat zien hoe Amsterdamse archeologen bij de Noord-Zuidlijn 700 duizend vondsten uit de grond haalden. Wat ze ermee moeten, is een ander verhaal.

Op de hoogtijdagen had hij zestig tot wel tachtig man in de bouwputten, vertelt stadsarcheoloog prof. Jerzy Gawronski van Bureau Monumenten en Archeologie van de gemeente Amsterdam, over de opgravingen bij de Noord-Zuidlijn in zijn stad. 'Allemaal professionele archeologen. Je hebt steeds maar één kans en je kunt het die ene keer goed of fout doen.' Vanaf vandaag is in het Allard Pierson Museum in de hoofdstad een fototentoonstelling te zien over hun ondergrondse avonturen. Dat speelde zich voornamelijk af in de oude bedding van de rivier de Amstel, tot zo'n 15 meter onder de grond, dus geologisch tot onder de eigenlijke oude rivierbodems. De foto's zijn, behalve van BMA-medewerkers zelf, van professionals Stefano Vigni en oud-Volkskrant-fotograaf Wim Ruigrok. De immense schaal van de bouwputten en de overvloedige belichting in de bouwputten doen de kijker bijna vergeten dat deze landschappen, met heuvels en afgeschraapte sedimentprofielen, zich diep onder het maaiveld bevinden.


In totaal sleepten de archeologische teams tegen de 700 duizend vondsten weg voor de neus van de tunnelbouwers. Vooral de aanleg van de schachten voor de toekomstige metrostations Rokin, Vijzelgracht, en Damrak bleek een goudmijn. 'Bij het boren van de eigenlijke tunnels hebben we nog wel meegekeken, maar de kans dat je in de slurrie nog iets tegenkomt, was minimaal. Dat wisten we vooraf al. Je wint eerder iets in de Staatsloterij.'


Intrigerend, zegt Gawronski, is dat de vondsten in de oude rivierbedding echt een verhaal vertellen over het historische Amsterdam. 'Je ziet allerlei concentraties die je vertellen wat er aan de oevers gebeurde. Op het Rokin vind je hoornpitten - slachtafval dat vanuit de stegen in de rivier werd gekieperd. Verderop was een suikerraffinaderij. Bij de opstapplaats van het veer naar Waterland vind je opvallend veel pijpekoppen. Je ziet de mensen op de kade staan wachten en opsteken.'


Onder de pakweg 700 duizend stukken die de archeologen veilig stelden, zijn misschien 20 duizend herkenbare voorwerpen; de rest zijn scherven en fragmenten. Het materiaal ligt momenteel in depot en wordt gecatalogiseerd. Deels gebeurt dat zichtbaar voor het publiek in het UvA Erfgoedlab, pal naast het Allard Pierson. Daar wordt ook nagedacht over de vraag hoe de vondsten uiteindelijk aan Amsterdammers getoond kunnen worden. Gawronski heeft als idee om veel ervan in een immense glazen vitrine op metrostation Rokin te laten zien, waar reizigers er met de roltrap langs bewegen, op weg naar boven of beneden. In het lab wordt de komende tijd geëxperimenteerd met digitale projecties, om daarbij slim informatie te presenteren. Gabronsky: 'Het draait om de verhalen bij de stukken. Hoe vertel je iets wezenlijks aan een gehaaste reiziger?'


Misschien, zegt projectleider Jan Bolten van het UvA Erfgoedlab, kan daarbij bijvoorbeeld iets met smartphones worden gedaan, die locatiegevoelige informatie aanreiken. 'We halen de komende maanden experts bij elkaar om een plan te maken.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden