In bed met Mulisch

Moet je dat wel willen, een boek van Mulisch bewerken voor toneel? Ja, vond regisseur Johan Doesburg. Morgen gaat 'zijn' Bruidsbed in première

Het huis

Er hangt een heilige sfeer in de werkkamer. Hier heeft hij gelopen. Daar heeft hij zitten schrijven. Die staande asbak daar, daar moet hij ooit staand zijn as in hebben afgetikt. De werkkamer van Harry Mulisch is na zijn dood intact gelaten en moet binnenkort een museum worden. Begrijpelijk, want het ziet er al uit als een museum. Vele moderne ontwikkelingen zijn aan de kamer voorbijgegaan. Nergens beeldschermen. Wel veel beeldende kunst. Plastic voorwerpen schitteren door afwezigheid. En het decennia oude tapijt bevat een keur aan vale plekken, waar de grote meester ooit hard stond na te denken.


Een handvol journalisten zit in de stoelen waarin hij ook ooit zat. Het Nationale Toneel heeft in het voormalige woonhuis van Mulisch een persmiddag georganiseerd. Regisseur Johan Doesburg wil de beweegredenen achter zijn nieuwe voorstelling Het stenen bruidsbed verhelderen. Een voorstelling maken van de gelijknamige roman van Mulisch uit 1959, is volgens hem 'een hachelijke onderneming' en vergt enige verklaring.


Ook uitgenodigd is professor Marita Mathijsen, beheerder van Mulisch' nalatenschap, om de roman in een context te plaatsen. Ze vertelt dat Het stenen bruidsbed voor Mulisch een doorbraak betekende. 'Goddelijke interventie!', roept ze als de bel gaat en een verlate journalist binnenkomt.


Mulisch' weduwe Kitty Saal is er ook. Zij woont nog in het huis, twee etages hoger. Saal wijst haar toehoorders op een beeld van Icarus, en verbindt deze mythe moeiteloos aan het verhaal van het boek in kwestie. Daarin bombardeert een Amerikaanse piloot Dresden en wordt vervolgens uit de lucht geschoten. 'Alles in deze kamer heeft betekenis', benadrukt Saal. Hoofdknikkend kijken de journalisten rond.


Uit een lade haalt ze een bruinige map tevoorschijn. Daarin heeft Mulisch, bewaarfreak, de research gestopt die hij in de jaren vijftig deed voor Het stenen bruidsbed. Ze laat een programmaboekje zien van een tandartscongres, treinkaartjes naar Dresden, afgekeurde boekomslagen en blocnotes vol aantekeningen. Mathijsen onderbreekt met een verhandeling over de soorten blocnotes die Mulisch gebruikte.


Ten slotte neemt regisseur Johan Doesburg het woord. Hij noemt Mulisch onomwonden 'de allergrootste'. Toen hij 17 jaar oud was, werd Het stenen bruidsbed hem uitgelegd door een leraar Nederlands. Er ging een wereld voor hem open. Niet in de laatste plaats dankzij 'de erotiek' in het boek. 'Rode oortjes!' Hij betreurt het dat Mulisch niet meer vanzelfsprekend op de scholen wordt gelezen.


Een van de journalisten vraagt hem waarom hij wéér een boek op het toneel probeert te zetten. Waarop Doesburg antwoordt dat goede toneelschrijfkunst in Nederland nu eenmaal dun gezaaid is. En daarnaast kan hij kan zo vijf of zes redenen opnoemen waarom dit boek briljant is.


Daar is helaas geen tijd meer voor, want Saal en Mathijsen moeten nog vermelden dat ze een miljoen euro aan fondsen zoeken, voordat het museum open kan. Daarna mag iedereen een voor een de trappen af naar de Leidsekade. Buiten staat Doesburg al te roken.


De roman

Het lijkt inderdaad een 'hachelijke onderneming' om Het stenen bruidsbed op toneel brengen. Mulisch schreef een gecomprimeerde, maar gecompliceerde roman vol tegenstrijdigheden. De voornaamste: hoofdpersoon Norman Corinth is oorlogsheld en -misdadiger tegelijk. Als Amerikaanse geallieerde hielp hij in de Tweede Wereldoorlog Dresden bombarderen. Maar hij ging over de schreef en begon te schieten op onschuldige Duitsers die probeerden te vluchten.


Daarnaast verenigt Mulisch in Corinth de begrippen seks en verwoesting. Als Corinth, inmiddels tandarts, jaren later terugkeert naar Dresden, om er een congres bij te wonen, ontmoet hij de Duitse Hella. Hij neukt met haar en denkt daarbij aan de vernietiging van de stad. En andersom: toen hij destijds de stad verwoestte, had hij een erectie. In het vliegtuigje 'loeit' hij van wellust.


De schrijfstijl van de roman is minder toegankelijk dan die van Mulisch' latere werk, zoals De aanslag. De zinnen zijn gekunsteld, ondoorgrondelijk soms. Ook zitten er drie 'Gezangen' in het boek, waarin Mulisch op ironische wijze de wapenfeiten van Corinth bezingt. Dit alles in heroïsche bewoordingen, geleend van Homerus' Ilias.


Het knappe aan Het stenen bruidsbed (en anno 1959 zeker ook het moedige) is dat Mulisch zich onthoudt van enig moreel oordeel. Er worden geen schuldigen aangewezen, geen overwinnaars of verliezers. Zoals criticus Arnold Heumakers in 2005 in NRC Handelsblad schrijft: 'In Het stenen bruidsbed verkent Mulisch de onherbergzame wereld van de verschrikking.' Zoals altijd probeert Mulisch het raadsel te vergroten. In de roman: 'Wij hebben Dresden vernietigd omdat het Dresden was, precies zoals de Joden geslacht werden omdat het Joden waren. Daarbuiten: Niets.'


Hoe nu deze roman op toneel te brengen? Doesburg had één geluk. Iemand was hem voor. De Zwitserse theaterregisseur Stefan Bachmann ensceneerde in 2011 Das steinerne Brautbett, nota bene in Dresden zelf. Doesburg was erbij, en merkte op dat zaal na afloop 'killing stil' was. Hij heeft nu deze Duitse bewerking naar het Nederlands laten vertalen (door Tom Kleijn), als uitgangspunt voor zijn eigen voorstelling. Die, zo benadrukt hij, heel anders wordt.


In Dresden keken de mensen naar hun eigen geschiedenis. Doesburg wil een algemener verhaal vertellen, dat gaat over het onduidelijke onderscheid tussen daders en slachtoffers. Als Corinth in zijn vliegtuigje zit, is hij nog een onschuldige jongeman die zijn werk uitvoert. Hij drukt op een knopje en bombardeert een stad. Hij is de bevrijder, dus dat is goed. Maar daarna schiet hij opeens een mitrailleur leeg op onschuldige burgers, wat hem een oorlogsmisdadiger maakt. Hoe is dat mogelijk? Doesburg wil dat zijn toeschouwers zich dat na afloop afvragen. Daarnaast moet duidelijk worden dat deze kwestie van alle tijden is. Dresden had ook Rome kunnen zijn, of Bagdad. Of misschien binnenkort wel Damascus.


Zo zelfverzekerd als Doesburg is over zijn inhoudelijke verhaal, zo onzeker is hij wanneer hij een paar weken na de persmiddag in het Harry Mulisch Huis in de zaal van de Koninklijke Schouwburg zit te kijken naar technici die zijn decor opbouwen. 'Hier gaat geen acteur over kunnen lopen', klinkt het somber.


Het podium is gebouwd op een helling van 11 procent. Het bestaat uit losse planken, die gedurende de voorstelling op de een of andere manier moeten verdwijnen. De bedoeling is dat er geleidelijk een massagraf met honderden schedels tevoorschijn komt. Die schedels staan al in grote verrijdbare bakken klaar. Ze hebben een container vol uit Hongkong laten komen. 'Die schedels zijn niet echt, hoor', verklaart Doesburg ongevraagd. 'Die dingen vind je gewoon in ieder klaslokaal.'


Vanwege de schedels moeten de planken los blijven liggen. Maar ze glijden weg zodra een technicus over het podium probeert te lopen. De regisseur schudt zijn hoofd. 'Dit is nog niet goed.' Het is een week voor de première.


De regisseur

Doesburg wordt fel als opnieuw de vraag wordt gesteld waarom hij weer een roman op het toneel moet zetten. 'Wat nou?'


'Ik heb de afgelopen vijfentwintig jaar meer dan zestig projecten gedaan. Acht daarvan waren boekbewerkingen. Dus dat valt ook wel mee. Ik ben een van de eersten die daarmee begonnen, met Mystiek Lichaam van Frans Kellendonk in 1996. Nu zie ik in Groningen 800 pagina's Misdaad en Straf van Dostojevski opgevoerd worden. De avonden van Reve hebben we ook al gehad.'


En dat is omdat er niet genoeg goede toneelliteratuur voorhanden is? 'Niet voor de grote zalen. Er worden wel uitstekende teksten geschreven voor de kleine zaal. Maar ook die worden één keer gespeeld en verdwijnen dan. Er is maar een kleine poel van belangwekkend toneelwerk. En alle grote gezelschappen vissen in dat vijvertje. Vind je het gek dat er in één jaar vier Romeo's en Julia's te zien zijn. Of tig Nora's?'


Doesburg noemt zichzelf een lezer 'van huis uit'. Voordat hij naar de toneelschool ging, was hij ambtenaar op het ministerie van Onderwijs. Ook stond hij voor de klas als leraar Nederlands. Zijn helden zijn 'De grote drie' en Jan Wolkers. 'Dat heeft met mijn leeftijd te maken, ja. Ik ben net 58 geworden. Maar die persoonlijke geschiedenis kan ik toch niet wegmoffelen. Waarom zou ik geen literatuur op toneel brengen?'


Het stenen bruidsbed is Doesburgs lievelingsboek. En eerlijk gezegd had hij zelf ook enig voorbehoud bij het idee van een toneelbewerking. 'Ik kan wel zien dat er voor- en nadelen aan kleven. Moest ik dat nou wel doen, mijn geliefde boek? Neem die gezangen. Acteurs worden helemaal gek van die tekst. Maar ze doen hem live. Dat is de kunst. Iedere dag wordt dat erin geramd. Met een metronoom. Ambrozijn de nacht... Bam bam bam.'


'Sommige mensen zeggen: 'Blijf met je poten van dat boek af, dat is een compleet en af universum.' Als je zo redeneert, zou driekwart van de kunsten niet zijn ontstaan. Hamlet is integraal gepikt door Shakespeare. Ieder stripboek, elke musical of film wordt gemaakt naar aanleiding van iets dat er eerder was, en stoot de mensheid op in de vaart der volkeren. Er waren mensen die mijn toneelbewerking van Arnon Grunbergs Tirza zagen en na afloop kwamen zeggen dat de voorstelling duidelijker was dan het boek. Ja, er zullen vast ook mensen teleurgesteld zijn geweest.'


'Gaat er iets van het boek verloren? Ja natuurlijk! Maar we kijken ook naar een voorstelling náár de gelijknamige roman. Je verliest iets, maar daar komen andere dingen voor in de plaats. Ik leg de nadruk op mijn eigen thema's. En je krijgt echte mensen te zien, acteurs als Jeroen Spitzenberger en Tamar van den Dop.'


Dat zijn inderdaad niet de minsten. Deze laatste week voor de première beginnen ze om twee uur 's middag met repeteren en gaan door tot elf uur. Er moet nog hard gewerkt worden wil deze onderneming slagen. 'Nu moet het kind gebaard gaan worden', zegt Doesburg en hij steek nog een sigaret op.


Credit: Het stenen bruidsbed van Harry Mulisch door Het Nationale Toneel, regie Johan Doesburg. Première morgen in Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Daar t/m 15/6. Tournee van 14/9 t/m 9/11: nationaletoneel.nl


Mulisch op toneel

2011 De aanslag door Bos Theaterproducties, regie Ursul de Geer.


2011 Das steinerne Brautbett door Staatsschauspiel Dresden, regie Stefan Bachmann.


2013 Het stenen bruidsbed door Het Nationale Toneel, regie Johan Doesburg.


2014 De ontdekking van de hemel door Hummelinck Stuurman, regie Ignace Cornelissen.


Het theater, de brief en de waarheid

In 1987 regisseerde Johan Doesburg Het vuil, de stad en de dood, een toneelstuk van Fassbinder. Er ontstond een rel, omdat het antisemitisch zou zijn. Een tegenstander was acteur Jules Croiset, die gefingeerde dreigbrieven rondstuurde en zijn eigen ontvoering door een 'neonazi' in scène zette, om aan te tonen dat het antisemitisme nog welig tierde. Harry Mulisch schreef een ingezonden brief in de Volkskrant, waarin hij meldde dat Fassbinder terecht zelfmoord had gepleegd.


In 2000 schreef Mulisch het boekenweekgeschenk Het theater, de brief en de waarheid, een literaire bewerking van de affaire rond Croiset. Freek de Jonge, die hierin een kritiekloze rehabilitatie van Croiset las, reageerde met een programma getiteld: De conferencier, het boekenweekgeschenk en de leugen.


Doesburg refereert nu aan die tijd als 'dat akkefietje'. Jaren later staat Doesburg na afloop van een première in Carré 'per ongeluk' naast Mulisch. Doesburg: 'Hij rookte niet, dat mocht niet meer. Ik vroeg: Meneer Mulisch, wordt het niet eens tijd om Het stenen bruidsbed op het toneel te brengen? Hij antwoordde vriendelijk en zwaar ironisch: Ik wacht uw verzoek met veel belangstelling af.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden