In bed met het leger

Zeshonderd verslaggevers reisden met Amerikaanse en Britse soldaten mee naar het front. Het leger bepaalde wat ze wel en niet mochten zien....

Het is december 1967 als de beroemde oorlogscorrespondente Oriana Fallaci in Vietnam een dagje meevliegt met Andy, een piloot van het 604de Fighters Squadron. Ze zijn net begonnen aan hun zevende duikvlucht. Fallaci is fel tegenstander van de oorlog. 'Wat een moed heb je nodig', denkt de oorlogsverslaggeefster nog als ze vanuit de Amerikaanse bommenwerper bewonderend naar een groepje Vietnamezen in het veld kijkt.

Totdat de Vietnamezen op hen beginnen te schieten. Fallaci draait om, als een blad aan de boom. 'God, maak dat Andy ze doodt', denkt ze. En dat gebeurt. Een voor een vallen de Vietnamezen om. 'Bij elke dode voelde ik een opluchting', schreef ze later. 'Een vreugde zelfs, en het kon mij niets schelen dat hij een mens was. Een mens voor wie ik een uur eerder of een uur later partij gekozen zou hebben.' Als ze uit het vliegtuig stapt, zwaait ze trots met haar lege plastic zakjes; ze heeft niet overgegeven.

Het voorval, dat Fallaci beschrijft in haar boek Niets en zo zij het, staat model voor verhalen die talloze oorlogsverslaggevers achteraf vertelden. 'Vraag het iedereen op wie geschoten is', vertelde Jeffrey Goldberg van de New Yorker onlangs. Hij voelde 'overweldigende warmte en solidariteit' voor de troepen uit Azerbeidjan toen hij begin jaren negentig samen met hen werd aangevallen door Armeense soldaten. 'Het is meer dan vriendschap. Zij houden jou in leven.'

Of de media zich in deze oorlog in Irak hebben laten inpakken, valt pas naderhand te beoordelen. In elk geval zijn al verslaggevers gesignaleerd die berichten over 'wij' in plaats van 'zij'. Maar zeker is dat de media zich in deze oorlog in ongekende mate op het meereizen met het leger hebben gestort. Er ontstond een nieuw begrip: embedding.

Nooit eerder in de geschiedenis sleepte het Pentagon zo veel journalisten mee naar de strijd. Zeshonderd verslaggevers, voornamelijk Amerikanen en Engelsen, tekenden paginalange contracten met het leger. In ruil voor toegang tot het front beloofden ze geen posities of toekomstige militaire acties te verraden. En geen live uitzendingen zonder toestemming. Nieuwszenders kregen geen genoeg van de actiebeelden. De eerste woordspelingen zijn er al: in bed with the army.

'Je eet en slaapt met ze', zegt verslaggever Wouter Kurpershoek van het NOS Journaal. 'Dat brengt een gevaar met zich mee. Je moet psychisch sterk in je schoenen staan, wil je negatief over hen kunnen berichten. Maar ik denk dat veel internationale journalisten daar wel professioneel genoeg voor zijn.'

Kurpershoek liet zichzelf 36 uur lang 'embedden' bij het Britse leger om er vervolgens weer uit te stappen omdat hij niet gecontroleerd wilde worden. 'Ik kwam het kamp in Zuid-Irak binnen en werd verwelkomd door een voorlichter, Shaun Tilly. ''I'm here to manage the news'', zei hij. ''My job is to make it good news.'' Toen ik vroeg waarom de Belgen en Duitsers niet welkom waren, zei hij: ''Ik wil niet dat hun shitty stories worden uitgezonden vanaf mijn campus.'' Ik was bereid pragmatisch te denken. Maar toen ik deze goednieuwsshow voor mijn kiezen kreeg en mezelf bezig zag koekjes en theezakjes naar buiten te smokkelen voor collega's, heb ik besloten te stoppen.'

De Columbia University deed onderzoek naar de berichtgeving door de embeds in het begin van de oorlog. In geen enkele van de 108 reportages die ze onderzochten, werden gruwelijke beelden getoond. Ook in de weken erna kwamen relatief weinig verhalen van Iraakse soldaten of van de Iraakse bevolking aan bod.

Het gebrek aan die verhalen is een van de negatieve gevolgen van embedding, zegt ook NOS-verslaggever Wouter Kurpershoek. 'Embedding levert goede frontlijn-verslaggeving op, maar de gevolgen van de strijd zie je niet. Dat komt doordat het leger controle uitoefent op je bewegingen. Je wordt aan het handje meegenomen. Ze bepalen precies waar je heengaat. In jeeps vervoeren ze de journalisten naar plekken die ze zelf uitzoeken, alles onder het mom van de veiligheid.'

Zo sloeg de jeep waarin Kurpershoek zat, af op plaatsen waar hij juist rechtdoor wilde. 'Daar lagen de lijken van Iraakse soldaten in de loopgraven. Die kregen we niet te zien. Terwijl ik - en nog meer verslaggevers - wel verhalen over hen wilde maken. Waar komen ze vandaan, waarom vochten ze daar, enzovoort. Maar als je vraagt waarom je ergens niet heen mag, gooien ze het steeds op de veiligheid. Het wordt zwaar overdreven. Natuurlijk zijn er journalisten omgekomen in het zuiden van Irak, maar je moet ook niet op de eerste dag van de oorlog voor de troepen uit gaan rijden. Dan krijg je een kogel voor je kop.'

Volgens hem worden de embeds niet belemmerd in het doorstralen van hun reportages. 'Er worden geen verhalen tegengehouden. Ik had avond aan avond de coalitie de grond in kunnen boren.' Zijn stelling: het leger oefent geen censuur uit op de berichtgeving, maar wel controle.

Dat doen ze onder meer door journalisten die niet aangesloten zijn bij het leger - non-embeds of unilateralen genoemd - te dwarsbomen. Van de tweeduizend journalisten in Koeweit deden tallozen wanhopige pogingen het land binnen te komen. Meestal mislukte het. De berichtgeving uit landen buiten de VS en Engeland moest het vaak doen met overgenomen beelden.

ARD-journalist Arnim Stauth: 'Als onafhankelijke journalisten hebben we de taak militaire beweringen te blijven controleren. Maar er is een beleid om de unilateralen te ontmoedigen.' Kolonel Gary Hovatter van het Amerikaanse leger, die nauw betrokken was bij de opzet van het embed-programma, ontkent: 'Wij controleren de grens met Irak niet. Dat doen de Koeweiti's.'

'We zaten met 100 tot 150 onafhankelijke journalisten in zuid-Irak', zegt Kurpershoek. 'Maar we kregen geen informatie over de veiligheidssituatie. Soldaten hadden orders niet met ons te praten. Ik heb papieren met bevelen van generaal Franks gezien waarop staat dat ze non-embeds meteen terug moeten brengen naar Koeweit. 'Ik kreeg ''fuck off'' naar mijn hoofd geslingerd als ik zei dat ik non-embed was. Sommige soldaten waren wel vreselijk aardig. Velen begrepen sowieso niets van het systeem.'

Door de tegenwerking van het leger kunnen journalisten in gevaar worden gebracht, zegt Kurpershoek: 'Zeven Italianen zijn in handen gevallen van Iraakse soldaten in Basra. Ze kwamen steeds voorbij de Britse checkpoints, maar daar werd hun niets verteld. Ineens stonden ze tot hun verrassing bij het checkpoint van de Irakezen. Naïef, maar als het leger met hen had gecommuniceerd, was dit misschien niet gebeurd.'

Twee Israëlische en twee Portugese journalisten zijn door Amerikaanse soldaten 48 uur vastgehouden op verdenking van spionage. Toen de Portugese journalist opstond en vroeg of hij naar zijn nieuwsorganisatie kon bellen - die zou anders alarm slaan - werd hij volgens Dan Scemama van het Israëlische Channel One door vijf man in elkaar geslagen. Hij ligt met gebroken ribben in het ziekenhuis.

De European Broadcasting Union (EBU), die zich in Zuid-Irak vestigde, kreeg van het Britse leger een verbod om videobanden van non-embeds door te stralen. Volgens woordvoerder Tony Naets (EBU) werden onder meer France 2, TV5 en de ARD tegengewerkt. Diverse nieuwsorganisaties, waaronder de NOS, smokkelden bandjes over het hek. De EBU vertrok uit protest. Niettemin is het Amerikaanse leger zelf uiterst verguld met de embedding-operatie. 'Ik geef het een 8,7 tot een 9,5', aldus kolonel Hovatter.

Kurpershoek van de NOS heeft naar eigen zeggen nog geprobeerd kritiek te leveren op het systeem bij de Britse verslaggevers in het kamp. 'Ik begreep niet dat ze niet meer verzet pleegden tegen het systeem. Non-embed-journalisten leefden als honden op straat. Ze konden nauwelijks water of eten krijgen. Daar stond ik dan bij het tafeltje van de BBC in het kamp. Ik ben compleet genegeerd. Nice food today, zei een van hen nog. Zij hadden wekenlange trainingen in een boot camp achter de rug. Ze hadden geen zin hun privileges af te staan aan anderen.'

De problemen mogen dan nieuw lijken, het verschijnsel embedding is dat niet. Al in 1854 versloeg William Russell als eerste 'ingebedde' correspondent de gevechten tijdens de Krimoorlog. Ook beroemde oorlogsverslaggevers als Rudyard Kipling, Ernest Hemingway en Martha Gellhorn reisden mee met het leger. Tot aan het begin van de 20ste eeuw droegen oorlogscorrespondenten zelfs uniformen en wapens om zich te beschermen.

Maar deze manier van verslaglegging, gecombineerd met de snelle techniek, heeft zijn gevolgen. De verhalen van de huidige embeds zijn vooral anekdotisch van aard, concludeert de Columbia University na onderzoek. 94 procent van hun verhalen was feitelijk. Maar hoewel de gebeurtenissen gedetailleerd werden beschreven, werden ze nauwelijks in contekst geplaatst. Zes van de tien reportages waren live. Dat werkte fouten en overdrijving in de hand, aldus het onderzoek. Verder lag de aandacht vooral op het gevecht: 47 procent van de verhalen beschreef militaire acties of de resultaten daarvan.

'Je moet de embedded verslaggevers niet vragen hoe het met de oorlog in zijn geheel gaat', zegt hoofd televisienieuws Rachel Attwell van BBC World. 'De hoeveelheid beelden die ze aanleveren is fantastisch. Maar de verslaggevers vertellen precies wat ze zien. Niet meer. Zo moet je hun materiaal behandelen. Dat moet je niet overschatten. Daar hebben we in het begin wel fouten mee gemaakt. Uit de kruisgesprekken met de embeds leek het erop dat Umm Qasr was gevallen. Dat bleek niet te kloppen. Nu stellen we dat soort vragen niet meer aan de embeds.'

En er ging meer mis. Zo bleek de volksopstand in Basra achteraf onbewijsbaar, en werd ten onrechte gemeld dat een chemische-wapenfabriek was gevonden bij Najaf. De 120 Iraakse tanks die 's avonds laat in de zandstorm op de Amerikanen afstevenden, waren er later veertien. Nog later waren het er drie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden