In Bas Heijnes Van Gogh blijven personages vlak

Het is bijna niet te geloven: er komt een Frans boertje op met een grote bos zonnebloemen. Het openingsbeeld van Van Gogh is zo voor de hand liggend, dat het wel weer van lef getuigt; die bloemen moeten er toch een keer in....

Bas Heijne koos een mythe als onderwerp voor zijn eerste toneelstuk, en legde zich erop toe de clichés te snel af te zijn. Heijne schreef zijn debuut op uitnodiging van Het Toneel Speelt van Hans Croiset en Ronald Klamer; het gezelschap dat zich sterk maakt voor oorspronkelijk Nederlandstalig toneel, waartoe het ook eens in de zoveel tijd een schrijfopdracht verstrekt. Dit maal resulteerde een en ander bovendien in samenwerking met ZT Hollandia en sloot zich Leonard Frank aan als co-regisseur naast Johan Simons. Al met al een interessante combinatie, en ook een die de nodige verwachtingen wekt.

Het Toneel Speelt, zo blijkt keer op keer, durft zijn nek uit te steken. Maar naast mooie verrassingen dienen zich onvermijdelijk ook minder geslaagde producties aan. En helaas, moeten we nu concluderen, Van Gogh is er een in die laatste categorie.

Uitgangspunt van Heijne was niet zozeer het verhaal van de schilder nog eens te vertellen, als wel dat van zijn erfenis en wat die doet met een aantal mensen om hem heen; zoals de dokter en diens zoon; Vincents broer Theo, diens vrouw en hun kind Vincent Willem. Zo wil hij uitnodigen eens op een andere manier naar Van Gogh te kijken.

De handeling verplaatst zich dan van Auvers naar Parijs, naar Bussum en weer terug naar Auvers; met een minimale verschuiving van een onaantrekkelijk decor, bestaande uit twee groene muren met een multifunctioneel heuveltje rode snippers, het geheel aangelicht in Van Gogh-achtige kleuren.

Aan Gachet ligt het niet. Het personage van de oudere plattelandsdokter en zijn ambivalente houding ten opzichte van Van Gogh is mooi uitgewerkt. Hier staat een mannetje van vlees en bloed, gespeeld door Croiset, die er de sterkste rol van het stuk van maakt.

Een van de spilfiguren is Jo. De schoonzuster van de schilder die na de dood van haar Theo in bezit komt van honderden kunstwerken, groeit uit tot een onvermoed sterke vrouw en Betty Schuurman slaagt er wel redelijk in die ontwikkeling gestalte te geven.

Maar de rest van de personages blijft vlak. En ondanks (of misschien door-) dat twee regisseurs zich op het stuk hebben gestort, is de regie-opvatting er niet helderder op geworden. Waarom moet Chris Nietvelt (Mette Gauguin) per se als een krom, bizar grimassend wezen ten tonele? Ook het feit dat Daniël Boissevain zowel Theo (toch ook een spil) als Vincent junior speelt, komt de overtuigingskracht in geen van beide rollen ten goede. Maar het zwakste moment in dit verband is wel de slotscène, waarin Aus Greidanus jr als Paul Gachet een schijnbaar ellenlange monoloog houdt over de betekenis van Van Gogh voor zijn bestaan; arme Betty Schuurman staat erbij en kijkt ernaar.

Hiermee terug in Auvers, is Heijnes verhaal netjes rond. Maar wie had gehoopt op een nieuw licht op Van Gogh, of zoals de schilder zelf 'alles als nieuw' te zien, wordt teleurgesteld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden