In Bangladesh blijven Rohingya-vluchtelingen komen. 'Ik ben mijn hele leven al op de vlucht'

Drie maanden na het begin van de exodus uit Myanmar komen er nog elke dag Rohingya-vluchtelingen Bangladesh binnen. Het zijn er nu bij elkaar 640.000, in overvolle opvangkampen. 'Ik ben mijn hele leven al op de vlucht.'

Vluchtelingen dragen een overledene naar de begraafplaats in het kamp Kutupalong Beeld Daniel Rosenthal

Acht dagen geleden is Zubaida in het vluchtelingenkamp Balukhali aangekomen, maar ze weet amper waar ze is. De 25-jarige zit zonder enige beschutting op een zeiltje, met haar drie kinderen van 9, 7 en 3. Ze zijn gevlucht toen hun dorp door het leger werd aangevallen. Ze moesten alles achterlaten en werden onderweg ook nog beroofd. Alles wat ze hebben is een lege pan, omzwermd door vliegen, en een vieze jerrycan met water.

Terwijl de vraag deze week was of paus Franciscus tijdens zijn bezoeken aan Myanmar en Bangladesh de Rohingya bij name zou noemen, vluchten de vervolgde moslims nog steeds naar Bangladesh. Elke dag zitten bij het aanmeldpunt in Sabrang, ten zuiden van Cox's Bazar, honderden haveloze Rohingya te wachten tot ze van het Bengalese leger een voorlopige registratiekaart krijgen.

Uitgeput van hun soms wekenlange, gevaarlijke tocht staren de vluchtelingen voor zich uit. Sommigen lijken in shock. Op het huilen van baby's na is het stil. Soldaten controleren of de wachtenden echte nieuwkomers zijn of al geregistreerde 'profiteurs' op zoek naar een extra rantsoen. Want wie zijn kaart heeft, krijgt wat koekjes, een stuk zeildoek of een deken uitgereikt.

Een moeder en haar zieke dochter zijn net gearriveerd in Bangladesh. Beeld Daniel Rosenthal

Foto serie

Bekijk hier alle foto's van Daniel Rosenthal, die samen met Volkskrant journalist Ben van Raaij naar Bangladesh afreisden.

Het is een heel contrast met de eerste weken na 25 augustus, toen de etnische zuiveringen in de Myanmarese deelstaat Rakhine begonnen. Toen kwamen de vluchtelingen bij tienduizenden tegelijk en waren de autoriteiten en hulporganisaties compleet overrompeld, zegt OIivia Headon van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). Nu komen ze in kleinere groepen, over land of met vissersboten over zee, en is de opvang een stuk minder chaotisch.

Dat betekent niet dat de etnische zuiveringen zijn gestaakt. Het Myanmarese leger en lokale bendes lijken vooral van tactiek veranderd. Ze jagen de Rohingya niet meer op de vlucht door op grote schaal dorpen in brand te steken, wat vervolgens via satellietbeelden de wereldpers bereikt, maar grendelen dorpen af en vermoorden de mensen in hun huizen. Overlevenden vertellen dat ze onderweg op zoek naar schuilplaatsen vaak op stapels lijken stuitten.

Rond Kutupalong, Balukhali en andere kampen waar de nieuwe vluchtelingen worden opgevangen (het zijn er inmiddels 640.000) ziet het er heel anders uit dan twee, drie maanden geleden. Rijstvelden en bossen hebben plaatsgemaakt voor tenten en hutten. Vanaf een heuvel lijkt het een eindeloze zee van geïmproviseerde kampen, met daartussen markten, moskeeën, voedselpunten, kliniekjes, waterputten en latrines. En hier en daar de eerste moestuintjes.

Een overzicht van het Kutupalong kamp. Beeld Daniel Rosenthal

Soort dak boven hun hoofd

Veel gaat inmiddels goed, zegt Shamsud Douza, commissaris vluchtelingenhulp en repatriëring (RRRC) van de Bengalese overheid in zijn kantoor in Cox's Bazar. De meeste Rohingya hebben volgens hem een soort dak boven hun hoofd, basale sanitaire en medische voorzieningen en enige vorm van voedselhulp gehad. Een indrukwekkende prestatie gezien de enorme aantallen.

Dat is volgens Douza mede te danken aan de internationale hulporganisaties, die en masse zijn neergestreken in Cox's Bazar. Op de smalle wegen naar de kampen is het een komen en gaan van witte landcruisers van ngo's. En overal in de kampen prijken hun logo's. Menig Rohingya bivakkeert op een fundament van IOM-zakken en tussen wanden van Oxfam-rijstbalen en Unicef-zeildoek.

In Nayapara staan honderden vluchtelingen 's morgens vroeg al uren te wachten bij een distributiepunt. Mannen en vrouwen in gescheiden rijen, registratiekaart in de hand. Het is tevoren nooit duidelijk wat er die dag wordt uitgedeeld. Dit keer zijn het rode dekens. Soldaten sturen twee vrouwen weg die op de verkeerde dag zijn gekomen en dus voor niks hebben gewacht. Dat gebeurt vaak, want de meeste Rohingya-vrouwen kunnen niet lezen.

Ondanks alle inspanningen zijn de problemen in de overbevolkte kampen immens. Er is al afgesproken om ze met ruim 1.200 hectare uit te breiden, en mogelijk zelfs een heel nieuw megakamp te bouwen, maar voorlopig is de eerste taak de uitgestrekte kampen toegankelijk te maken. Nu zijn grote delen ervan alleen via modderige voetpaadjes bereikbaar.

Rohingya vluchtelingen worden naar het Kutupalong kamp gereden waar ze zich kunnen registeren. Beeld Daniel Rosenthal
Rohingya-kinderen verdrijven de tijd met vliegeren in Balukhali. Beeld Daniel Rosenthal

De allergrootste problemen zijn de drinkwatervoorziening en sanitatie. Overal ruik je de stinkende latrines, waarvan er nog veel te weinig zijn en eenderde bovendien permanent buiten gebruik is omdat ze overvol zijn. En volgens een Unicef-rapport is meer dan 60 procent van de waterputten verontreinigd met bacteriën, omdat de putten te ondiep zijn en te dicht bij de latrines liggen.

'Als we niet snel latrines bijbouwen en nieuwe, diepe putten slaan is het een kwestie van tijd voordat hier epidemieën van dysenterie en cholera uitbreken', zegt Arafat Hussen, een Bengalese arts die in Jamtoli in een kliniekje van Save the Children werkt. Hij vaccineert volop tegen mazelen, rodehond en tbc, allemaal ziekten die zich in de overvolle kampen makkelijk verspreiden.

Ook de voedselsituatie is kritiek, zegt Hussen. Mensen sterven niet van de honger, maar ondervoeding is wijdverbreid, vooral bij kinderen (meer dan 60 procent van de vluchtelingen is onder de 18). Kinderen zoals Moh Rias, een hologig jongetje van 7 maanden oud dat 4 kilo weegt. Hussen laat hem een portie Plumpy'nut geven, een bijvoeding, en zegt tegen moeder Rachida (21), zes maanden zwanger, dat ze daarvoor elke dag moet langskomen.

Trauma's

Veel lastiger zijn de onzichtbare problemen, de trauma's die de vluchtelingen met zich meedragen, zegt Hussen. 'We zien veel vrouwen en meisjes met vage klachten, waarbij we vermoeden dat ze slachtoffer zijn geweest van seksueel geweld. We hebben alleen te weinig faciliteiten om daar wat aan te doen.' Wel worden her en der in de kampen speciale opvangplekken voor vrouwen ingericht.

De Bengalese autoriteiten maken zich ook zorgen over de gevolgen die de vluchtelingencrisis heeft op de veelal straatarme lokale bevolking. Die kampt met stijgende voedselprijzen en dalende lonen, omdat Rohingya, hoewel dat verboden is, zich goedkoop als dagloner verhuren. Ook zijn er zorgen dat de kampen broeinesten worden van drugsproductie, mensenhandel en prostitutie. Er werken al Rohingya-meisjes in de toeristenhotels van Cox's Bazar.

Een Imam gaat voor in het gebed tijdens een begrafenis in het Kutupalong Kamp. Beeld Daniel Rosenthal

De 40-jarige Zanuwa in Kutupalong hoopt daar haar drie kleindochters voor te behoeden. Ze zorgt alleen voor ze sinds hun vader en haar man in Myanmar door boeddhistische bendes werden gedood, en vindt het kamp vol gevaren. Ze heeft haar eigen dochter van 12 achtergelaten bij een pleeggezin in Nayapara. En stuurt de kleintjes van 8, 7 en 4 overdag naar een Child Friendly Space, een veilige opvangplek. 'Dan kan ik brandhout zoeken om te verkopen', zegt ze.

Niemand weet hoe lang de vluchtelingencrisis gaat duren. Het vorige week getekende akkoord waarin Bangladesh en Myanmar afspraken dat binnen twee maanden wordt begonnen met de repatriëring van de Rohingya lijkt in elk geval volstrekt irreëel, al hebben de VN medewerking beloofd als die terugkeer onder vreedzame condities en op vrijwillige basis zou gebeuren.

Kampbewoners slepen met spullen in Balukhali Beeld Daniel Rosenthal

Geen ruimte voor hen

'Ik heb het in de krant gelezen', zegt commisaris Douza in Cox's Bazar fijntjes. 'Het is alleen nog maar een intentieverklaring. Maar een ding is zeker: de Rohingya moeten zo snel mogelijk terug. Bangladesh is een dichtbevolkt land van 160 miljoen inwoners. We hebben hier geen ruimte voor hen.'

Voor de Rohingya is het duidelijk: je kunt niet terug naar een land waar ze je willen vermoorden. 'Ik ben mijn hele leven al op de vlucht', zegt de 60-jarige Mohammed Hashem in Kutupalong bij de begrafenis van zijn broer. 'In 1978 ben ik naar Bangladesh gevlucht en een jaar gebleven. In 1991 opnieuw, toen voor vier jaar. En nu ben ik weer hier. Ik maak er nog liever een eind aan dan terug te gaan.'

Moeder Laila (21) met haar ondervoede zoon Mohammad (6 maanden)ontvangt advies over voedingssupplementen in de kinderkliniek in het Balukhali kamp. Beeld Daniel Rosenthal
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.