In Bangkok ruikt het naar oorlog

Vooral ’s avonds is het sinister in de Thaise hoofdstad. De roodhemden verschansen zich achter smeulende autobanden. Er is geen geluid....

BANGKOK ‘Alstublieft, houd de gordijnen dicht en laat de lichten uit voor uw veiligheid.’ Het briefje ligt op de deurmat van kamer 2616 op de 26ste verdieping van het Amari Watergate hotel in Bangkok.

Het hotel ligt in een regelrechte war zone – weliswaar niet in een van de officiële live fire zones waarin militairen mogen schieten op alles wat beweegt, maar pluis is het er zeker niet. Er is niet één taxichauffeur op het vliegveld van Bangkok die het aandurft om naar het ‘Amali’ te rijden. Het hotel ligt pal tegenover de plaats waar de ‘roodhemden’ zich nu al weken hebben verschanst, en dat is een buurt waar wordt geschoten.

De Petchburi Road, waaraan het hotel ligt, is doorgaans een van de drukste straten van Bangkok. Een toegangsweg tot de grootste winkelcentra, waar het 24 uur per dag druk is. Zondag is er niemand. De straat is veranderd in een grimmig niemandsland waarin je niet lang hoeft te zoeken naar sporen van geweld. Het asfalt is bezaaid met glasscherven en opgebrande autobanden.

Het is geen wonder dat hier niemand heen wil. Maar zelfs als je wilt, betekent dat nog niet dat je ook kunt. De eerste hindernis waarop de auto stuit is een blokkade van een groepje motorrijders: roodhemden.

Gesmolten rubber
De regering beweert bij hoog en bij laag dat de militairen de zaak onder controle hebben, maar deze demonstranten zetten gewoon een paar straten af zonder dat iemand ze een strobreed in de weg legt. Een ontsnappingspoging dwars tegen het eenrichtingsverkeer in strandt op de restanten van een bloedige nacht. Aan de kant van de weg ligt een vrachtauto na te smeulen, en prikkeldraad en gesmolten rubber maken verdergaan onmogelijk.

Wij zitten midden in de Din Daeng Driehoek, de Bermudadriehoek van Bangkok. Uit de lucht kun je hem zien: het is de plek waar een kolom dikke zwarte rook omhoog stijgt boven de gebruikelijke bruine smog. Autobanden. Met duizenden zijn zij aangevoerd, en volgens ooggetuigen liet de politie de vrachtwagens met banden ongehinderd door. Veel politiemannen steunen stiekem de roodhemden. Die politie staat honderden meters verderop en lacht als wij vertellen dat wij door demonstranten zijn tegengehouden.

De agenten wuiven ons voorwaarts, en daar lopen wij vast op de Lang Nam Road. Zelfs midden op de dag is het hier donker. Alles is zwartgeblakerd, en overal stappen schimmige mannen met mondkapjes tussen rondslingerende stenen en smeulend rubber. Hier is de oorlog zo vers als je hem maar kunt krijgen.

Bakje soep
Aan de kant van deze dodenweg zitten wat handelaren die zelfs de dood trotseren om een bakje soep te verkopen. Als de auto een steeg in wil rijden, veren ze overeind: ‘Als je doorrijdt schieten ze!’

‘Ze’, dat zijn militairen die verderop hun eigen wegblokkade hebben. Van die kant werden zaterdag de kogels afgevuurd die twee fotografen verwondden. Fotografen zijn kennelijk een doelwit. Dat ontdekken wij als de chauffeur uiteindelijk de enige ingang naar de Petchbury Road weet te vinden militairen houden ons tegen, en laten ons pas gaan als wij beloven geen foto’s te zullen maken.

Na het leger checkpoint is het de beurt aan de politie, die ook hier helemaal niet de indruk maakt ook maar een vinger naar de roodhemden uit te steken. Die hebben achter de politie een hoge barricade van autobanden opgeworpen, de laatste horde, waarna de chauffeur met zucht van verlichting stopt voor het Amari Hotel.

In de kamer, achter de gesloten gordijnen, zijn nog steeds de eeuwige toespraken te horen waarmee de leiders van de roodhemden hun aanhang wakker houden. Maar de aanhang lijkt uitgedund. Nog zo’n zesduizend demonstranten zitten er op het terrein, een fractie van de tweehonderdduizend man waarmee de actie op 12 maart begon.

Zij houden de hand aan hun katapulten en aangepunte bamboestokken. Vooral ’s avonds. Dan is het aardedonker. De straatlantaarns zijn uit. Er is geen geluid. Het is te stil. Zelfs als er niets gebeurt, voelt het als oorlog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden