Reizen

In Bahia wordt gezongen, getrommeld en gedronken

Aardse paradijzen

Waar is het leven ideaal? Met zeer grote tussenpozen bezoekt Olaf Tempelman (vermeende) Aardse Paradijzen. Kandidaat 3: Bahia - want als Brazilië de lusthof van de wereld is, is Bahia de lusthof van Brazilië.

Zicht op een wijk in Salvador da Bahia, Brazilië. Beeld anp

'Op zoek naar het paradijs?' De duim van de man met dreadlocks tot aan zijn knieholtes gaat de lucht in. 'Dat is hier.'

Het geritsel van de palmen klinkt als regen. Er wordt gezongen, getrommeld en gedronken. Volle zwarte vrouwen dansen in hoepelrokken kleurrijk als de Portugese koloniale architectuur. Percussionisten trekken geen toeschouwers maar deelnemers, een fles is een instrument als je haar aanslaat met een mes. Ziehier de sfeer aan de oppervlakte van Bahia, Braziliës deelstaat die het meest koketteert met het plezier van zijn inwoners. Als overal de klanken van het carnaval zijn weggestorven, hoor je hier nog steeds trommels.

In Salvador da Bahia, bijgenaamd Capital da Alegria,'gelukshoofdstad', serveert Nieva Schlickmann koffie 'sterk en zoet als de liefde'. Haar huid is door de zon gebruind, haar bruine haar door de zon geblondeerd. Oorspronkelijk komt zij uit het 'koude zuiden' van Brazilië. Ze had een Duitse grootvader, woonde in Rio de Janeiro, São Paulo, Porto Alegre en acht jaar in Genève. Zij zegt: 'Bahia is de fijnste plek, niet alleen van Brazilië, van de hele wereld.' In Bahia is het nooit koud, is het dankzij een oceaanbries nooit heet, proef je in elke spijs kokos, is de kleding geel, groen en roze en wordt op elke straathoek gemusiceerd. In dit paradijs komen alle zintuigen aan hun trekken. Bahianen, die zingen nog als ze praten. Niemand minder dan Miles Davis zei over het timbre van de legendarische João Gilberto: 'Zelfs als hij uit de krant voorleest, klinkt hij nog goed.'

In Bahia is de liefde 'sterk en zoet als de koffie', zegt Clara, een forse mulattin die in Itacaré een roze etablissement runt met een fraai terras dat uitzicht biedt op een door de hoofdstraat flanerende menigte. Bij de zoete koffie verstrekt zij tekst en uitleg over kleurrijke voorbijgangers. 'Zie je die blonde man daar, naast dat mooie zwarte meisje? Dat is een Zweed, die zit hier al een hele tijd, die proeft van alle lokale schonen!'

In Itacaré is een fontein met een bronzen negerin die een striptease doet terwijl het water langs haar lijf glijdt. Waar de geur van weed hangt, komt Bob Marley uit open ramen. Een breedgefitnesste vakantieganger uit Rio de Janeiro legt het Europeanen bereidwillig uit: Brazilië is de lusthof van de wereld, Bahia is de lusthof van Brazilië. De Baai van Alle Heiligen waaraan Salvador verrees, die heet ook de Baai van Alle Heiligen en Bijna Alle Zonden.

In Bahia zijn de achterwerken vol en fors als de tropische vruchten, wist Jorge Amado, bijgenaamd de Bahiaanse Proust. In zijn dertig maal vertaalde magnum opus Tocaia Grande wordt volop geproefd van vruchten en rondingen naar de smaak van Robert Vuijsje.

Ze zeggen dat romanpersonages op de realiteit anticiperen. In Tocaia Grande figureert de Franse barones Marie Claude die in Bahia de 'ebbenhouten prins' Castor ontmoet. Op haar terras in Itacaré ontwaart Clara een non-fictief stel van vergelijkbare origine: 'Kijk, daar heb je rastaman Bob en de Française! Ken je het verhaal van hun liefde? Nee?' De Française arriveerde een paar jaar terug samen met haar rijke man op hun jacht. Ze ging 's avonds alleen van boord, ontmoette de toen nog straatarme Bob en had haar besluit snel genomen. Adieu, bon voyage, riep ze volgens de overlevering tegen haar man op het dek. 'Vroeger kwamen alleen witte mannen in Bahia zoeken naar liefde', zegt Clara met een glimlach, 'nu zijn het minstens zo vaak witte vrouwen.'

Eten, bidden, beminnen heet de meer dan tien miljoen maal verkochte bestseller van de Amerikaanse schrijfster Elisabeth Gilbert, over haar avonturen in de tropische wildernis nadat zij echtgenoot en carrière onder een grijze hemel heeft achtergelaten. Klaar met de ratrace, klaar voor geluk.

Eten, bidden, beminnen: dat zijn werkwoorden van Bahia. De economische achterstand van deze deelstaat op het Braziliaanse zuiden is groot. Levenskunst laat zich niet per se in cijfers uitdrukken. Bahianen kennen het verhaal van de visser die 's ochtends twee vissen ving. 's Middags verorberde hij zijn vangst en dronk op het strand zijn cachaça, suikerrietdistillaat. Op een dag werd hij uit zijn siësta gewekt: je zou meer vis moeten vangen. Waarom? Daar kun je geld mee verdienen. En dan? Dan kun je netten kopen en nog meer vis vangen. En dan? Dan kun je een bedrijf beginnen en personeel in dienst nemen. En dan? Dan kun je zo rijk worden dat je kunt stoppen met werken en cachaça kunt drinken op een tropisch strand.

Black is beautiful

In Portugese liedteksten uit Bahia herken je vaak één Engelse regel: 'black is beautiful'. De souvenirwinkels verkopen schilderijen van zwart naakt en portretten van Bob Marley, Jimi Hendrix, Nelson Mandela, Michael Jackson en Barack Obama.

De grootste stad van Afrika, zeggen inwoners van Salvador da Bahia, dat is de derde stad van Brazilië. Kijk naar de donkere huidskleur van heiligenbeelden in barokke katholieke kerken. Let op de straataltaartjes waar de maagd Maria naast Afrikaanse natuurgoden staat.

Salvador da Bahia geniet ook een reputatie om zijn slagwerkers die nooit stilvallen, 's nachts noch in de eerste week na carnaval.

In Bahia vind je nog palmenstranden van een ongereptheid die de Hollandse meester Frans Post in de Gouden Eeuw vastlegde op canvas. Sommige zijn alleen per vissersboot bereikbaar, óf per privéjet. Het ommuurde luxereservaat Kiaroa op het schiereiland van Maraú bezit een landingsbaan. Die is er voor gefortuneerden uit de hele wereld die invliegen om te mogen proeven van het geluk van zelfvoorzienende vissers achter de beveiligde hekken. Vanaf 800 euro per nacht slaap je bijna net zo dicht bij de oceaan als in een vissershut.

Er zijn westerlingen die geen dure omweg naar het paradijs maken. Vlak bij Kiaroa danst een zongebruinde veertiger tussen de vissers in het zand. Hij heet Avi, spreekt snel New Yorks, blijkt gediplomeerd arts en zijn milieu ontvlucht om in de wildernis een nieuw leven te beginnen als bakker, nou ja: noem hem space-boulanger. Behalve broden bakt Avi brownies met variërende doses weed, speciaal voor toeristen die hun ontsnapping uit de wereld van de ratrace en de kantoorgebouwen graag met een trip vervolmaken. 'Eet ze niet 's nachts', zegt de bakker, 'want dan zie jij hier geen hand voor ogen maar zien de dieven wel jouw portefeuille.'

Aan de stranden is er klandizie voor cachaça en brownies - en voor lijnen pure colombia. Dat kun je afleiden uit de bijnaam van Itacaré, ooit een idyllisch vissersplaatsje: Itacocé. De zware vochtige bedwelmende lucht is hier ook een drug. Op het strand slapen horden rugzakkers, uit alle delen van Brazilië, en van verder weg, vaak met lange haren, hiernaartoe gezogen. 's Avonds wordt er gerookt, getokkeld, getript en getrommeld. Op twaalf graden zuiderbreedte zie je het paradijs zoals de hippies dat visualiseerden. Als 's morgens vroeg tropische stortbuien uit de lucht vallen, bestaat dat niet meer. Wat overblijft zijn verregende en verwaarloosde jongens en meisjes, jong en niet meer zo jong, ontnuchterd door het ochtendlicht en het regenseizoen, sommigen speurend naar verdwenen bankbiljetten, alles conform de klassieke songregel van Sly & The Family Stone: The nicer the nice, the higher the price.

Gringo, you need help! Het is nacht in de Pelourinho, het historische centrum van Salvador da Bahia met 18de-eeuwse panden in rood, roze, geel en groen. In de lucht hangen tropisch struikgewas en urine. Ik ben een gringo, een witte, met een rugzak en verfrommelde plattegrond. Paolo is een percussionist op het centrale plein, de Plaats van Jezus, in een ensemble waarvoor hij ook de dvd-verkoop doet. Zijn dreadlocks zijn licht grijzend en reiken tot zijn knieholtes - twee decennia mogen ze al doorgroeien.

Een wijk in Salvador da Bahia, Brazilië. Beeld anp

'Gringo, hoe kan ik helpen?' Met een grijns brengt hij twee vingers naar zijn neus en snuift. 'Don't worry, I don't do crack or cocaine.' Ik denk: mijn tante ook niet, maar die vertelt dat nooit in de eerste minuut. Paolo bestudeert mijn verfrommelde plattegrond met een kruisje bij de straat waar mijn pousada, pension, moet liggen. Daar kun je nu niet heen, zegt hij, dat is buiten de gerenoveerde oude stad, dat is gevaarlijk, daar is nu geen politie. But don't worry, I'll protect you. In het volgende kwartier zigzaggen we door straatjes met kinderkopjes, overdekt met slingers en maskers. Onderwijl wijst Paolo op gevaren: die straat mijden, die straat nooit ingaan, die straat is van crackheads. In de Hof van Eden stond één boom met verboden vruchten, dit paradijs kent meer verboden plekken - en vruchten die niet alleen gegeten worden.

Bescherming tegen betaling ken ik uit andere contreien. Ook Paolo is met enkele euro's blij. Dat hadden er meer mogen zijn, leer ik de volgende ochtend. Nieuw voor mij is het soort plattegrond dat ik bij het ontbijt krijg overhandigd van pousada-eigenaar Jorge. De straten die Paolo mij heeft laten omzeilen, zijn op een kaartje gemarkeerd in grijs of zwart. Grijs: mijden zodra het donker wordt. Zwart: altijd mijden.

Jorge heeft Spaanse voorouders, een motorfiets en een optimistische natuur. Die heb je nodig als je een hotel begint in wat te boek staat als, nou ja, een achterbuurt. Nagenoeg alle hotels waar gringo's verblijven liggen in de gerestaureerde oude stad. Jorges pousada is goedkoop omdat hij erbuiten ligt. Wie deze plek te voet probeert te bereiken, wordt 's avonds tegengehouden door de politie. Als je Jorge of pousada zegt, laten ze je door. Hoe Jorge die goodwill heeft gewonnen, zie ik aan de ontbijttafel in de tropische tuin. Politieagenten mogen elke dag mee-eten van dertig soorten vruchten. Proef de acerola's, cupuazú's, rangpurs, cashewappels, mango's, guava's. Meng ze en je krijgt verrukkelijke sappen.

Er is meer in het leven dan patrouilleren. Op zondagochtend probeer ik uit de oude stad af te dalen naar zee. Elke uitweg wordt geblokkeerd door de politie. Ik leer dat de zee bereikbaar is met voldoende papiergeld. Van corruptiebestrijdingsdiensten krijgt Bahia steevast de diepste onvoldoendes van Brazilië, maar het grensgebied tussen corruptie en bedelen is hier diffuus - papiergeld geef je ook aan mensen die je 'net op tijd' tegenhouden als je een gevaarlijke straat wilt inlopen, of die je op eigen initiatief een paar kilometer richting de veiligheid escorteren. Voor veel inwoners van de gelukshoofdstad telt elk bankbiljetje van een gringo of gringa.

Jorge Amado

Frankrijk had Proust, Rusland had Tolstoj, Bahia had Jorge Amado (1912-2001). In zijn dertig maal vertaalde magnum opus Tocaia Grande ('de grote hinderlaag') wordt er volop geproefd van vruchten en rondingen naar de smaak van Robert Vuijsje.

'Hij had geaarzeld tussen Bernarda en Dalila, maar hij werd zeer geobsedeerd door het achterwerk van de negerin, een meesterstuk.'

'Epifânia kwam aanlopen met een wilde bloem in een scheur van haar Bahiaanse blouse, en boog dan voorover zodat hij hem eruit kon halen.'

'Janjão was bezopen en dacht alleen nog maar aan de kont van de negerin.'

De Nederlandse vertaling van Hans van Cuijlenborg is nog tweedehands verkrijgbaar. De exclusief Nederlandse ondertitel luidt: 'Kroniek van een zondige stad'.

Paolo is niet alleen percussionist, ontdek ik een paar dagen na onze eerste ontmoeting. Op de trappen van de kathedraal-basiliek aan de Plaats van Jezus zie ik de man met de langste dreadlocks van Bahia in het gezelschap van een gringa van middelbare leeftijd. Ik mag er van Paolo als vriend even bij komen zitten. Deze gringa komt uit Zürich, is gescheiden en komt graag in Bahia. Paolo slaat zijn arm om haar heen en vertelt dat hij positive vibrations voelt. Die zie ik niet terug in zijn ogen, die getuigen van een hard bestaan op straat en kennis van het klappen van de zweep.

Wanneer gaat de zoete liefde over in hard werk? Er is een Braziliaans lied waarin we horen dat alleen in dit land de gigolo vlinders in de buik krijgt, de souteneur zijn employee uitnodigt voor een diner bij kaarslicht en de dealer zijn eigen coke snuift. Maar regelmatig laat de romantiek het helemaal afweten. Vorige maand kwam het in Salvador net als in andere miljoenensteden tot massademonstraties tegen armoede, corruptie en sociale ongelijkheid, aangewakkerd door de buitensporige kosten van het WK van 2014.

Achter de hoofdstraat van Itacaré woont de oude vissersbevolking in huisjes met afbrokkelende gevels, omringd door tropisch onkruid. Moeders met kinderen zitten in deuropeningen, op straat bespelen jongens de een-snarige berimbau. Rafael heeft zwart kroeshaar, een doek om zijn hoofd, twee oorringetjes en drie banen: kelner, kok en dj. Oorspronkelijk komt hij uit Belo Horizonte in de binnenlanden, hij trok naar Bahia voor werk in het toeristencircus. Om zeven uur 's ochtends begint hij in de bediening, 's middags staat hij in de keuken, 's avonds gaat hij draaien. 'Nee, ik doe geen drugs, ik kan niet werken als ik niet straight ben.' Je hebt veel onderbetaalde arbeiders als hij nodig om andermans paradijs mogelijk te maken. 'Als je toeristen bedient, dan zeg je wat ze willen horen, wow, Bahia, cool, samba, paradise. Maar het is niets anders dan een spel wat je meespeelt.' Met werkdagen van twintig uur verdient Rafael inmiddels genoeg om ook zijn moeder in Belo Horizonte te onderhouden, elke maand stuurt hij een enveloppe met inhoud naar huis. In Bahia zie je een hedonistische show op het podium, achter de coulissen bestaat een ander leven, weet hij. Vergelijk het met de onstuimige Atlantische Oceaan: de onderstroom heeft niets met de bovenstroom te maken.

De oceaan begint aan het eind van het land van Marcel Maison. Golven slaan te pletter op een strand dat tientallen kilometers volkomen leeg blijft. In Bahia is de branding ongetemd als de liefde, mui-stromen sleuren onoplettenden tientallen meters van de kust af. Zie daar symboliek in: als je je op deze plek wilt handhaven als de feesten voorbij zijn en het regenseizoen begint, dan moet je stevig op de grond staan. 'De ervaring van het echte leven is tegenovergesteld aan fantasieën van mensen', zegt Marcel Maison. 'Dit is een paradijs, maar niet voor escapisten. Je moet je in moeilijke omstandigheden redden, zonder professionele hulptroepen.'

Marcel Maison staat elke ochtend om vijf uur op. In zijn hangmat ziet hij de zon opkomen uit de Atlantische Oceaan, en een Postiaans landschap in een schitterend licht zetten. Er zijn wuivende kokos- en oliepalmen zover het oog reikt, er zijn mango's en avocado's en heerlijk citroengras. Marcel Maison en Joyce Frank, beiden Brits-Braziliaans, woonden in Rio en Miami voor zij op het schiereiland van Maraú een smalle strook land tussen de oceaan en een zoetwatermeer vonden. Dit is een plek waar in koude landen met grijze luchten over wordt gefantaseerd, noem het een paradijs. Maison: 'Vlak nadat ik het land had gekocht, werd ik opgewacht door jongens met bivakmutsen die een pistool tegen mijn hoofd zetten. We gingen praten, 300 dollar. Ik dacht: ik moet me nu niet uit het paradijs laten verjagen.'

Op het schiereiland van Maraú wonen wat zelfredzame avonturiers naast vissers. Langs de stranden liggen fraaie pousada's verscholen tussen palmen en bananenbomen. Joyce Frank leidt de non-gouvernementele organisatie 'Vrienden van Maraú'. Die zet zich in voor het behoud van de unieke ecologie van dit schiereiland. Vrijwilligers proberen de stranden maagdelijk en schoon te houden. Wie zich afvraagt waarom dat nodig is op een plek waar nauwelijks iets wordt weggegooid, vindt het antwoord in een berg vuilnis op het witte zand: in de rest van de wereld wordt wél afval weggegooid. Op aangevreten wikkels van aangespoelde verroeste blikken prijken lettertypes uit de hele global village die wereld is geworden, Chinees, Arabisch, cyrillisch. De oceaan houdt geen rekening met aardse paradijzen.

De Vrienden van Maraú zetten zich ook in voor onderwijs voor de nog merendeels analfabete vissersbevolking. Neem kokkin Celia. Zij kookt de heerlijkste maaltijden met kokos en dendê-olie, ze kan goed dansen maar nog niet lezen. Zij heeft 35 broers en zussen. Haar vader verwekte volop kinderen aan beide kanten van het water waar hij viste: in zíjn tijd keek je 's avonds nog geen tv. Nu drommen mannen als het donker wordt samen rond een toestel met voetbal, voor de vrouwen is er een toestel met een soap - met dank aan nieuwe goedkope schotelantennes.

Als de stortbuien beginnen, wordt het geritsel van de palmen oorverdovend. In het regenseizoen worden alle onverharde wegen op het schiereiland van Maraú onbegaanbaar. Dat is, zegt Marcel Maison, de bescherming van deze Hof van Eden. 'Als ze zouden gaan asfalteren, dan zou het hier net zo worden als in Torremolinos. Elk paradijs heeft een filter nodig. In Zwitserland is het je geld, hier je zelfredzaamheid op maandagmorgen.'

Jorge Amado laat lusthof Tocaia Grande verrijzen op de plek van een bloedige hinderlaag. In paradijs Bahia stierven slaven vroeger bij bosjes op cacaoplantages. In een geeloranje bouwwerk aan de Plaats van Jezus in Salvador huist het Afro-Braziliaanse Museum. Hier staan beelden van Afrikaanse natuurgoden. In straataltaartjes zie je die ook, naast de maagd Maria. In barokke katholieke kerken hebben heiligenbeelden vaak een opvallend donkere huidskleur.

(Tekst gaat verder onder foto).

Een jongen duikt in het water bij de haven van Bahia, Brazilië. Beeld anp

De mooiste plek van Itacaré is een vervallen zeeblauwe kerk aan de rand, pal aan het strand. Bij vloed komt de branding tot aan het trapportaal. Kerkgangers komen in strandtenue en bespelen Afro-Braziliaanse instrumenten. Door de open deuren hoor je het breken van de golven.

Het mooiste van Bahia, zegt Nieva Schlickmann, is de menselijke warmte. 'In Rio gaan mensen naar het strand om anderen met hun lichaam te imponeren, in Bahia om samen te lachen en te eten. Bahia, dat is verbondenheid.'

Waarom hangt op een plaats met zoveel verbondenheid zoveel gevaar in de lucht? Nieva drinkt haar zoete koffie en lacht. 'Dat heb je toch overal? In São Paulo zetten ze een pistool tegen je slapen als ze je beroven. In Salvador ben ik een keer 's avonds lastig gevallen door een rastaman: Gringa, geld. Ik had bijna niets op zak en gaf hem een sigaret. Hij was er blij mee. Je moet mensen je respect tonen.'

Ook Nieva kent in Bahia dagen dat het tegenzit. Dat zijn meestal doordeweekse dagen, dagen dat tropische stortbuien de straten in modderrivieren veranderen, dat niemand zich aan zijn afspraken houdt en je ondanks grote inspanningen helemaal niets voor elkaar krijgt. Maar als op zondagochtend iedereen samenkomt op de Praia Porto da Barra, onlangs uitgeroepen tot een van de tien beste stranden ter wereld, dan vergeef je Bahia alles - ja toch?

Niet ver van de Praia Porto da Barra staat een groot wit Christusbeeld. In zijn linkerhand prijkt een staf die schuin naar de grond wijst. Als je die lijn doortrekt, kom je een paar duizend kilometer zuidelijker uit in São Paulo, stad met geld. De rechterhand wijst naar Bahia's strandgangers die elkaar groeten met de duim in de lucht. Allemaal weten zij het beeld te decoderen. Wie rijk wil worden, volg de staf de grond in. Het geluk ligt hier in Bahia op het strand, in elk geval op zondagochtend.

Moeder Afrika

In Bahia stierven slaven vroeger in grote hoeveelheden op cacaoplantages. Ruim 80 procent van de inwoners van de huidige Braziliaanse deelstaat, even groot als Frankrijk, heeft voorouders die de Portugezen per schip aanvoerden van de overkant van de Atlantische Oceaan, van de kusten van westelijk Afrika.

Bahia is daarmee een van Braziliës zwartste deelstaten. In een geeloranje bouwwerk aan de Plaats van Jezus in de oude koloniale stad van Salvador da Bahia huist het Afro-Braziliaanse Museum.

Binnen vind je beelden van natuurgoden, orixás, die hun wortels op een ander continent hebben. Buiten worden de rituelen gepraktiseerd van de capoeira, een mengsel van dans en vechtkunst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.