In Amerika worden ook overtuigde atlantici moedeloos van Europa

Hollywood schreeuwde het bijna uit in 1930: Garbo Talks! In Anna Christie was voor het eerst de stem van Greta Garbo, diva van de stomme film, te horen....

We reizen driekwart eeuw in de tijd vooruit en belanden in week 24 van 2005. Trompetgeschal klinkt uit Frankrijk: Giscard Talks! Of beter nog: Giscard s'explique!

Twee weken na het Franse en het Nederlandse nee tegen de Europese Grondwet verhief de man die bij uitstek kan worden beschouwd als de geestelijke vader van het document, dan eindelijk zijn stem: Valéry Giscard d'Estaing, oud-president van Frankrijk en voorzitter van de breed samengestelde Conventie die de Grondwet opstelde.

Voor zijn boodschap selecteerde Giscard twee kranten: Le Monde en de The New York Times. Voor de eerste schreef hij een beschouwing van twee volle pagina's, gepresenteerd onder de eerbiedige, maar niet bijster wervende kop: 'Bespiegelingen over de opiniecrisis met betrekking tot Europa'. Aan de tweede gaf hij een interview, dat leidde tot een kordaat stuk waarboven een even kordate kop werd gezet: 'Giscard geeft de schuld aan Chirac'.

Wat het meeste opvalt aan de beschouwing in Le Monde is de wijdlopigheid, die helaas omgekeerd evenredig is aan de analytische trefzekerheid. Hier is voorwaar de chef-auteur van de Grondwet aan het woord. Zeer lang staat Giscard stil bij de beslissing van het Elysée om de volledige tekst van de Grondwet naar alle Franse kiezers te sturen, inclusief het ontoegankelijke derde deel met de protocollen van vroegere verdragen. Hij had zelf nog naar Chirac gebeld om het onheil af te wenden, maar deze had gezegd dat het om juridische redenen niet anders kon. Een kardinale fout in de ja-campagne, aldus de oud-president, die de overwinning van het nee-kamp aan van alles en nog wat toeschrijft, behalve aan de opzet van zijn eigen constitutionele project en de wijze waarop sinds jaar en dag de Europese integratie wordt bestierd.

In het NYT-interview windt Giscard er minder doekjes om: de uitslag van het referendum moet niet worden gezien als een afwijzing van de Grondwet. De belangrijkste boodschap van de Franse kiezers was: 'We willen verandering in het politieke leiderschap.' Had president Jacques Chirac derhalve ook zelf consequenties moeten verbinden aan de uitslag en moeten aftreden? Daarover wil Giscard zich liever niet uitlaten.

Maar hij wijst er fijntjes op dat Charles de Gaulle de volgende dag reeds uit het Elysée vertrok toen hij in 1969 een referendum over wijziging van het Franse bestuursstelsel had verloren.

Nee, Chirac peinsde er niet over af te treden. In plaats daarvan benoemde hij een vertrouweling als premier en ging op een holletje naar zijn steun en toeverlaat Gerhard Schröder. Vervolgens paste hij een oude politieke truc toe: de aandacht afleiden en een ander de zwarte piet toespelen. Met de Duitse bondskanselier aan zijn zijde deed hij een dringend beroep op 'onze Britse vrienden' om af te zien van hun rebate en zo de weg vrij te maken naar een vergelijk over de meerjarenbegroting van de Europese Unie. Dat de Europese top van de afgelopen twee dagen, door het Frans-Nederlandse nee tegen de Grondwet toch al in mineur gestemd, , daardoor een nog moeizamer exercitie met kans op extra schade werd, nam hij op de koop toe.

Bovendien hadden Chirac en Schröder een trouwe paladijn in de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker, de fungerend voorzitter van de Unie. Diens primaire reactie na de referenda in Frankrijk en Nederland was dat ze de ratificatie-procedure in elk geval niet mochten onderbreken, en ook in de begrotingsonderhandelingen wenste hij geen pauze in te lassen. De Luxemburger is het prototype van de Europese politicus die de indruk wekt dat de EU-regeringen niet het volk hebben gekregen dat ze verdienen.

Zou tot de Junckers onderwijl nog doordringen hoe elders wordt aangekeken tegen de Europese verwikkelingen? Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan bewegen de reacties zich tussen onbegrip en meewarigheid. De neocons hadden altijd al gedacht dat het huidige Europa de wil en de veerkracht mist om een kracht van betekenis te worden op het wereldtoneel. Ze zullen er geen traan om laten. Maar ook overtuigde atlantici, die de samenwerking met Europa als een pijler van de Amerikaanse buitenlandse politiek zien, worden er moedeloos van.

International Herald Tribune-columnist Roger Cohen maakte deze week gewag van een internationale conferentie in Venetië, waar de Amerikaanse deelnemers een zeer onflatteuze visie ontvouwden op Europa: een continent met overwegend 'post-moderne' legers die niet kunnen vechten, met een afnemende en vergrijzende bevolking, en met een economie die al vijf jaar geen noemenswaardige groei te zien geeft. Als dat wordt vergeleken met bijvoorbeeld India (7 procent economische groei per jaar, 500 miljoen mensen onder de 25, jaarlijks een miljoen high-tech experts erbij, vastberaden om het islamitisch terrorisme het hoofd te bieden), waarom zou het strategisch bondgenootschap met Europa dan nog steeds de voorrang moeten krijgen?

We lezen het epistel van Giscard nog eens door, maar vinden geen begin van een antwoord .

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden