Immigratie

Stel dat immigratie ons meer oplevert dan het ons kost, moeten we dan blij zijn?

Welnee, we moeten ons dan schamen. Dat betekent immers dat we voor het welzijn van de rest van de wereld bitter weinig overhebben. Er zijn miljarden mensen die moreel recht op asiel hebben, omdat ze in hun eigen land geen leven hebben. Mensen die dood hongeren. Vrouwen die zijn uitgehuwelijkt aan een gewelddadige tiran, die worden mishandeld of verkracht. Weduwen, homo’s of overspelige vrouwen die dreigen te worden gestenigd of levend verbrand.


Al die miljarden mensen laten we nu niet toe. Niet omdat ze geen moreel recht daartoe hebben, maar puur omdat ze te arm en te ziek zijn om te vluchten en omdat wij een heel beperkte opvatting van legitieme asielgronden hebben. Het strekt tot voordeel om een gezonde jongeman te zijn die wel eens een wapen of baksteen ter hand heeft genomen.


Asiel

Een deel van de mensen die moreel recht op asiel hebben, zal weinig of niets opbrengen, bijvoorbeeld gehandicapten en psychiatrische patiënten.Velen zullen economisch wel wat kunnen betekenen, maar slechts op termijn. Nadat ze hun trauma’s wat hebben verwerkt en Nederlands hebben geleerd. Eerst kosten ze geld. Als immigratie ons veel oplevert, is dat dus geen reden voor blijdschap. Het geeft immers aan dat wij naar verhouding te veel mensen met mooie diploma’s die thuis niets te vrezen hebben verwelkomen, en te weinig van al die anderen die het echt nodig hebben. We zijn rijk genoeg om meer te doen.


Maar hoeveel meer en wat meer? PVV-leider Wilders’ vraag naar de kosten van nieuwe Nederlanders stinkt, schreef ik vorige week, omdat hij integratie en immigratie met elkaar verwart en omdat hij medeburgers tot instrument van beleid reduceert. Bij integratie is dat laatste taboe en dat moet ook eeuwig zo blijven. Bij immigratie is er echter niet geheel aan te ontkomen. We moeten nu eenmaal besluiten wie we toelaten, en ook kosten spelen daarbij een rol.


Immigratiebeleid

Maar dan? Het is goedkoop en flauw om de regering te verwijten helemaal geen immigratie- (of integratie)beleid te voeren, zoals Joost Niemöller op deze pagina deed. Ze voert wel immigratiebeleid, zij het willekeurig, grillig en weinig ruimhartig. Maar gezien de miljarden mensen die eigenlijk recht op asiel hebben, is immigratiebeleid ook een helse klus. Het morele recht strekt zo ver dat het beleidsmatig een nauwelijks bruikbaar richtsnoer is. Immigratiebeleid is bijna per definitie absurd en onrechtvaardig , en toch moeten we ons best doen er iets ordelijks en eerlijks van te maken.


Dat probleem is overigens niet nieuw. Tussen pakweg 1880 en 1924 was er een enorme immigratiegolf van Joden uit Oost-Europa, die de gruwelijkste pogroms ontvluchtten. De VS boden hen redelijk ruimhartig asiel. Maar geschrokken door de grote aantallen werd de wetgeving in 1924 aangescherpt. Kort voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog werden nog maar bitter weinig Joodse vluchtelingen toegelaten. Tallozen die net genoeg geld hadden om te vluchten, hadden wel een maandenlange reis met talloze ontberingen naar de VS gemaakt, maar werden daar teruggestuurd om alsnog in handen van de nazi’s te vallen. De VS hadden die zes miljoen mensen heus wel kunnen opnemen en natuurlijk moeten opnemen. Zo helder is de zaak als je terugkijkt vanuit de kennis over de holocaust, die men in 1924 niet had.


Morele argumenten

Een rechtvaardig immigratiebeleid bestaat niet. Een werkbaar migratiebeleid misschien wel. Dat zou dan een combinatie zijn van morele, sociale en economische argumenten. Morele argumenten moeten zwaar wegen, maar morele argumenten alleen zijn te overweldigend en verlammend. Economische argumenten over wat immigratie kost en oplevert, moeten ook meetellen. Net als sociale argumenten, over sociale, historische of culturele verwantschap.


Daarnaast blijft immigratie innig verbonden met ontwikkelingshulp. Hoe minder we bereid zijn andere landen in hun ontwikkeling te steunen, des te meer mensen legitieme redenen hebben om hier aan te kloppen. In dat licht is het zeer zorgwekkend dat maar liefst 85 procent van de bevolking vindt dat Nederland minder geld aan ontwikkelingssamenwerking moet uitgeven. Het is al even zorgwekkend dat minister Koenders de sector verstikt in bureaucratie, waardoor deze minder met ontwikkelingshulp zelf bezig kan zijn, en dus minder succes heeft, waardoor het vertrouwen van de bevolking meer slinkt. Een neerwaartse spiraal zonder einde. Laat toch aan hen over te bepalen wanneer samenwerking zinvol is en wat hun taken en doelen zijn. Deze regering wil professionals meer ruimte geven. Dat geldt dan ook ontwikkelingswerkers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden