Immigratiespons heeft al heel wat water opgezogen

Immigranten verrijken de keuken, maar we moeten hen ook goed opvangen, erkende het kabinet in januari. Wel laat, en het bleef daarbij....

'Het absorptievermogen van onze samenleving stelt grenzen aan de aantallen vreemdelingen die kunnen worden opgenomen. Dit is afhankelijk van vele factoren, zoals werkgelegenheid, maatschappelijke infrastructuur, beschikbare opvang en huisvesting, maar ook de mentale bereidheid van Nederlanders met nieuwe burgers samen te leven.'

Dit is geen citaat van voormalig VVD-leider Frits Bolkestein of politieke nieuwkomer Pim Fortuyn. Het is een passage uit de kabinetsnota Integratie in het perspectief van immigratie van januari 2002. Het tweede paarse kabinet van PvdA, VVD en D66 erkent daarmee dat de status van een immigratieland niet alleen een culinaire verrijking van de cultuur betekent, maar ook de verplichting schept een blijvende stroom migranten goed op te vangen.

Zo niet, volgt uit de analyse van het kabinet, dan kan het almaar toelaten van buitenlanders spaaklopen en neemt bij autochtonen de bereidheid af (meer) migranten op te vangen. Zo scherp heeft nog geen kabinet dat gesteld.

Als absorptievermogen te meten is, dan zou het kabinet tot de conclusie kunnen komen dat de spons al heel wat water heeft opgezogen. De problemen beginnen flinke vormen aan te nemen. Meer dan ooit moet alles op alles worden gezet om van integratie een succes te maken .

Migranten hebben bij aankomst al een achterstand, vooral omdat ze de taal niet machtig zijn. Hoe lang het duurt voordat ze de achterstand hebben ingelopen, hangt af van de immigrant zelf en van de kansen op inburgering en toegang tot onderwijs die hem door de overheid worden verschaft. Tot nu toe lijkt de overheid evenwel moeizaam met het fenomeen immigratie om te gaan. Van grootschalige en serieuze inburgerings- en onderwijsprogramma's is geen sprake geweest.

In 1989 stelde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid vast dat Nederland een immigratieland is. In 1998 bevestigde het kabinet dat Nederland voorlopig een immigratieland zal blijven. Reden te meer voor de overheid haar best te doen om nieuwkomers kansen te geven zich te ontplooien, waardoor de opnamebereidheid wordt vergroot. Maar doet ze dat wel?

Pogingen in de jaren negentig om het debat op gang te houden, strandden op een cultuur van politieke correctheid. Door de geneugten van de multiculturele samenleving te bezingen zonder de bijkomende problemen aan te pakken, werkte de regering ongewild stigmatisering in de hand.

In 1991 gaf Bolkestein in de Volkskrant het startschot voor het immigratiedebat met een artikel over de problemen die blijvende immigratie zonder genoeg overheidsbemoeienis kunnen opleveren. Maar hij stond alleen; hem werd het bespelen van onderbuikgevoelens verweten. Voor de verkiezingen in 1994 spraken de politieke partijen af zich niet te profileren op het buitenlandervraagstuk. En voor de verkiezingen van 1998 stelde het kabinet - tegen ambtelijke adviezen in - de prognose over het aantal asielzoekers naar beneden bij, om in verkiezingstijd niet te hoeven spreken over grote groepen buitenlanders die naar Nederland komen.

Pas twee jaar geleden leek het debat over het absorptievermogen in zijn volle omvang te beginnen, toen Paul Scheffer zijn geruchtmakende essay over 'het multiculturele drama' publiceerde. Hij analyseerde de grote achterstanden van migranten in de samenleving en hekelde het gebrek aan urgentie bij politici om die aan te pakken. Zijn essay bleek een doorbraak in de lethargie die rond die discussie hing.

In het parlementaire debat dat volgde, zeiden politieke partijen de publicist 'dankbaar' te zijn dat hij de schijnwerpers had gezet op het grootste probleem van de moderne samenleving. Politici bleken zelf niet bij machte de problemen helder te kunnen verwoorden.

De houding van de meeste politieke partijen zelf was tot die tijd halfslachtig. Enerzijds werd het toelatingsbeleid voor nieuwkomers steeds strenger - Nederland kent, volgens de kabinetsnota, in Europa het strengste gezinsherenigingsbeleid - en werden nieuwkomers of aan hun lot overgelaten of jarenlang opgeborgen in een asielcentrum, anderzijds werd met de mond beleden dat nieuwe culturen een verrijking zijn voor de samenleving.

In alle bijdragen die volgden is één rode lijn te ontwaren: de kwestie is urgent. 'Vanuit welke invalshoek men ook tegen het vraagstuk aankijkt, dramatisch is de situatie wel', zei Ed van Thijn in september 2000. 'De cijfers over criminaliteit, werkloosheid, schooluitval en armoede baren zorg, de beleidsresultaten zijn bescheiden en van een sense of urgency is te weinig te merken.'

Dat was in 2000. Tegenwoordig is de immigratiedruk onverminderd hoog. Wereldwijd blijven de vluchtelingenstromen aanzwellen, migrantengroepen hier oefenen een sterke magneetwerking uit op het thuisfront, en er is een groeiende onderklasse van laag opgeleide allochtonen die zich moet handhaven in een steeds kennisintensievere samenleving.

Dat heeft bij het kabinet tot de analyse geleid dat 'het moeilijker wordt al deze nieuwe landgenoten een volwaardige plaats te geven in onze samenleving'. Alle nadruk zou dus moeten liggen op onderwijs, scholing en inburgering, zodat iedere migrant zelf die volwaardige plaats kan verwerven.

Het weren van buitenlanders aan de grenzen om het absorptievermogen te versterken, zoals politieke debutant Fortuyn heeft geopperd, heeft geen zin. We moeten het als een gegeven beschouwen dat migranten blijven komen. Dus lijkt het beter alles op alles te zetten om de integratie veel beter te laten verlopen dan tot nu toe. Snelle en goede integratie zou het parool moeten zijn.

Dat is een grotere opdracht dan beleidsmakers nu lijken te beseffen, al is het maar omdat ook de hier al gevestigde migranten een onderwijsachterstand moeten inlopen. Veel kinderen van laag opgeleide ouders zullen het zelf niet veel beter doen als de overheid niet veel meer investeert in scholing en begeleiding.

De arbeidsmarktperspectieven voor hoog- en middelbaar opgeleiden zijn goed, maar voor laag opgeleiden uiterst slecht, concludeerde het Maastrichtse Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt eind vorig jaar. De nood is dus hoog. Maar is het gevoel van urgentie er ook? Plannen en projecten genoeg, maar docenten en cursussen te weinig. Het kabinet haalt in zijn nota van drie maanden geleden tamelijk zelfgenoegzaam het Sociaal en Cultureel Planbureau aan. Het opleidingsniveau van allochtonen gaat vooruit, vindt dat SCP.

Maar de onderwijsinspectie constateerde deze maand juist dat steeds minder kinderen van laag opgeleide ouders doorstromen naar hogere opleidingen. Zwarte scholen sluiten hun deuren. De kwaliteit van sommige scholen in zwarte wijken is bedroevend laag.

Dat lijkt niet op een onderwijsoffensief. Het uitblijven daarvan heeft tot gevolg dat er niet alleen een grote onderklasse blijft bestaan en er een nieuwe in wording is, gezien de import van laag opgeleiden (bijna 80 procent van de Turken en Marokkanen huwt een partner uit het land van herkomst ) is dit een blijvend fenomeen.

Het valt op dat in de verkiezingscampagne immigratie en integratie opnieuw nauwelijks een rol spelen. Er is geen keuze in immigratiemodellen van verscheidene partijen, merkte de Leidse wijsgeer Herman Philipse onlangs op. Alleen in de asielkwestie kun je als stemgerechtigde kiezen tussen hard-harder-hardst. Het beeld is wel dat de kwestie door de komst van Fortuyn weer op de agenda staat, maar de partijen laten niet zien hoe zij denken de problemen aan te pakken. Dat is opvallend, omdat veel burgers het onderwerp nauw aan het hart ligt. De toestand van de natie schreeuwt om een felle verkiezingsstrijd over het vraagstuk van immigratie en integratie. Gevestigde partijen zouden actief met hun integratie- en immigratie-ideeën de strijd met Fortuyn moeten aangaan en de kiezer alternatieven moeten bieden. De partij die dat snapt, kan hoog scoren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden