Illegale houtkap ontbost Roemenië

In een reeks Oost-Europese landen wordt al sinds het einde van het communisme veel te veel bos gekapt. Grote hoeveelheden hout worden illegaal of semi-legaal naar West-Europa geëxporteerd....

Olaf Tempelman

Over een traject van meer dan 50 kilometer liggen lange stammen slordig langs de weg. De geur van dennenhout vult de lucht. Viorel, boswachter uit Bicazu Ardelean in het district Neamt, laat twintig jaar oude zwart-witfoto’s zien van rijk beboste heuvels. De foto’s hebben een contrastfunctie. Zo zien de hellingen er nu niet meer uit. In de omgeving van Bicazu Ardelean vertonen de langs de weg oprijzende heuvels kale plekken.

‘Je hakt een 10 meter hoge den in een kwartier om en het duurt honderd jaar voordat je er een terughebt’, zegt de boswachter.

Neamt is bij lange na niet het enige Roemeense district waar de gevolgen van anderhalf decennium illegale houtkap thans voor iedereen zichtbaar zijn. Vlakbij het dorpje Greci in het district Tulcea werd in de jaren zeventig van de vorige eeuw een Amerikaanse western opgenomen. De Roemeense televisie toonde onlangs beelden uit die film, gevolgd door beelden van hetzelfde landschap vandaag de dag. Op veel plaatsen had kaalslag plaatsgevonden, elders was het bos geheel verdwenen.

Al sinds de jaren negentig wordt een grote hoeveelheid Roemeens hout op illegale of semi-legale wijze naar West-Europa geëxporteerd –dennenhout, eikenhout, kersenhout, esdoornhout, beukenhout.

‘In West-Europa denken mensen bij illegale houtkap aan de regenwouden in Brazilië’, zegt Erika Stanciu, bosbouwkundig ingenieur in Brasov en hoofd van het Donau-Karpaten Progamma van het Wereld Natuur Fonds (WNF) in Roemenië. ‘Niemand associeert het met de wouden dichter bij huis. Maar in Oost-Europese landen wordt sinds het einde van het communisme te veel bos gekapt.’

Het duurde tot het begin van de 21ste eeuw voordat Stanciu en haar collega’s internationale organisaties van de omvang van het probleem wisten te overtuigen. In 2005 publiceerde het WNF een tamelijk alarmerend rapport over de illegale houtkap in Slowakije, Bulgarije en Roemenië. Volgens het rapport is in Slowakije 10 procent van de jaarlijkse houtoogst illegaal, in Bulgarije 50 procent. Elk jaar wordt er 1500 hectare bos teveel gekapt. Voor Roemenië, het grootste land in de regio met veruit het meeste bos, ontbraken cijfers, wat volgens Stanciu veelzeggend is.

Het rapport is inmiddels twee jaar oud. ‘Maar het probleem wordt nog steeds nauwelijks met adequaat beleid bestreden’, zegt Stanciu. ‘Het neemt waarschijnlijk nog altijd in omvang toe.’

Het is onduidelijk hoeveel bos Roemenië door de illegale houtkap is kwijtgeraakt. Volgens een officiële schatting is er sinds 1991 30 duizend hectare bos geheel verdwenen en 95 duizend hectare aangetast door kaalslag. Volgens Marian Stoicescu van de Vereniging voor de Bescherming van de Wouden gaat het om 350 duizend hectare verdwenen en 1 miljoen hectare aangetast woud – dat zou neerkomen op bijna een kwart van de bosoppervlakte in 1989.

De eerste schatting is nogal laag, de tweede naar alle waarschijnlijkheid te hoog. Dat de ontbossing grootschalig is en de gevolgen ervan ernstig zijn, is inmiddels boven iedere twijfel verheven en door de autoriteiten zelf erkend. In 2005 werd Roemenië getroffen door een reeks overstromingen. Het was vooral vanwege de ontbossing dat de schade op veel plaatsen enorm was. Voorheen beboste hellingen werden door het water weggeslagen. Stanciu: ‘In districten als Vrancea en Bacau was er vijftien jaar op grote schaal illegaal gekapt. Juist daar verspreidde het water zich in 2005 over een abnormaal groot gebied. Het verband was overduidelijk.’

De illegale houtkap kon een vlucht nemen door een reeks extreme veranderingen in de postcommunistische maatschappij. Controlemechanismen van de staat vielen na 1989 weg. Bosbeheer werd verwaarloosd. Staatsfabrieken en de staatsmijnen sloten hun deuren. Overheidsdiensten ontdeden zich van personeel.

‘Het meeste dennenbos in het district Neamt is in de jaren negentig gekapt door arme ontslagen mijnwerkers die het hout voor het prikje doorverkochten aan tussenhandelaren’, vertelt boswachter Viorel uit Bicazu Ardelean. ‘Mensen zaten ineens zonder inkomsten. Ze kapten de bossen in de omgeving van hun dorpen – onwetend dat ze daarmee langdurige schade aanrichtten.’

Niet alleen staatsbos raakte aangetast. Na de wet op de teruggave van land uit 1991 belandden grote stukken woud in particuliere handen. De eigenaren hadden alleen op papier verplichtingen. Boetes voor illegaal kappen waren door de hyperinflatie abnormaal laag. In 1993 bedroeg de standaardboete duizend Roemeense lei, in die tijd omgerekend 1 dollar.

Was de illegale houtkap in de jaren negentig een goeddeels ongecontroleerd fenomeen, in latere jaren werden de netwerken professioneler en de methodes slinkser. Stanciu: ‘Het hout gaat van de ene naar de andere tussenpersoon, er wordt gegoocheld met certificaten – de herkomst van het hout wordt zo verdonkeremaand.’

In de meeste staatsbossen mag jaarlijks een vaststaand aantal bomen worden gekapt. Die bomen worden vooraf gemarkeerd. Het stiekem verrichten van ‘extra’ kapwerk, middels het omhakken van niet-gemarkeerde bomen, is op veel plaatsen eerder regel dan uitzondering. Boswachters met een maandsalaris van 90 euro krijgen wat harde valuta toegestopt en knijpen een oogje toe – net als andere direct betrokken lokale autoriteiten.

In de meeste gevallen belandt het hout uiteindelijk bij West-Europese afnemers. Anderhalf jaar geleden deden inspecteurs van het Roemeense ministerie van Landbouw een inval bij de Oostenrijkse firma Schweighoffer Holzindustrie in Sebes. De hoeveelheid hout op het bedrijfsterrein bedroeg vele malen die van de officiële certificaten. Meer dan 6000 kubieke meter hout werd in beslag genomen, elf Roemeense leveranciers kregen boetes. Allemaal hadden zij veel meer hout verkocht dan opgegeven. De herkomst van die grote hoeveelheden ‘extra’ hout konden zij niet verantwoorden.

De ‘Schweighoffer-zaak’ is tot nog toe een van de weinige houtdelicten die werden bestraft en uitgebreid in de publiciteit kwamen. De hoofdrolspelers kwamen volgens Erika Stanciu met veel te lage boetes weg. ‘Er is zowel sprake van een gebrekkige wetgeving, een gebrek aan controle als van corruptie – van het niveau van de boswachters tot de politici en de rechters. Zolang niemand veroordeeld wordt tot hoge boetes of gevangenisstraffen, gaan de praktijken door. Er zijn grotere budgetten nodig voor het bosbeheer, er moeten meer capabele mensen worden opgeleid. Boswachters moeten beter betaald worden om ze minder vatbaar te maken voor corruptie – en ze moeten in het veld worden bijgestaan.’

De kern van van probleem is het ontbreken van een algemeen besef hoe belangrijk bos is, zegt zij – zowel bij de autoriteiten als bij de bevolking. Mensen voelen zich niet verantwoordelijk voor de bossen, ze hakken er net zo makkelijk hout als zij er afval weggooien. Stanciu: ‘Als wij hameren op de laksheid en de lage boetes van justitie waar het houtdelicten betreft, krijgen wij antwoorden in de trant van: “Ach het is maar hout.’’’

Dezelfde mentaliteit is zichtbaar in de nonchalance waarmee autoriteiten toestemming geven voor het kappen van bos voor het bouwen van villa’s, vakantiehuizen, hotels of toeristische complexen. In februari overhandigde Stanciu in Brussel aan de Europese Commissie elfduizend handtekeningen van Roemenen die hun regering manen niet in te breken in de nationale parken en natuurreservaten.

De directe aanleiding voor de actie was de goedkeuring door de regering van het programma Ski in Romania. Uitvoering behelst de aanleg van skipistes en hotelcomplexen in maar liefst acht nationale parken en drie reservaten in de Karpaten. Al deze gebieden bevatten natuurschoon dat tot het mooiste van Europa behoort.

‘Roemenië is sinds januari EU-lid, maar Brussel heeft in principe geen bevoegdheden op het gebied van bosbeheer’, zegt Stanciu. ‘We proberen mensen nu met een landelijke campagne in te lichten en een mentaliteitsverandering te bewerkstelligen.’

Sinds enkele maanden zendt de Roemeense televisie spotjes uit van het Wereld Natuur Fonds. In een ervan loopt een arme sloeber met een kettingzaag op een grove den af. Vlak voor de zaag de stam boom raakt, wordt het filmpje in slow motion teruggedraaid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden